Blue Flower

Rechtvaardigmaking



Zoals God onze zonden aan Jezus Christus toerekende, zo rekent Hij de rechtvaardigheid van Jezus Christus aan ons toe! 2 Kor. 5 : 21 zegt: “Want Hem, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.” God rekent de rechtvaardigheid van Jezus Christus toe aan een ieder die Zijn volbrachte werk aanneemt en vertrouwt. Zo zeker als God onze zonden aan Christus toerekende, zo zeker rekent Hij Christus’ rechtvaardigheid aan ons toe!

Maar wat is nu die rechtvaardigheid van Christus? Wat is rechtvaardigmaking? Mensen benadrukken tegenwoordig vooral dat God liefde is. In de prediking staat dit meestal centraal; en de mantel der liefde bedekt alle dingen! Hoe vaak hoor je niet, dat mensen zich op God moeten richten, omdat God liefde is. “God heeft u lief”, klinkt het dan. Maar dit is een zeer eenzijdige verkondiging en heeft absoluut niets te maken met het Evangelie! Natuurlijk is God liefde, maar we vinden ook dat God rechtvaardig is! In Psalm 116 : 5 lezen we: “De Heere is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende”. Gods rechtvaardigheid is nauw verbonden met Zijn heiligheid! We hebben gezien dat Gods straf over de zonde de dood is! De wet eist de dood over de zonde. Zo zien we in Ezech. 18 : 4b staan: “De ziel, die zondigt, die zal sterven.” Dit is heel ernstig, want we hebben het niet over het lichaam, maar over de ziel! In het gerecht zien we dat degene die rechtvaardig is gerechtvaardigd behoort te worden, en dat de zondige veroordeeld behoort te worden. Dit vinden we dan ook in de Wet (de eerste vijf boeken van Mozes) terug. In  Deut. 25 : 1 lezen we bijvoorbeeld: “Wanneer er tussen lieden twist zal zijn, en zij tot het gerecht zullen toetreden, dat zij hen richten, zo zullen zij de rechtvaardige rechtvaardig spreken, en de onrechtvaardige veroordelen”. Nu, de straf op de zonde is de dood, en God kan geen compromis sluiten! God moet de zonde oordelen. In Ex. 23 : 7 zegt de Heere: “Weest verre van valse zaken; en de onschuldige en rechtvaardige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet rechtvaardigen”. Indien de Heere de zondige mensen zou oordelen, zouden alle mensen, inclusief de gelovigen, veroordeeld worden tot de dood! Waarom? Omdat ‘rechtvaardigmaking’ veel meer is dan het ‘verlenen van pardon’. Rechtvaardigmaking is méér dan het ontvangen van vergeving over zonden die u gedaan heeft. De mens is namelijk van nature een zondaar! In Ef. 2 : 3 staat: “Onder welke [= de overste van de macht der lucht, Ef. 2 : 2] ook wij allen [zij die tot geloof gekomen zijn, Ef. 1 : 1] eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden van ons vlees, doende de wil des vleses en der gedachten, en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen”. De mens wordt van nature geboren naar het beeld van de zondige Adam (Gen. 5 : 3). Vandaar dat de mens ook zondigt! In opstand zijn tegen God zit de mens in het bloed! Rom. 3 : 23 zegt: “Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods”.

Daarom kwam het “Lam Gods”, om voor de zonden van de wereld te sterven. Hij was zonder zonde, omdat Hij God was. Hij kwam op aarde en zondigde niet. Hij heeft de Vaders wil ten uitvoer gebracht. Daarmee verwierf Jezus Christus Zijn rechtvaardigheid (Hebr. 5 : 8). Daardoor kon God onze zonden aan Hem toerekenen, en ons Zijn rechtvaardigheid toerekenen! Die rechtvaardigheid wordt ons toegerekend, het is min of meer een gerechtelijke verklaring! Zoals 2 Kor. 5 : 21 stelde, is die rechtvaardigmaking niet uit onze werken, maar wij hebben daar deel aan IN HEM. Inderdaad ontvangen wij vergeving over de zonden die wij gedaan hebben, zoals Kol. 2 : 13 zegt: “En Hij heeft u, toen gij dood waart in de misdaden, en in de voorhuid uws vleses, mede levend gemaakt met Hem, al uw midsdaden u vergevende”. Maar die vergeving rekent niet af met de oude mens, die van nature zondig is! Op grond daarvan zouden ook gelovigen in het oordeel belanden! Maar door de rechtvaardigmaking ziet God de gelovige als vergeven, maar tevens compleet gerechtvaardigd met de rechtvaardigheid van Jezus Christus! Wanneer iemand wederom geboren wordt, dan KRIJGT die persoon de rechtvaardigheid van Jezus Christus toegerekend. De gelovige hoeft niet meer te verschijnen voor de Grote Witte Troon van het Laatste Oordeel (Openb. 20 : 5, 11 – 15). Vandaar dat Rom. 6 : 23 ook spreekt over de GENADEGIFT van het eeuwige leven: “Want de bezolging van de zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onze Heere”. Of zoals Rom. 3 : 24 zegt: “En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is”.

De liefde van God voor ‘de mens van nature’ houdt op bij het Volbrachte Werk van Zijn Zoon. In die overbekende tekst, Joh. 3 : 16, staat namelijk: “Want alzo lief HEEFT God de wereld GEHAD, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, net verderve, maar het eeuwige leven hebbe”. God heeft de wereld lief gehad. Dat is verleden tijd! Dat is dan ook waar de liefde van God voor de wereld eindigt. Als mensen Jezus Christus niet aannemen, dan blijven zij onder de toorn van God! Zoals Joh. 3 : 36 zegt: “Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is [King James 1611 zegt: “die in de Zoon niet gelooft”], die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”. Wanneer mensen echter tot geloof komen, dan krijgen zij een levende Geest, worden zij IN CHRISTUS gedoopt door Gods Geest, worden zij door God rechtvaardig verklaard met de rechtvaardigheid Gods en zijn zij “mede gezet in de hemel in Christus Jezus” (Ef. 2 : 6). De Vader van de gelovige is God zelf. Hij zorgt voor de gelovige, en door Jezus Christus hebben wij altijd “toegang (…) tot de Vader” (Ef. 2 : 18). De liefde van God voor de gelovige gaat dus vele malen verder!

Wat is er dus nodig om door God rechtvaardig verklaard te worden? Niets anders dan geloof! Eigen werken dragen niet bij aan de rechtvaardigmaking! In Hand. 13 : 38 – 39 roept Paulus de Joden in Antiochië het volgende toe: “Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Deze u vergeving der zonden verkondigd wordt; En dat van alles, waarvan gij niet kondet gerechtvaardigd worden door de Wet van Mozes, door Deze een ieder, die gelooft, gerechtvaardigd wordt”. De Wet kon mensen niet rechtvaardigen. Toch vroeg God in het Oude Testament van mensen de Wet te houden, en Hij vroeg de “werken der Wet”. In het Oude Testament komen we dan ook tegen dat God de zonde best wel vergaf, alleen Hij hield de schuldige niet voor onschuldig (Ex. 34 : 7). Dat is het grote verschil met de Gemeente-tijd, want de Heere zegt tegen de Gemeente dat IN CHRISTUS de zonden niet toegerekend worden! Dit brengt ons dus bij en verschil van Gods handelen met de mens in de tijd. Het is een verschil in bedelingen! In Gal. 2 : 16 lezen we daar nog over: “Doch wetende dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden”. Nog een andere tekst, die daarover gaat, en die meteen een probleem met zich meebrengt, is Rom. 4 : 3: “Want wat zegt de Schrift? En Abraham geloofde God, en het is hem gerekend tot rechtvaardigheid”. En dan komt het probleem, want velen verwijzen vervolgens naar Jak. 2 : 21, waar staat: “Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar?” Inderdaad werd Abraham uit geloof gerechtvaardigd in Genesis 15 : 6. En toch laat het Nieuwe Testament dus zien dat Abraham ook nog gerechtvaardigd werd uit een werk: het brengen van het offer van zijn zoon (Gen. 22). Maar Abraham leefde in de tijd van het Oude Testament, weliswaar vóór de Wet, maar dus ook vóór de Gemeente van Jezus Christus. Abrahams situatie is misschien wel als voorbeeld aan te halen voor de Gemeente, wat Paulus dus ook doet in Romeinen, maar dat betekent niet dat alle details uit Abrahams tijd leerstellig ook van toepassing zijn op de Gemeente. Daar komt bij dat de vergelijking met Abrahams rechtvaardigheid uit de werken komt uit het boek Jakobus. Jakobus is niet aan de Gemeente van Jezus Christus geschreven, maar “aan de twaalf stammen, die in de verstrooiing zijn” (Jak. 1 : 1). Jakobus is geschreven aan Israël in de verstrooiing, en, zoals we in een andere studie gezien hebben, bevatten de boeken Hebreeën tot en met Openbaring leerstelligheden die gelden voor het Joodse volk in de Grote Verdrukking. In die tijd spelen werken weer een bepaalde rol, omdat men bijvoorbeeld ook niet het merkteken van het beest zal mogen aannemen. Het verschil tussen de Gemeente en Abraham blijkt ook zo mooi uit de Romeinen brief. Want in de context van het vers dat Abraham uit het geloof gerechtvaardigd is, staat ook Rom. 4 : 5: “Doch hem, die niet werkt, maar gelooft in Hem, Die de goddeloze rechtvaardigt, wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid”. Dat is voor de Gemeente! Een duidelijkere tekst kan er niet zijn! “…Hem, die niet werkt, (…) wordt zijn geloof gerekend tot rechtvaardigheid”.

Daar waar de wedergeboorte met name iets zegt over onze geest, zegt de rechtvaardiogmaking met name iets over onze ziel. Galaten 2 : 20 zegt: “Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven heeft.” God ziet ons in Christus aan! Dit komt volledig overeen met het feit dat wij een geestelijke besnijdenis ondergaan hebben, en dat wij daarmee geestelijk gezien ons ‘pakkie’ vlees hebben uitgetrokken. Onze ziel is voor tijd en eeuwigheid behouden! Onze ziel is niet meer beïnvloedbaar door de zonde. Die rechtvaardigheid van Jezus Christus, die God ons toerekent, die God ons geeft, geeft dan ook vrede in het leven van de gelovige! Vrede, omdat we verzekerd zijn van ons eeuwig behoud! Rom. 5 : 1, 9 en 10 zeggen ons dan ook: “Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus; (…) Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van de toorn. Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.” De rechtvaardigheid van Christus, het door God gerechtvaardigd zijn, draagt zorg voor ons EEUWIG LEVEN! De rechtvaardigmaking verandert uw positie voor God van een verloren ziel, in een behouden ziel!