De Alverzoening en de teksten over ALLE mensen…



Inleiding

Dit is het vijfde en laatste deel in de serie Bijbelstudies over de Alverzoening. In de studie “De Alverzoening over de hel en de poel des vuurs” heeft u kunnen lezen dat niet alleen de Alverzoening, maar dat theologen uit brede kerkelijke kring tot en met Bijbelgetrouwe verkondigers toe, iedere keer weer beweren dat Gods Woord niet goed vertaald zou zijn als de hel genoemd wordt. Twijfel en verwarring wordt alom gezaaid. De één gaat alleen veel verder dan de ander. De Alverzoening beweert zelfs dat de Heere Jezus nooit over de hel gesproken heeft [1]! Wij hebben echter opnieuw gezien dat de Heere Zijn Woord bewaard heeft in de Reformatietekst van Zijn Woord, en dat er dus weldegelijk een hel is. Sterker nog: er is nu een hel voor mensen, er is een hel voor gevallen engelen, er is in het Koninkrijk een hel op aarde als beeld/type van de dan nog toekomstige poel des vuurs, en er is een eeuwige hel, namelijk de poel des vuurs. Ook hebben we gezien dat de oorzaak van de moderne aanpassingen ligt in de Griekse filosofie, die mensen bij de beginselen van de wereld brengt, en niet bij Christus (Kol. 2 : 8). Gods Woord echter verklaart zichzelf, en heeft geen aanpassingen nodig.

Nu zijn er een aantal Bijbelteksten, waar Alverzoeners standaard naar verwijzen, waarmee men onderbouwt dat in de toekomst ALLE MENSEN behouden zijn. In deze studie willen we bij dit soort verzen stilstaan, en zien of de context de Alverzoeningsuitleg toelaat. Leest u allereerst Rom. 5 : 12 – 18 eens door.


Het weglaten van het aanbod van genade… (Rom. 5 : 18)

Een Alverzoeningssite schrijft over het genoemde Schriftgedeelte, nadat men toegeeft dat Rom. 5 : 17 weliswaar over gelovigen gaat, het volgende:

“En dan nu Romeinen 5:18: Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor ALLE MENSEN tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor ALLE MENSEN tot rechtvaardiging van leven. Deze zin bevat in het Grieks (waarin Paulus dit optekende), niet één werkwoord. Het lijkt door de telegramstijl bijna op een wiskundige vergelijking. Alle mensen zijn veroordeeld tot de dood door slechts één daad (=het eten van de verboden vrucht). Zo worden eveneens door één daad (=gehoorzaamheid tot de dood van het kruis) alle mensen gerechtvaardigd en levend gemaakt (zie ook 1Kor.15:22). Als het eerste “alle mensen” inderdaad letterlijk is en zonder uitzondering, dan kan het tweede “alle mensen” daar niet van onder doen. Anders zou de vergelijking niet deugen. In dit 18-de vers heeft Paulus het over het totale mensdom dat door één daad daadwerkelijk de impact ondervindt van zowel veroordeling en dood alsook van rechtvaardiging en leven. Juist in de simpelheid van de vergelijking is de overweldigende heerlijkheid gelegen. (…) De(...) orthodoxe pogingen om de universele uitwerking van “één daad van gerechtigheid” in te perken, zijn ontstellend en desastreus! Het is niet alleen volkomen onlogisch maar ook dodelijk voor het Evangelie. Het goede bericht is juist dat alle mensen, om niet, rechtvaardiging en leven ten deel valt, “ieder in zijn eigen rangorde” (1Kor.15:23)” [2].

Vaak zegt men dat Rom. 5 : 13 – 17 een lange tussenzin is, en dat vers 18 voortgaat op vers 12, zodat vers 18 niet specifiek over gelovigen kan gaan, omdat vers 17 daar wel heenwijst. En dan zou er dus een vergelijking tussen de dood voor alle mensen en het leven voor alle mensen zijn. Maar deze vergelijking gaat niet op! In de verzen 12 – 17 wordt telkens de vergelijking getrokken tussen de dood en de genadegift. In vers 15 wordt zowel de misdaad of de dood als de genadegift of de genade twee keer genoemd. In vers 16 wordt de zonde of de schuld en de genade of genadegift twee keer genoemd. In vers 17 worden zowel de misdaad als de gave genoemd… Vers 12 gaat alleen over de dood en de zonde. Vers 13 en 14 ook. Wil de vergelijking opgaan, dan moet vers 18 dus alleen over het leven gaan… Maar vers 18 begint overnieuw met de misdaad en de schuld…! Vers 18 gaat dus zowel over de misdaad en de schuld als over het leven! Net als de verzen 15, 16 en 17! Met andere woorden: de verzen 13 – 17 mogen een extra toelichting op vers 12 zijn, ze maken ook de vergelijking met vers 12 compleet! Ze stellen de genadegift tegenover de dood! Vers 18 gaat heel gewoon op deze vergelijking door. En dan zien we dus dat er in de tekst die de Alverzoeningssite citeert (uit de NBG-'51) iets mist! Namelijk onder andere de woorden: “komt de genade”. In de Statenvertaling staat in Rom. 5 : 18 geschreven: “Zo dan, gelijk door één misdaad de schuld gekomen is over alle mensen tot verdoemenis; alzo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardigmaking des levens”. Nu staan deze woorden cursief in de Statenvertaling en de King James 1611. Dat betekent dat deze woorden officieel zijn toegevoegd aan deze specifieke tekst. Maar… deze toevoeging is wel Gods leiding. Het is ook niet een echte toevoeging, want het geeft de zin namelijk een onderwerp en een persoonsvorm, waardoor het een lopende zin wordt. Hetgeen waar de Alverzoeningssite eigenlijk over klaagt dat dit er niet zou zijn, waardoor de zin op een “wiskundige vergelijking” zou lijken! Zijn dit onderwerp en deze persoonsvorm erbij verzonnen? Nee, dit onderwerp en deze persoonsvorm komen regelrecht uit de directe context van dit gedeelte. De “GENADEGIFT” is het onderwerp van dit Schriftgedeelte (de “schuld” is het andere onderwerp van dit gedeelte)! En wat maakt het duidelijk? Alle mensen wordt de rechtvaardigmaking aangeboden als een cadeau! Eigenlijk exact zoals beschreven staat in Titus 2 : 11: “Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen”. Het “eeuwige leven” is een “genadegift” van God (Rom. 6 : 23)! De rechtvaardigheid is een “gave”, een “genadegift” van God (Rom. 5 : 15, 17)! Maar de mens zal dat cadeau wel moeten aannemen! Als men een cadeau afwijst, is het niet van hem of haar! Kortweg gezegd, zegt dit vers dus niet dat alle mensen gerechtvaardigd worden, maar wél dat alle mensen de rechtvaardigmaking door genade aangeboden krijgen. Gezien de eerdere verzen, maakt deze Bijbelse(!) toevoeging de vergelijking in vers 18 compleet, en zorgt het ervoor dat mensen geen Alverzoening gaan leren, wat aan de hand van dit vers wel zou kunnen wanneer men deze woorden zou weglaten en vervolgens geen rekening zou houden met de directe context!

 


Verzoening van het al…? (Kol. 1 : 20)

Een ander vers waar door de Alverzoening vaak naar verwezen wordt, is Kol. 1 : 20. Daar staat geschreven: “En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn”. We hebben hier te maken met de tekst waar de Alverzoening zijn bestaan aan zegt te ontlenen. Een Alverzoeningssite schrijft hierover:

“Kolosse 1:20 is inderdaad een belangrijk vers waar het gaat om alverzoening aangezien aan dit vers het begrip ‘alverzoening’ is ontléénd. Het is dit vers dat inderdaad zwart op wit verklaart dat God, door het bloed van het kruis, het al met Zich verzoent. Waarbij de enig handelende Persoon God Zelf is: Hij verzoent het al met Zich. M.a.w. Hij (alleen) is de Alverzoener. In het Grieks staat er: apokatalaxai ta panta, hetgeen letterlijk ‘verzoening van het al’ betekent. Wie dus alverzoening een gigantische dwaling noemt, verklaart daarmee Paulus tot een gigantische dwaalleraar” [3].

Vervolgens gaat men uitleggen dat er geen sprake kan zijn van verzoening van “alle dingen”, zoals Gods Woord zegt, omdat dingen niet verzoend kunnen worden, maar wezens wel [4]. Daarmee uitleg gevend aan de, volgens de Alverzoening, betere vertaling: “verzoening van het al”. Maar dan zien we hoe men door draaierij met woorden de eigen leer probeert te onderbouwen, want wat betekent “het al”? In "Wikipedia" kunnen we lezen:

“Alles of het al is, in de ruimste zin, een begrip voor datgene wat bestaat, heeft bestaan, zal bestaan, of zou kunnen bestaan” [5].

In deze definitie zien we dat “het al” gewoon “alles” betekent, en verwijst naar “al datgene wat bestaat...”, met andere woorden: “het al” verwijst óók niet direct naar mensen. Opnieuw een bewijs dat er eigenlijk zo maar wat gezegd wordt!


“Alle” zonder onderscheid...

Er zijn mensen die hier gaan uitleggen dat “alles” niet altijd letterlijk “alles” betekent. En op zich is dat juist. Wanneer we woorden tegenkomen als “alle”, “elke” en “gehele” e.d., dan kan het nuttig zijn om onszelf af te vragen of het gaat om “alle zonder onderscheid”, of dat het gaat om “alle zonder uitzondering”. Een voorbeeld: In Joh. 3 : 16 staat geschreven: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”. Hier betekent “een ieder” “een ieder zonder uitzondering”, want een ieder die in de Heere Jezus gelooft heeft zonder uitzondering het eeuwige leven ontvangen. Nog een Bijbels voorbeeld. In Ef. 6 : 21 lezen we het volgende: “En opdat ook gij moogt weten hetgeen mij aangaat, en wat ik doe, dat alles zal u Tychikus, de geliefde broeder en getrouwe dienaar in de Heere, bekend maken”. Tychikus zal de Efeziërs niet de datum van de Opname verteld hebben. Dat weet niemand. Evenzogoed zal Tychikus niet over Paulus’ geboorte gesproken hebben. Hij heeft niet “alles zonder uitzondering” verteld, maar “alles zonder onderscheid”: alles, wat hij wist over Paulus, zou hij de Efeziërs vertellen. Dat is dus “alles zonder onderscheid” [6]. En zo legt men vaak uit dat dat ook in Kol. 1 : 20 geldt: het zou dan gaan om “allen zonder onderscheid”, om allen die geloven.


“Alles” “wat in de hemel, en wat op de aarde is” (Ef. 1 : 10)

Maar laten we eens proberen door middel van Schrift met Schrift vergelijken een antwoord te vinden. Er zijn namelijk soortgelijke verzen. Allereerst zien we in Kol. 1 : 20 staan dat de Heere “alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf”, en in Kol. 1 : 21 lezen we dat de gelovige “nu ook verzoend” is. Dat wil dus zeggen dat Kol. 1 : 20 over een toekomstige situatie gaat. Een tekst, waar we al bij stil gestaan hebben, in de studie “De Alverzoening en het woordje “eeuwig””, die eigenlijk hetzelfde zegt, is 1 Kor. 15 : 28: “En wanneer Hem alle dingen zullen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zelf onderworpen worden aan Hem, Die Hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen”. We zien hier heel duidelijk “alle dingen” terugkomen! En we zien dat dat gekoppeld is aan het feit dat God zal zijn “alles in allen”! Een tekst die daar ook over gaat, en die ook laat zien dat dit nog toekomst is, is Ef. 1 : 10, waar geschreven staat: “Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide wat in de hemel is, en wat op de aarde is”. Maar wanneer zal God zijn “alles in allen”? In de eerste studie hebben we gezien dat we niet voorbij Openbaring 21 en 22 mogen, omdat we niet mogen toevoegen aan de Schrift! Ook hebben we toen gezien dat  in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde “...de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen en hun God zijn” (Openb. 21 : 3)! Ondanks dat Gods Woord laat zien dat er dan nog steeds een poel des vuurs is (Openb. 21 : 8), zegt Gods Woord van die tijd: “… en de dood zal niet meer zijn, ...” (Openb. 21 : 4). Het is deze tijd waarvan we gezien hebben dat zowel de Vader als het Lam samen op de troon zitten (Openb. 22 : 1, 3). Ondanks dat dít de tijd is dat God zal zijn “alles in allen”, lezen we dus toch over een poel des vuurs (Openb. 21 : 8), en over mensen die “buiten zijn” (Opeb. 22 : 15).


Alle knie zal buigen… (Filip. 2 : 10, 11)

Dat er in Openb. 21 en 22 een situatie beschreven wordt, dat God “alles in allen” is, maar dat er ook mensen “buiten zijn”, heeft alles te maken met een andere tekst die door Alverzoeners vaak geciteerd wordt, en dat is Filip. 2 : 10 en 11. Daar staat geschreven: “Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie van hen, die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader”. Natuurlijk maakt de Alverzoening hiervan dat iedereen behouden is, want zegt men, het gaat om een “hartelijke erkenning” [7]:

“Alle tong zal belijden. Het gaat hier uitdrukkelijk niet om lippendienst. De lippen staan in de Bijbel voor de buitenkant, de tong daarentegen altijd voor de binnenkant” [8].

De tong staat voor de binnenkant, dus is het belijden van harte, en geen lippendienst… is het redeneren. Het is echter de vraag of deze strikte scheiding tussen lippen en tong houdbaar is, als we Gods Woord erop naslaan. Van de lippen lezen we bijvoorbeeld: “Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen; zij spreken met een dubbel hart” (Psalm 12 : 3). Maar in Gods Woord lezen we óók over de lippen: “Want Hanna sprak in haar hart; alleen roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord; daarom hield Eli haar voor dronken” (1 Sam. 1 : 13). Of we lezen: “Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; zoals gij de HEERE, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt” (Deut. 23 : 23). Hier worden lippen en mond in feite als één instrument gezien voor een belijdenis richting God!  Het gaat hier dus níet om "lippendienst", maar juist om een belofte aan de Heere God! Hetzelfde zien we bij de tong en de mond (zie bijv. Ps. 66 : 17). De lippen zijn in Gods Woord, net als de tong, dus weldegelijk met het innerlijk van de mens verbonden. En zoals er van de lippen negatieve teksten zijn, zo zijn die er van de tong ook! In Jak. 3 : 6 lezen we: “De tong is ook een vuur, een wereld der ongerechtigheid; alzo is de tong onder onze leden gesteld, welke het gehele lichaam besmet, en ontsteekt het rad onzer geboorte, en wordt ontstoken door de hel”. Maar van de tong zijn dus ook positieve teksten te vinden, bijv. dat “alle tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is,...” (Filip. 2 : 11). Uiteindelijk komt het erop neer: “wat erin zit, komt eruit”. Iemand van de wereld zal vanuit de leiding van de overste van de macht der lucht (Ef. 2 : 2) een wereld der ongerechtigheid verspreiden met zijn tong en lippen. Een gelovige wordt opgeroepen om te wandelen naar de Geest (Gal. 5 : 25), en zo de Heere te eren met lippen en tong (zie bijv. Luk. 6 : 45, Kol. 3 : 16)! Zonder enige Bijbeltekst wordt hier door de bewuste Alverzoeningssite dus een stelling gedeponeerd die misschien wel heel logisch lijkt, maar die elke Bijbelse onderbouwing mist. Maar door deze onjuiste zaken in de gedachten van zijn lezers te prenten, kan die Alverzoeningssite wel als volgt verdergaan:

“Het woord voor belijden in Filippi 2:11 is ex-omologeo. Het voorvoegsel ‘ex’ betekent dat het van binnenuit komt. Overal waar dit woord in het NT voorkomt (11x) gaat het om een hartelijke instemming. Trouwens, niemand kan zeggen ‘Jezus is Heer’ dan alleen door de heilige geest 1Kor.12:3” [9].

Hier ziet u waarom men de tong wil koppelen aan de binnenkant. Daarmee probeert men goed te praten dat men in feite de betekenis van het woordje “belijden”/“belijdenis” gaat uitbreiden. Men accepteert de tekst niet, zoals deze er staat. En toch maakt de Bijbel een duidelijk onderscheid tussen belijden met de mond en van harte geloven! In Rom. 10 : 8 en 9 lezen we: “Maar wat zegt zij? Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs, dat wij prediken. Namelijk, indien gij met uw mond zult belijden de Heere Jezus, en met uw hart geloven, dat God Hem uit de doden opgewekt heeft, zo zult gij zalig worden”. Met andere woorden, ook hier geldt: “wat erin zit komt eruit”! Als wij met ons hart geloven dat de Heere Jezus is opgestaan, zullen onze mond, onze tong en onze lippen daar ook van spreken! Maar ook: Met de mond belijden is niet voldoende, daar hoort bij: met het hart geloven! De Bijbel noemt deze zaken los van elkaar, en de Alverzoeningssite wil ze in één woord stoppen [10]!


Over erkenning en toch beschaamd worden...

In Filip. 2 : 10 en 11 is het thema niet dat mensen Hem “van harte” belijden, maar het feit dat íedereen zál belijden dat Jezus Christus de Heere is! Zelfs de context van Jes. 45 : 23 in het Oude Testament maakt dit reeds duidelijk. In Jes. 45 : 23 lezen we allereerst: “Ik heb gezworen bij Mijzelf, er is een woord der gerechtigheid uit Mijn mond gegaan, en het zal niet weerkeren: dat Mij alle knie zal gebogen worden, alle tong Mij zal zweren”. Waarom zou de Heere hier zweren, waarom is zo krachtige taal nodig? Is het omdat de mensen uit vrije wil bij Hem komen, of omdat de mensen uit zichzelf niet willen? De Heere Jezus moet tegen de Joden zeggen: “Maar Mij, omdat Ik u de waarheid zeg, gelooft gij niet” (Joh. 8 : 45)! Jes. 45 : 24 gaat dan ook als volgt verder: “Men zal van Mij zeggen: Gewis, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen; maar zij zullen beschaamd worden allen, die tegen Hem ontstoken zijn”. Iedereen zal Hem erkennen, maar dat houdt niet in dat er geen mensen zijn die beschaamd worden...


“Jezus is Heer” of “Jezus is de Heere”?

Als extra bewijs haalt men aan dat alleen door de Heilige Geest iemand kan zeggen “Jezus is Heer”. Maar waarom zou iemand zonder de Heilige Geest niet kunnen zeggen “Jezus is Heer”? Bij de New Age beweging gelooft men ook dat Jezus een Heer, een Meester is, maar dan wel één van de Heren, één van de Meesters [11]. In Matth. 8 komt de Heere Jezus twee bezetenen tegen, en dan zien we dat de duivel en zijn engelen weten wie de Heere Jezus is. Zij roepen naar Hem: “... Jezus, Gij Zoon van God! wat hebben wij met U te doen? Zijt gij hier gekomen om ons te pijnigen voor de tijd?” (Matth. 8 : 29; zie ook Mark. 3 : 11, 5 : 7, Luk. 4 : 34, 8 : 28). De duivelen weten zelfs dat er één God is, en dan staat er: “...en zij sidderen” (Jak. 2 : 19). Hoe kan het dat de New Age Jezus ook als “heer” of “meester” erkent, dat duivelen weten dat er één God is en weten dat Jezus de Zoon van God is? Zij hebben de Heilige Geest toch niet…? Maar het staat toch in Gods Woord? Is Gods Woord in tegenspraak? Het punt is dat wat hier beweerd wordt, niet in Gods Woord staat, er mist namelijk één woordje! Wat zegt 1 Kor. 12 : 3 in Gods Woord? “Daarom maak ik u bekend, dat niemand, die door de Geest Gods spreekt, Jezus een vervloeking noemt; en niemand kan zeggen, Jezus de Heere te zijn, dan door de Heilige Geest”. Er staat dus dat niemand zonder de Heilige Geest kan zeggen dat Jezus “de Heere” is. De Heere Jezus is “de Heere”, Hij is God, en daar gaat het om!  Niemand kan in deze Gemeente-bedeling zonder de Heilige Geest zeggen dat de Heere Jezus God is! Doordat de Heilige Geest de wereld overtuigt van zonde, van gerechtigheid en van oordeel (Joh. 16 : 8), komen mensen tot geloof, en leren zij wie de Heere is, door Zijn Woord. En Gods Woord maakt duidelijk dat de Heere Jezus “God” is “geopenbaard in het vlees” (1 Tim. 3 : 16). Vele nieuwe vertalingen laten het woordje “de” in 1 Kor. 12 : 3 weg, en brengen daarmee een “onwaarheid” en “tegenstrijdigheid” in Gods Woord! De NBG-'51 zegt: “... dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest”, de HSV zegt: “… Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest”.


De ontkenning dat de Heere Jezus God is

En dan komt het: de bewuste Alverzoeningssite zegt ook: “Jezus is Heer”, maar ontkent tegelijkertijd dat de Heere Jezus God is! Men zegt:

“De gedachte dat Jezus letterlijk God zou zijn, is absurd. (…) Is Jezus Christus God? Ja en nee. Letterlijk is Hij de Zoon van God. Gods Beeld. Gods Middelaar. Want er is één God, de Vader. Tegelijkertijd beeldt Hij wel (de onzienlijke) God uit. Zodat wie Hem ziet, God ziet. Maar dat is beeldspraak. Dat de Zoon van God ook als God zelf wordt geschilderd is geen theologisch probleem. Het is een taalkundig fenomeen. Beeldspraak is een stijlfiguur die we juist zouden verwachten bij degene die de Schrift neerzet als Gods Beeld” [12].

We gaan hier nu niet uitgebreid op in. De Jehovah's Getuigen ontkennen ook dat de Heere Jezus God is, daar hebben we uitgebreid bij stilgestaan in de studie: “De Jehovah's Getuigen: Sterke God en Vader der eeuwigheid” [13]. Laten we voor nu volstaan met de volgende tekst uit Openbaring: “En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens om niet. Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn” (Openb. 21 : 6, 7, vgl. ook de KJV1611). Wie is de Alfa en de Omega volgens Openb. 1 : 8, 11 en 22 : 13? Dat is de Heere Jezus! De Heere Jezus zegt hier: “...en Ik zal hem een God zijn...”. Zo zegt 1 Joh. 5 : 20: “Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en ons het verstand heeft gegeven, dat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven”. De Heere Jezus is God, daarom kon de Heere God in Genesis zeggen: “Laat Ons mensen maken” (Gen. 1 : 26), daarom spreekt Openb. 22 : 1 en 3 over “de troon van God, en van het Lam”!


“die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn”

Dan gaan we terug naar Filip. 2 : 10 en 11, en dan zien we dus dat het belijden van de Heere Jezus in de toekomst, wanneer mensen niet meer leven in geloof maar in aanschouwen (Joh. 20 : 29; 2 Kor. 5 : 7; 1 Kor. 13 : 12), maar ook wanneer men in de poel des vuurs is (Openb. 21 : 8), een kwestie van weten is, omdat men gezien heeft! De Heilige Geest hoeft dan niet meer te overtuigen (Joh. 16 : 8), want het Oordeel is geweest, en iedereen weet dat de Heere Jezus God is!

En dan zien we een duidelijk verschil met de teksten waarin staat dat God “alles in allen” zal zijn. In Kol. 1 : 20 staat: “En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn”. In Ef. 1 : 10 staat: “Om in de bedeling van de volheid der tijden, wederom alles tot één te vergaderen in Christus, beide wat in de hemel is, en wat op de aarde is”. Alles wordt één in Christus en God zal “alles in allen” zijn in de hemel en op de aarde! Maar Filip. 2 : 10 spreekt over nog een “gebied”! Daar staat geschreven: “Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie van hen, die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn”. Bij de “alles in allen”-verzen, om ze maar even zo te noemen, worden degenen die “onder de aarde” zijn nooit genoemd! Dat brengt mij dan ook bij een figuur die we wel eens besproken hebben: de poel des vuurs zal zich “onder de aarde” bevinden. Daar is het “eeuwige vuur, dat de duivel en zijn engelen bereid is” (Matth. 25 : 41). Zij, die zich daar zullen bevinden, zijn niet verzoend met God en dus niet behouden. Wel staat ook van hen geschreven dat zij hun knieën zullen buigen, en dat alle tong, dus ook van hen, zal belijden dat Jezus Christus de Heere is (Filip 2 : 11)! Zij zullen het weten en belijden. Net als de rijke man uit de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus. Hij wist de waarheid ook, en wilde dat Lazarus teruggestuurd zou worden om zijn familie te overtuigen, maar dat liet de Heere niet toe (Luk. 16 : 27 – 31).



Dat maakt niet dat degenen die "buiten zijn" alsnog bekeerd worden en behouden zijn, want de keus hier op aarde is definitief. Dat laat de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus zien. Dat laat ook Openb. 20 - 22 zien! En daarbij sluit de tekst Joh. 3 : 36 aan: “Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”. De Alverzoening zegt dan dat dit, dat zij belijden dat Jezus Christus de Heere is, “een dwang” zou zijn [14]. Maar dit heeft niets met dwang te maken! De zielen van de mensen zullen hoe dan ook weten hoe het zit, en zullen er niet om heen kunnen dat Jezus Christus God is! En daarmee wordt de Heere verheerlijkt (zie ook Rom. 1 : 18, 2 : 1 – 5, 3 : 4 – 6).


De basis van de Alverzoening is weg! (Kol. 1 : 20)

Uiteindelijk komt het er dus op neer dat in Kol. 1 : 20, “En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelf, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn”, het woordje “alle” staat voor “alle zonder onderscheid”. Inderdaad zullen mensen die de Heere Jezus geloven behouden zijn, en op mensen, die de Heere verwerpen, zal de toorn Gods blijven. De Heere maakt geen onderscheid, iedereen mag komen, en zijn of haar leven aan Hem geven. Maar het gaat in Kol. 1 : 20 dus geenszins om “alle zonder uitzondering”. Mensen zullen de genadegift van de Heere wel moeten aanvaarden! Kol. 1 : 20 laat dus géén Alverzoening zien. En daarmee is de basis van de Alverzoening volledig weg!


“God, Die een Behouder is van alle mensen” (1 Tim. 4 : 10)

Nog zo'n tekst waar de Alverzoening veel mee komt is 1 Tim. 4 : 10, waar geschreven staat: “Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden gesmaad, omdat wij gehoopt hebben op de levende God, Die een Behouder is van alle mensen, maar allermeest van de gelovigen”. Natuurlijk staat in deze tekst opnieuw dat God “een Behouder is van alle mensen”. En ja, dan is dit een handige tekst, want in de directe context kan men bij dit vers niet laten zien dat het gaat om “allen zonder onderscheid” in plaats van “allen zonder uitzondering”. Maar Gods Woord spreekt Zichzelf niet tegen… We hebben de andere teksten (1 Kor. 15 : 28, Rom. 5 : 18, Ef. 1 : 10, Filip. 2 : 10 en 11 en Kol. 1 : 20) in de context geplaatst, en we hebben Schrift met Schrift vergeleken. Met alles wat wij gezien hebben, tot en met Openbaring toe, over de eeuwigheid, over het eeuwige leven, over God, Die “alles in allen” zal zijn in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, terwijl er ook een poel des vuurs is (onder de aarde!), waar men ook zal erkennen dat Jezus Christus God is, kan dit vers maar één ding betekenen! De conclusie is duidelijk: ook hier moet het gaan om “allen zonder onderscheid”, alleen dan past dit vers bij de andere verzen. De Alverzoening moet al die andere teksten aanpassen of uit de context halen, om te kunnen leren wat zij leren. Wij hebben de andere teksten niet veranderd en juist in de context bekeken, en hoeven dit vers ook niet aan te passen! Kortom: we bewaren Gods Woord!

1 Tim. 4 : 10 laat zien dat de Uitverkiezingsleer van diverse Calvinistische kerken onjuist is, want God heeft geen select gezelschap uitgekozen, die behouden wordt, maar de Heere is gestorven voor alle mensen: “Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd” (1 Tim. 2 : 6). Een ieder, “allen zonder uitzondering”, mag zijn of haar leven aan de Heere Jezus geven en is dan behouden! Precies zoals we in Joh. 3 : 16 lezen: “Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”. Ook in andere bedelingen heeft de Heere zo Zijn manieren om mensen bij Hem te brengen. Daarom is de Heere “een Behouder van alle mensen”. Maar Hij is dat speciaal voor de gelovigen. Zij hebben Hem aangenomen, Hij heeft hen behouden! Zoals de Heere tegen de Efeziërs zegt: “In Wie ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Wie gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte, Die het onderpand is van onze erfenis, tot de VERKREGEN VERLOSSING, tot prijs van Zijn heerlijkheid” (Ef. 1 : 13, 14). De gelovige heeft de verlossing reeds verkregen!  Daarom is de Heere “allermeest”, of zoals de King James 1611 zegt: “speciaal”, de Behouder van de gelovigen. En de andere mensen, daar gaat de Boodschap nog steeds naar uit, daarvoor werkt Zijn Geest aan hen om hen te overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh. 16 : 8), zodat ook zij tot Behoud mogen komen. Maar men zal Gods geschenk wel moeten accepteren...


Over Gods wil (1 Tim. 2 : 4)

Om terug te komen op de eerste studie, “De Alverzoening en het woordje “eeuwig””, waarin een tweetal mailschrijvers geciteerd werden, die schreven dat God de grote verliezer zou zijn, wanneer tweederde van de huidige mensheid, die niet in God gelooft, in de hel zal doorbrengen. De duivel zou dan de grote overwinnaar zijn, en God, zo schrijft een Alverzoener, zou dan "een loser" zijn [15]! Eén van de mailschrijvers schreef:

“Heb je dan echt nog niet door, dat alles zal gebeuren, exact volgens Zijn plan, en dat Hij met ieder van ons, zal komen tot Zijn doel en Zijn doel is dat Hij ALLEN met Zich zal verzoenen en Zijn wil, ZIJN WIL, niet Zijn wens, is het dat er niet één verloren zal gaan, laat staan, dat Hij in Zijn liefde, miljoenen mensen, voor eeuwig zal folteren in het vuur, wat een vervalsing van Gods Woord is dat”.

Ook dit baseert men op een Bijbeltekst, namelijk 1 Tim. 2 : 4, waar geschreven staat: “Die wil, dat alle mensen zalig worden, en tot kennis der waarheid komen” (zie ook 2 Petr. 3 : 9). Dus omdat het Gods wil is, moet Hij het ook doen, anders is Hij "een loser"! Daar komt het op neer…! Maar gebeurt alles op deze aarde naar Zijn Woord en naar Zijn wil? Nee! Het begint reeds in Genesis dat God man en vrouw schiep, hen in de Hof van Eden plaatste, waar zij het eeuwige leven door de boom des levens hadden kunnen krijgen. Ze mochten alleen niet eten van één boom, dat was eigenlijk het enige waar zij zich aan moesten houden... (Gen. 1 : 26, 28, Gen. 2 : 17, Gen. 3 : 22). God wilde dat de mens Hem gehoorzaamde, Hij had alles goed gemaakt (Gen. 1 : 31). Maar de mens had wel een vrije wil. De mens mocht en mag zelf kiezen om de Heere te volgen, zoals ook bleek uit de opdracht om niet te eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads! Maar de mens koos zijn eigen weg en at wel van die boom… Zo lezen we in Luk. 13 : 34 hoe Israël de wil van de Heere heeft weerstaan: “Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kuikens onder de vleugels vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?” Uit dit soort teksten blijkt eens te meer hoe de mens zelf mag kiezen: voor of tegen de Heere. Hij dwingt niemand. Ook zien we hoe mensen dus anders kunnen handelen, dan dat de Heere het gewild had. Maar dat neemt niet weg dat Hij Zijn Plan volvoert. Uiteindelijk zal Hij “alles in allen” zijn, in een nieuwe hemel en op een nieuwe aarde, waar geen dood meer is (Openb. 21 : 4) Dat Koninkrijk zal zich eeuwig, altijd, een periode zonder einde, uitbreiden (Jes. 9 : 6). Maar daar buiten (Openb. 22 : 15), in de poel des vuurs (Openb. 21 : 8), onder de aarde, bevindt zich een ieder die tot aan die toekomst niet vrijwillig heeft willen buigen voor de Heere der heerscharen. Men zal geen deel hebben aan die eeuwige nieuwe wereld, maar zal wel moeten erkennen dat Jezus Christus de Heere is! God is geen loser (wie durft dat overigens te zeggen…?), omdat Zijn Plan anders is, dan mensen het zouden willen zien… God overwint, Hij krijgt alle eer (Rom. 3 : 4).

Als we beseffen dat in die nieuwe hemel en op die nieuwe aarde de boom des levens uit het paradijs terug is (Gen. 3 : 22; Openb. 22 : 2), dan beseffen we dat de cirkel rond is, en aangezien die toestand in eeuwigheid blijft bestaan, is daarmee Gods doel bereikt: Een schepping die leeft tot eer van Zijn Naam!


Over niet toevoegen aan en niet afdoen van...

In het eerste citaat, van een Alverzoeningssite in deze studie, zagen we dat men het "niet geloven dat ALLE mensen behouden worden" “volkomen onlogisch maar ook dodelijk voor het Evangelie” noemt, omdat “Het goede bericht” juist zou zijn  “dat alle mensen, om niet, rechtvaardiging en leven ten deel valt” [16]. Maar ís dat ook dodelijk…? Het lijkt er eerder op dat de Alverzoening heel hard roept om haar eigen dwaling, haar eigen dodelijkheid, te verbloemen: Als je maar hard genoeg roept dat je toetst aan de Schrift dan zijn er vast mensen die het geloven… Maar zoals we gezien hebben staat de Alverzoening los van elke Bijbelse context. De Heere waarschuwt in Zijn Woord tegen valse profeten en dwaalleraars. Hij roept inderdaad op dat we alles wat mensen zeggen moeten toesten aan Zijn Woord (Hand. 17 : 11), maar óók roept Hij ons op om niet toe te voegen aan of af te doen van Zijn Woord (Deut. 4 : 2; Spr. 30 : 6; Openb. 22 : 18, 19). Alverzoeners doen net of zij zich aan de Bijbel houden, maar ondertussen passen zij de Schriftkritiek toe, en er blijft bijna geen Bijbeltekst heel! Er staat in dit kader echter wel geschreven: “Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in hem is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij dat wij in Hem zijn” (1 Joh. 2 : 5). We moeten ons dus ter dege afvragen of we met Alverzoeners wel met wederomgeboren Christenen te maken hebben! Zijn zij wel in de Heere Jezus?


Taktiek van de duivel: vraagtekens plaatsen bij Gods Woord

In diverse studies hebben we gezien hoe Schriftkritiek leidt tot afval van het geloof… Een Schriftcriticus, Charles Dodgson, de schrijver van “Alice in Wonderland”, vriend van één van de zogenaamde Griekse Bijbelwetenschappers, was in feite een Alverzoener. Hij stelde in een brief aan zijn zus:

“...mijn eigen visie is, dat indien ik gedwongen zou zijn om te geloven dat de God van de Christenen in staat zou zijn om een eeuwige straf te veroorzaken, …, dat ik dan het Christendom zou opgeven...” [17].

Dit sluit wel aan bij het feit dat de geciteerde Alverzoeningssite de God van de Bijbel "een loser" noemt! Natuurlijk ziet hij dat zelf niet zo, maar de Bijbel, zonder zijn aanpassingen, schildert een God, die hij “een loser” noemt! Is het niet triest…? En het is diezelfde Alverzoener die ontkent dat Jezus Christus God is!

Als we dan bedenken dat de duivel de mens in het begin verleidde door vraagtekens te plaatsen bij Gods Woord (Gen. 3 : 1), en door de Heere tegen te spreken en te zeggen: “...Gij zult de dood niet sterven” (Gen. 3 : 4)…. dan beseffen we dat we met de Alverzoening, die leert dat niemand voor eeuwig verloren gaat en dat zelfs de duivel behouden wordt, een leer hebben waar de duivel zelf aan ten grondslag staat. Helaas volgen vele Christenen deze leer, en laten zich verblinden. Door de Alverzoening raken zij het zicht op de “gezonde leer” kwijt (1 Tim. 1 : 10).


Tot slot

Het is mijn gebed, dat u, mocht u zelf Alverzoener zijn, gaat zien dat de Heere Zijn Woord voor ons bewaard heeft en dat Hij Zijn Woord Zelf uitlegt. Dat u gaat zien dat de mensen in dit leven Gods aanbod van genade krijgen, en daarna niet meer. En dat de Heere God hoe dan ook tot Zijn doel komt!

Daarnaast is het mijn gebed, dat u, mocht u geen Alverzoener zijn, deze studies als hulpmiddel kunt gebruiken om zelf vanuit de Schrift een antwoord te kunnen geven op vragen van Alverzoeners, maar ook dat u, naast de bespreking van een dwaalleer, in elk geval, door deze studies heen, opnieuw heeft mogen zien dat de Heere Zijn Woord bewaard heeft; en hoe, door Schrift met Schrift vergelijken, elke dwaling neergesabeld kan worden, want Gods Woord is Waar!



[1]  'Waar hun worm niet sterft', André Piet, GoedBericht.nl, 31-03-2012, bron: http://goedbericht.nl/waar-hun-worm-niet-sterft/.
[2]  'Toch niet “alle mensen”?', André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2014, Bron: http://goedbericht.nl/toch-niet-alle-mensen/.
[3]  'Onzinnig verzet tegen alverzoening', André Piet, GoedBericht.nl, 02-08-2016, bron: http://goedbericht.nl/onzinnig-verzet-alverzoening/.
[4]  'Onzinnig verzet tegen alverzoening', André Piet, GoedBericht.nl, 02-08-2016, bron: http://goedbericht.nl/onzinnig-verzet-alverzoening/.
[5]  'Alles', WikipediA, De vrije encyclopedie, bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/Alles.
[6]  Zie ook de studie: 'Bid altijd voor alle mensen', Arjan Huurnink, Bijbel en Geloof, 24-10-2014, bron: www.bijbelengeloof.com.
[7]  'Zes Misvattingen Over Alverzoening', André Piet, GoedBericht.nl, 20-8-2015, bron: http://goedbericht.nl/zes-misvattingen-over-alverzoening/.
[8]  'Zes Misvattingen Over Alverzoening', André Piet, GoedBericht.nl, 20-8-2015, bron: http://goedbericht.nl/zes-misvattingen-over-alverzoening/.
[9]  'Zes Misvattingen Over Alverzoening', André Piet, GoedBericht.nl, 20-8-2015, bron: http://goedbericht.nl/zes-misvattingen-over-alverzoening/.
[10] Ik weet dat in Rom. 10 : 8 en 9 niet het woordje “exhomologeo” gebruikt wordt, maar “homologeo”. Maar “homologeo” wordt ook gebruikt in bijvoorbeeld 1 Joh. 4 : 2. Zouden mensen die belijden (“homologeo” zonder het deel “ex” wat volgens GoedBericht.nl “een hartelijke instemming” betekent) dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, dat doen zonder dat zij dat vanuit hun hart doen(?), en dan toch “uit God” zijn? Ik denk dat hieruit duidelijk wordt dat men verstrikt raakt in de woordstudies, terwijl men Gods Woord juist leert verstaan door Schrift met Schrift te vergelijken in het door de Heere bewaarde Woord: de Statenvertaling en de King James 1611!
[11] Zie bijvoorbeeld: 'HET VERHAAL VAN FINDHORN', Interkerkelijke Werkgroep 'Bijbel of New-Age', Stichting Sense, http://www.bijbelofnewage.info/het_verhaal_van_findhorn.htm.
[12] 'Is Jezus God?', André Piet, GoedBericht.nl, 15-08-2016, bron: http://goedbericht.nl/is-jezus-god-2/.
[13] 'De Jehovah's Getuigen: Sterke God en Vader der eeuwigheid', Arjan Huurnink, Bijbel en Geloof, 27-02-2012, bron: www.bijbelengeloof.com.
[14] 'Zes Misvattingen Over Alverzoening', André Piet, GoedBericht.nl, 20-8-2015, bron: http://goedbericht.nl/zes-misvattingen-over-alverzoening/.
[15] Dit woord wordt nogal eens door André Piet aan de Heere God toegedicht, wanneer Hij zo zou zijn, zoals Hij zich letterlijk in Zijn Woord openbaart: een God van Liefde, maar ook van Rechtvaardigheid. Oftewel: een God, Die mensen behoudt die bij Hem komen, maar Die ook het oordeel en de hel laat bestaan, voor hen die Hem verwerpen, wordt door André Piet “een godje, een loser” genoemd. Zie bijvoorbeeld: 'Een weeffout?', André Piet, GoedBericht.nl, 04-09-2012, bron: http://goedbericht.nl/een-weeffout/.
[16] 'Toch niet “alle mensen”?', André Piet, GoedBericht.nl, 17-09-2014, Bron: http://goedbericht.nl/toch-niet-alle-mensen/.
[17] Geciteerd in: ‘Hazardous Materials: Greek and Hebrew Study Dangers, The Voice of Strangers, The Men Behind the Smokescreen, Burning Bibles Word by Word’, G.A. Riplinger, A.V. Publications Corp., USA, 2008, blz. 323.