Blue Flower

De wapenrusting: Waarheid, gerechtigheid en bereidheid

staande blijven in de nacht




Inleiding

 

De Gemeente van Jezus Christus heeft te maken met een machtige vijand [1]. Deze vijand is de “god van deze wereld”. We moeten hem dan ook niet onderschatten. De aartsengel Michaël durft hem niet te beschuldigen. Een engel kan hem voor duizend jaar binden, en het is de Heere Zelf Die hem uiteindelijk zal verslaan. We hebben gezien dat het hele bevrijdingspastoraat, zoals men dat tegenwoordig kent, berust op gegevens die niet op Gods Woord gegrond zijn, of op teksten die men uit de context gehaald heeft. In de brieven van Paulus aan de Gemeente van Jezus Christus vinden we dan ook nergens de opdracht om duivelen uit te werpen! Maar hoe blijven we vandaag de dag dan staande temidden van de duistere nacht om ons heen? Als kinderen van het licht, hebben we van God de “wapenen van het licht” gekregen (Rom. 13 : 12), of, zoals Efeze 6 : 11 zegt: de “wapenrusting Gods”. God vertelt ons in Zijn Woord om die wapenrusting geheel aan te doen. We zagen dat de Heere onze Leidsman is, en dat Hij voor ons strijdt. De wapenrusting is dan ook eerder defensief (verdedigend), dan offensief (aanvallend).

 

 

 

 

De wapenrusting Gods is dus erg belangrijk voor ons, de gelovigen van de Gemeente-tijd. We zullen elk afzonderlijk deel van die wapenrusting, zoals beschreven in Ef. 6 : 10 – 20, gaan bekijken.



Uw lendenen omgord met de waarheid

 

In Ef. 6 : 14 staat geschreven: “Staat dan, uw lendenen omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid”. In de encyclopedie van Winkler Prins komen we bij het woord ‘lende’ het volgende tegen: ‘Bij de mens worden aan de wervels en spieren van de lendenstreek bij het rechtopstaan en lopen mechanisch hoge eisen gesteld. Vandaar dat vermoeidheid niet zelden in dit gebied het eerst wordt gevoeld…’ De lendenstreek is dus een zwakker deel van het menselijk lichaam. Juist van dit gebied zegt Gods Woord: “uw lendenen omgord hebbende met de waarheid”. Dat zwakke gebied krijgt extra steun, om niet vermoeid te raken in de geestelijke strijd. Waarmee moeten we onze lendenen omgorden? Met de waarheid. In de Bijbel komen we heel veel teksten tegen waar “Uw waarheid” in voorkomt. Een voorbeeld is Psalm 86 : 11: “Leer mij HEERE! Uw weg; ik zal in Uw waarheid wandelen; verenig mijn hart tot de vreze van Uw Naam”. Het is dan ook de Heere Jezus Die zegt in Johannes 14 : 6: “Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot de Vader, dan door Mij”. Zo spreekt de Bijbel ook over Gods Geest als “de Geest der waarheid” (Joh. 16 : 13). En van Gods Woord, de Bijbel, staat in datzelfde Johannes-Evangelie geschreven: “Heilig ze in Uw waarheid; Uw woord is de waarheid” (Joh. 17 : 17). God is waar, en Zijn getuigenis vinden we in de Schrift. Juist wanneer wij die Waarheid als gordel omdoen en naar die Waarheid willen leven, zullen we gesterkt worden en niet geestelijk vermoeid worden!



Gevoel of waarheid?

 

Vandaag de dag zien we dat mensen veel op hun gevoel leven, ook wanneer het gaat om geloof. Ze zitten binnen een kerk of gemeenschap, de mensen zijn er aardig, ze voelen zich er thuis. Dat voelt goed! Voor hun gevoel is God aanwezig! Maar ondertussen zijn er bijvoorbeeld vrouwelijke profetessen, die van de oudsten toestemming krijgen om boodschappen van God door te geven. Terwijl Gods Woord in 1 Kor. 14 : 35 zegt: “En zo zij iets willen leren, laat ze thuis hun eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken”. én terwijl Gods Woord laat zien dat profetie een gave is, die God in het begin van de Gemeente-tijd, de periode van het fundament van de apostelen en profeten, aan de Gemeente had gegeven. Ondanks dat ons gevoel goed kan zijn, wil dat niet zeggen dat ons gevoel in overeenstemming is met Gods Woord! Dat mag een waarschuwing zijn.


Wat wij geloven, moeten we toetsen aan de Schrift. Zo zegt 2 Timótheüs 2 : 15: “Benaarstig u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt”. We nemen iets over de Bijbel niet aan omdat mensen het zeggen, maar omdat er geschreven staat. Wanneer we hetgeen God zegt in Zijn Woord, stellen boven wat mensen ervan vinden, dan zullen we niet beschaamd uitkomen! Daarom staat er ook van de gelovigen te Berea geschreven: “En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren” (Hand. 17 : 11). Daarom, ook wanneer u deze site leest: lees mee in uw Bijbel, lees na en herlees, kijk naar de context, voeg geen woorden toe, doe geen woorden af van de tekst. Geloof niet mij op mijn woord, maar geloof God op Zijn Woord. Omgordt u met de waarheid, laat u sterken door Gods Woord, zodat geestelijke moeheid geen vat op u krijgt.

 


Jezus Christus verwachten en de verleiding van de boze

 

Maar er is nog iets met dat “omgorden van de lendenen”. Waar komen wij het omgorden van de lendenen in Gods Woord nog meer tegen? Wanneer de discipelen met de Heere Jezus het laatste Avondmaal vieren, wast de Heere Jezus de voeten van de discipelen. En voordat Hij dat doet, lezen we: “Stond op van het avondmaal en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelf” (Joh. 13 : 4). Weet u waar het omgorden, bij het daar nog Joodse Avondmaal, vandaan komt? Het komt van de Joodse Pascha viering, zoals we dat ingesteld vinden in Exodus 12. In Exodus 12 : 11 lezen we: “Aldus nu zult gij het eten: uw lendenen zullen opgeschort zijn, uw schoenen aan uw voeten, en uw staf in uw hand; en gij zult het met haast eten; het is des Heeren pascha”. Nu zegt u misschien: Hier staat niet ‘omgord’, maar ‘opgeschort’. Wanneer we in de Engelse Reformatie-tekst, de King James 1611, kijken, dan staat in Ex. 12 : 11 exact hetzelfde als er in Ef. 6 : 14 staat: ‘your loins girded’, wat ‘uw lendenen omgord’ betekent. Waarom moest men de lendenen omgord hebben? Waarom moest men de staf in de hand hebben en met haast eten? Om klaar te zijn voor vertrek. Het volk Israël leefde in de verwachting van de verlossing uit Egypte! Alleen door het bloed van een lam was er die nacht redding (Ex. 12 : 12, 13). En het volk trok uit. In 1 Thess. 4 lezen we over de Opname van de Gemeente, dat de graven open zullen gaan en de doden op zullen staan, en degenen die levend achtergebleven zijn, tesamen met hen de Heere tegemoet zullen gaan in de lucht. Ook wij moeten ons vertrek verwachten. We moeten gericht zijn op dat moment dat we verenigd zullen worden met onze Heiland. Alleen dát vooruitzicht kan ons uitbeuren boven alles wat we hier in de aardse nacht meemaken. Heeft dat ‘lendenen omgorden’ inderdaad met die verwachting te maken? In Lukas 12 : 35 en 36 vinden we er nog een verwijzing naar: “Laat uw lendenen omgord zijn, en de kaarsen brandende. En weest gij de mensen gelijk, die op hun heer wachten, wanneer hij weerkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen”. Maar wat zien we in deze tekst: de heer die terugkomt van de bruiloft. We weten dat de Gemeente van Jezus Christus juist bij die bruiloft aanwezig is. Het is niet voor niets dat Efeze 5 spreekt over de relatie van man en vrouw in het huwelijk, en dat vergelijkt met de relatie tussen Jezus Christus en Zijn Gemeente! De Gemeente is de Bruid van Jezus Christus. Vandaar ook dat we in Openbaring lezen dat eerst de Bruiloft van het Lam plaatsvindt in de hemel (Openb. 19 : 7), en dat pas daarna de Heere Jezus terugkeert naar de aarde (Openb. 19 : 11, 14), Zijn vijanden verslaat (Openb. 19 : 15, 20, 21) en het Duizendjarig Vrederijk hier op aarde opricht (Openb. 20 : 2 – 6)! Dat is het moment van de opkomende Zon der gerechtigheid. Wanneer de Heere Jezus Christus terugkeert, verslaat Hij Zijn vijanden. Maar in de periode van Grote Verdrukking zijn wel degelijk mensen tot geloof gekomen, die het merkteken van het beest niet hebben aangenomen. Ook zij zullen opstaan en met Christus heersen (Openb. 20 : 4). De Gemeente is de Bruid, en is reeds getrouwd met het Lam, maar ook deze gelovigen zullen toegevoegd worden aan degenen die Hem zullen zien. Vandaar dat Lukas 12 : 36 zegt: “En weest gij de mensen gelijk, die op hun heer wachten, wanneer hij weerkomen zal van de bruiloft, opdat, als hij komt en klopt, zij hem terstond mogen opendoen”. Het opschorten van de lendenen houdt in ieder geval verband met het verwachten van de Heere. En dat geldt ook voor de Gemeente vandaag de dag! Want de Gemeente van Jezus Christus wordt in Ef. 6 : 14 gezegd: “Staat dan, uw lendenen omgord hebbende met de waarheid”. Laten wij ons door Gods Woord vermanen en laten wij gericht zijn op Zijn komst in de lucht om ons thuis te halen, om voor altijd bij Hem te zijn.


Die verwachting tilt ons uit boven alle aardse toekomstplannen! Onze schat is in de hemel! Is het verkeerd om veel geld te hebben? Nee. Is het verkeerd om een goede baan te hebben? Nee! Is het verkeerd om een groot en duur huis te hebben? Nee! Het is niet verkeerd, maar het is ook niet nodig. Het is niet het doel van de wederom geboren gelovige. Ons doel is de Heere Jezus Christus en bij Hem te zijn! Wanneer wij daar werkelijk op gericht zijn, kunnen wij de verleiding van de boze weerstaan, die ons, door middel van allerlei dingen, af probeert te trekken van Jezus Christus. Filippensen 3 : 17 – 21 zegt: “Weest mede mijn navolgers, broeders, en merkt op hen, die alzo wandelen, gelijk gij ons tot een voorbeeld hebt. Want velen wandelen anders; van wie ik u dikwijls gezegd heb, en nu ook wenende zeg, dat zij vijanden van het kruis van Christus zijn; Welker einde is het verderf, welker God is de buik, en welker heerlijkheid is in hun schande, die aardse dingen bedenken. Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus; Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam, naar de werking, waardoor Hij ook alle dingen Zichzelf kan onderwerpen”.


Deze verwachting van Zijn komst heeft ook weer met de waarheid te maken. Vele kerken verwachten niet dat de Gemeente opgenomen wordt. Zij leven in het hier en nu, en proberen eigenhandig Gods Koninkrijk op aarde op te richten, of zoals het vaak genoemd wordt: Zijn Koninkrijk te verspreiden. In de geschiedenis zijn vele kruistochten bekend. Kruistochten om bijvoorbeeld het Heilige Land Israël te ontzetten van de vijand. Maar ook heden ten dage, wanneer men een ‘Mars voor Jezus’ houdt, zingt men door de straten: ‘Wij verklaren: Gods Koninkrijk is hier! In uw midden. De blinden en doven en lammen genezen; ziekte vlucht weg voor zijn stem. De doden staan op en Goed Nieuws voor de armen: Jezus is Koning, weest blij’ (Opwekking 301). Maar het Koninkrijk op aarde moet nog baanbreken… Dat is nog toekomst! En over de kruistochten, en andere oorlogen, die in naam van de christenheid gevoerd worden, zegt Ef. 6 : 12: “…wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed,…”. Oorlog voeren in Naam van Jezus of in Naam van God is on-Bijbels. De Bijbelse strijd is een geestelijke strijd, tegen geestelijke wezens, en Jezus Christus Zelf is onze Leidsman! Alleen wanneer wij aan de Bijbelse Waarheid blijven vasthouden, zullen wij Hem ook blijven verwachten. En de Heere zal dat belonen. In 2 Tim. 4 : 8 staat geschreven: “Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in die dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben”.



Het borstwapen der gerechtigheid

 

In Efeze 6 : 14 staat nog een tweede wapen: “Staat dan, uw lendenen omgord hebbende met de waarheid, en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid”. Dit borstwapen verwijst naar de gerechtigheid die wij niet van onszelf hebben! Ook deze gerechtigheid hebben wij van de Heere gekregen, en het is aan ons of wij ook in die gerechtigheid wandelen, en ons door het Woord daar verzekerd van weten. Uit onszelf kunnen wij niet rechtvaardig leven; dat heeft te maken met de zondeval van Genesis 3. De Bijbel zegt heel duidelijk: “Er is niemand rechtvaardig, ook niet één” (Rom. 3 : 10). Mensen denken echter vaak uit zichzelf rechtvaardig voor God te kunnen staan, maar dat kan niet, want er is er niet één rechtvaardig. Romeinen 10 : 3 zegt: “Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij aan de rechtvaardigheid Gods niet onderworpen”. Uit zichzelf kan de mens nooit rechtvaardig zijn, ook de gelovige mens niet. Nota bene de apostel der heidenen – Paulus (Rom. 11 : 13) – zegt dat wanneer hij het goede wil doen het kwade hem bijligt (Rom. 7 : 21). Het is ons vlees dat nog steeds zondigt (Rom. 7 : 18), daar woont geen goed in. Pas bij de Opname, wanneer wij verenigd worden met de Heere Jezus, zullen wij Zijn heerlijk lichaam gelijk worden (Filip. 3 : 21). Dan ontvangen wij ons opstandingslichaam, dan pas zijn wij vrij van ons vlees en van de zonde. Hoe kan het dan dat God ons mensen aanneemt? Door Jezus Christus en Zijn vergoten bloed aan het kruis van Golgotha! 2 Kor. 5 : 21 maakt dat duidelijk: “Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”. Jezus Christus was zonder zonden, maar Hij heeft onze zonden op zich genomen en in Zijn lichaam weggedragen (1 Petr. 2 : 24). Niet uit onszelf, maar in Hem kunnen wij gerechtvaardigd voor God staan. Wanneer wij Hem hebben aangenomen, heeft Hij in ons die nieuwe mens geschapen, die nieuwe mens met de goddelijke natuur: “Gelijk ons Zijn Goddelijke kracht alles, wat tot het leven en de godzaligheid behoort, geschonken heeft, door de kennis van Hem, Die ons geroepen heeft tot heerlijkheid en deugd; waardoor ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij daardoor de goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvlucht zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid” (2 Petr. 1 : 3 – 4). In Hem, Jezus Christus, zijn wij gerechtvaardigd. Dat is Gods gerechtigheid in het leven van de gelovige. Wanneer u dat borstwapen van Zijn gerechtigheid aantrekt, mag u vanuit Zijn gerechtigheid in het leven staan. Vanuit die zekerheid mag u in de strijd van het leven staan! Wanneer de boze u aanspreekt op het feit dat u het voor de zoveelste keer verknald hebt, dan kunt u, vanuit de wetenschap dat geen één mens uit zichzelf rechtvaardig kan zijn, verzekerd zijn van het feit dat u in Gods ogen de rechtvaardigheid van Jezus Christus draagt (naast het feit dat de Bijbel ons leert dat wij onze zonden moeten belijden, zodat hetgeen wat tussen Hem en ons in staat, uit de weg geruimd wordt). Die zekerheid, dat zal de boze nooit van u af kunnen pakken, wanneer u wederom geboren bent.



De bereidheid van het Evangelie des vredes

 

Vervolgens gaat Ef. 6 : 15 verder: “En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes”. Dit vers vertelt de Christen om bereid te zijn om het Evangelie van de vrede te verkondigen. Deze tekst doet denken aan een andere tekst, namelijk Romeinen 10 : 15: “En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe liefelijk zijn de voeten van hen, die vrede verkondigen, van hen, die het goede verkondigen!”. Wat voor een vrede? Wereldvrede? Moeten we ons toch maar scharen achter de VN en haar zogenaamde vredesmissies? Nee, de Bijbel leert dat er een tijd van schijnvrede zal komen (Dan. 9 : 27; 1 Thess. 5 : 3), waarna de Grote Verdrukking in alle hevigheid over deze aarde zal komen. De Gemeente zal voor die tijd opgenomen worden, en voor de Gemeente wordt het hier op aarde tot aan de Opname alleen maar duisterder. We weten dan ook dat er hier op aarde geen vrede komt, totdat Jezus Christus Zelf is teruggekomen en zal heersen als Koning (Openb. 19 en 20). Het “Evangelie des vredes” is dus geen Evangelie van vrede op aarde, zoals de meeste mensen tegenwoordig graag willen geloven. Men wil geloven in vrede op aarde, maar de meeste stromingen hebben het Duizendjarig Vrederijk afgeschaft, geschrapt uit Gods Woord! Of men zegt: daar leven we nu al in. Nu, mooie vrede is dat dan, al die oorlogen en rampen om ons heen! De Bijbel laat zien dat eerst Jezus Christus terugkomt, en dan pas is er vrede! De Gemeente echter ziet uit naar die Opname, om verenigd te worden met onze Heiland. Met die boodschap moeten wij elkaar vertroosten zegt 1 Thess. 4 : 18: “Zo dan, vertroost elkander met deze woorden”. Het Evangelie des vredes is schijnbaar een heel ander Evangelie! Toen Jezus Christus naar de aarde kwam, zeiden de engelen: “Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen” (Luk. 2 : 14). En inderdaad, die letterlijke vrede gaat komen! Ook op aarde, alleen dan is de Gemeente allang met de Heiland verenigd, en zal zij met Hem heersen. De Gemeente heeft dan een hemelse roeping, en zal wonen in het Nieuwe Jeruzalem! Die vrede, die de Heere God nú geeft, geeft in de mensen een welbehagen! Het ‘Evangelie des vredes’ is voor de Gemeente in de eerste plaats een innerlijke Evangelie-boodschap, want door Jezus Christus zijn wij met God verzoend! Een heel mooi Schriftgedeelte dat daarover spreekt is 2 Korinthe 5 : 18 – 21 “En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bad; wij bidden van Christus’ wege: laat u met God verzoenen. Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” Dat is het ‘Evangelie des vredes’! De boodschap van God aan de wereld is een boodschap van verzoening door het bloed van Jezus Christus. Wanneer wij in ons leven, door die boodschap gedragen, wandelen, zijn wij gezanten van Christus. En die bediening heeft Hij ons allen gegeven! En dan lezen we bij de wapenrusting in Efeze 6 : 15: “En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes”. Wij moeten bereid zijn om het Evangelie van Gods verzoening door te geven. “Neemt aan de gehele wapenrusting, opdat gij kunt weerstaan” (Ef. 6 : 13).



Voorbereid zijn tot het afleggen van rekenschap

 

Dan nog iets: ‘bereidheid’ wil aan de ene kant zeggen ‘bereidwilligheid’, maar wil ook zeggen ‘voorbereid zijn’! De Engelse King James 1611 spreekt over “your feet shod with the preparation of the gospel of peace”, oftewel: “uw voeten geschoeid met de voorbereiding van het Evangelie des vredes”. De voeten moeten weten hoe de boodschap uitgedragen moet worden. De voeten moeten voorbereid zijn, geschoeid (gekleed) zijn! Ziet u opnieuw hoe belangrijk het is, dat u de Bijbel kent?! Alleen wanneer u de Bijbel kent, kunt u standhouden, en de boodschap van God uitdragen, zoals Hij dat ook bedoeld en opgeschreven heeft. Dan gaat u niet een eigen boodschap over God vertellen, maar dan gaat u Gods boodschap aan de mens vertellen: “Er is geschreven”. De boodschap van God is: Laat u met God verzoenen in Christus, door Zijn bloed. Een tekst die dat bereid zijn ook duidelijk aangeeft is 1 Petr. 3 : 15: “Maar heiligt God, de Heere, in uw harten; en weest altijd bereid tot verantwoording aan een ieder, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.”


Zo ziet u hoe wederom geboren gelovigen van God middelen aangereikt krijgen, om staande te blijven te midden van de nacht. God schenkt de gelovige het borstwapen van de gerechtigheid van Jezus Christus. Daarin kan de gelovige staan voor God. Daarin mag de gelovige zich zeker voelen, en mag hij de aanvallen van onzekerheid, die de duivel hem probeert op te dringen, resoluut afwijzen. Vervolgens mag de gelovige wandelen in die gerechtigheid, en zijn lendenen omgorden met de waarheid. Als gelovige Gods Woord aanvaarden en alles, wat gezegd wordt, toetsen aan de Schrift. Dat maakt de gelovige sterk en standvastig, en tevens bereidt dat Woord de gelovige voor op de komst van de Heere Jezus Christus. En wanneer de gelovige zich voorbereidt in dat Woord, bereidt hij zich ook voor om verantwoording af te leggen van zijn geloof, zodat hij op grond van de Schrift tegen mensen kan zeggen: Laat u met God verzoenen! Zo mag de gelovige wandelen in de nacht van deze tijd.

 

 

[1] De Gemeente-leden hebben niet alleen te maken met een machtige vijand, maar zij leven hier op aarde ook nog steeds in het lichaam, dat gebonden is aan de zonde (Rom. 7 : 18). De wederom geboren gelovige is behouden (1 Kor. 3 : 15), hij is een nieuw schepsel geworden (2 Kor. 5 : 17), en heeft zijn vlees geestelijk gezien uitgetrokken (Kol. 2 : 11). Maar ondanks dat hij zijn vlees geestelijk gezien heeft uitgetrokken, leeft hij nog steeds in dat zondige vlees. De Heere roept de gelovige op om dat vlees in gehoorzaamheid aan de nieuwe natuur, in gehoorzaamheid aan God te brengen (Rom. 12 : 1 – 2), en dus te wandelen naar de Geest (Gal. 5 : 16). Maar “het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander” (Gal. 5 : 17). Dit is de reden waarom de gelovige ook met een inwendige strijd geconfronteerd wordt, wat uitgebreid beschreven wordt in Rom. 7 : 13 – 26. Dit is dus nog weer een andere strijd, dan de besproken strijd in de artikelen over de wapenrusting. Overigens is, mede vanwege onze zwakke oude natuur (ons vlees), de wapenrusting van belang, omdat de vijand juist op onze zwakheden zal proberen in te werken. Zie ook de studie over “Heiligmaking”.