Blue Flower

De Jongerenbijbel: Gods Woord beter begrijpen? 

 

 

 

Inleiding

 

Enkele jaren geleden werd de ‘Jongerenbijbel’ gepresenteerd. De Jongerenbijbel is ontstaan vanuit een samenwerking tussen het Nederlands Bijbelgenootschap en EO-Ronduit, de jongerenbeweging van de Evangelische Omroep. Men geeft in het Voorwoord aan dat de Bijbel een belangrijk boek is, maar dat veel mensen het een moeilijk boek vinden. Dat is natuurlijk de meest gehoorde kreet om iedere keer opnieuw een nieuwe vertaling op de markt te brengen. Maar de Jongerenbijbel is niet alleen een vertaling, de NBV, maar een vertaling met aanvullingen. Er staan verschillende rubrieken in, om, zo zegt men, onduidelijkheden toe te lichten. In het Voorwoord geeft men hoog op over deze Jongerenbijbel:

 

We geloven dat deze bijbel jou zal helpen de woorden van God beter te begrijpen” [1].

 

Dat is één winstpunt ten opzichte van de introductie van de NBV zelf. Nergens, bij het toenmalige introductiemateriaal en de inleidingen in de NBV, werd gesproken over het woord van God. De bijbel zou slechts een verzameling boeken zijn uit het oude Jodendom en het vroege Christendom. De bijbel zou een christelijk geloofsdocument zijn, waarvan christenen geloven..., en ga zo maar verder. Maar het voorwoord bij de Jongerenbijbel spreekt over “de woorden van God”!

 

 

De Bijbel: Het Woord van God?

 

Laten we kijken wat dat inhoudt. Reeds in datzelfde Voorwoord lezen we:

 

De bijbel is het meest verkochte boek ter wereld. Het is blijkbaar een belangrijk en interessant boek” [2].

 

De Bijbel wordt weliswaar omschreven met de woorden “de woorden van God”, maar het feit dat de Bijbel belangrijk is, wordt in het Voorwoord ontleend aan het feit dat het het meest verkochte boek ter wereld is! Al had geen mens Gods Woord willen lezen, dan nog was het Gods Woord geweest, waarvan geschreven staat in Jes. 40 : 8: “Het gras verdort [gras wordt vergeleken met het volk (Jes. 40 : 7)], de bloem valt af, maar het Woord van onze God bestaat in eeuwigheid”. Alles vergaat, maar Gods Woord zal altijd bestaan. Is dit een Oudtestamentische belofte? Al zou dat zo zijn, dan was het niet erg geweest, maar het Nieuwe Testament bevestigt deze belofte. In 1 Petr. 1 : 24 en 25 lezen we: “Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensen is als een bloem van het gras. Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen; Maar het Woord des Heeren blijft in eeuwigheid; en dit is het Woord dat onder u verkondigd is”. Het Nieuwe Testament laat zien dat dit vers niet alleen voor Israël geldt, maar voor alle mensen! Alles vergaat! Maar Gods Woord blijft altijd bestaan! Gods Woord, dat is Gods Plan, geschreven door Hemzelf, van Genesis tot Openbaring, van schepping tot de nieuwe hemel en de nieuwe aarde! God openbaart Zich in Genesis als de Schepper van het leven, als de Schepper van de natuur. Hij heeft begin en eind in Zijn hand. Dat is het belang van de Bijbel! Wanneer we vervolgens Joh. 5 : 24 lezen, dan beseffen we dat dat eeuwige Woord van God ook invloed op ons leven kan hebben: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem, Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”. Het horen en aannemen van Gods Woord leidt dus tot het eeuwige leven. Vandaag de dag wordt deze consequentie vaak uitgelegd als bij God zijn, en niet bij God zijn; maar het is het verschil tussen eeuwig leven, en eeuwige verdoemenis, tussen eeuwig leven en eeuwig lijden in het vuur. Dat eeuwige leven, dat wil Gods Woord geven. En dat maakt Gods Woord zo enorm kostbaar voor het leven van ieder mens! En dat vinden we niet in het Voorwoord van de Jongerenbijbel!

 

Wanneer men spreekt over “de woorden van God” betekent dit dan hetzelfde als “het Woord van God”? In het hoofdstuk “Inleiding op de bijbel” lezen we onder andere:

 

De bijbel is het boek waardoor God zich bekend maakt aan mensen. (...) En hoewel we te maken hebben met een verzameling boeken uit verschillende tijden en geschreven door verschillende auteurs, is de bijbel toch dat ene woord van God en vormen de boeken van de bijbel een verrassende eenheid” [3].

 

Dat is een vrij Bijbels uitgangspunt. Echter de toelichting gaat verder:

 

Niet iedereen die de bijbel leest, zal dat erkennen. Het is een kwestie van ‘geloof’. En dan niet op de manier van ‘ik geloof dat het zo is, maar het kan ook anders zijn’, maar geloof als overtuiging. Of, zoals het in de bijbel zelf staat in Hebreeën 11 : 1: ‘Het geloof legt de grondslag voor alles waarop we hopen, het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.’ Dat geloof kunnen wij jou niet geven. Dat geeft God zelf. Maar hij zet daar wel mensen voor in. Auteurs van bijbelboeken, maar ook mensen die je in deze tijd helpen de bijbel te begrijpen en toe te passen in je dagelijkse (geloofs)leven” [4].

 

Inderdaad geeft de Heere het geloof! Dat kunnen mensen niet. Echter de Statenvertaling gebruikt in Hebr. 11 : 1 niet het woordje overtuiging! In Hebr. 11 : 1 staat: “Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet”. Een overtuiging kan namelijk fout zijn. Ik kan er nog zo van overtuigd zijn dat de aarde plat is, en toch is deze rond. Mijn overtuiging is dan fout! Het geloof is het bewijs! Het staat los van overtuiging, het ís gewoon zo! God gaat verder, met of zonder mij. Zijn Woord bestaat eeuwig en gaat in vervulling. 100 %. Het citaat geeft aan dat God echter wel mensen gebruikt om het geloof te geven. En daar begint het ‘enge’ van de redenering! We zien namelijk dat het menselijk denken in de Jongerenbijbel sterk centraal gesteld wordt. Natuurlijk gebruikt God mensen! Maar in de eerste plaats is het het werk van de Heilige Geest, Die mensen wil overtuigen van Gods Woord. In Joh. 14 : 26 lezen we bijvoorbeeld: “Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb”. Waarom lezen we dat hier niet in de Jongerenbijbel? Zo was het Gods Geest, Die mensen leiddde in het schrijven van de Bijbel! De Jongerenbijbel spreekt iedere keer over de verschillende auteurs, maar in feite heeft de Bijbel één auteur! God Zelf! In 2 Petr. 1 : 21 lezen we bijvoorbeeld: “Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar de heilige mensen Gods, door de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben gesproken”. En in 2 Tim. 3 : 16 lezen we: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is”. De Auteur van de Schrift is, zoals we gezien hebben, de Uitlegger van de Schrift! Dit is een duidelijke ‘misser’ in de uitleg van de Jongerenbijbel!

 

 

De auteur(s) van de Bijbel

 

Een kenmerk van de canon van de Bijbelboeken, is dat ze geschreven zijn door Gods profeten en Gods apostelen. Profeten waren de ‘mond van God’, apostelen waren ooggetuigen van de opstanding van Jezus Christus! In Hebr. 1 : 1 lezen we bijvoorbeeld: “God, voortijds veelmaal en op velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon”. Apostelen en profeten behoorden met Jezus Christus tot het fundament van de Gemeente (Ef. 2 : 20). God gebruikte apostelen en profeten om Zijn Woord aan de mensen kenbaar te maken! In 2 Petr. 3 : 1 en 2 lezen we bijvoorbeeld: “Deze tweede zendbrief, geliefden, schrijf ik aan u, in welke beide ik door vermaning uw oprecht gemoed opwek; opdat gij gedachtig zijt aan de woorden, die door de heilige profeten te voren gesproken zijn, en aan ons gebod, die apostelen van de Heere en Zaligmaker zijn”. Het zijn deze apostelen en profeten, die, geïnspireerd door Gods Geest, Gods Woord aan ons nagelaten hebben (zie ook Ef. 3 : 4 en 5; Gal. 1 : 11 en 12; Rom. 16 : 25 en 26)! Gods geschiedenis ‘uit de eerste hand’, zou je kunnen zeggen.

 

Maar wanneer we de Jongerenbijbel gaan lezen, komen we op dat punt bedrogen uit! Neem bijvoorbeeld het Hooglied. In Hooglied 1 : 1 staat: “Het Hooglied, dat van Salomo is”. Volgens Gods Woord is Hooglied door Salomo geschreven. In de inleiding bij het bijbelboek vinden we:

 

Het is heel moeilijk te zeggen wanneer Hooglied geschreven is en door wie. Misschien is het niet als één gedicht geschreven, maar zijn bestaande losse gedichten bij elkaar gezet. Er zijn veel ideeën over de ontstaanstijd. In Hooglied 1 : 1 wordt koning Salomo als schrijver genoemd. In 1 Koningen 5 : 12 lezen we dat hij meer dan duizend gedichten geschreven heeft. Veel mensen houden er dan ook aan vast dat Hooglied in de tijd van koning Salomo (10e – 9e eeuw v.Chr.) is geschreven. Andere mensen menen dat het is ontstaan van de achtste tot de zesde eeuw voor Christus, weer anderen denken aan de derde eeuw voor Christus” [5].

 

Gods Woord zegt: Salomo heeft Hooglied geschreven, de mensen zeggen wat anders! En de Jongerenbijbel zegt vervolgens dat het heel moeilijk te zeggen is wie het Hooglied geschreven heeft! Evenzogoed staan de eerste vijf boeken in de Bijbel al vanuit de Joodse overlevering bekend als de Wet van Mozes. Boven Genesis zien we in de Statenvertaling bijvoorbeeld staan: “Het eerste boek van Mozes”. In de Jongerenbijbel vinden we over het ‘auteurschap’ van Mozes het volgende:

 

De eerste vijf boeken van de bijbel, Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium, worden in de Joodse traditie de Tora (de Wet) genoemd. Er is vaak gezegd dat Mozes deze boeken geschreven heeft. Daarom worden ze ook wel ‘de vijf boeken van Mozes’ genoemd. Maar veel bijbelwetenschappers zien deze boeken als het begin van een lang verhaal over het volk van Israël, dat doorloopt tot in het boek 2 Koningen. Zij denken dat die bijbelboeken niet in één keer door één persoon geschreven zijn, maar dat ze stapje voor stapje ontstaan zijn” [6].

 

Mozes heeft dus NIET volledig de eerste vijf bijbelboeken geschreven! Althans, volgens de schrijvers van de Jongerenbijbel! Men noemt de Joodse traditie. Het is de Joodse traditie van waaruit Gods Woord aan ons overgeleverd is. Nu gaat het niet om de traditie, want de Heere waarschuwt niet voor niets op bepaalde plaatsen tegen traditie! Echter het is wel door de Heere geregeld dat de Joden de mensheid Gods Woord zouden overleveren. In Rom. 3 : 1 en 2 lezen we: “Wat is dan het voordeel van de Jood? Of wat is de nuttigheid van de besnijdenis? Vele in alle manier; want dit is wel het eerste, dat hun de Woorden Gods zijn toebetrouwd”. De Heere heeft dit onder andere gedaan vanwege de nauwkeurigheid waarmee zij de Schriften kopieerden. Nu hebben de Joden eigenlijk altijd al een driedeling in de Schriften gekend: de Tora (Wet, de eerste vijf boeken van .....), de Nebiim (Profeten) en de Chetoebim (Geschriften). Wat schetst onze verbazing om de Heere Jezus deze driedeling te horen bevestigen. In Luk. 24 : 44 zegt Hij: “En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen”. Wanneer de Heere Jezus iets eerder in dat hoofdstuk de Emmaüsgangers het Evangelie uitlegt, staat er in Luk. 24 : 27: “En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was”. De Heere Jezus Zelf noemt de Wet, de eerste vijf boeken(!), de Wet van Mozes! Maar ook op andere plaatsen in Gods Woord komen we de Wet van Mozes, of het Boek van Mozes tegen (2 Kron. 25 : 4, Neh. 8 : 2; Mark. 12 : 26, Luk. 16 : 31; Joh. 1 : 46, Hand. 26 : 22, Hand. 28 : 23)! Wie zijn de geleerden om te denken dat zij het beter weten dan Gods Woord Zelf! De Bijbel, Gods Woord, verklaart Zichzelf. Wel zien we dus dat de Jongerenbijbel liever de geleerden volgt, dan Gods Woord Zelf. We zijn gewaarschuwd!

 

 

Filosofie afkomstig uit Alexandrië

 

De ‘bijbel’geleerden zijn sinds 1880 na Chr. besmet met het Alexandrijnse virus. Men is handschriften gaan volgen, afkomstig uit de Egyptische plaats Alexandrië. In het verleden hebben daar weliswaar Joden aan het kopiëren van de Schrift gewerkt, maar wel Joden in ongehoorzaamheid aan Gods Woord. Zij mochten namelijk niet terugkeren naar Egypte. Daar in Alexandrië ontstond de allegorische bijbeluitleg. Ze namen de Bijbeltekst vooral niet letterlijk, maar men zocht naar een vermenging met de Griekse filosofie van Plato. Gods Woord waarschuwt daartegen (Kol. 2 : 8). Het zijn de handschriften, die hier vandaan komen, die veel verschillen bevatten ten opzichte van de handschriften, die ten grondslag hebben gelegen aan de Statenvertaling en de King James 1611, maar ook onderling hebben de Alexandrijnse handschriften veel verschillen! De bron Alexandrië is on-Bijbels en onnauwkeurig! Ondanks dat heeft de wetenschap deze bron als gezaghebbend bestempeld, en deze bepaalt de inhoud van de nieuwe vertalingen na 1880 na Chr., dus ook van de NBV! Deze bronnen worden gewoon genoemd bij de Verantwoording achterin de Jongerenbijbel: ‘Biblia Hebraica Stuttgartensia’, K. Elliger en W. Rudolph (red.), 5e druk, Stuttgart 1997 en: ‘Novum Testamentum Graece’, E. Nestle en K. Aland (red.), 27e druk, Stuttgart 2001 [7]. Dit zijn ronduit Alexandrijnse bronnen!

 

 

Overschrijffouten?

 

Om de verschillen te verklaren heeft men het over overschrijffouten, die met name gemaakt zouden zijn door de kopieerders van de late handschriften (Antiochië), en die men nu aan de hand van de vroege handschriften (Alexandrië) corrigeert. Men gaat echter volledig voorbij aan de grote overeenkomst tussen de meerderheid van de late handschriften! De veranderingen in de vroege handschriften zijn doelbewust aangebracht! Zoals we in andere studies hebben gezien: ouderdom zegt niet alles! Laten we eens kijken naar een voorbeeld in de Jongerenbijbel:

 

Wanneer en hoe de bijbel is ontstaan, weten we niet precies. De allereerste geschreven versie hebben we niet meer: alleen kopieën van kopieën van kopieën. En dan bedoelen we uiteraard geen kopieën zoals we die nu kennen, waarbij je het origineel op een kopieerapparaat legt en met een druk op de knop een nieuw document krijgt dat exact gelijk is aan het origineel. Nee, de kopieën van de bijbel zijn het resultaat van een lang proces van overschrijven. En zoals dat bij overschrijven gaat: soms worden daar vergissingen bij gemaakt” [8].

 

Vervolgens wordt er een voorbeeld van een zogenaamde kopieerfout gegeven. Het betreft Jesaja 34 : 5. In verschillende vertalingen staat daar:

 

St.Vert:

“Want Mijn zwaard is dronken geworden in de hemel; ziet, het zal ten oordeel neerdalen op Edom, en op het volk, dat Ik verbannen heb.”

AV. 1611:

“For my sword shall be bathed in heaven: behold, it shall come down upon Idumea, and upon the people of my curse, to judgment.”

NBG-’51:

“Want mijn zwaard is in de hemel dronken geworden; zie, het daalt neer op Edom en ten gerichte op het volk dat door mijn banvloek werd getroffen.”

GrootN:

“Aan de hemel verschijnt Gods zwaard, het daalt op Edom neer, op het volk dat hij wil vernietigen; zijn vonnis wordt voltrokken.”

Het Boek:

“In de hemel wordt het zwaard van de HERE scherp gemaakt. Kijk, nu daalt het op Edom neer, het volk dat ik heb vervloekt.”

NBV:

“Want mijn zwaard verschijnt aan de hemel. Het valt neer op Edom, als een oordeel over het volk dat mijn banvloek treft.”

 

Als uitleg geeft de Jongerenbijbel:

 

Het is duidelijk dat deze tekst niet kan kloppen: een dronken zwaard in de hemel is een wel heel merkwaardig beeld. Nu kun je als vertaler zeggen: ‘Er staat wat er staat, dus dan vertalen we het ook zo’. Maar wanneer er duidelijk sprake is van een fout, maken vertalers soms toch een andere keuze. (...) Ze hebben voor de vertaling van dit vers gebruikgemaakt van oude handschriften (kopieën) van het boek Jesaja, die in de jaren veertig van de vorige eeuw gevonden zijn in een grot bij de Dode Zee. Die handschriften zijn veel ouder dan de handschriften die tot die tijd bekend waren. In Jesaja 34 : 5 bleken bij het overschrijven een paar letters van plaats verwisseld te zijn. En dan kan de betekenis ineens heel anders worden. Kijk maar eens naar het verschil tussen ‘ik eet een peer’ en ‘ik eet een reep’. Dankzij het handschrift dat bij de Dode Zee gevonden is, weten we nu wat er waarschijnlijk echt in Jesaja 34 : 5 stond” [9].

 

Ook wanneer de eigen Alexandrijnse brontekst een zogenaamde fout lijkt te hebben, vlucht men naar een aanknopingspunt om toch van de tekst af te kunnen wijken. Ondanks dat de meerderheid van teksten spreekt over “een zwaard dat dronken wordt in de hemel”, gebruikt men één afwijkende vondst om er wat anders van te maken! Maar waarom zou deze tekst fout zijn? Het is pure suggestie, omdat de tekst niet voldoet aan ons menselijk voorstellingsvermogen. Nogmaals, uit het citaat van hierboven:

 

Het is duidelijk dat deze tekst niet kan kloppen: een dronken zwaard in de hemel is een wel heel merkwaardig beeld”.

 

En dan de conclusie uit hetzelfde citaat:

 

Dankzij het handschrift dat bij de Dode Zee gevonden is, weten we nu wat er waarschijnlijk echt in Jesaja 34 : 5 stond”.

 

Men roept twijfel op over Gods Woord, men zegt het antwoord te weten, en vervolgens “weten we WAARSCHIJNLIJK echt wat er stond”. Let op: WAARSCHIJNLIJK! Men weet het dus nog steeds niet zeker!

 

En dan te bedenken dat 2 Petr. 1 : 19 en 20 zegt: “En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, (...). Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging”.

 

Laten we kijken wat Gods Woord ons te bieden heeft! In Jeremia 46 : 10 lezen we het volgende: “Maar deze dag is van de HEERE, van de HEERE der heerscharen, een dag der wrake, dat Hij zich wreekt van Zijn tegenpartijders, en het zwaard zal vreten, en verzadigd, en dronken worden van hun bloed; want de Heere, HEERE der heerscharen, heeft een slachtoffer in het land van het noorden, aan de rivier Frath.” In deze tekst lezen we over een zwaard dat verzadigd, dat dronken wordt van bloed! Dat “verzadigd” past heel mooi bij wat de Engelse King James 1611 in Jes. 34 : 5 heeft staan voor “dronken”: “bathed”, wat bevochtigd, gedompeld, gebaad betekent! Dat is hetzelfde als met dopen: wanneer je ondergedompeld wordt in het watergraf, dan wordt je daar één mee, je wordt erin begraven! Het zwaard is gebaad in bloed, het is één met bloed, het is dronken in bloed! Zal deze tekst in de NBV dan ook anders vertaald zijn? We vinden in Jer. 46 : 10: “Het is een dag van wraak voor de HEER, de God van de hemelse machten. Hij wreekt zich op zijn vijanden. Zijn zwaard doet zich te goed, het drinkt en raakt verzadigd van hun bloed. De HEER, de God van de hemelse machten, richt een slachting aan, in het noorden, bij de Eufraat.” Het woordje “dronken” staat er niet, maar heel duidelijk wel de omschrijving: “Zijn zwaard doet zich te goed, het drinkt en raakt verzadigd van hun bloed”.

 

Een andere tekst waar we “dronken van bloed” tegenkomen is Deut. 32 : 42. Hier weliswaar niet met betrekking tot het zwaard, maar met betrekking tot pijlen: “Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed van de verslagene en van de gevangene, van het hoofd af zullen er wraakoefeningen over de vijand zijn.” Het ‘grappige’ is dat de NBV hier letterlijk vertaalt met: “Mijn pijlen maak ik dronken van het bloed van vijanden...”. Hier mag het dus opeens wel! Overigens Jes. 34 : 6 legt uit wat het “dronken zwaard” inhoudt: “Het zwaard des Heeren is vol van bloed...”.

 

Het gedeelte van Jeremia gaat heel duidelijk over de Dag des Heeren: de Grote Verdrukking die zal uitmonden in het Duizendjarig Vrederijk wanneer de Heere Jezus terugkomt. Wanneer Hij terugkomt lezen we in Openb. 19 : 11: “En ik zag de hemel geopend...”, en vervolgens zegt Openb. 19 : 15: “En uit Zijn mond ging een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenen slaan zou. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren roede; en Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de toorn en van de gramschap van de almachtige God”. Hoe zal dat zwaard eruit zien, wanneer Hij daar de heidenen mee slaat? Even voor dat vers, in vers 13 staat geschreven: “En Hij was bekleed met een kleed, dat met bloed gekleurd was; en Zijn Naam wordt genaamd het Woord Gods.” Wanneer we naar Jes. 34 : 5 kijken, dan zien we dat ook daar de context de Dag des Heeren is. In Jes. 34 : 8 staat geschreven: “Want het zal zijn de dag van de wraak des Heeren, een jaar der vergeldingen, om Sions twistzaak”. Jes. 34 : 5 gaat over dezelfde tijd als Jer. 46! En dat het zwaard dronken wordt in de hemel? Niet alleen op aarde wordt alles geslagen, maar ook in de hemelen gebeurt van alles: “En hun verslagenen zullen weggeworpen worden, en van hun dode lichamen zal hun stank opgaan; en de bergen zullen smelten van hun bloed. En al het heer der hemelen zal uitteren, en de hemelen zullen toegerold worden, gelijk een boek, en al hun heer zal afvallen, gelijk een blad van de wijnstok afvalt, en gelijk een vijg afvalt van de vijgeboom” (Jes. 34 : 3, 4).

 

Gods Woord bevat in de Oude vertalingen dus geen duidelijke schrijffout! Het past geheel binnen de profetieën, binnen de context van Gods Woord.

 

De Jongerenbijbel stelt:

 

Het is duidelijk dat deze tekst niet kan kloppen: een dronken zwaard in de hemel is een wel heel merkwaardig beeld”.

 

We zien echter, na Schrift met Schrift te vergelijken, na de Auteur van de Schrift, de Schrift te hebben laten uitleggen(!), dat de auteurs van de Jongerenbijbel, samen met de vertalers van de NBV, er mooi naast zitten! De oude Reformatie-Bijbel is opnieuw juist!

 

 

Gods Woord bewaren 

 

Het is niet voor niets dat Gods Woord ons op verschillende plaatsen oproept Zijn Woord te bewaren. Zo lezen we in Joh. 14 : 23 bijvoorbeeld: “Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn Woord bewaren, en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken”. Bij dat “Mijn Woord bewaren” passen ook de verschillende oproepen om niet van Gods Woord af te doen en niet aan Gods Woord toe te doen. In Deut. 4 : 2 lezen we bijvoorbeeld: “Gij zult tot dit woord, dat ik u gebied, niet toedoen, ook daarvan niet afdoen; opdat gij bewaart de geboden van de Heere, uw God, die ik u gebied”. In Spreuken 30 : 6 lezen we: “Doe niet tot Zijn woorden, opdat Hij u niet bestraffe, en gij leugenachtig bevonden wordt”. En in Openb. 22 : 18 en 19 lezen we: “Want ik betuig aan een ieder, die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Indien iemand tot deze dingen toedoet, God zal hem toedoen de plagen, die in dit boek geschreven zijn. En indien iemand afdoet van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afdoen uit het boek des levens, en uit de heilige stad, en uit hetgeen in dit boek geschreven is”.

 

 

De Jongerenbijbel zaait twijfel over het Woord van God!

 

In Jes. 34 : 5 is in de NBV het woord “dronken worden” weggehaald, en het woord “verschijnen” is toegevoegd! De Jongerenbijbel heeft hier een verklaring voor willen geven: Er staan overschrijffouten in Gods Woord! Echter: De auteurs van de Jongerenbijbel, de theologen, die de teksten theologisch getoetst hebben, worden dus, op grond van wat God zegt, leugenaars bevonden (Spr. 30 : 6)! Ondanks de theologie-studie zien we dat men geen kennis van Gods Woord heeft! Men sleutelt aan een tekst, waar men niet aan mag sleutelen. Men maakt moeilijke passages niet duidelijk, maar men verandert ze, tegen het advies van de Heere in. Dit mag een duidelijk signaal zijn voor wat betreft de vertaling en de toelichting van de Jongerenbijbel. De hele uitgelegde theorie over wat Gods Woord is, en hoe Gods Woord tot stand gekomen is, deugt niet. Het zaait eerder twijfel over de juistheid, en dus over de betrouwbaarheid en de waarheid, van Gods Woord, dan dat mensen gesterkt worden in het geloof der Schriften! Het brengt mensen bij het Woord van God vandaan!

 

 

[1] ‘Jongerenbijbel, met de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling’, Nederlands Bijbelgenootschap en Evangelische Omroep, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. V4.

[2] Idem.

[3] Idem, blz. V25.

[4] Idem.

[5] Idem, blz. 540, 541.

[6] Idem, blz. 3.

[7] Idem, blz. N2.

[8] Idem, blz. V26.

[9] Idem, blz. V26, V27.