Blue Flower

De wapenrusting: Bidden

staande blijven in de nacht

 

 

 

Inleiding

 

Reeds een viertal studies ging over de wapenrusting Gods. We hebben gezien dat de Heere ons oproept om “de gehele wapenrusting Gods” aan te doen. De wapenrusting, die volgens Efeze 6 uit verschillende delen bestaat. We hebben gezien hoe, door de hele wapenrusting heen, Gods Woord eigenlijk een zeer centrale plaats inneemt. Bij bijna al de “uitrustingsstukken” hebben we stilgestaan, behalve het gebed. Ef. 6 : 18 zegt namelijk: “Met alle bidding en smeking, biddende te allen tijd in de Geest, en daartoe wakende met alle volharding en smeking voor al de heiligen”. In onderstaand Schema vindt u een beknopt overzicht van alle uitrustingsstukken.

 

 

 

Wat is bidden?

 

Deze studie gaat dus over bidden. Bidden is eigenlijk heel gewoon praten met God. Zoals de Heere ons door Zijn Woord instructies geeft voor de strijd in de nacht, waar we in leven, zo mogen wij ons in gebed richten tot onze “commandatoren”. We mogen God om leiding vragen, we mogen Hem om wijsheid vragen. Neem Salomo. Salomo was koning over een groot volk. Iets wat hij best moeilijk vond. Salomo voelde zich klein (1 Kon. 3 : 7). Toen hij in gesprek was met God, vroeg Salomo God om wijsheid in 1 Kon. 3 : 9: “Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandig onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?” Wij zijn wel geen koning over Israël, maar ook wij mogen om wijsheid vragen, zoals Jak. 1 : 5 bijvoorbeeld zegt: “En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een ieder mild geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden”. Waar het om gaat, is dat de Heere gemeenschap met de gelovigen wil hebben, zoals in 1 Kor. 1 : 9 staat geschreven: “God is getrouw, door Wie gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere”. De Heere wil contact met ons onderhouden. Door de zondeval (Gen. 3) was de relatie tussen God en mensen verbroken, maar in de Heere Jezus kunnen wij vandaag de dag tot de Vader komen. In Ef. 2 : 18 staat daarover: “Want door Hem [= Jezus Christus, zie context] hebben wij beiden de toegang door één Geest tot de Vader”.

 

 

Toegang tot de Vader

 

De Bijbel spreekt dus over “toegang tot de Vader”. En ook daarin zien we vandaag de dag verdeeldheid. Want met wie spreken we eigenlijk als we bidden? Ik herinner me de uitzending van een EO-Jongerendag, reeds een goed aantal jaren geleden. In het openingsgebed ging, als ik het me goed herinner Wim Grandia, in gebed tot de Heilige Geest. En het is geen wonder dat mensen vandaag de dag bidden tot de Heilige Geest, want ze zingen toch ook: “Geest van God, maak in dit uur al uw kind’ren vrij” (uit: Joh. de Heer, nr. 300) en “Welkom Heil’ge Geest van God, waai over ons. Maak onze harten rein” (uit: Opwekking 391), en zo zijn er vele voorbeelden meer te vinden. Maar… Nergens in de Bijbel komen we tegen dat ook maar iemand een gebed richt tot Gods Geest! In de zegenbeden in de brieven aan de Gemeente, vinden we altijd een bede van vrede van God en Zijn Zoon Jezus Christus aan de gelovige (zie bijv. Rom. 1 : 7, 1 Kor. 1 : 3, Gal. 1 : 3, 1 Tim. 1 : 2, etc.). Ook hierin zien we nooit dat de vrede van de Heilige Geest wordt toegebeden. Wel vinden we in 2 Kor. 13 : 13 dat de gelovigen gezegd wordt: “…en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen”. De gelovige heeft de Heilige Geest ontvangen als Trooster (Joh. 14 : 16), Hij zal de gelovige leiden in al de waarheid, en niet van Zichzelf spreken (Joh. 16 : 13). De Heilige Geest brengt de woorden van de Heere Jezus te binnen (Joh. 14 : 26), en zal de Heere Jezus verheerlijken (Joh. 16 :14). Een wederom geboren gelovige, die zich laat leiden door de Heilige Geest, zal dus ook niet ‘Geest-gericht’ zijn, maar ‘Jezus-gericht’. Zo iemand is ‘Christo-centrisch’, zoals dat wel eens met een mooi woord aangegeven wordt. Vandaar dat we in de Bijbel de Heilige Geest niet vinden in de meeste zegenbeden, en zeker niet in de gebeden aan God. Veel meer vinden we dat de Vader aanbeden wordt in de Naam van de Heere Jezus. In Johannes 16 : 23 lezen we: “…Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Al wat gij de Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven”. Ook in de brieven aan de Gemeente zien we dat Paulus de Vader aanbidt. In Ef. 3 : 14 staat: “Om deze oorzaak buig ik mijn knieën tot de Vader van onze Heere Jezus Christus” (zie ook Joh. 4 : 23; Joh. 15 : 16; Rom. 1 : 8 en 1 Tim. 2 : 5).

 

 

Niet bidden tot de Geest, maar bidden in de Geest!

 

We mogen de Vader in de Naam van de Heere Jezus bidden, want in Hem is de toegang tot de troon van de Vader vrij! En dat alles kan alleen “in de Geest”, zoals ook Ef. 6 : 18 zegt. Vandaar dat we dus ook in Gods Woord vinden: “en de gemeenschap des Heiligen Geestes, zij met u allen”. Zo vinden we bijvoorbeeld in Judas 1 : 20: “Maar geliefden, bouwt gij uzelf op uw allerheiligst geloof, biddende in de Heilige Geest”. Het is Gods Geest, Die de gelovige wil leiden, en Die door de gelovige heen bidt. Gods Geest maakt, door de gelovige heen, de Vader, de Schepper van hemel en aarde, groot. In de Naam van Jezus Christus. Zo wordt de gelovige als volgt opgeroepen met Gal. 5 : 16: “En ik zeg: Wandelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet”. Deze oproep heeft iedere keer opnieuw weer te maken met een wilsbeslissing. En wanneer wij ons blijven openstellen voor Gods Woord, door ons te omgorden, te schoeien, het schild te heffen en het zwaard te trekken, wanneer wij ons blijven stellen onder Zijn wil, en dus onder de leiding van de Heilige Geest, zal de Geest ons leiden in onze gebeden. Hij zal ons gebedsonderwerpen op het hart leggen, en zo mogen we zowel “wandelen in de Geest” als “bidden in de Geest”. En weten we dan een keer niet waar we voor moeten bidden, of hoe we ergens voor moeten bidden, dan staat er in Rom. 8 : 26 het volgende: “En envenzo komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen”. Buiten het feit dat de gave van tongen vandaag de dag niet voorkomt, gaat deze tekst niet over tongen, want tongen zijn talen, en talen kun je uitspreken. Deze tekst gaat over onuitsprekelijke zuchtingen. Vervolgens gaat deze tekst niet over het bidden van de Heilige Geest door de gelovige, maar deze tekst zegt dat de Heilige Geest bidt voor de gelovige! Is dat niet schitterend van God! Hij wil ons leiden door dit leven, en door Zijn Geest komt Hij ons te hulp en bidt Hij zelfs voor ons! Wij gaan dus in de Naam van de Heere Jezus tot de Vader, en dat doen we (behoren we te doen) “te allen tijd in de Geest”, maar niet tot de Geest!

 

Wat weldegelijk kan, is dat we in de Geest tot de Vader bidden in de Naam van Jezus, en dat we dan om leiding van Zijn Geest vragen! We zagen al het voorbeeld van de wijsheid waar we om mogen bidden. Het is de Heilige Geest, Die wijsheid is en Die wijsheid heeft (Jes. 11 : 2), en zo zien we dat Paulus voor de gelovige Efeziërs bidt: “Daarom ook ik, gehoord hebbende het geloof in de Heere Jezus, dat onder u is, en de liefde tot al de heiligen, houd niet op voor u te danken, u gedenkende in mijn gebeden; opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest der wijsheid en der openbaring in Zijn kennis; namelijk verlichte ogen van uw verstand, opdat gij moogt weten, welke de hoop van Zijn roeping is, en welke de rijkdom der heerlijkheid van Zijn erfenis is in de heiligen” (Ef. 1 : 15 – 18).

 

 

Zijn zogenaamde formuliergebeden Bijbels?

 

We gaan geen schema voor het gebed behandelen, waarin stap voor stap uitgelegd wordt hoe we zouden moeten bidden. De Bijbel geeft namelijk geen schema voor het gebed. Wel zijn er enkele aanwijzingen, waar we goed aan doen om die ter harte te nemen, maar deze aanwijzingen vormen absoluut geen schema! Heel vaak wordt het “Onze Vader” gebruikt om mensen een gebedsschema aan te leren. Wanneer we in de Bijbelse Encyclopedie (Uitgerverij Kok, Kampen, zesde druk) kijken onder het trefwoord ‘Gebed des Heren’, dan zien we dat het Onze Vader door de kerken ook wel een ‘formuliergebed’ genoemd wordt. De Bijbel kent het hele woord ‘formuliergebed’ niet. Hier zien we hoe de kerken hun eigen leer op de Bijbel willen drukken. De Bijbel kent geen vaste vormen voor het gebed. Dat het Onze Vader vaak als voorbeeld-gebed genomen wordt, komt omdat één van de discipelen aan de Heere Jezus vroeg: “Heere, leer ons bidden” (Luk. 11 : 1). Maar men vergeet dat de Heere Jezus Zijn discipelen dit gebed leerde voordat Hij gestorven en opgestaan was. De Gemeente was absoluut nog niet eens in wording. Jezus en Zijn discipelen predikten het Koninkrijksevangelie aan het huis van Israël! Dit is iets wat we in dit gebed ook heel duidelijk lezen. Het Onze Vader zegt: “je wordt vergeven indien jij ook vergeeft”, terwijl we in de Gemeente-tijd leven, waarin geldt: “je bent vergeven, vergeef daarom je naaste ook”. Met andere woorden: Het Onze Vader kan geen voorbeeld-gebed, en al helemaal geen standaard gebed, voor de Gemeente zijn!

 

 

Vier ‘soorten’ van bidden

 

Gods Woord laat zien dat er eigenlijk vier soorten gebeden zijn, of misschien moeten we zeggen dat er eigenlijk vier delen zijn waar een gebed uit kan bestaan.

  • Aanbidding. Tegenwoordig is ‘aanbidding’ een soort handelsmerk binnen het Christendom. Op z’n Engels: ‘Worship’. Er worden vaak speciale aanbiddingsdiensten gehouden. Er zijn aanbiddingsscholen en aanbiddingsleiders. En dat terwijl aanbidding meer in het Oude Testament voorkomt (44 x) dan in de brieven aan de Gemeente (1 x). Wat we in de brieven wel veel tegenkomen is ‘danken’. In ieder geval: daar waar aanbeden wordt, vallen mensen in de Bijbel op de knieën. Waar wordt er in aanbiddingsdiensten tegenwoordig nog geknield? In hedendaagse aanbiddingsdiensten worden mensen meer opgezweept om in vervoering te raken, en dat terwijl de Bijbel de Gemeente bij gebed juist oproept om nuchter en waakzaam te zijn! Ondanks dat aanbidding meer in het Oude Testament voorkomt, mogen ook wij aanbidden, het mag een onderdeel van ons gebed zijn! Want hoe kun je aanbidden zonder schuldbelijdenis en zonder te danken? Aanbidding heeft te maken met neerknielen, met het erkennen dat God groot is! Hij is groot, en wij zijn maar kleine mensjes (Filip. 2 : 10, 11; Openb. 15 : 3, 4). In Psalm 95 : 6 lezen we: “Komt, laat ons aanbidden en neerbukken; laat ons knielen voor de Heere, Die ons gemaakt heeft”. En dit is iets wat best met vrolijkheid gepaard mag gaan. Het eerste en tweede vers van Psalm 95 zeggen dan ook: “Komt, laat ons de Heere vrolijk zingen, laat ons juichen de Rotssteen van ons heil. Laat ons Zijn aangezicht tegemoet gaan met lof; laat ons Hem juichen met psalmen”. Ook geknield kun je dus vrolijk zijn en juichen. Daarvoor hoef je niet uit je dak te gaan, en in vervoering raken mist al helemaal elke Bijbelse grond. Nu is dit een Oudtestamentische Psalm. Maar wij mogen Hem nu prijzen, omdat Hij de verzoening in de Heere Jezus voor ons teweeg heeft gebracht. Hem komt toe alle eer!

  • Belijdenis. Het uitspreken van berouw en vragen van vergeving van begane zonden. In Psalm 32 : 1 lezen we: “Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is”. Dit is een Psalm uit het Oude Verbond van de Wet, en dat spreekt over bedekking van zonden. Wij mogen vandaag de dag echter weten dat in Jezus Christus al onze zonden weggedaan zijn. Hij is voor ons gestorven. Hij heeft Zijn bloed voor ons vergoten. De prijs voor de zonde (Rom. 6 : 23) is in Hem betaald. In 1 Joh. 1 : 7 lezen we daarover: “Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde”. Vers 9 gaat verder: “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid”.

  • Danken. Filip. 4 : 6 zegt ons te danken onder alle omstandigheden: “Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God”. We mogen de Heere danken voor alles wat Hij ons gegeven heeft, zowel in geestelijk als materieel opzicht. En ook als het tegenzit, mogen we Hem danken, hoe moeilijk dat op zo’n moment ook kan zijn. Maar we mogen Hem danken dat Hij met de verzoeking ook de uitkomst zal geven (1 Kor. 10 : 13).

  • Voorbede. Voor onszelf, en andere mensen, mogen we onze gebeden en smekingen richten tot God. In 1 Tim. 2 : 1 staat: “Ik vermaan dan voor alle dingen, dat gedaan worden smekingen, gebeden, voorbiddingen, dankzeggingen, voor alle mensen”.

 

 

Bidt zonder ophouden

 

Bidden mag overal (1 Tim. 2 : 8), en voor alles: Bidden voor Jezus’ tweede komst (Openb. 22 : 20), voor ons leven, voor ons dagelijks brood (Matth. 6 : 11), voor vergeving van zonden (1 Joh. 1 : 9), voor overwinning over de zonden van ons vlees, voor bescherming en leiding (Joh. 16 : 13), voor alle mensen (1 Tim. 2 : 1), voor broeders en zusters, voor wijsheid (1 Kon. 3 : 9, Spr. 2 : 6, Jak. 1 : 5), voor bescherming onderweg (Rom. 1 : 10, vergelijk KJV 1611 en kanttekeningen Statenvertaling), voor onze vijanden (Matth. 5 : 44), voor de gezagsdragers in deze maatschappij (1 Tim. 2 : 2), voor de redding van zondaren, want de Heere wil niet dat mensen verloren gaan (2 Petr. 3 : 9). Zo maar enkele Bijbelse voorbeelden. De Bijbel roept ons op om “te allen tijd te bidden”. Ook wanneer we in 1 Thess. 5 : 17 kijken, dan zien we dat de Heere ons oproept: “Bidt zonder ophouden”. Maar hoe kunnen wij bidden zonder ophouden? We kunnen toch moeilijk de hele dag met de handen gevouwen en onze ogen gesloten zitten! In onze gedachten kunnen we echter overal en te allen tijde in gebed zijn. Als er iets voorvalt kunnen we in onze gedachten tot de Heere gaan en om Zijn leiding vragen. Gebeurt er iets moois dan kunnen we in onze gedachten tot de Heere gaan en Hem danken voor het moois wat er gebeurt. En zo mag ons leven verbonden zijn met Hem. We zagen al eerder hoe “bidden in de Geest” verbonden is met “wandelen in de Geest”. Eigenlijk worden we opgeroepen om een voortdurend contact te hebben met onze hemelse Vader. De tekst Kol. 3 : 2 gaat wel niet over bidden, en toch laat deze tekst heel mooi zien hoe onze gerichtheid behoort te zijn, Kol. 3 : 1 – 3: “Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God”.

 

 

Hoe om te gaan met bezetenheid?

 

Het gebed is dus een communicatie-middel van de gelovige naar God toe. Echter we zien steeds vaker dat mensen het gebed als een aanvalswapen zien, om de duivelen aan te spreken en ze weg te sturen. We hebben er in een andere studie al uitgebreid bij stilgestaan dat het bevrijdingspastoraat, zoals we dat tegenwoordig kennen, totaal on-Bijbels is. Nergens in de brieven aan de Gemeente vinden we de oproep om duivelen uit te werpen! En al helemaal nergens in de Bijbel vinden we de opdracht om duivelen aan te spreken. Maar… we hebben er bij stilgestaan dat de Bijbel laat zien dat gelovigen ook bezeten kunnen zijn. Hoe moeten we daar dan mee omgaan? Moeten we die duivelen dan niet uitdrijven? Wanneer we vermoeden dat er in ons leven iets is, wat niet uit God is, iets waar de boze een hand in heeft, ga dan niet in contact met één of andere geesten-uitdrijver! Iedere gelovige is voor zichzelf verantwoordelijk tegenover de Vader in de hemel. De weg tot de Vader is vrijgemaakt door de Heere Jezus Christus, en dus hebben we niet één of andere menselijke intermediair nodig, die een speciale gave van voorbidden zou bezitten. Zo een speciale gave bestaat niet! En de “merktekenen der apostelen” zijn met de apostelen verdwenen. Als gelovigen mogen wij vrij tot de Vader gaan in de Naam van de Heere Jezus Christus. Alles begint opnieuw bij een wilsbeslissing. Weersta de duivel in de Naam van de Heere Jezus Christus. In 1 Petr. 5 : 8 en 9 hebben we al eerder gelezen: “Weest nuchter, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een briesende leeuw, zoekende, wie hij zou kunnen verslinden; en weerstaat hem, vast zijnde in het geloof,…”. We mogen de duivel weerstaan door vast te staan in het geloof. Daarvoor hebben we nu juist de wapenrusting gekregen. Door ons het Woord van God eigen te maken, door het geloof Daarop te funderen, door ons de verzekering van het behoud in de Heere Jezus Christus toe te eigenen, en door te gaan en te handelen vanuit het Woord, mogen wij vast staan. Dit begint bij “weest nuchter en waakt”. De extase en vervoering van de Charismatische beweging heeft hier dus niets mee van doen. Wanneer u de duivel zo weerstaat, staat er in Jakobus 4 : 7: “Zo onderwerpt u dan aan God, weerstaat de duivel, en hij zal van u vlieden”. “Weerstaan” doen we dus niet door een gesprek met de duivel(en) te voeren, maar door vast te staan in het geloof [1]! Vervolgens kunnen we in gebed gaan tot de Vader, en Hem om leiding en bescherming vragen. Natuurlijk mogen we samen met anderen bidden, we zien in Gods Woord dat Paulus ook andere mensen vraagt om voor hem te bidden. Allereerst zegt Paulus in Ef. 6 : 18: bidt voor “al de heiligen”, en vervolgens gaat vers 19 – 20 verder: “en voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening van mijn mond met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken; waarvoor ik een gezant ben in een keten, opdat ik daarin vrijmoedig moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken”. We mogen onze noden samen delen, samen dragen, er samen voor bidden, zo ook als we vermoeden dat de boze een voet aan de grond heeft in ons leven. Maar er is geen speciale uitdrijver nodig! Iets wat we niet veel tegenkomen in de brieven, maar wat we zouden kunnen doen, is vasten. De Heere Jezus zegt tegen de Joden: “Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten” (Matth. 17 : 21). Door te vasten kunnen mensen zich een tijdje geheel aan gebed wijden. Dit blijkt ook uit de brieven, daar waar gesproken wordt over het huwelijk. In 1 Kor. 7 : 5 staat: “Onttrekt u elkander niet, tenzij dan met beider toestemming voor een tijd, opdat gij u aan vasten en bidden moogt wijden; en komt weer bijeen, opdat de satan u niet verzoeke, omdat gij u niet kunt onthouden”. Bij het bidden mag u pleiten op het vergoten bloed van de Heere Jezus Christus. Dat is het middel waarmee u vrijgekocht bent (Hand. 20 : 28; 1 Kor. 6 : 20). In 1 Petr. 1 : 18 en 19 staat: “Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam”.

 

 

Pas op voor heidense vormen van gebed!

 

Helpt het om vervolgens een nacht lang een gebed te blijven herhalen? Tegenwoordig spreekt men steeds vaker over “doorbidden in de Geest”. Vaak bedoelt men hiermee dat men net zo lang bidt, tot men een antwoord heeft. En dan hebben we het nog niet over allerlei uitwassen, die op grond hiervan plaatsvinden, als bijvoorbeeld het zogenaamd “genezend gebed” (hypnose met een ‘Christelijk’ sausje): ‘Stel je voor, je bent in de baarmoeder, hoe voelt het? Ik zie dat God je in Zijn armen neemt en tegen Zijn hart aandrukt’, etc, etc. Ook hierin spreekt men over het ‘doorbidden van bijvoorbeeld vroegere situaties’. Men zal dit niet toegeven, maar ongetwijfeld zal hierin het gevoel van de bidder een hele grote rol spelen, en ervaring is de maatstaf geworden. Maar wanneer u een hele nacht gaat “doorbidden” voor dat onderwerp, dan gaat u in herhaling vallen, net als veel opwekkingsliedjes, waar men soms twintig keer achter elkaar dezelfde zin uitspreekt, of Jezus aanroept. Ook spreekt men tegenwoordig wel van contemplatief [2] bidden, een vorm van herhalend bidden van een korte zin, gecombineerd met ademhalingstechnieken (ook wel bekend als ademgebed, of Jezus-gebed). Ook dit is een techniek waarin men streeft naar ervaring. In Matth. 6 : 7 staat: “En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden”. De King James 1611 zegt hier: “use not vain repetitions”. Oftewel: gebruik geen ijdele of nutteloze herhalingen! Precies zoals de Kanttekeningen bij de Statenvertalingen aangeven bij “ijdel verhaal van woorden”: ‘wanneer enige woorden of reden zonder nood of ernst dikwijls herhaald worden’. Met andere woorden, daar waar ‘Christelijke’ gebeden of liederen herhaald worden, gaan zij lijken op wat in verschillende religies bekend staat als mantra’s, precies zoals Matth. 6 : 7 zegt: “gelijk de heidenen” doen! Het gaat bij het bidden ook niet om de veelheid van woorden. Dit is iets wat de Heere Jezus de Farizeeën ook verweet in Matth. 23 : 14: “Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder de schijn van lang te bidden, daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen”. “Bidden te allen tijd”, “volharden in het gebed” (Hand. 6 : 4; Rom. 12 : 12) en “bidt zonder ophouden” is dus heel iets anders dan ‘doorbidden’ of ‘contemplatief gebed’, waarover men het tegenwoordig heeft. Het hele woord ‘doorbidden’ of ‘contemplatief gebed’ komt ook geen één keer in de hele Bijbel voor! Kortom: Zeg in uw gebed gewoon wat u op uw hart hebt. God is niet doof, Hij hoort u! En in uw wandel met God, mag u voortdurend in gebed zijn met Hem. Daar zijn geen speciale mantra-avonden, -nachten of -dagen voor nodig!

 

 

Vrijbidden van de zonden van de voorvaderen?

 

Dan hebben we nog een voorbeeld wat heel mooi een verschil in de bedelingen laat zien. Ook iets, wat in het pastoraat nog wel eens naar voren komt, is het vrijbidden van de zonden van de voorvaderen. Men zegt dat dit nodig is omdat de Heere God de zonden van mensen bezoekt aan het derde en vierde geslacht. Maar waar haalt men dit vandaan? Dit komt uit het Oude Testament, Ex. 34 : 7, waar staat: “Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die de schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde geslacht”. Deze tekst is voor het volk Israël onder de Wet! Het is een vergevingsbelofte. Ook in het Oude Testament vergaf God de zonden, maar, zoals blijkt uit datzelfde Oude Testament, daar moesten offers voor gebracht worden. Het Nieuwe Testament laat echter zien dat het bloed van stieren en bokken de zonde niet kan wegnemen. In Hebr. 10 : 4 staat: “Want het is onmogelijk, dat het bloed van stieren en bokken de zonde wegneemt”. Daarvoor moest uiteindelijk de Heere Jezus, als perfect Lam van God, eenmaal Zijn bloed voor ons vergieten. En dat deed Hij, zoals het Nieuwe Testament laat zien, ook voor de mensen van het Oude Testament. In Rom. 3 : 25 staat: “Die [= Jezus Christus] God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods”. Met andere woorden: in het Oude Testament vergaf God de zonde wel, maar de zonde was niet weg. Vandaar dat het Oude Testament zegt dat God de schuldige geenszins onschuldig hield (Ex. 34 : 7). En dit is dan gekoppeld aan het bezoeken van de ongerechtigheden der vaderen aan de kinderen in de nageslachten (Ex. 34 : 7). En dat is nu het grote verschil met de bedeling van de Gemeente. Onze zonden zijn niet alleen vergeven door het bloed van de Heere Jezus, maar wij worden door Zijn bloed ook verzoend met God! Onze zonden worden ons niet meer toegerekend. In 2 Kor. 5 : 18 en 19 staat: “En al deze dingen zijn uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door Jezus Christus, en ons de bediening der verzoening gegeven heeft. Want God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd”. Daar waar de Heere in het Oude Testament onder de Wet de schuldige geenszins onschuldig hield, daar rekent Hij in de Gemeente-tijd de zonde in Christus niet toe! De wraak, de straf die op de zonde staat, heeft de Heere Jezus voor ons weggedragen, door Zijn vergoten bloed! Wanneer wij dus wederom geboren zijn, dan zijn wij vrij in Hem! Maar dan zijn wij dus ook vrij van de zonde van de voorouders, want die heeft de Heere Jezus weggedragen! Hieronder vindt u een Schema, waarin de teksten, met betrekking tot de zonden der voorvaderen, verwerkt zijn.

 

 

Te midden van de nacht, te midden van alle vijandigheden, mogen wij tot de Heere gaan en om Zijn leiding en bescherming vragen in gebed. Hij leidt en bewaart Zijn kinderen!

 

Zo mogen we zien hoe de Heere Zijn kinderen te midden van de nacht de wapenen van het licht heeft gegeven. Wapenen om staande te blijven, en verzekerd te blijven van Zijn redding. Daarom de vraag: Maakt u ook gebruik van die wapenen? Het is niet voor niets dat de Heere zegt:

 

Doet aan de gehele wapenrusting Gods,

opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen van de duivel

(Ef. 6 : 11).

 

 

[1]  Dit “vast staan in het geloof” heeft niets van doen met de valse genezers van tegenwoordig. Vaak hoort men als beschuldiging, wanneer men niet geneest na handoplegging of gebed van een oudste of zogenaamde genezer, dat men niet genoeg geloof heeft. Vaak wordt deze beschuldiging gebaseerd op een tekst als Hand. 14 : 9. Echter men vergeet dan dat de Heere Jezus in Zijn eigen plaats (Nazareth) veracht werd. Er staat letterlijk in Mark. 6 : 6: “Hij verwonderde Zich over hun ongeloof”. Jezus deed daar weinig krachten, en toch genas hij er zieken (Mark. 6 : 5)! Ondanks ongeloof! In Luk. 4 : 33 – 37 lezen we over een bezetene, die genezen werd. Deze bezetene vroeg absoluut niet om genezing, maar zei tegen de Heere Jezus: “Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods” (Luk. 4 : 34). Toch gaf Jezus de onreine geest de opdracht om te zwijgen, en van de bezetene uit te gaan, waarmee Hij hem genas. Zo wordt er in Luk. 5 een geschiedenis verhaald, waarin vier mannen (zie ook Mark. 2 : 3 – 5) een verlamde bij de Heere Jezus brachten. In dat gedeelte gaat het niet om het geloof van de verlamde, maar om het geloof van de vier die hem brachten (Mark. 2 : 5; Luk. 5 : 20). De jongeling te Naïn werd opgewekt, omdat de Heere Jezus medelijden met zijn moeder, een weduwe, had. Dit had niets van doen met haar geloof, of dat van de jongeling (Luk. 7 : 13). Toen de Heere Jezus het dochtertje van Jaïrus wilde opwekken uit de dood, werd Hij zelfs uitgelachen (Luk. 8 : 53). En toch wekte Hij haar op. Een bekende tekst, die vaak geciteerd wordt, is Jak. 5 : 14, 15: “Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in de Naam des Heeren. En het gebed des geloofs zal de zieke behouden, en de Heere zal hem oprichten, en zo hij zonden gedaan zal hebben, het zal hem vergeven worden”. Hieruit blijkt dat de genezing afhankelijk is van de bidder, de geroepen oudste. We hebben hier te maken met de apostolische gave van genezing. Wat niet vreemd is, gezien het feit dat Jakobus aan de twaalf stammen in de verstrooiing is geschreven (Jak. 1 : 1), aan de Joden in de Grote Verdrukking. Daar komt bij, dat de Bijbel juist zegt, dat God de tekenen gaf vanwege ongeloof (1 Kor. 14 : 22)! De Heere Jezus bewees door de tekenen dat Hij de beloofde Messias, dat Hij de Zoon van God was (Matth. 8 : 16 – 17)! Maar met de apostelen zijn ook de merktekenen der apostelen verdwenen! Er zijn vandaag de dag geen Goddelijke genezers! Genoeg voorbeelden. Een gemeente-lid heeft dus geen ‘uitdrijver’ nodig, wanneer hij vermoedt dat er bindingen met de boze zijn! Wanneer hij Gods Woord gelooft en aanneemt (“vast staat in het geloof”), dan mag hij zelf in gebed gaan, en op grond van Gods Woord bidden voor Gods leiding en bescherming. Wanneer hij aan Gods Woord blijft vasthouden, zal de duivel vluchten. Dat staat er in Gods Woord geschreven.

[2] Zie Nieuwsbulletin nr. 10 (9-10-2006) van dhr. A.P. Geelhoed. Zie ook de studie "Aanval op het gebeds'wapen'".