Blue Flower

"Tongentaal" 

in deze tijd, een Bijbelse gave of toch niet?

Over tongen en andere 'tekenen der apostelen' in het licht van de Bijbel




Met name in Charismatische kringen wordt veel over tongentaal geleerd. Maar ook in andere Christelijke geloofsrichtingen wordt wel tongentaal gepraktiseerd. Althans, hetgeen wat men in die kringen tongentaal noemt. Maar wanneer we de Bijbel goed op dit onderwerp bestuderen, komen we erachter dat, hetgeen tegenwoordig in die kringen plaatsvindt, niets te maken heeft met de Bijbelse gave van tongen. Het woord 'tongentaal' is dan ook een verkeerd woord. Want we zullen gaan zien dat de Bijbel, Gods Woord, ons leert dat 'een tong' een taal is, en dat 'tongen' talen zijn. Ten eerste is het woord 'tongentaal' dubbel op, ten tweede is de samenstelling verkeerd, want 'tongen' is geen taal, maar 'tongen' zijn talen.


Wat waren tongen in de Bijbel? Wat was hun doel? Werkt de gave van tongen vandaag de dag nog steeds? Zo niet, wat doen dan degenen die tegenwoordig de gave van het spreken in tongen claimen? Vaak is er op dit gebied veel verwarring en onbegrip. Het doel van dit artikel is te onderzoeken wat de Bijbel over dit onderwerp zegt. In de Bijbel vertelt de Heere immers wat Zijn bedoelingen zijn, wat Zijn Plan is! Wat is de Bijbelse leer over tongen?

 

  

Bijbelse tongen zijn echt bestaande talen


In het boek Handelingen lezen we: 

“En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. … En toen deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en stond verbaasd, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken” (Hand. 2 : 4, 6). 

Het is goed om hierbij te vermelden dat de King James 1611 (een andere Reformatie-Bijbel) in vers 4 van Handelingen 2 spreekt over ‘tongues’, wat in het Nederlands vertaald betekent: ‘tongen’. Deze passage vertelt ons wat ‘tongen’ zijn. Tongen zijn talen, zoals onze Statenvertaling hier direct al in vers 4 laat zien. De volgende verzen sommen allerlei volken op, waarvan de talen gesproken werden: “Parthers, en Méders, en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotámië, en Judéa, en Cappadócië, Pontus en Azië; en Frygië, en Pamfylië, Egypte, en de delen van Libyë, dat bij Cyréne ligt, en uitlandse Romeinen, beiden Joden en Jodengenoten; Kretensen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken” (Hand. 2 : 9 – 11). Ook hier zegt de King James 1611 in de laatste zin weer ‘tongen’. We zien door de context echter dat de betekenis van het woord ‘tongen’ ‘talen’ is. Dit wordt door veel andere Schriftplaatsen onderbouwd, bijvoorbeeld: 

“…hoorde ik een stem, tot mij sprekende, en zeggende in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? Het is u hard, tegen de prikkels de verzenen te slaan” (Hand. 26 : 14). De King James 1611 heeft hier staan: ‘in de Hebreeuwse tong’. Het mag duidelijk zijn dat de betekenis hiervan ‘in de Hebreeuwse taal’ is. Hetzelfde geldt voor Ezra 4 : 7, Daniël 1 : 4 en Openbaring 9 : 11 (vergelijk met King James 1611!). Waar in de Bijbel dan ook het woord ‘tongen’ gevonden wordt, het betekent altijd: echt bestaande talen. Dit is heel belangrijk om op te merken, want degenen die vandaag de dag beweren in tongen te spreken, spreken helemaal geen werkelijke talen!

 

   

Zijn er twee soorten tongen?


Sommige mensen beweren vervolgens: “Maar er zijn twee soorten tongen in de Bijbel. De ene soort is inderdaad een taal, maar de andere is een ‘extatische uiting’ (brabbeltaal).” Vaak wordt aangegeven dat de tongen van Handelingen 2 verschillen van die in 1 Korinthe 14. Maar waar zegt de Bijbel dat er twee of meer soorten tongen bestaan? De Bijbel spreekt er niet over. Deze verwarring ontstaat, omdat de Bijbel in 1 Korinthe 14 : 5 zegt dat de tongen uitgelegd moeten worden, zodat de Gemeente het kan begrijpen en daardoor dan pas opgebouwd kan worden. In Handelingen 2 werden de tongen echter niet uitgelegd. Betekent dit dat er twee soorten tongen zijn? Een persoon, die in tongen sprak, was door God bovennatuurlijk gezegend om een taal te spreken die hij normaliter niet kon spreken. De persoon, die sprak, wist niet wat hij zei, tenzij God hem de gave van uitleg had gegeven. Waarom werden de tongen in Handelingen 2 dan niet uitgelegd? Wanneer we de context nauwkeurig lezen, wordt ons geopenbaard waarom uitleg daar niet nodig was:

 

“En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. En er waren Joden te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volke van hen, die onder de hemel zijn. En toen deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en stond verbaasd, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken” (Hand. 2 : 4 – 6).

 

U ziet dat er op de Pinksterdag mensen uit “allen volke van hen, dien onder de hemel zijn” aanwezig waren. Er waren velen aanwezig, en er werden veel verschillende talen gesproken (zie ook de verzen 9 – 11), en ieder hoorde de boodschap in zijn eigen taal (Hand. 2 : 6, 11)! Er was dus geen verdere uitleg nodig! Een ieder verstond de boodschap en werd erdoor opgebouwd. Toen de Christenen van de lokale gemeente te Korinthe samenkwamen, en er begon iemand in een taal te spreken, die hij niet verstond, zo verstonden ook de andere Korinthiërs hem niet. Daarvoor was er een uitleg vereist! De tongen/talen in 1 Korinthe 14 zijn dus dezelfde tongen/talen als in Handelingen 2. De Bijbel leert helemaal niets over twee soorten tongen! We zullen later in deze studie nog terugkomen op de tekst 1 Korinthe 14 : 5, met betrekking tot de Gemeente van vandaag de dag.

 

   

Tongen zijn tot een teken


Het volgende vers, dat we zullen opzoeken, vertelt u precies waarvoor tongen zijn. Dit vers wordt echter nooit in een Charismatische groep aangehaald. Waarom niet? Omdat dit Bijbelvers de bijl aan de wortel legt van de Charismatische/Pinkster-theologie. In 1 Korinthe 14 : 22 staat het volgende: “Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; en de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.” Ziet u dat? “Vreemde talen (tongen) zijn tot een teken…” En dan moet u 1 Korinthe 1 : 22 eens opzoeken, waar staat: “Aangezien de Joden een teken begeren, en de Grieken wijsheid zoeken.” Zo zien we dus dat tongen een teken zijn voor ongelovigen! En wat laat de Bijbel nog meer zien? “Aangezien de Joden een teken begeren…” Wanneer we dus gaan praten over tekenen (waaronder tongen/talen), dan gaan we dus praten over het Joodse volk, en niet over de Gemeente van vandaag de dag!

 

   

De oorsprong van tekenen


Dat de Joden een teken (bijvoorbeeld tongen) begeren, is geheel in overeenstemming met de ontwikkeling van Gods Plan, zoals we dat vinden in de Bijbel. In Exodus 4 : 3 – 8 vinden we namelijk de oorsprong van de door God gegeven tekenen. “En Hij zeide: Werp hem [=een staf] ter aarde. En hij wierp hem ter aarde! Toen werd hij tot een slang; en Mozes vluchtte van haar. Toen zeide de Heere tot Mozes: Strek uw hand uit, en grijp haar bij haar staart! Toen strekte hij zijn hand uit, en vatte haar, en zij werd tot een staf in zijn hand. (…) En de Heere zeide verder tot hem: Steek nu uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem; daarna trok hij ze uit, en ziet, zijn hand was melaats, wit als sneeuw. En Hij zeide: Steek uw hand weer in uw boezem. En hij stak zijn hand weer in zijn boezem; daarna trok hij ze uit zijn boezem, en ziet,  zij was weer als zijn ander vlees. En het zal geschieden, zo zij u niet geloven, noch naar de stem van het eerste teken horen, zo zullen zij de stem van het laatste teken geloven.” Hier zien we Mozes, die het volk Israël uit Egypte geleid heeft. Het volk Israël begint in feite met Mozes en niet met Abraham. Abraham, Izak en Jakob zijn de vaders van het volk, en in hun tijd waren zij een nomadisch volk. De natie Israël begint met Mozes, de ‘grote leider’, die hen uit het land Egypte bevrijdt. Hij haalt hen en brengt hen in de wildernis. Wanneer God deze Mozes tot zijn taak roept, vindt Mozes dat vreselijk moeilijk, en in Exodus 4 is hij met de Heere aan het argumenteren. Mozes denkt dat hij het Woord van de Heere heel slecht zal kunnen brengen. De Heere geeft Mozes de tekenen. En bij het tweede teken vinden we de eerste mens in de Bijbel, die ziek wordt. Mozes wordt melaats. En vervolgens stopt hij zijn hand weer in zijn boezem, haalt hem eruit, en hij is genezen! Het teken van genezing begint bij Mozes. De eerste mens, die ziek wordt, en die genezen wordt, is een Jood. Waar waren deze tekenen voor? Kijkt u maar in Exodus 4 : 30 en 31. Het gevolg, dat de kinderen Israëls de tekenen zagen, was dat zij geloofden en aanbaden. Ziet u dat? De geschiedenis van de Joodse natie begint met een teken. Vandaar dat “de Joden begeren een teken”. Eén van de tekenen is het teken van (de gave van) genezing. Geloven wij niet dat God kan genezen? Jazeker wel! Maar wij, Bijbelgelovende Christenen, geloven niet in de gave van genezing voor de Gemeente vandaag de dag, zoals God deze gave gegeven heeft aan de Jood, want ten eerste zijn wij geen Joden, ten tweede prediken wij niet voor de Joden, en ten derde hebben wij geen teken nodig (want “het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken”, zie Matth. 16 : 4). Wij geloven dus wel dat God kan genezen (en het ook doet!), maar wij geloven niet, en de Bijbel leert het ons, in speciale genezers voor de Gemeente van Christus vandaag de dag.

  

In Exodus 15 : 26 staat vervolgens: “En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem van de Heere uw God horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de Heere, uw Heelmeester!” Ziet u in dit gedeelte iets staan over het hebben van geloof? Over het opleggen van handen? Ziet u iets over gebed? Kijk eens nauwkeurig! Het gaat hier puur over werken. ‘Indien u dat doet, zal Ik u genezen, want Ik ben de Heere, uw Heelmeester’. Toen God deze tekenen aan Mozes gaf, als tekenen voor de natie Israël, omdat de ‘Joden begeren een teken’, had het teken van genezing alles te maken met gehoorzaamheid aan God, om alles te doen wat Hij zegt.

 

   

De geschiedenis van tekenen


In Deuteronomium 18 : 18 – 19 staat: “Een Profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broeders, als u; en Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en hij zal tot hen spreken alles, wat Ik Hem gebieden zal. En het zal geschieden, de man, die niet zal horen naar Mijn woorden, die Hij in Mijn Naam zal spreken, van die zal Ik het zoeken.” De Heere spreekt hier door Mozes over de PROFEET JEZUS CHRISTUS! De vervulling van deze profetie vinden we in het Nieuwe Testament (zie Joh. 1 : 46, 4 : 25 en 12 : 29). Jezus Christus is dus de Profeet als Mozes. Jezus Christus heeft dus de tekenen van Mozes! Kijk maar naar Markus 6 : 4 – 6, waar staat: “En Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeëerd, dan in zijn vaderland, en onder zijn verwanten, en in zijn huis. En Hij kon aldaar geen kracht doen; dan Hij legde weinige zieken de handen op, en genas hen. En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof, en ging de vlekken rond daar rondom, lerende.” Hadden de mensen, hier in Markus, geloof? Nee! De Heere Jezus stond verwonderd van hun ongeloof. Alles wat Hij daar kon doen, was enkelen genezen. Dit laat dus zien, dat wanneer iemand de Bijbelse gave van genezing heeft, hij een zieke kan genezen, of deze zieke nu gelooft of niet (zie ook Markus 2 : 5, waar niet gesproken wordt over het geloof van de verlamde zelf. Deze verlamde werd genezen door het geloof van de vier mannen, die hem droegen)! Jezus Christus genas volkomen! Hij maakte geen blunders, ook niet wanneer mensen geen geloof hadden. Indien iemand de Bijbelse gave van genezing zou hebben, dan zou hij (bijvoorbeeld met zijn schaduw) een hele menigte kunnen genezen (Hand. 5 : 15 – 16, Matth. 4 : 23 – 24).

  

De mensen, die tegenwoordig de gave van genezing claimen, passen deze ‘gave’ over het algemeen toe in (grote) zalen, waar over het algemeen ‘gelovigen’ bij elkaar zijn. Men past het toe op de ‘gemeente’, het is dan geen teken voor Israël meer! Daar komt bij dat een veel gehoorde kreet is: “Je moet geloof hebben!” Mensen, die niet genezen, blijven met een schuldgevoel achter. Ze zijn niet alleen niet genezen, maar ze hebben volgens hun (zogenaamde) ‘genezers’ ook geen geloof genoeg! Ook handoplegging en gebed zijn een standaard onderdeel van de genezingsdiensten. Het gaat allemaal lijnrecht in tegen de gave van genezing, die God tot een teken heeft gegeven aan Zijn volk Israël. Het blijkt dan ook dat de hedendaagse genezers vaak nep zijn. Of er wordt een show opgevoerd, of het zijn veelal psychische klachten, die meestal tijdelijk opgelost worden. Fysieke genezingen vinden eigenlijk niet plaats, of er is toch nog vaak een vorm van een genezingsproces aan verbonden. Leest u het verslag van Jezus Christus maar eens in het Evangelie naar de beschrijving van de vier Evangelisten. Jezus Christus genas mensen op straat; waren het er meerderen, dan genas Hij ze allen. En Hij genas ze direct, zonder genezingsproces! Waarom blijven alle genezers van vandaag de dag in de zaal? Waarom blijven ze in de zondagsdienst? Waarom gaan ze niet de straat op? Waarom niet naar het eerste de beste ziekenhuis in de buurt! Zou dat geen groot getuigenis geven, wanneer dat hele ziekenhuis aan het eind van de zondag leeg was? Weet u waarom deze genezers dat niet doen? Heel eenvoudig, omdat zij de Bijbelse gave van genezing niet hebben! De tekenen, waaronder genezing en tongen, zijn voor de Joden, en dan ook nog eens voor de ongelovigen onder hen!

 

   

Waar wordt in de Bijbel in tongen gesproken?


De plaatsen in de Schrift, waar werkelijk in tongen gesproken wordt, zijn Handelingen 2, 10 en 19. In geen enkele andere Schriftplaats is vermeld dat iemand in (Bijbelse) tongen spreekt. Ja, in 1 Korinthe moet Paulus de Korinthiërs vermanen, omdat zij een gave van tongen gebruiken die on-Bijbels is; in ieder geval de manier van gebruik is in Korinthe on-Bijbels! Daar zullen we verderop nog meer van zien. De plaatsen waar tongen op een Bijbelse wijze voorkomen, en deze niet door de Heere bekritiseerd worden, zijn te vinden in Handelingen 2, 10 en 19. In Handelingen 2 zijn de tongen/talen een teken voor ongelovige Joden, die (nog) niet geloven dat Jezus Christus hun Messias is. Teksten daarvan hebben we alreeds gezien.

  

In Handelingen 10 zijn tongen/talen een teken voor Joden die niet geloven dat heidenen de Heilige Geest kunnen ontvangen. In Handelingen 10 : 44 – 47 staat: “Toen Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden. En de gelovigen, die uit de besnijdenis waren, zoveel als er met Petrus waren gekomen, ontzetten zich, dat de gave van de Heilige Geest ook op de heidenen uitgestort werd. Want zij hoorden hen spreken met vreemde talen, en God groot maken. Toen antwoordde Petrus: Kan ook iemand het water weren, dat dezen niet gedoopt zouden worden, die de Heilige Geest ontvangen hebben, zoals wij?” De gelovigen uit de besnijdenis stonden daar en zagen dat de Heilige Geest uitgestort werd op de heidenen. De Heilige Geest werd daar gegeven aan de heidenen, en zij spraken daarbij in tongen, omdat deze Joden niet geloofden dat een heiden de Heilige Geest zou kunnen ontvangen zonder de Joodse waterdoop van Handelingen 2 : 38. In Handelingen 10 ontvangen de heidenen de Heilige Geest dus voordat ze gedoopt worden. Lees de laatste verzen van Handelingen 10 nog eens door. Die heidenen worden niet eerder gedoopt in water, totdat zij behouden zijn en de Heilige Geest hebben ontvangen.

  

De volgende passage waar in tongen/talen gesproken wordt, is Handelingen 19 : 1 – 8. We zien dat Paulus daar discipelen van Apollos ontmoet, en hij vraagt of zij de Heilige Geest ook ontvangen hebben. Zij hebben zelfs nog niet gehoord van de Heilige Geest. Dan vraagt Paulus: “Waarin zijt gij dan gedoopt?” En zij antwoorden hem: “In de doop van Johannes.” Vervolgens zegt Paulus: “Johannes heeft wel gedoopt de doop der bekering, zeggende tot het volk dat zij geloven zouden in Hem, Die na Hem kwam, dat is, in Christus Jezus.” Paulus predikt hen Christus, zij geloven in Christus en worden gedoopt, en dan spreken zij in tongen. Waarom spreken zij daar in tongen? Tongen is een teken voor de ongelovige Joden. De context van Handelingen 19 maakt duidelijk dat het hier gaat om Joodse mannen. Vers 8 spreekt bijvoorbeeld over de “synagoge”. “De Joden begeren een teken”, en “tongen (vreemde talen) zijn tot een teken”. De tongen zijn in de Schrift niet één keer voor een gelovige uit de heidenen, een Christen. Elke keer dat deze gave naar voren komt, is het een gave, een teken, voor een ongelovige Jood.

 

   

Tongen: ook een teken van komend oordeel en herstel


“In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere. Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; en de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven” (1 Korinthe 14 : 21, 22). Deze passage vertelt ons het Bijbelse doel van de tongen. Dit is, zoals we alreeds gezien hebben: “Tongen/talen zijn tot een teken”. En het is niet voor de gelovigen, maar voor de ongelovigen (en dan ook nog eens voor de ongelovige Joden! Zie 1 Kor. 1 : 22). Vers 21 van 1 Korinthe 14, waar staat: ‘in de wet is geschreven’, is een verwijzing naar Deuteronomium 28 : 49 en Jesaja 28 : 11 – 13. Zo brengt het Nieuwe Testament, in de brieven van Paulus, tongen nog in verbinding met Oudtestamentische profetie. In deze teksten staat achtereenvolgens: “De Heere zal tegen u een volk verheffen van verre, van het einde der aarde, zoals een arend vliegt; een volk, welks spraak gij niet zult verstaan” (Deut. 28 : 49) en: “Daarom zal Hij door belachelijke lippen, en door een andere tong tot dit volk spreken; tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust, geeft de moeden rust, en dit is de verkwikking; doch zij hebben niet willen horen. Zo zal hun het woord des Heeren zijn: gebod op gebod, gebod op gebod, regel op regel, regel op regel, hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengaan, en achterwaarts vallen, en verbreken, en verstrikt en gevangen worden” (Jes. 28 : 11 – 13). Deze passage vertelt dat God mensen tot de Joden zal laten spreken (‘tot dit volk’) door een andere tong. Toch zullen ze niet luisteren, ze zullen achterover vallen en verbreken en gevangen worden. Met andere woorden: het oordeel zal volgen. Vreemde talen zijn voor het volk Israël dus ook een verwijzing naar het feit dat God gaat oordelen.

  

Ziet u overigens hoe hier ‘achterover vallen’ in de Bijbel niets te maken heeft met ‘in de Geest zijn’, zoals men wel beweert binnen bepaalde Charismatische kringen? Achterover vallen heeft in de Bijbel te maken met het komende oordeel van God, waardoor de ongehoorzame getroffen wordt! Denk hier ook aan de oude Eli, die, nadat hij zijn zonen liet zondigen in het Huis des Heeren, achterover viel, zijn nek brak en stierf, toen hij hoorde dat de Filistijnen de ark van de Heere veroverd hadden (1 Sam. 4 : 18). En dan te bedenken dat ze in de bepaalde kringen om de haverklap achterover vallen! Ik weet dat deze passage eigenlijk gericht is aan het Joodse volk, maar daar de kerk en gemeente van vandaag de dag vaak passages voor Israël op zichzelf betrekt (de ‘tongentaal’ bijvoorbeeld), zo betrekken wij, geheel in hun lijn, nu ook deze passage op de gemeente van vandaag de dag. Ook deze passage gaat immers over tongen? In feite brengt men door het zogenaamde ‘achterovervallen in de Geest’ uit vrije wil tot uitdrukking dat men onder het oordeel van God valt! Dat laat ons de Schrift, het Woord van God Zelf, zien!

  

Tongen zijn dus ook een teken dat oordeel aankondigt! In Handelingen 2 zien we dat als gevolg van de prediking van Petrus vele Joodse mensen tot geloof komen (Hand. 2 : 41). Het Woord van God klinkt: “Deze Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn. Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort. Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand. Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten. Zo wete dan zeker het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die gij gekruisigd hebt” (Hand. 2 : 32 – 36). Velen worden overtuigd en bekeren zich. De eerste mensen die toetreden tot het Lichaam van Christus, de Gemeente, zijn dus Joodse mensen. Maar het Joodse volk als geheel? Is het hele Joodse volk tot geloof gekomen op de Pinksterdag? Nee, dat is niet gebeurd. Het Joodse volk als natie, bij monde van hun leiders, verwerpen dat de Heere Jezus hun Messias is. Stéfanus mag hun het Evangelie nóg eens uitleggen, maar de harten zijn verhard (Hand. 7 : 54 – 60). Wanneer het Joodse volk de Heere alsnog had aangenomen, dan was Jezus Christus teruggekomen om Zijn Koningschap te aanvaarden. Hij stond al klaar om Zijn terugreis te aanvaarden (Hand. 7 : 55). Pas na de uiteindelijke verwerping van de Messias door het Joodse volk, gaat het Evangelie door, via Samaría naar de heidenen (Hand. 8 en 10). Zo vergadert Jezus Christus nu een Gemeente, bestaande uit Joden en heidenen, die Hem hebben aangenomen als hun Verlosser (Gal. 3 : 27, 28). De Joden kregen toen een teken: tongen; maar de natie nam haar Messias niet aan, terwijl zij wel gewaarschuwd was.

  

De Heere Jezus, Die door het Joodse volk gekruisigd is, is nu in de hemel, verheerlijkt aan de rechterhand van God. Zijn vijanden (zowel Jood als heiden, die niet tot bekering komt) zullen tot een voetbank aan Zijn voeten worden. Daarom waarschuwde Petrus in vers 40, in deze context, de Israëlietische mannen: “Wordt behouden van dit verkeerd geslacht!” (…van het oordeel dat over hen gaat komen). Het bewijs (teken) dat dit oordeel zal komen, was het feit dat Jezus “heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort (tongen)” (Hand. 2 : 33). Tongen waren een teken voor de Joden, die hun Messias hadden verwond en gedood, een teken dat Gods oordeel er aan zou komen. Maar tevens verwijst dit naar de profetie van Joël, dat in de laatste dagen vele wondertekenen zullen gebeuren aan het volk Israël. Petrus haalt in Handelingen 2 : 17 – 21 namelijk een gedeelte uit de Profeet Joël aan. De profeten in het Oude Testament profeteerden echter aan Israël! En wanneer u Joël leest, ziet u dat de profetie, die Petrus aanhaalt (Joël 2 : 28), pas in vervulling gaat na de Grote Verdrukking (de dag des Heeren, zie de context in Joël). Dan is de Gemeente, de gelovigen, verzameld uit Joden en heidenen gedurende deze Gemeente-bedeling, allang verenigd met de Heere Jezus Christus. De Opname van de Gemeente vindt namelijk plaats vóór de Grote Verdrukking (1 Thess. 1 : 10). Dat betekent dus dat de dromen, en de profetieën, de wondertekenen, waar Joël en Handelingen 2 over spreken, voorbehouden zijn tot een teken aan het volk Israël, dat dan massaal tot bekering komt en geheel behouden wordt (Rom. 11 : 25, 26). Met de Pinksterdag niet, maar in de toekomst wel! Dan zal Jezus Christus wederom opstaan, dan zal Hij terugkomen om als Koning te heersen over het aardse Koninkrijk Israël: het Duizendjarig Vrederijk! Jezus Christus is niet de Koning van de Gemeente, Hij is het Hoofd van de Gemeente; Jezus Christus zal de Koning van Israël zijn (de Gemeente-leden zullen als koningen met Hem heersen)!

 

   

De merktekenen van een apostel


Wanneer we naar 2 Korinthe 12 : 12 kijken, komen we erachter dat er ook een valse gave van tongen is. De tekenen (waaronder de tongen) zijn Joodse tekenen, gegeven aan Joodse apostelen, en ze zijn voor de Joden. In de bewuste tekst staat: “De merktekenen van een apostel zijn onder u betoond in alle lijdzaamheid, met tekenen, en wonderen, en krachten.” U ziet dus dat de Bijbel de tekenen (waaronder tongen! Zie 1 Kor. 14 : 22), en de wonderen, en de krachten, omschrijft als merktekenen van een apostel (zie ook Hand. 2 : 43 en Hand. 5 : 12)! Wanneer men de apostolische kerk wil nabootsen, dan zal men dus de merktekenen moeten nabootsen! Er zijn binnen het Christendom twee grote stromingen, die u proberen te laten geloven dat zij gefundeerd zijn op de ‘apostolische kerk van de Bijbel’. Uiteindelijk geven zij daarmee aan dat bij hen de uiteindelijke autoriteit, het hoogste gezag, wat betreft geloofszaken te vinden is, in plaats van in het Woord van God. De ene stroming beweert apostolisch te zijn, omdat zij de apostolische gaven zegt te hebben; de andere stroming beweert apostolisch te zijn, omdat zij menen dat hun kerk gebouwd is op de apostel Petrus. Het betreft hier de Charismatische beweging (die overigens door allerlei kerken, gemeenten en kringen heengaat) en de Rooms-katholieke Kerk. Wanneer u dit beseft, snapt u misschien ook waarom vandaag de dag de Evangelischen/Protestanten samengaan met de Rooms-katholieke Kerk, althans in ieder geval openstaan voor de ideeën van Rome (denk aan de Evangelische Omroep en de Evangelische Alliantie). Beide stromingen, zowel de Charismatischen als de Rooms-katholieken, proberen om het apostolische gezag na te doen, te vervalsen, en proberen u daarmee weg te halen van de Bijbel, Gods Woord. Misschien niet altijd bewust, maar toch…


   

Werkt de gave van tongen vandaag de dag nog steeds?


“De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieën, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen (tongen), zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden” (1 Korinthe 13 : 8). Wat we nu zullen gaan zien, aan de hand van het Woord van God Zelf, is dat, wanneer het Nieuwe Testament gereed is gekomen, ja, wanneer het boek Handelingen gereed is gekomen, dat de apostolische tekenen verdwijnen en niet meer terugkomen. Wanneer deze tekenen verdwijnen, heeft zelfs de grootste apostel der heidenen deze tekenen niet meer. In 1 Timótheüs 5 : 23 vinden we: “Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijn, om uw maag en uw menigvuldige zwakheden.” Wat staat daar? Daar vertelt Paulus aan Timótheüs om een weinig wijn te nemen als medicijn, wanneer hij last heeft van zijn maag. Waarom geneest Paulus Timótheüs niet gewoon? Weet u dat Paulus mensen kon genezen, door zijn zweetdoeken en gordeldoeken naar hen te laten brengen (Hand. 19 : 12)? Realiseert u zich dat Paulus mensen uit de dood deed opstaan, zoals hij dat deed bij Eutychus (Hand. 20 : 9)? Realiseert u zich dat Paulus mensen kon genezen door naar ze te kijken en met ze te praten (Hand. 14 : 10)? Paulus kon zijn metgezel Timótheüs (in ca. 65 na Chr.), nadat de gebeurtenissen van het boek Handelingen voltooid waren (ca. 63 n. Chr.), niet genezen. Kijk ook eens naar de tekst 2 Timótheüs 4 : 20: “Erástus is te Korinthe gebleven; en Trófimus heb ik te Miléte krank gelaten.” Kon Paulus hem niet genezen? Had Trófimus soms niet genoeg geloof? In Handelingen 16 bidden Paulus en Silas in de gevangenis, er komt een aardbeving en alle deuren van de gevangenis worden geopend. In Handelingen 28 kan Paulus niet uit de gevangenis komen. In 2 Korinthe 12 : 7 – 9 vinden we dat Paulus een doorn in het vlees gegeven is. En de Heere haalt dit niet van Paulus weg! Zie vers 10: “Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden…” Paulus had gedurende zijn leven een ziekte, en hij kon niet genezen worden. Paulus had gedurende zijn reizen zelfs een arts bij zich: “Lukas, de medicijnmeester, de geliefde” (Kol. 4 : 14). Waarom kon Paulus niet genezen worden? De tekenen werden door God gebruikt in Zijn handelen met Zijn volk Israël! En in het boek Handelingen handelt God in de eerste plaats nog met Zijn volk Israël! U hebt in de paragraaf ‘Waar wordt in de Bijbel in tongen gesproken’ kunnen zien dat iedere keer wanneer er sprake was van tongen, dat God ‘ongelovige’ Joden van een heilsfeit wilde overtuigen. Wij hebben hier niet gezegd dat God Paulus niet kon genezen, maar Hij deed het in Zijn wijsheid niet! Kan God niet genezen? Natuurlijk wel, maar de gave van genezing is verdwenen! Er zijn in deze tijd dus geen (gebeds)genezers meer, die handelen in opdracht van de God van de Bijbel. Waarom is de gave van genezing verdwenen? Omdat het een teken is. De gave van tongen is verdwenen. Waarom? Omdat het een teken is. De wonderen, tekenen en krachten, zijn “merktekenen van een apostel” (2 Kor. 12 : 12).

  

We hebben gezien dat de merktekenen tijdens het leven van de apostelen verdwenen. Maar er zijn ook geen nieuwe apostelen meer bijgekomen! In het begin van Handelingen zien we dat de lege plaats van Judas wordt opgevuld door Matthías (Hand. 2 : 23 – 26). Later in Handelingen (Hand. 12 : 2) lezen we dat de apostel Jakobus gedood wordt, en we lezen nergens dat zijn plaats als apostel door iemand ingenomen wordt! Vervolgens lezen we dat Paulus in 1 Kor. 4 : 9 onder andere zegt: “…ons, die de LAATSTE apostelen zijn, …”. De apostelen zijn verdwenen: De merktekenen van een apostel zijn dus voorgoed verdwenen.

  

We hebben gezien dat de “merktekenen van een apostel” verdwenen zijn. Zo ook de gave van tongen. We hebben echter gezien dat tongen tevens een teken zijn van komend oordeel voor de Joden. Maar ook dát oordeel is alreeds gekomen! We weten dat er nog een Grote Verdrukking komt, maar hét oordeel, voor het feit dat de Joden hun Messias verworpen hebben, heeft alreeds plaatsgevonden! Toen dit oordeel gekomen was, was het doel van de tongen vervuld, en zij hielden op. Maar wanneer is of was dat oordeel dan? Laten we eens in de Bijbel kijken door Schrift met Schrift te vergelijken:

 

“Toen nu de koning dat hoorde, werd hij toornig, en zijn legers zendende, heeft die doodslagers vernield, en hun stad [Jeruzalem] in brand gestoken” (Matth. 22 : 7).

 

“En toen Hij nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in deze uw dag, wat tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een wal rondom u zullen opwerpen, en u zullen omsingelen, en u van alle zijden benauwen; en u tot de grond zullen neerwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u de ene steen op de andere steen niet laten; daarom dat gij de tijd van uw bezoeking niet bekend hebt” (Luk. 19 : 41 – 44).

 

“Maar wanneer gij zien zult, dat Jeruzalem door heerlegers omsingeld wordt, zo weet alsdan, dat haar verwoesting nabij gekomen is. Want deze zijn dagen der wraak, opdat alles vervuld worde, dat geschreven is. En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards, en gevankelijk weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn” (Luk. 21 : 20, 22, 24).

 

Al deze passages verwijzen naar het jaar 70 na Chr. De Joden verwierpen en doodden hun Messias, en God stuurde het oordeel door Romeinse soldaten Jeruzalem te laten verwoesten. De tongen waren voor de ongelovige Joden een teken, dat deze dingen zouden gaan gebeuren. Zij konden zich bekeren, maar deden het niet. Toen het oordeel gekomen was, was het doel van de tongen vervuld en hielden de tongen op. Dit is iets wat ook heel duidelijk uit de kerkgeschiedenis blijkt. Na 70 na Chr. zijn er geen mensen meer die in tongen spreken, althans niet de Bijbelse tongen, die van de Heere God afkomstig zijn!

 

   

Wat zijn dan de ‘tongen’ die men vandaag de dag spreekt?


Indien Bijbelse tongen talen waren, en de ‘tongen’ van vandaag de dag geen talen zijn; indien de “merktekenen van een apostel” verdwenen zijn, en indien de Bijbelse tongen in ca. 70 na Chr. ophielden te bestaan, wat zijn dan de zogenaamde ‘tongen’, die men vandaag de dag beweert te spreken? Er zijn twee verklaringen voor de zogenaamde ‘tongentaal’ die men heden ten dage hoort. Ten eerste is er een natuurlijke verklaring, maar er is ook een bovennatuurlijke (geestelijke) verklaring.

  

Allereerst de natuurlijke verklaring. In de Evangelische/Charismatische beweging worden mensen vandaag de dag ertoe aangezet om te spreken in tongen. Ze moeten het maar proberen! Wanneer we de Bijbel goed lezen, dan zien we dat de mensen, die in de Bijbel in tongen spraken, er helemaal geen moeite voor deden, ze zochten er niet eens naar: het gebeurde gewoon! Zo zijn er zelfs boeken te krijgen waarin je ‘tongen’ zou kunnen leren. Maar ziet u dat er hier helemaal geen sprake meer is van een bovennatuurlijke, geestelijke, gave van God? De ‘tongen’ zijn iets geworden, dat je kunt leren. Nergens in de Bijbel wordt er iemand toe aangezet om tongen te leren, het overkwam hen gewoon: het was een gave van God.

  

Ten tweede de geestelijke verklaring. Alhoewel Bijbelse tongen altijd talen waren, is er vandaag de dag klaarblijkelijk een andere soort ‘tongen’ in de wereld aanwezig, maar deze soort is verre van Bijbels. Deze soort ‘tongen’ is een extatische uiting; er is dus geen sprake van (een) echt bestaande (taal/)talen. Maar waar wordt deze andere soort ‘tongen’ gevonden? Het wordt niet alleen onder de Charismatischen gevonden, maar tevens onder de aanhangers van valse religies. Extatische uitingen zijn vandaag de dag heel gewoon onder Moslims, Eskimo’s, Boeddhisten, en tevens onder occultisten. Indien deze ‘tongen’ de Bijbelse gave van tongen zou zijn: geeft God deze gave dan ook aan navolgers van heidense religies, cultussen en het occultisme? Nee. Jezus Christus geeft de geestelijke gaven alleen aan mensen binnen de Gemeente, die behoren tot Zijn Lichaam (Ef. 4 : 8, 11, 12 en 1 Kor. 12 : 28). Omdat dit soort ‘tongen’ dus ook bestaat buiten de Christelijke Gemeente, kunnen deze ‘tongen’ dus niet de Bijbelse gave van tongen zijn. Dezelfde valse geest die de mensen in de valse religies misleidt, misleidt ook de ‘Christenen’ binnen de Charismatische beweging en andere gemeenten waar men deze praktijken uitvoert (1 Kor. 10 : 20). “Doch de Geest zegt duidelijk, dat in de laatste tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, zich begevende tot verleidende geesten, en leringen der duivelen” (1 Tim. 4 : 1).

  

De tongen van vandaag de dag zijn dus een vervalsing, een soort namaak tongen! Van alles is er eigenlijk een vervalsing. Laten we 2 Thessalonicensen 2 : 9 eens bekijken: “Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen.” Deze passage gaat over de antichrist. Lees het gedeelte maar vanaf vers 1. Deze passage gaat over de tijd wanneer de antichrist zal komen. De Bijbel vertelt u dat hij zal komen met “alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen.” Wanneer de antichrist dus komt, komt hij met leugenachtige krachten, wonderen en tekenen. Ziet u dat? Tekenen, tekenen en nog eens tekenen! De antichrist heeft de zogenaamde ‘apostolische tekenen’. Gelooft u het nog niet? Laten we dan eens naar 2 Korinthe 11 gaan. Lees 2 Korinthe 11 : 4 eens, en wat staat daar? Daar geeft de Bijbel zelf aan dat er mensen zijn, die ‘een andere Jezus’ prediken, en dat gelovigen ‘een andere geest’ kunnen ontvangen! Niet de Heilige Geest, maar ‘een andere geest’. Er is dus meer dan één Jezus, en er is dus meer dan één geest! Laten we ook de verzen 13 tot 15 eens lezen: “Want zulke valse apostelen zijn bedriegelijke arbeiders, zich veranderende in apostelen van Christus. En het is geen wonder; want de satan zelf verandert zich in een engel des lichts. Zo is het dan niets groots, indien ook zijn dienaars zich veranderen, als waren zij dienaars der gerechtigheid; van wie het einde zal zijn naar hun werken.” Heeft u het gezien? Dienaars – ZIJN (SATANS) DIENAARS! Namaak! Vervalsingen!  Zo zien we dus dat in de laatste dagen, voor de tweede komst van de Heere Jezus Christus, er vervalste tekenen komen: mensen die claimen de apostolische gaven te hebben, mensen die claimen apostelen te zijn, maar zij hebben de Bijbelse apostolische gaven niet en zij zijn geen apostelen! Openbaring 2 : 2 zegt: “…en dat gij de kwaden niet kunt verdragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die voorgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden.”

 

   

Bijbelse grenzen aan Bijbelse tongen


Zelfs het gebruik van de Bijbelse tongen werd door de Bijbel zelf beperkt. We hebben gezien dat de ‘merktekenen van een apostel’ aan het eind van het boek Handelingen verdwenen zijn. Aan het begin van de gemeente-periode kwamen deze tekenen dus wel degelijk voor. Zij geschieden met name door de hand van de apostelen, als teken voor de ongelovige Joden. De laatst genoemde wonderen in het Nieuwe Testament – de genezingen op het eiland Malta (Hand. 28 : 7 – 10) – gebeurden rond het jaar 62 na Chr. Vanaf 62 tot 96 na Chr., toen Johannes het boek Openbaring afsloot, wordt er geen melding gemaakt van wonderen. Gaven van krachten, tekenen (zoals tongen) en genezingen worden alleen in 1 Korinthe genoemd, één van de eerste brieven. In twee latere brieven, Efeze en Romeinen, wordt uitvoerig gesproken over de gaven van de Geest, maar er wordt met geen woord gesproken over de gaven van krachten, tekenen en wonderen. In die tijd werden wonderen al gezien als iets dat tot het verleden behoorde (Hebr. 2 : 3 – 4). Het gezag en de boodschap van de apostelen en het Woord Gods hadden geen verdere bevestiging meer nodig. Voor het einde van de eerste eeuw was het Nieuwe Testament geschreven en dit werd in alle gemeenten gelezen. De openbarende gaven waren verdwenen, want ze dienden geen enkel doel meer. Juist omdat deze tekenen, waaronder ook tongen, aan het begin wel voorkwamen, waren er regels nodig! De Heere God heeft die dan ook in Zijn Woord opgenomen, en jawel, in die vroege, eerste brief aan Korinthe. “En zo iemand een vreemde taal spreekt, dat het door twee, of ten hoogste drie geschiede, en bij beurte; en dat één het uitlegge. Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de gemeente; doch dat hij tot zichzelf spreke, en tot God” (1 Kor. 14 : 27 – 28). Deze passage laat heel duidelijk zien dat er grenzen waren aan het gebruik van de gave van tongen binnen de gemeente: 

  •     Ten eerste: er mochten er niet meer dan drie spreken.
  •     Ten tweede: er mocht er slechts één tegelijk spreken. 
  •     Ten derde: er moest uitleg plaatsvinden, of er moest helemaal niet in tongen gesproken worden. 

Paulus voorzag dat uit het onjuist gebruik van Gods gaven een chaos binnen de gemeente zou ontstaan: “Indien dan de gehele gemeente bijeen vergaderd ware, en zij allen in vreemde talen sprake, en enige ongeleerden of ongelovigen inkwamen, zouden zij niet zeggen dat gij uitzinnig waart?” (1 Kor. 14 : 23). Waarom gaat het spreken in de eigen bekende taal boven het spreken in tongen? “Maar ik wil liever in de gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tien duizend woorden in een vreemde taal” (1 Kor. 14 : 19).

 

   

Het gebruik van vervalste tongen leidt tot Christenen, die onder de macht van de boze staan.


In vele Charismatische groepen worden de drie (of in ieder geval één van de drie) genoemde beperkingen tegenwoordig regelmatig geschonden. Meestal staan er meer dan drie voor in de gemeente in een kring in ‘tongen’ te spreken. Of de hele gemeente doet dapper mee, en meestal wordt er helemaal niets uitgelegd! Daarmee gaan ze regelrecht tegen het Woord van God in. Ten eerste verwerpen ze Gods Woord, daar waar de Heere zegt dat de tongen zullen ophouden, en daar waar duidelijk uit de Bijbel blijkt dat dat geldt voor de tijd waarin wij leven. Ten tweede verwerpen zij Gods Woord, daar waar de Heere, voor de tijd dat er wel tongen waren, regels gaf waaraan men zich moest houden! De mens wil gewoonweg niet luisteren, en volgt zijn eigen weg. Het resultaat is geestelijke verwarring. Men spreekt een geestelijke war-taal, die ook binnen occulte kringen te vinden is. Daar waar we ons openstellen voor bovennatuurlijke machten die niet van God afkomstig zijn, stellen we ons open voor de geestelijk negatieve wereld van de satan en zijn antichrist: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld, van de duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht” (Ef. 6 : 12). Natuurlijk zijn er ook onder de Charismatischen oprechte gelovigen, mensen die Jezus Christus hebben aangenomen. Maar er is zoveel mis- en verleiding, wat mensen uiteindelijk afhoudt van het Woord van God Zelf, en men wordt op de eigen ervaring gericht.

   

Er zijn vele verzen in de Bijbel die door de Charismatische leiders vandaag de dag verkeerd uitgelegd worden. We zullen enkele van deze verzen eens bekijken.

 

   

Het bidden in de Geest: “Maar geliefden, bouwt gij uzelf op uw allerheiligst geloof, biddende in de Heilige Geest” (Judas 1 : 20). De Charismatische leer zegt hier in het algemeen dat het bidden in de Geest verwijst naar het spreken in tongen. Maar de Bijbel vertelt ons ook om te wandelen in de Geest (Gal. 5 : 16). Indien ‘bidden in de Geest’ betekent: bidden in tongen, dan moet ‘wandelen in de Geest’ betekenen: wandelen in tongen. Het wandelen in de Geest, betekent in overeenstemming met de leiding van de Heilige Geest wandelen. Zo betekent bidden in de Geest, bidden in overeenstemming met de leiding van de Heilige Geest. De Heilige Geest zal ons leiden in onze gebeden, Hij zal ons gebedsonderwerpen op het hart leggen. Wanneer we die leiding volgen, bidden we in de Geest. Dit vers heeft dus helemaal niets van doen met het spreken (of bidden) in tongen.

  

Tongen van engelen: “Al ware het, dat ik de talen (tongen) der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden” (1 Kor. 13 : 1). De algemene Charismatische uitleg is hier, dat tongen een hemelse gebedstaal is, die door engelen gesproken wordt. We moeten onderscheid maken tussen het woord ‘tong’ en het woord ‘tongen’. Of anders gezegd: we moeten onderscheid maken tussen ‘een taal’ en ‘meerdere talen’. Wanneer men dus beweert dat tongen/talen (meervoud) één hemelse gebedstaal (enkelvoud) is, dan beweert men dus al onzin! Dan zou het namelijk moeten zijn: ‘Tongen zijn hemelse gebedstalen (meervoud)’. Maar dat is nu net hetgeen wat niemand zegt. Men gebruikt het woord ‘tong’ alsof het hetzelfde zou zijn als het woord ‘tongen’. De bewuste passage spreekt over ‘tongen’ (meervoud), en niet over ‘tong’ (enkelvoud). Het zegt: ‘tongen/talen der mensen en der engelen’. Er zijn dus tongen/talen van mensen (meervoud) en er zijn tongen/talen van engelen (meervoud). Deze passage zegt dus niet dat engelen met ‘één tong’, met één taal spreken. Het zegt dat engelen in tongen spreken. Engelen spreken meer dan één taal! Zo zien we dus dat deze passage ook niet beweert dat engelen een hemelse taal spreken. Wat zegt de passage dan? Het zegt, dat wanneer ik in staat zou zijn om met alle talen te spreken, waarmee een mens zou kunnen spreken, en zelfs met alle talen zou kunnen spreken, die engelen kunnen spreken, maar indien ik de liefde niet had, maakte ik alleen maar een hoop kabaal (extatische uiting!). Dit vers toont aan dat de liefde veel belangrijker is dan het spreken in tongen (talen).

  

Geen mens verstaat het: “Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet voor de mensen, maar voor God; want niemand verstaat het, doch met de geest spreekt hij verborgenheden” (1 Kor. 14 : 2). “Want indien ik in een vreemde taal bid, mijn geest bidt wel, maar mijn verstand is vruchteloos” (1 Kor. 14 : 14). De Charismatische uitleg van deze teksten is over het algemeen, dat spreken in tongen een privé-gebedstaal is. Verder wordt dan gezegd dat de tongen, waarvan hier gesproken wordt, geen talen kunnen zijn, omdat niemand ze kan verstaan. Wanneer u deze twee teksten op zich bekijkt, zou u dat inderdaad kunnen concluderen. Maar in dit gedeelte zien we hoe belangrijk het is om naar de context van een Bijbelgedeelte te kijken. Leest u 1 Kor. 14 : 1 – 21 maar eens. Ziet u hoe de teksten binnen de Charismatische uitleg uit hun verband gehaald worden? Deze teksten zeggen helemaal niets over een privé-gebedstaal, die niet verstaan kan worden. Nee, Paulus laat hier zien, door de Heilige Geest ingegeven, hoe nutteloos het is om te spreken in een taal die niet bekend is voor de toehoorders. De context gaat over onderwijs en opbouw (stichting). Hoe kan een onbekende taal een gemeente opbouwen? Dat kan niet, en daarom spreekt zo iemand niet tot opbouw van de gemeente, de enigste die weet wat hij zegt is God Zelf. Daarom verbood Paulus het spreken in tongen indien er geen uitleg aanwezig was (1 Kor. 14 : 28).

  

Onuitsprekelijke zuchtingen: “En evenzo komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen” (Rom. 8 : 26). De Charismatische uitleg van deze tekst luidt: omdat we vaak niet weten waarvoor we moeten bidden, moeten we maar in tongen spreken, zodat de Heilige Geest door ons heen kan bidden, hetgeen gebeden moet worden. Spreekt dit vers daar echter over? Nee! Deze passage zegt dat de Heilige Geest VOOR ons bidt, en niet ‘door’ ons. Verder zegt dit vers dat het gaat om zuchtingen, die onuitsprekelijk zijn; ze zijn dus niet uit te spreken! En bij tongen gaat het juist om talen die uitgesproken worden! Daarom kan dit vers nooit een verwijzing zijn naar tongen. Maar wat zegt dit vers ons dan? Het zegt gewoon letterlijk wat er staat: omdat wij niet altijd weten waar we voor moeten bidden, bidt de Heilige Geest voor ons bij de Vader. Zijn zuchtingen zijn onuitsprekelijk.

  

Sticht zichzelf: “Die een vreemde taal spreekt, die sticht zichzelf; maar die profeteert die sticht de gemeente” (1 Kor. 14 : 4). De gangbare uitleg van de Charismatische leer houdt in dat tongen een privé-gebedstaal is, die de gelovige sterkt en sticht. Het is echter interessant om op te merken dat 1 Korinthe 14 geschreven is om de Korinthiërs terecht te wijzen voor hun misbruik van de gaven, met name de gave van tongen. De Korinthiërs gebruikten de gave van tongen om zichzelf in het centrum te stellen, en de omgeving te laten zien hoe geestelijk ze wel waren. Paulus bestraft hen en vertelt hen dat dit niet tot opbouw is voor anderen binnen de gemeente (1 Kor. 14 : 12, 26). Het ‘sticht zichzelf’ geeft dus eerder de egoïstische houding aan van het verkeerd gebruik van tongen in de gemeente.

  

De tekenen zullen hen volgen, die geloven: “En Hij zeide tot hen [de elf discipelen]: Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen. Die geloofd zal hebben, en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden. En hen, die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden” (Markus 16 : 15 – 18). Deze tekst vormt vaak een bewijstekst voor de Charismatischen, en anderen, die het Woord van God uit de context halen. Meestal claimt men de gave van genezing en de gave van tongen. Bij de andere zegt men bijvoorbeeld: ‘Als je per ongeluk gif drinkt, zul je niet sterven’. Bijna nooit wordt gesproken over het opnemen van slangen. Maar in deze teksten is geen sprake van ‘per ongeluk’! Vele oprechte Christenen die per ongeluk gif binnen hebben gekregen, via de mond of een beet van een slang, zijn gestorven. De Bijbel noemt hier namelijk heel duidelijk 5 merktekenen, die de gelovigen zullen volgen! Maar de gelovigen, van alle tijden, zijn lang niet allemaal in staat om mensen te genezen, in tongen te spreken of duivelen uit te werpen. Vele gelovigen, ook Charismatische gelovigen, zijn ziek. Velen sterven door vergif. Deze beloften gelden dus niet voor alle gelovigen in alle tijden. Wanneer we dan naar de Bijbelse context in zijn geheel kijken, dan zien we dat deze tekenen golden voor één bepaalde groep: de apostelen. En zoals uit het boek Handelingen op vele plaatsen blijkt, deden de apostelen deze dingen dan ook. Deze ‘merktekenen van een apostel’, zoals Gods Woord ze Zelf omschrijft, vonden bij de apostelen met betrekking tot het volk Israël plaats, tijdens de periode van het boek Handelingen, en daarna niet meer! Markus 16 : 15 – 18 wordt dan ook niet voor niets gesproken tot de elf discipelen! En de Heere heeft de apostelen bevestigd, zoals staat in Markus 16 : 20 (zie ook Hebr. 2 : 4).

  

Door Wiens striemen gij genezen zijt: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij aan de zonden afgestorven zijnde, voor de gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt” (1 Petr. 2 : 24). Deze tekst wordt door de Charismatischen vaak gebruikt om sterke nadruk op de gave van genezing te leggen. Maar wat is de betekenis van ‘genezen’ in de context van deze tekst? In dit gedeelte, zowel de verzen ervoor als erna, is er totaal geen sprake van één of andere lichamelijke genezing. In dit vers staat dat Jezus Christus aan het kruis onze zonden heeft weggedragen, er staat niet: ‘onze ziekten’. Deze tekst zegt niet dat de gelovigen in lichamelijke gezondheid zullen leven, maar gelovigen zullen voor de gerechtigheid leven! En dat is heel wat anders! Tevens staat er dat wij zijn genezen! Jezus Christus heeft onze, door zonde verziekte, ziel genezen! Ook wanneer we naar de context van de hele Bijbel kijken, dan vinden we dat onze ziel inderdaad, door het aannemen van het volbrachte werk op Golgotha, verlost is. Tevens vinden we dan dat onze lichamen deze verheerlijkte staat nog niet bereikt hebben. Romeinen 8 : 23 zegt bijvoorbeeld: “En niet alleen dit, maar ook wij zelf, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelf, zeg ik, zuchten in onszelf, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.” Tevens weten wij dat de Heere Jezus kan mee-lijden met ons, Hij weet wat verzoeking betekent (Hebr. 4 : 15). Dat houdt in dat Hij onze verzoekingen, ziekte bijvoorbeeld, dus niet altijd van ons afneemt. Hij lijdt met ons mee, Hij ondersteunt ons en schenkt ons vertroosting, maar in dit leven hebben wij geen garantie van lichamelijke gezondheid.

  

Zalving en gebed: “Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren. En het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden” (Jak. 5 : 14 – 15). Ten eerste merken we hier op dat er géén sprake is van handoplegging! In vele Charismatische/Pinkster/Evangelische kringen, wil men bij ziekten genezen door gebed met handoplegging. Hier staat heel duidelijk dat men de oudsten moet roepen, en dat die bidden! Géén handoplegging dus! Denk hierbij ook aan de waarschuwing: “Leg niemand haastig de handen op” (1 Tim. 5 : 22a). Tevens lezen we ook niet dat iemand, die niet geneest, geen geloof genoeg zou hebben. Het ‘gebed des geloofs’ is het gebed dat de ouderlingen óver de zieke uitspreken, en niet mét de zieke. Maar dan komen we meteen tot de kern van de zaak: hier blijkt dat genezing afhangt van het gebed van de ‘genezer’! We hebben hier te maken met de apostolische gave van genezing! De gave die de apostelen hadden gedurende de tijd van het boek Handelingen, en die aan het eind daarvan ophield te bestaan! Dat brengt ons bij de aanhef van de brief van Jakobus, waarin staat: “aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn” (Jak. 1 : 1). Ziet u dat? Deze brief is aan Israël gericht! Aan het volk van God, de Joden. Weet u het nog? “De Joden begeren een teken”. Het is dan ook leuk om te zien dat de brief van Jakobus, net als de eerste brief aan Korinthe, één van de vroegste brieven in het Nieuwe Testament is (tussen 40 en 60 n. Chr.). De latere brieven behandelen deze ‘merktekenen van een apostel’ niet meer, omdat deze tekenen opgehouden zijn te bestaan. Gebed dat samen moet gaan met zalving is dus niet van toepassing op de Gemeente van de Heere Jezus Christus in deze tijd. Het blijkt, maar het voert te ver om dat hier uit te werken, dat de Hebreeënbrief en Jakobus de leerstellige basis vormen voor de Joden die tijdens de Grote Verdrukking tot geloof komen. Vandaar dat in deze brieven de werken ook weer een meer centrale plaats innemen.

   

De vroege en de spade regen: “En Hij zal u de regen doen neerdalen, de vroege regen en de spade (=late) regen in de eerste maand. En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen” (Joël 2 : 23b, 24). Doordat de apostel Petrus in zijn toespraak in Handelingen 2 verwijst naar Joël 2 : 28, wordt de uitstorting van de Heilige Geest en het spreken in tongen vaak verbonden met de uitdrukking ‘vroege en late regen’ van Joël 2 : 23. De vroege regen slaat dan op de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag, en de late regen zou dan een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest in deze tijd zijn. We hebben echter gezien dat de apostolische merktekenen opgehouden zijn te bestaan! Ze zijn weg! Maar wat betekent dit vers dan? Het hele Oude Testament door heeft ‘de vroege regen’ betrekking op de najaarsregens en ‘de late regen’ op de voorjaarsregens. Wat Joël in werkelijkheid zei, was dat beide regens in het Duizendjarig Vrederijk als voorheen zullen vallen. Hij wees erop dat in het Koninkrijk overvloedige oogsten zouden groeien. Joël 2 : 24 – 26 maakt dat zeer duidelijk. De ‘vroege en de spade (=late) regen’ hebben dus niets te maken met ‘de Pinksterdag’, ‘deze tijd’ of ‘de Heilige Geest’. De gaven worden nu niet opnieuw uitgestort, we leven in de eindtijd, we leven in een tijd van afval (1 Tim. 4 : 1), de antichrist zal zich spoedig openbaren en de Gemeente, het Lichaam van Christus (bestaande uit alle wedergeborenen) zal worden opgenomen!

  

Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in eeuwigheid(Hebreeën 13 : 8): Deze tekst is volkomen waar, want het staat in Gods Woord! Jezus Christus is altijd Dezelfde! God is altijd Dezelfde! Deze tekst wordt echter vaak gebruikt om te laten zien dat Jezus vandaag dezelfde wonderen en tekenen doet, als in de periode dat Hij hier op aarde was. Jezus Christus is altijd Dezelfde, maar dit betekent niet dat Hij altijd op dezelfde manier met mensen handelt. In het Oude Testament verscheen Hij als de Engel des Heeren (Gen. 16 : 1 – 13, Ex. 3 : 2 – 4, en andere gedeelten), tijdens de ‘Evangeliën’ verscheen Hij als Mens op aarde, nu is Hij als Hogepriester in de hemel (Hebr. 4 : 15), en tijdens het Duizendjarig Vrederijk regeert Hij als Koning op aarde (Luk. 1 : 32 – 33). Tevens zien we dat God in het Oude Testament de Wet aan de Joden geeft: ‘doet dit en gij zult leven, zo niet, dan zult gij sterven!’ In het Nieuwe Testament laat de Heere Jezus zien, dat iemand, die zich onder diezelfde Wet stelt, vervloekt is (Gal. 3 : 10). Zo ziet u dat de Heere in verschillende tijden op verschillende wijzen met mensen werkt. Nu laat datzelfde Woord van God ons zien, dat het spreken met wonderen en tekenen bij die verschillende manieren hoort (Hebr. 1 : 1, 2 : 4). God heeft de wonderen en tekenen gebruikt om Zijn Woord te bekrachtigen. Nu wij dat volledige Woord hebben, zijn deze wonderen, tekenen en krachten niet meer nodig! Zo ook het ‘tot in eeuwigheid’ in de genoemde tekst: géén van de (genoemde) gaven is tot in eeuwigheid. In 1 Kor. 13 : 1 – 10 wordt duidelijk gesteld dat de gaven van profetie, tongen en kennis niet altijd zullen blijven!



 

   

Een vrije vertaling en bewerking van:  

  •     ‘Speaking in Tongues’, James M. Frye, A Grace Bible Church Publication, Mt. Liberty, OH Verenigde Staten 1999, 9 blz. 
  •     ‘Tongues, Signs, and Healing’, Dr. Peter S. Ruckman, Bible Baptist Bookstore, Pensacola, FL Verenigde Staten, 1980, 1998, 40 blz.