Blue Flower

Matigheid of zelfbeheersing?
Strong’s Concordance zet aan tot Schriftkritiek! (Deel 2)


Inleiding

In de studie “Slaaf of dienstknecht?” zagen we dat de nieuwe bijbelvertalingen wederom geboren gelovigen vaak “slaven van God” of “slaven van Christus” noemen. Door Schrift met Schrift vergelijken zagen we dat de gelovige helemaal geen slaaf is! De gelovige is vrijgekocht door het bloed van de Heere Jezus. En dat blijkt zelfs in het leven van de gelovige. De gelovige heeft elke keer weer opnieuw de keus om te wandelen naar de Geest, en dus tot eer van God, of om te wandelen naar het vlees. De gelovige is waarlijk vrij. De gelovige kan wél een dienstknecht zijn: vrijwillig in dienst van de Heere. En later, in het Koninkrijk, zelfs een dienaar van de Kroon. En dat is dan ook exact wat we in de Statenvertaling en de King James 1611 vinden: de gelovige wordt een dienstknecht genoemd. En zo hebben we door Schrift met Schrift vergelijken gezien dat Gods Woord opnieuw juist is. De gelovige “een slaaf van Christus” noemen, is, in de eerste plaats, een aantijging van het verlossingswerk van de Heere Jezus. Dit wordt des te meer duidelijk wanneer we beseffen dat met name de New Age-beweging Christenen “een slaaf van God” noemt! Oftewel: de nieuwe vertalingen verkondigen New Age leer! En dat geldt niet alleen voor de NBG-’51, de NBV en de BGT, maar ook voor de HSV.

Deze verandering van “dienstknecht” naar “slaaf” is natuurlijk ook een verandering die ingegeven is door de Schriftkritiek. Deze Schriftkritiek is terecht gekomen in de Grieks/Hebreeuwse studiehulpen die men vandaag de dag raadpleegt. Als voorbeeld hebben we gekeken naar de “Strong’s Concordance”. We zagen dat dhr. Strong (1822 – 1894) de betekenis “slaaf” als zijn eigen betekenis van het Griekse Woord “doulos” geeft, en dat hij dat ook de juiste etymologische betekenis van het woord noemt. En pas op de laatste plaats noemt hij het woord “dienstknecht” [1], wat echter, zoals we gezien hebben, de juiste Bijbelse betekenis is. Dit is een praktisch voorbeeld hoe Hebreeuwse/Griekse Lexicons gebaseerd zijn op Schriftkritiek, en ons de mening van een Schriftcriticus geven, die vaak niet gebaseerd is op Gods Woord, en in dit geval zelfs pure New Age leer is! Omdat dit slechts één voorbeeld is, willen we in deze studie nog een aantal voorbeelden bekijken.


Is het nu “liefde” of “liefde”?

In een andere studie hebben we stilgestaan bij het thema “Is het nu liefde of liefde?” We zagen in deze studie dat men in de uitleg eigenlijk altijd onderscheid maakt tussen de Griekse woorden “agapao”, “phileo” en “philadelphia”. “Agapao” zou de onzelfzuchtige, goddelijke liefde zijn, terwijl “phileo” de menslijke, kameraadschappelijke liefde zou zijn.  “Philadelphia” is op “phileo” dan een variant als de zogenaamde “broederlijke liefde”. Wij zagen echter dat deze woorden in de Bijbeltekst door elkaar gebruikt worden. “Phileo” wordt bijvoorbeeld ook voor Gods liefde gebruikt. En zo waren er veel meer voorbeelden die duidelijk maakten dat deze woorden eerder synoniem zijn en dus hetzelfde betekenen, dan dat zij een verschillende betekenis zouden hebben [2]. In die studie is ook “Strong’s Concordance” geciteerd, om het kleine verschil tussen de woorden te laten zien:




Echter dit was de “Strong’s Concordance” van de “Online Bible” [3], en die is toch enigszins bewerkt. Wanneer we deze woorden in de “echte” “Strong’s Concordance”  opzoeken, dan zien we hoe hij oorspronkelijk een duidelijk onderscheid tussen beide woorden heeft willen maken, wat dus haaks staat op Gods Woord [4]:



We zien dat dhr. Strong oorspronkelijk een duidelijk onderscheid tussen de beide liefdes gemaakt heeft. “Agapao” zijnde een brede liefde, terwijl “Phileo” meer vriendschappelijk zou zijn. De ene meer uit het hart, de andere meer uit het hoofd. En dat terwijl Schrift met Schrift vergelijken geen onderscheid tussen de beide woorden laat zien! Iemand die Strong’s raadpleegt, gaat, onder het mom van het raadplegen van de “grondtekst”, meer in de Schrift lezen dan er staat! Maar ook nog eens foute dingen lezen, want er worden allerlei conclusies aan verbonden, die er niet zijn. Voor verdere achtergrond over deze woorden, wordt u verwezen naar de studie “Is het nu “liefde” of “liefde”?”.


Is het nu “kroon” of “krans”?

Zo hebben wij ook in de studie “De man Gods en een oud profeet” stilgestaan bij het woord “kroon”, van het Griekse “stephanos”. We zagen dat de nieuwe vertalingen, inclusief de HSV, hier het woord “krans” van maken, onder andere gebaseerd op het feit dat bijvoorbeeld 1 Kor. 9 : 24 – 27 gaat over de hardloopwedstrijden, waarbij in de Griekse wereld een krans verdiend kon worden. Echter de Bijbel laat zien dat wij strijden voor een onvergankelijke kroon. De ouderlingen in de hemel, een vertegenwoordiging van de Gemeente en Israël, zoals beschreven in Openb. 4 en 5, dragen gouden kronen, omdat zij zullen zijn tot “koningen en priesters”, want in het Koninkrijk zullen wij met de Heere Jezus meeregeren! Schrift met Schrift vergelijkend kwamen wij tot de conclusie dat het juist is dat er in de Statenvertaling en de King James 1611 het woordje “kroon” staat [5]. Maar wat zien wij in de “Strong’s Concordance” [6]?




We zien dus dat dhr. Strong hier het volgende als zijn eigen betekenis van het woord “stephanos” geeft, een betekenis die volgens hem juist is: “a chaplet”. En een chaplet betekent, u raadt het al, “een krans” [7]:




Het kan zelfs een “rozenkrans” betekenen! En op de laatste plaats geeft “Strong’s Concordance” het woordje “crown” of “kroon”! En dat terwijl wij door Schrift met Schrift te vergelijken zagen dat het woordje “kroon” juist op zijn plaats is! We zien hier dat men zich in de Schriftuitleg laat leiden door de Griekse cultuur al dan niet de Griekse mythologie, in plaats van door de de leiding van de Heere door Schrift met Schrift te vergelijken.


Is het nu “ketters” of “ruzie makend”?

Een ander voorbeeld vinden we in Titus 3 : 10. Daar staat geschreven: “Verwerp een ketterse mens na de eerste en tweede vermaning”. In de NBG-’51 zien we dat men het volgende van dit vers gemaakt heeft: “Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terechtgewezen te hebben, afwijzen”. De NBV heeft: “Wie na twee keer te zijn terechtgewezen nog steeds verdeeldheid zaait, moet je uit de gemeente verwijderen”. En de BGT maakt hier weer van: “Iemand die ruzie in de kerk veroorzaakt, moet je twee keer waarschuwen. Als hij dan toch door blijft gaan, moet je hem uit de kerk zetten”. We zien dat het woordje “ketters” vervangen is door “scheuring makend”, “verdeeldheid zaaiend” of “ruzie makend”. Maar deze drie zijn alle drie heel wat anders dan een “ketter”. Want wat is een “ketter” eigenlijk? En dan hebben we het niet over de betekenis die de Rooms-Katholieke Kerk daar in het verleden aan heeft gegeven, maar wat zegt de Bijbel over wat een “ketterse mens” is?


Wat betekent “ketters” in Gods Woord (Schrift met Schrift vergelijkend)?

Het woordje “ketterse” is in het Grieks “hairetikos”. Een mooie verwijzing is 2 Petr. 2 : 1, waar geschreven staat: “En er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, gelijk ook onder u valse leraars zijn zullen, die verderfelijke ketterijen bedekt invoeren zullen, ook de Heere, Die hen gekocht heeft, verloochenende, en een haastig verderf over zichzelf brengende”. Nu wordt in deze tekst niet hetzelfde woordje “hairetikos” gebruikt, maar wel “hairesis”. De woorden hebben met hetzelfde te maken. Wie voeren volgens Gods Woord “verderfelijke ketterijen” bedekt de gemeente in? Dat zijn valse leraars. Een ketter is dus in feite een valse leraar, die ketterijen invoert. Een ketterij is dus geen scheuring, en geen ruzie, en geen verdeeldheid, maar een ketterij is een dwaalleer! Het gaat bij een ketterij dus om valse leer. Een ketterse mens is dus iemand die een valse leer brengt. Dat zegt ons Schrift met Schrift vergelijken.


Wat gebeurt er in de nieuwe vertalingen?

Wat in de nieuwe vertalingen staat, kan inderdaad het gevolg zijn van wat een ketter doet: dat er door de valse leer verdeeldheid ontstaat. Maar de nieuwe vertalingen halen de reden van de verdeeldheid, en dat is hetgeen waar de Heere tegen waarschuwt, weg. De nieuwe vertalingen halen weg dat men moet oppassen voor valse leer! Als men een nieuwe vertaling leest, zou men iemand, die wijst op de waarheid van Gods Woord en mensen daarmee confronteert, uit de gemeente kunnen weren, omdat zijn verkondiging verdeeldheid zaait. Er zijn er namelijk velen die de dwaalleren volgen (2 Petr. 2 : 2). Maar dat is natuurlijk nooit de bedoeling, dat iemand, die de waarheid zegt, uit de gemeente weg zou moeten. Want de Heere zegt tegen Timótheüs: “Predik het woord, houd aan tijdig, ontijdig; weerleg, bestraf, vermaan in alle lankmoedigheid en leer. Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelf leraars vergaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; en zullen hun gehoor  van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabels” (2 Tim. 4 : 2 – 4). En vandaar lezen we in 1 Kor. 11 : 18 en 19 nog: “Want ten eerste, als gij samenkomt in de gemeente, zo hoor ik, dat er scheuringen zijn onder u; en ik geloof het ten dele; Want er moeten ook ketterijen onder u zijn, opdat zij, die oprecht zijn, openbaar mogen worden onder u”. Met andere woorden: wanneer de waarheid verkondigd wordt, zal blijken wie de ketterijen volgt! En voor de grondtalen liefhebbers: het gaat hier om hetzelfde woordje als in 2 Petr. 2 : 1, dus om dwaalleer. Dat wordt openbaar! En het wordt openbaar wie oprecht zijn, wie de waarheid liefhebben! Maar opnieuw zien we hier, dat de nieuwe vertalingen dat “wegwerken”. De NBV heeft van dit vers 19 gemaakt: “Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is”. Hier zien we dat men “de leer” of “de valse leer” ook uit dit gedeelte gewoon heeft weggehaald, want ook het “betrouwbaar” zijn hoeft hier in deze NBV-zin in principe niets met de leer te maken te hebben.


Strong’s Lexicon: Een valse hang naar eenheid

Afijn, we zien dus dat de nieuwe vertalingen op deze plaatsen de waarschuwing tegen dwaalleer het liefst weghalen, en alleen waarschuwen tegen scheuringen of partijschappen. En dan ontstaat er een valse hang naar eenheid, en dat past wel binnen deze tijd. Vrij algemeen wordt er als volgt gedacht: Een ieder mag leren wat hij of zij wil, als we maar één zijn, en geen scheuringen maken. En daar wordt de basis voor de ene wereldkerk en de één-wereldreligie gelegd! En iemand die de waarheid nog durft te roepen, die brengt verdeeldheid, dus die zetten we de gemeenschap uit! Dat is het gevolg. Maar de Heere zegt tegen Timótheüs: “Houd aan… weerleg, bestraf… en leer” (2 Tim. 4 : 2 – 4). Schrift met Schrift vergelijkend komen we tot de conclusie dat er dus gewoon “ketterse” of “ketterij” moet staan! En dan gaan we kijken wat “Strong’s Concordance” over de woordjes “ketterij” en “ketterse” zegt [8]:




Hier zien we hoe Strong, in tegenspraak aan wat de Schrift Zelf laat zien, in eerste instantie zegt dat ketterij “een keus”, “een partij”, of een “onenigheid/splitsing” is, en dat “ketterse” “een scheurmaker” is. Dat is volgens Strong de juiste etymologische betekenis! Pas op de laatste plaats komt Strong met het woord “ketterij” of “ketterse”! Hier zien we opniew hoe de “Strong’s Concordance” Gods Woord niet verduidelijkt, maar hoe het eigenlijk een handwoordenboek van de Schriftkritiek is, om er voor te zorgen dat mensen een valse eenheid gaan zoeken!


Is het nu “matigheid” of “zelfbeheersing”?

Een laatste voorbeeld. Wanneer Paulus gevangen genomen is, komt hij onder andere voor de stadhouder Felix. Daar getuigt Paulus van zijn geloof. En dan lezen we in Hand. 24 : 24 en 25 het volgende: “En na sommige dagen, Felix, daar gekomen zijnde met Drusilla, zijn vrouw, die een Jodin was, ontbood Paulus, en hoorde hem van het geloof in Christus. En toen hij handelde van rechtvaardigheid, en matigheid, en van het toekomende oordeel, Felix, zeer bevreesd geworden zijnde, antwoordde: Voor dit maal ga heen; en als ik gelegen tijd zal hebben gekregen, zo za ik u tot mij roepen”. Hier zien we dus dat Paulus Felix niet alleen vertelt dat God liefde is, nee, Paulus vertelt heel duidelijk over het feit dat God gaat oordelen, en dat mensen rekenschap voor God zullen moeten afleggen. Wat redt ons van dat oordeel? Zijn dat onze werken? Nee, dat zijn niet onze werken. Alleen het geloof in de Heere Jezus kan ons redden. Hij is voor onze zonden gestorven. In Ef. 2 : 8 – 9 lezen we dan ook: “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme”. Het is pure genade dat wij gered zijn van het Laatste Oordeel! Door het offer van de Heere Jezus mogen wij Gods rechtvaardigheid dragen. In 2 Kor. 5 : 21 staat geschreven: “Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”. Dus niets uit onszelf, maar alles “IN HEM”. En Paulus vertelt Felix ook over die rechtvaardigheid!

Maar laten we nu eens kijken wat er in Hand. 24 : 25 in de NBV staat. Daar staat: “Maar toen Paulus sprak over gerechtigheid en zelfbeheersing en over het komende oordeel van God werd Felix bang en zei: ‘Voorlopig kunt u gaan. Wanneer ik in de gelegenheid ben, zal ik u weer laten roepen.’”. Misschien dat u zich nu gaat afvragen: “Dus toch nog eigen werken?” Want in dit vers in die nieuwe vertaling is sprake van “ZELFbeheersing”. En heeft die ZELFbeheersing iets te maken met het wel of niet verschijnen bij het Laatste Oordeel? Het vers in de Statenvertaling spreekt echter niet over “ZELFbeheersing”, maar over “matigheid” (en de KJV1611 spreekt niet over “self-control”, maar over “temperance”)! En in feite lijken die woorden wel op elkaar, want: wanneer men zichzelf beheerst met eten dan gaat men met matigheid eten. En toch is er een verschil. “ZELFbeheersing” geeft aan dat men ZICHZELF beheerst, maar het woordje “matigheid” alleen doet dat niet! En dat is nu precies waar het hem in zit! “Matigheid” is namelijk een vrucht van de Geest! In Gal. 5 : 22 lezen we: “Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid”. Dus de Heilige Geest wil ons matigheid geven! Maar dan is die matigheid dus niet iets wat wij zelf doen! Matigheid is iets wat wij krijgen van Gods Geest, doordat wij wandelen naar de Geest! Overigens spreken ook de meeste nieuwe vertalingen in Gal. 5 : 22 over “zelfbeheersing” (NBG-’51, NBV, maar ook de HSV). En dat kan dus helemaal niet, omdat het iets is wat de Geest ons geeft!


Alleen vrucht IN HEM…

Een ander gedeelte wat in Gods Woord over vruchten gaat, laat hetzelfde zien. In Joh. 15 : 4 en 5 lezen we: “Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijk de rank geen vrucht kan dragen van zichzelf, zo zij niet in de wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft.  Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen”. Met andere woorden: alleen wanneer wij naar de Geest wandelen, wanneer wij ook in onze wandel blijven in de Heere Jezus, kunnen wij veel vrucht dragen. Zonder Hem kunnen wij niets. Als wij niet naar de Geest wandelen, zullen wij naar het vlees gaan wandelen, zoals Gal. 5 : 17 zegt: “Want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet wat gij wildet”. En daarom klinkt voor wederom geborenen de oproep in Gal. 5 : 16: “En ik zeg: Wandelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet”. En dat is die vrijheid waarin de gelovige staat, waar we ook in de studie “Slaaf of dienstknecht?” bij stilgestaan hebben: wij zijn geen slaven, maar dienstknechten. Wij zijn vrijgekocht, en hebben daardoor iedere keer de keus wie wij dienen. Maar wij kunnen alleen vrucht dragen als wij in de wijnstok blijven, als wij wandelen naar de Geest. En dan geldt voor ons wat in Filip. 2 : 13 geschreven staat: “Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen”. Oftewel: het is de Heere die ons de vrucht geeft. Hij werkt het in ons. Daar is niets van onszelf bij! En daarom is het woordje “ZELFbeheersing” verkeerd! Daarom klopt het wat er in de Statenvertaling en de King James 1611 staat.


Strong’s invloed op de nieuwe vertalingen

Laten we nu eens kijken wat “Strong’s Concordance” ons vertelt wat het Griekse woordje voor “matigheid”, “egkrateia”, volgens dhr. Strong betekent [9]:




En zo zien we hoe Strong hier als eerste betekenis, de volgens hem juiste etymologische betekenis, het woordje “self-control” geeft, oftewel “zelf-controle” of “zelfbeheersing”, zoals wij dat in het Nederlands kennen. De Schriftcriticus Strong heeft in zijn Grieks-Engelse Lexicon staan, wat hij samen met de andere commisieleden voor de ASV in hun nieuwe vertaling, de ASV van 1901, heeft opgenomen [10]. En sindsdien komen we het woord “zelfbeheersing” in veel van de nieuwe vertalingen tegen, waaronder ook de vervalsing van de Statenvertaling, de HSV, waar we in Hand. 24 : 25 vinden: “En toen hij sprak over rechtvaardigheid, zelfbeheersing en het toekomstige oordeel, werd Felix zeer bevreesd en antwoordde: Nu kunt u gaan; wanneer ik gelegenheid heb, zal ik u weer laten halen”.


Waar de Schriftkritiek toe leidt: Gods woorden weggefilterd!

Bij de uitgaven van het NBG wordt heel duidelijk waar de Schriftkritiek toe leidt. De BGT spreekt namelijk niet eens meer over zelfbeheersing, maar ook de rechtvaardigheid, die verwijst naar het volbrachte werk van de Heere Jezus, is uit de tekst verdwenen. De BGT heeft in Hand. 24 : 25 staan: “Paulus vertelde hem dat mensen goed en eerlijk moeten leven. En dat Jezus Christus op een dag over iedereen zal rechtspreken. Toen werd Felix bang, en hij zei: ‘Ga nu maar weg. Als ik nog eens tijd heb, zal ik je weer laten roepen’”. De rechtvaardigheid van Jezus Christus en de matigheid van de vrucht van de Geest zijn veranderd in “dat mensen goed en eerlijk moeten leven”! U ziet dat de Schriftkritiek Gods woorden totaal uit dit vers heeft weggefilterd en vervangen door een filosofisch, sociale inhoud, waaraan mensen uit het vlees nooit kunnen voldoen!

We hebben nu nog eens vier voorbeelden gezien, waar het gebruik van een Grieks-Engelse Lexicon toe leidt. Schrift met Schrift vergelijkend zagen we dat de woorden van de Statenvertaling en de King James 1611 kloppen. Gods Woord is Waarheid! Maar het gebruik van een Grieks-Engelse Lexicon leidt ons van de waarheid van Gods Woord af! Dit heeft er alles mee te maken dat de heren die ons deze Lexicons geleverd hebben, zelf de Schriftkritiek hebben bedreven. Zij waren wel religieus, maar waren meer bezig met het vermengen van de Schrift met filosofie en mythologie, dan dat zij er op uit waren om Gods Woord te bewaren!


Hebreeuwse/Griekse lexicons: een vermenging van Bijbelse definities met heidense

Zo gaat men er in het algemeen vanuit dat dhr. Strong in ieder geval zijn Hebreeuwse Lexicon gebaseerd heeft op het werk van de Duitser Wilhelm Gesenius (1786 – 1842) [11,12]. Maar het is Gesenius die stelt dat het Hebreeuws van het Oude Testament zijn oorsprong niet bij God vindt, maar bij de heidense volken van Kanaän. En dat betekent dus dat Gesenius de betekenis van woorden niet alleen binnen de context van Gods Woord zocht, maar ook bij heidense varianten daarvan [13]. En zo zien we hoe we dus niet alleen beschikken over Alexandrijnse handschriften waarin Griekse filosofie vermengd is met Gods Woord, en die geleid hebben tot de nieuwe vertalingen, maar ook dat de Hebreeuwse/Griekse Lexicons een vermenging zijn van Bijbelse definities met heidense. En bij “Strong’s Concordance” hebben we kunnen zien dat dhr. Strong de Bijbelse definities eigenlijk altijd op de laatste plaats zette. Dat was zijn werkwijze!


De erfenis van Gesenius bij het NBG: vermenging met het heidendom

En de gevolgen zijn duidelijk. In de studies over de “NBV Studiebijbel” zagen we dat men de naam Jahweh is gaan gebruiken omdat deze terug te leiden is tot de heidense volken van Kanaän. We zagen dat het NBG de zogenaamde “oorsprong” van God zoekt in het polytheïsme. God zou er één zijn van de velen… God zou oorspronkelijk een Kanaänitische stammengod zijn! En dat terwijl Gods Woord heel duidelijk laat zien dat er maar één God is, Die de Schepper van hemel en aarde is! De erfenis van Gesenius vinden we ook in de “NBV Studiebijbel”. Zo schrijft het NBG over Ugaritisch, als één van de Semitische talen, het volgende:

“Ugarit lag aan de kust van de Middelandse Zee, (…) de ruïnes werden pas in 1928 ontdekt. Bij opgravingen zijn teksten teruggevonden uit ca. 1360 – 1180 v. Chr. Ze zijn geschreven (…) in een West-Semitische taal die Ugaritisch is genoemd. De ontdekking van deze teksten heeft een grote bijdrage geleverd aan het begrip van het bijbels Hebreeuws. Het Ugaritisch is geen directe voorloper van het Hebreeuws, maar heeft er wel veel overeenkomsten mee. Een van de bekendste teksten is de Baälcyclus, waarin Baäl wordt beschreven als de stormgod, die de zee verslaat en daarmee de koning van de goden wordt. Deze tekst bevat, net als andere Ugaritische teksten, veel motieven die we ook in het Oude Testament tegenkomen” [14].

Hier zien we dus hoe men aangeeft dat de motieven in de afgodendienst van Baäl, waarvan de Heere zo stellig tegen het volk Israël zei, dat zij zich niet moesten vermengen met de volken van Kanaän en hun gewoonten (zie bijv. Ex. 34 : 12 – 17), dat juist deze motieven vergeleken worden met het Oude Testament om het Bijbels Hebreeuws te leren begrijpen…! Opnieuw een bewijs dat de Schriftkritiek leidt tot afgoderij. En het zijn mannen als Gesenius en Strong die ons de Hebreeuws/Griekse Lexicons geleverd hebben!


Strong baseerde zich ook op de Koran

Zo heeft dhr. Strong (in samenwerking met John McClintock) ook een encyclopedie uitgegeven: “Cyclopedia of Biblical, Theological and Ecclesiastical Literature”. In deze encyclopedie zien we dat Strong inderdaad zijn definities o.a. bij de heidenen haalt. Een voorbeeld. Bij het woord “Babylon” lezen we allereerst de verwijzing naar “de verwarring” van Gen. 11 : 9. Maar vervolgens lezen we dat Strong zegt dat de oorspronkelijke etymologie “Bab-il” is, en dus betekent Babylon volgens hem “de poort van de god”! En hierbij verwijst hij naar de Koran! En dan zegt hij dat “dit zonder enige twijfel de oorspronkelijke bedoeling van de naam” is, zoals dit door Nimrod gegeven zou zijn [15]:




Maar dat is geen Bijbeluitleg! De Bijbel laat heel duidelijk zien waarom deze stad Babel is gaan heten! In Gen. 11 : 9 staat geschreven: “DAAROM noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de Heere de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de Heere over de ganse aarde”. En zo wordt de mythologie van de andere volken, in dit geval de Koran, gebruikt om een vraagteken te plaatsen bij het getuigenis van de Bijbel.


Strong en de New Age

De vorige keer hebben we al gezien dat de nieuwe vertalingen, en de Grieks-Engelse Lexicons New Age leer bevatten. Zo blijken diverse personen die ons nieuwe vertalingen en/of Hebreeuwse/Griekse Lexicons geleverd hebben, een hang te hebben naar de New Age en het occulte. En dat geldt ook voor dhr. Strong. Zo bevat dezelfde encyclopedie van dhr. Strong ook een uitgebreid artikel over de Joodse Kabbalah, waarin gesteld wordt dat “in oude tijden geheime filosofische wetenschap hand in hand ging met magie”, dat de ware Kabbalist ook een tovenaar moet zijn [16], en dat alles stelt Strong zonder enige waarschuwing vanuit de Schrift. En dat terwijl de Bijbel heel duidelijk waarschuwt tegen tovenarij (Deut. 18 : 10; Gal. 5 : 20). Door alles heen bestrijdt het artikel een letterlijke uitleg van de Bijbel [17]:





Jezus Christus is een schepsel?

Zoals we eerder hebben gezien, heeft deze meneer Strong in de commissie gezeten, die de “American Standard Version” (ASV) op de markt heeft gebracht. Het hoeft ons hopelijk niet meer te verwonderen dat we in die vertaling in de kantlijn lezen dat de Heere Jezus een schepsel is! In Joh. 9 : 38 lezen we in Gods Woord: “En hij zeide: Ik geloof, Heere! En hij aanbad Hem”. Degene, Die hier aanbeden wordt is de Heere Jezus. Maar in de ASV heeft men in de kantlijn het volgende genoteerd:

“Het Griekse woord laat een handeling van eerbied zien, of dat nu voor een schepsel is (zoals hier), of voor de Schepper (zie hoofdstuk 4 : 20)” [18].

Dat dit geen vergissing van de commissie is, blijkt uit het feit dat deze opmerking op meerdere plaatsen staat (zie bijv. Matth. 2 : 2 [19]). U ziet hier dat ook Strong en zijn commissie niet geloofden dat Jezus Christus God is…! Het is dan ook geen wonder dat in veel nieuwe vertalingen het “aanbidden van” de Heere Jezus vervangen is door “het knielen voor” de Heere Jezus (zie bijv. Matth. 8 : 2, 15 : 25 en 20 : 20; vergelijk deze verzen maar in diverse vertalingen; en zoek “aanbidden” maar eens op in “Strong’s Concordance”,  nr. 4352).


Een gewaarschuwd mens telt voor…

Mensen die dit soort dingen op papier durven te zetten, zoals Strong en de commissie van de ASV gedaan hebben, hebben gewerkt aan het tot stand komen van nieuwe Griekse teksten voor nieuwe vertalingen, hebben gewerkt aan nieuwe vertalingen, hebben ons de Hebreeuwse/Griekse Lexicons gegeven, waardoor mensen die de Statenvertaling of de King James 1611 lezen, maar gebruik maken van deze Lexicons, alsnog bij de woordkeus van de nieuwe vertalingen uitkomen! Zij worden daarmee klaargestoomd voor de New Age. Zo ook door middel van dhr. Strong! Wij mogen gewaarschuwd zijn.

Wij hebben gezien hoe we de Schrift werkelijk kunnen uitleggen en begrijpen, zodat we ook wat woordkeus betreft bij de Schrift blijven. En dat is door middel van Schrift met Schrift vergelijken!



[1]  ‘A Concise Dictionary of the Words in the Greek/New Testament’, in: ‘Strong’s New Exhaustive Concordance of the Bible’, James Strong, World Bible Publishers Inc., Iowa Falls, Iowa, 1890, 1994, achterin blz. 29.
[2]  ‘Is het nu “liefde” of “liefde”?’ Arjan Huurnink, Bijbel en Geloof, www.bijbelengeloof.com.
[3]  ‘Online Bible’, Stichting Importantia, Dordrecht, mei 2000; waarop geraadpleegd: ‘Strong’s Lexicon’ bij woordnr. <25> en <5368>. 
[4]  ‘A Concise Dictionary of the Words in the Greek/New Testament’, in: ‘Strong’s New Exhaustive Concordance of the Bible’, James Strong, World Bible Publishers Inc., Iowa Falls, Iowa, 1890, 1994, achterin blz. 102, 5.
[5]  ‘De man Gods en een oud profeet’, Arjan Huurnink, Bijbel en Geloof, www.bijbelengeloof.com.
[6]  ‘A Concise Dictionary of the Words in the Greek/New Testament’, in: ‘Strong’s New Exhaustive Concordance of the Bible’, James Strong, World Bible Publishers Inc., Iowa Falls, Iowa, 1890, 1994, achterin blz. 89.
[7]  'Babylon', bron: http://vertalen.babylon.com/engels/to-nederlands/chaplet/.
[8]  ‘A Concise Dictionary of the Words in the Greek/New Testament’, in: ‘Strong’s New Exhaustive Concordance of the Bible’, James Strong, World Bible Publishers Inc., Iowa Falls, Iowa, 1890, 1994, achterin blz. 7.
[9]  ‘A Concise Dictionary of the Words in the Greek/New Testament’, in: ‘Strong’s New Exhaustive Concordance of the Bible’, James Strong, World Bible Publishers Inc., Iowa Falls, Iowa, 1890, 1994, achterin blz. 31.
[10] ‘Standard American Edition of the Revised Version of the Bible’, George E. Day, J. Henry Thayer, Thomas Nelson & Sons, Norwood Press, USA; Republication by Thomson – Shore Inc., Decter, MI, USA, blz. NT 153, 202.
[11] ‘Some things that concordances do not tell you’, John Carder, The Testimony, September 2001, bron: http://www.testimony-magazine.org/back/sep2001/carder.pdf.
[12] ‘Strongs Numbers & the Problem of a Universal Index’, The Emperical Humanist, maart 2011, bron: http://www.grovescenter.org/blogs/kirk/?p=212.
[13] ‘In Awe of Thy Word: Understanding the King James Bible, Its Mystery and History, Letter by Letter’, G.A. Riplinger and Bryn Riplinger Shutt, A.V. Publications Corp., USA, 2003, blz. 516, 517.
[14] ‘NBV Studiebijbel’, NBG, KBS, Uitgeverij Jongbloed, Heerenveen, 2010 (2e druk), blz. 1663.
[15] ‘Babylon’, John McClintock, James Strong, Cyclopedia of Biblical, Theological and Ecclesiastical Literature, New York, 1870, bron: http://www.studylight.org/encyclopedias/mse/view.cgi?n=1713.
[16] ‘Cabala’, John McClintock, James Strong, Cyclopedia of Biblical, Theological and Ecclesiastical Literature, New York, 1870, bron: http://www.studylight.org/encyclopedias/mse/view.cgi?n=3669.
[17] ‘Hazardous Materials: Greek and Hebrew Study Dangers, The Voice of Strangers, The Men Behind the Smokescreen, Burning Bibles Word by Word’, G.A. Riplinger, A.V. Publications Corp., USA, 2008, blz. 189.
[18] ‘Standard American Edition of the Revised Version of the Bible’, George E. Day, J. Henry Thayer, Thomas Nelson & Sons, Norwood Press, USA; Republication by Thomson – Shore Inc., Decter, MI, USA, blz. NT 106.
[19] ‘Standard American Edition of the Revised Version of the Bible’, George E. Day, J. Henry Thayer, Thomas Nelson & Sons, Norwood Press, USA; Republication by Thomson – Shore Inc., Decter, MI, USA, blz. NT 2.