Blue Flower

Vergelijk en zie...

dat de nieuwe vertalingen bestaan uit toevoegingen en weglatingen

 

 

God heeft Zijn Woord voor ons bewaard, zoals Hij beloofd heeft! De geschiedenis laat zien dat dit gebeurd is in de taal die in de eindtijd over de hele wereld gesproken wordt: het Engels. De Heere heeft Zijn Woord voor ons bewaard in de King James 1611 (AV. 1611). Onze Statenvertaling is, net zoals de King James 1611, een Reformatie-Bijbel, en dus zeer nauw verwant aan de King James 1611. Dit blijkt uit de volgende voorbeelden. Wilt u het Woord van God ook bewaren? Wilt u ook gehoor geven aan de opdracht van de Schrift om niets toe te voegen aan, of af te doen van het Woord van God? Lees dan de Statenvertaling! Dat de volgende voorbeelden u mogen overtuigen.


Op deze internetsite staat het één en ander over vervalsingen van Gods Woord, maar wat werkt er nu beter dan eerst zelf, zwart op wit, de gevolgen onder ogen te zien van deze tekstcorruptie. Door de vertalingen met elkaar te vergelijken kunt uzelf een conclusie trekken. Op deze manier ziet u veel sneller dat, en hoe, het Woord van God aangetast wordt. Tussen al deze voorbeelden, zitten belangrijke, maar ook minder belangrijke voorbeelden, van veranderingen, van tekstvervalsingen. Maar aan de aard van de veranderingen kunt u zien dat het de nieuwe vertalers niet te doen was om de mensen de Bijbel beter te doen begrijpen; wat het bekende smoesje is voor iedere nieuwe vertaling die er verschijnt. Nee, de bedoelingen liggen dieper, en hebben een geestelijke achtergrond om het Woord van God te ontkrachten. Er worden gewoon dingen weggelaten (soms wel de helft van een tekst, of de hele tekst!) of dingen toegevoegd. Bij de onderstaande teksten staat geregeld een toelichting om aan te geven wat nu precies het probleem met die tekst is.

 

Gebruikte afkortingen:

  • AV. 1611:  de Engelse ‘King James’ uit het jaar 1611 n. Chr., zeg maar ‘de Engelse Statenvertaling’ (Reformatie-Bijbel).
  • St.Vert.:  de Nederlandse Statenvertaling (Reformatie-Bijbel).
  • NBG-’51:  de eerste officiële Nederlandse nieuwe ‘bijbel’vertaling in opdracht van het Nederlands Bijbelgenootschap in 1951.
  • GrootN.:  de Groot Nieuws Bijbel, vertaling in omgangstaal, 1983.
  • NBV:  de Nieuwe Bijbelvertaling. Dit is een samenwerking tussen Protestanten en Rooms-katholieken van het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting.
  • BGT:  Bijbel in Gewone Taal, Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, Royal Jongbloed, Heerenveen, 1e druk, 2014.
  • Willibr.(RK): de Rooms-katholieke Willibrordvertaling, 1977.

 

Hieronder volgen Bijbelteksten die in de nieuwe vertalingen over het algemeen de Roomse teksten volgen. U ziet een duidelijk verschil tussen de twee Reformatie-Bijbels aan de ene kant en de nieuwe vertalingen èn de Roomse ‘bijbel’ aan de andere kant. Wat blijkt: onze nieuwe vertalingen zijn Rooms-katholieke ‘bijbels’!

Hier onder staan vele voorbeelden, maar niet alle, er zijn er nog vele meer te geven.

 

Matthéüs 1 : 25.

AV. 1611:

And knew her not till she had brought forth her firstborn son: and he called his name JESUS.

St.Vert.:

En bekende haar niet, totdat zij deze haar eerstgeboren Zoon gebaard had; en noemde Zijn naam JEZUS.

 

NBG-’51:

En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus.

GrootN.:

Maar hij had geen gemeenschap met haar totdat zij haar zoon had gekregen. En Jozef gaf hem de naam Jezus.

NBV:

maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus.

BGT:

Maar ze sliepen niet met elkaar voordat haar zoon geboren werd. En Jozef noemde hem Jezus.

Willibr.(RK):

Toch had hij geen gemeenschap met haar, totdat zij een zoon ter wereld bracht; en hij noemde Hem Jezus.

Toelichting: U ziet dat ‘haar eerstgeboren Zoon’ vervangen is door ‘een zoon’ of ‘haar zoon’. Waarom is het woord ‘eerstgeboren’ verwijderd? (Terwijl het zelfs in de Roomse manuscripten (Grieks) staat. Men vertaalt het simpelweg niet.) Het is uit onze nieuwe vertalingen en uit de Rooms-katholieke ‘bijbels’ verwijderd, omdat dit woord suggereert dat Maria, na Jezus Christus, andere kinderen heeft gehad, wat in andere Bijbelgedeelten zelfs bevestigd wordt (Mark. 6 : 3)! Maar aangezien Rome leert dat Maria de ‘eeuwige Maagd’ is, moest deze tekst dus maar aangepast worden.

 

 

Matthéüs 5 : 22.

AV. 1611:

But I say unto you, That whosoever is angry with his brother without a cause shall be in danger of the judgment: and whosoever shall say to his brother, Raca, shall be in danger of the council: but whosoever shall say, Thou fool, shall be in danger of hell fire.

St.Vert.:

Doch Ik zeg u: Zo wie ten onrechte op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Ráka! die zal strafbaar zijn door de grote raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur.

 

NBG-’51:

Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur.

GrootN.:

Maar ik zeg u: ieder die kwaad is op een ander, moet zich voor de rechtbank verantwoorden. Als iemand een ander uitmaakt voor nietsnut, moet hij zich verantwoorden voor de Hoge Raad, en als iemand een ander gek noemt, moet hij ervoor boeten in het hellevuur.

NBV:

En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.

BGT:

Dit zeg ik daarover: Ook wie kwaad wordt op een ander, moet gestraft worden. Ook wie een ander een dwaas noemt, moet voor de rechter komen. En wie een ander een gek noemt, komt in het eeuwige vuur.

Willibr.(RK):

Maar Ik zeg u: Al wie vertoornd is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht. En wie tot zijn broeder zegt: dwaas, zal strafbaar zijn met het vuur van de hel.

Toelichting: Alhoewel Rome hier meer weglaat, zien we toch dat de nieuwe vertalingen Rome volgen, door ‘ten onrechte’ uit de Bijbeltekst weg te laten. Jezus Christus zei tot de Joden: “Wie van u overtuigt Mij van zonde?” (Joh. 8 : 46a). Nu, de vertalingcommissies van tegenwoordig denken zo slim te zijn om dat te kunnen! Jezus Christus werd wel degelijk toornig (een vorm van boos zijn) in Zijn leven hier op aarde. Hij sloeg met een gesel de Tempel leeg (Joh. 2 : 13 – 17). Hij veroordeelde een vijgeboom zonder vrucht (Matth. 21 : 19). De vertalingcommissies hebben het woord ‘ten onrechte’ geschrapt, en veroordelen Jezus Christus van zonde! Gods Woord heeft een ander oordeel. Toorn/toornigheid mag! Maar niet ten onrechte (Ef. 4 : 26)! Ziet u dat de Reformatie-tekst van onze Statenvertaling en de Engelse King James 1611 het bij het rechte eind hebben? Men zegt van de nieuwe vertalingen dat ze begrijpelijker zijn, echter de NBV praat opeens over ‘Gehenna’! Het Gehenna is een Grieks woord voor hel! Men durft het hier niet te vertalen. Echter, is het woordje ‘hel’ niet begrijpelijker voor mensen, dan het woordje ‘Gehenna’? Natuurlijk heeft men een woordenlijst opgenomen achterin de NBV, waarin uitglegd wordt dat het Gehenna ‘een plaats in het dodenrijk’ is, ‘waar zondaars hun straf ondergaan’. Men durft het woord ‘hel’ niet te noemen! En toch is dat, de hel, de plaats van het helse vuur! Overigens moet het woordje ‘zondaars’, in de toelichting van de NBV, niet vervangen worden door ‘ongelovigen’? Jezus Christus is immers gestorven voor zondaren, en elke zondaar die Hem aangenomen heeft, is bevrijd van Gods straf op de zonde (Rom. 6 : 23).

 

 

Matthéüs 6 : 13.

AV. 1611:

And lead us not into temptation, but deliver us from evil: For thine is the kingdom, and the power, and the glory, for ever. Amen.

St.Vert.:

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in eeuwigheid, amen.

 

NBG-’51:

en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. [Want Uwer is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.]

Opmerking: deze tekst staat gedeeltelijk tussen ‘twijfel-haken’. De geleerden willen dat u eraan twijfelt of dit gedeelte van de tekst wel in de ‘oorspronkelijke’ Bijbel gestaan heeft!

GrootN.:

en stel ons niet op de proef, maar verlos ons van de duivel.

Opmerking: Het overige is weggelaten.

NBV:

En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.

Opmerking: Het overige is weggelaten in de tekst, echter in een voetnoot staat: ‘Andere handschriften lezen: Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid. Amen.’

BGT:

Help ons om nooit tegen u te kiezen. En bescherm ons tegen de macht van het kwaad. [Want u bent koning, u regeert met grote macht, voor altijd. Amen.].

Opmerking: hier opnieuw de twijfelhaken.

Willibr.(RK):

En leid ons niet in bekoring, maar behoed ons voor het kwaad.

Opmerking: Het overige is weggelaten.

Toelichting: In de nieuwe vertalingen is het eind van het gebed van de Heere Jezus weggelaten of op z’n minst tussen twijfelhaken geplaatst, of het gedeelte is verplaatst naar een voetnoot. Twijfelt u al aan het Woord van God? Degene die dit verwijderd heeft, heeft dit gedaan om de eenvoudige reden dat dit gebed een Joods gebed was, gegeven aan Joden onder de Wet, voor de kruisiging. Deze persoon (met de naam Hiëronymus, Latijnse Vulgaat) was, net zoals de meeste zogenaamde ‘kerkvaders’ een post-millennialist, wat inhoudt dat hij geloofde dat het Duizendjarig Vrederijk reeds aangebroken was. Hij geloofde dat alles in de wereld steeds beter zou gaan totdat alle mensen bekeerd waren tot het Rooms-katholieke geloof. Maar in dat geloof van ‘Vrederijk-nu’ moet Openb. 11 : 15 geestelijk uitgelegd worden (met de Paus als plaatsvervanger van Christus!), tevens moet het woord ‘nu’ in Johannes 18 : 36 geschrapt worden (zoals in GrootN., de Roomse Willibr., de NBV en de BGT gebeurd is), en het woord ‘heersen’ in Openb. 5 : 10 moet een andere betekenis gegeven worden. Zo’n theologie houdt geen rekening met een herstel van de staat Israël, of het Koningschap dat terug zal komen bij de Koning der Joden, gezeten op de Troon van David om te heersen over het huis van Jakob (Matth. 19 : 28, Luk. 1 : 30 – 33). In de nieuwe vertalingen wordt deze tekst, Matth. 6 : 13, dus veranderd, en daarmee komt het in overeenstemming met de hierboven beschreven valse theologie.

 

 

Matthéüs 16 : 3.

AV. 1611:

And in the morning, It will be foul weather to day: for the sky is red and lowring. O ye hypocrites, ye can discern the face of the sky; but can ye not discern the signs of the times?

St.Vert.:

En des morgens: Heden onweer; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn van de hemel weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?

 

NBG-’51:

En des morgens: Vandaag ruw weer, want de lucht ziet somber rood. Het aanzien van de lucht weet gij te onderscheiden, maar kunt gij het de tekenen der tijden niet?

GrootN.:

en ’s morgens zegt u: Slecht weer vandaag, want de lucht is donkerrood. U bent dus wel in staat de gesteldheid van het weer te beoordelen, maar de tekenen van deze tijd niet?

NBV:

En ’s ochtends: “Storm op til, want het rood aan de hemel is dreigend.” De aanblik van de hemel weet u wel te duiden, en de tekenen van de tijd niet?

BGT:

En als jullie ’s ochtends een rode lucht zien, dan zeggen jullie: ‘Het wordt vandaag slecht weer.’ Jullie begrijpen wat de kleur van de lucht betekent. Maar de tekens die om jullie heen gebeuren, die begrijpen jullie niet.

Willibr.(RK):

En bij zonsopgang: Vandaag komt er storm, want het rood van de hemel ziet er onheilspellend uit! Dus het aanzien van de hemel weet ge wel te beoordelen: kunt ge het de tekenen der tijden dan niet?

Toelichting: Het gaat hier om de Farizeeën en Sadduceeën, de Schriftgeleerden. Zij hadden eigen regeltjes naast Gods Woord en legden daardoor de bevolking lasten op. Zelf namen zij het niet zo nauw en waren hoogmoedig. Het verkeerd toepassen van kennis uit Gods Woord, of valse kennis van Gods Woord is een gruwel in Gods ogen. De Bijbel waarschuwt ons daar op verschillende plaatsen tegen. In deze tekst scheldt de Heere deze ‘Schriftgeleerden’ uit. Dat ligt niet lekker bij onze huidige ‘Schriftgeleerden’. Daarom worden deze scheldwoorden maar geschrapt. Het treurige is dat dit geen loze scheldwoorden zijn. Deze mensen passen Gods Woord aan en zijn dus geveinsd of hypocriet bezig! In plaats van zich te bekeren, veranderen zij het Woord van God! (In de Textus Receptus en de Byzantijnse meerderheidstekst komt het Griekse woord ‘upokritai’ (geveinsden/hypocrieten) voor, echter na tussenkomst van de Alexandrijnse ‘geleerden’ als Origenes en Jerome, heeft de Westcott en Hort Griekse tekst, op basis van de Alexandrijnse handschriften Vaticanus en Sinaïticus, dit woord niet meer).

 

 

Matthéüs 19 : 17.

AV. 1611:

And he said unto him, Why callest thou me good? there is none good but one, that is, God: but if thou wilt enter into life, keep the commandments.

St.Vert.:

En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Eén, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden.

 

NBG-’51:

Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.

GrootN.:

Jezus zei: ‘Waarom vraagt u mij over wat goed is? Er is maar één die goed is! Als u het eeuwige leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden.’

NBV:

Hij antwoordde: ‘Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’

BGT:

Jezus zei tegen hem: ‘Waarom vraag je mij wat goed is? Alleen God is goed. Als je eeuwig wilt leven, houd je dan aan Gods regels.’

Willibr.(RK):

Hij zeide hem: ‘Waarom wilt ge van Mij weten wat goed is? Eén slechts is er goed. Als gij het Leven wilt binnengaan, onderhoud dan de geboden.’

Toelichting: We zien hier een duidelijk Alexandrijns filosofische(!) invloed op de Bijbeltekst. Deze tekst is één van de grootste teksten in Gods Woord, die aan de ene kant de kleinheid en de verdorvenheid van de mens laat zien en aan de andere kant de Godheid van Jezus Christus. Geen enkele orthodoxe Joodse leider zou vragen naar wat het goede is. De vraag (zie ook vers 16) had niet direct betrekking op ‘het goede’, maar op het ‘eeuwige leven’. De jonge man vraagt Jezus niet over ‘het GOEDE’, maar wat voor goeds hij moest doen. Het antwoord van Jezus gaat eerst in op de manier van aanspreken van de jongeling: ‘Goede Meester’ (vers 16), iets wat in de nieuwe vertalingen maar weggelaten is (o.a. de NBV en de BGT zeggen: ‘Meester’ i.p.v.: ‘Goede Meester’), om op een vaag antwoord uit te kunnen komen. Daarna gaat de Heere Jezus hier verder op in, door woorden te spreken met het effect dat “indien Ik niet goed ben, ben Ik niet God; en indien ik niet God ben, dan ben Ik niet goed.” Jezus zegt: “Niemand is goed dan Eén, namelijk God. De jongeling geeft in zijn aanspreken van de Heere Jezus dus een soort getuigenis! Maar juist deze uitspraak van Jezus brengt de ‘waardigheid van de mens’ een diepe slag toe: de mens is niet goed, de mens is niets. Dat steekt de (Grieks filosofische) ‘Christelijke’ wetenschapper. Daarom moet de uitspraak ‘Goede Meester’ ook maar verdwijnen en plaats maken voor slechts alleen ‘Meester’. Pas daarna komt het antwoord van de Heere Jezus op de vraag van de jongeling.

 

 

Matthéüs 20 : 22.

AV. 1611:

But Jesus answered and said, Ye know not what ye ask. Are ye able to drink of the cup that I shall drink of, and to be baptized with the baptism that I am baptized with? They say unto him, We are able.

St.Vert.:

Maar Jezus antwoordde en zeide: Gij weet niet wat gij begeert; kunt gij de drinkbeker drinken, die Ik drinken zal, en met de doop gedoopt worden, waarmee Ik gedoopt zal worden? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen.

 

NBG-’51:

En Jezus antwoordde en zeide: Gij weet niet wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik zal drinken? Zij zeiden tot Hem: Wij kunnen het.

GrootN.:

‘Jullie weten niet wat je vraagt! Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken?’ ‘Ja, dat kunnen wij.’

NBV:

Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’ ‘Ja, dat kunnen wij,’ antwoordden ze.

BGT:

Jezus gaf antwoord aan Jakobus en Johannes. Hij zei: ‘Jullie weten niet wat je vraagt! Ik zal zwaar moeten lijden. Kunnen jullie dat soms ook?’ Ze zeiden: ‘Ja, dat kunnen we.’

Willibr.(RK):

Maar Jezus antwoordde: ‘Gij weet niet wat ge vraagt. Zijt gij in staat de beker te drinken die Ik ga drinken?’ Zij zeiden: ‘Ja, dat kunnen wij.’

 

 

Matthéüs 23 : 14.

AV. 1611:

Woe unto you, scribes and Pharisees, hypocrites! for ye devour widows' houses, and for a pretence make long prayer: therefore ye shall receive the greater damnation.

St.Vert.:

Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder de schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen.

 

NBG-’51:

[Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij eet de huizen der weduwen op, terwijl gij voor de schijn lange gebeden uitspreekt. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangen.]

Opmerking: alweer twijfelhaken!

GrootN.:

[Wacht maar, schriftgeleerden en Farizeeërs! Huichelaars! Want u eigent u de huizen van de weduwen toe en om de schijn op te houden zegt ellenlange gebeden. Daarom zult u extra streng gestraft worden!]

Opmerking: opnieuw twijfelhaken!

NBV:

--

Opmerking: deze tekst is geschrapt, echter in een voetnoot staat: ‘Andere handschriften hebben een extra vers: [14] Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie verslinden de huizen van de weduwen en zeggen voor de schijn lange gebeden op. Over jullie zal strenger worden geoordeeld dan over anderen.’

BGT:

--

Opmerking: deze tekst is geschrapt.:

Willibr.(RK):

--

Opmerking: deze tekst geschrapt!

 

Toelichting: Er zijn nieuwe vertalingen die deze tekst, evenals de Roomse ‘Bijbels’, missen. De BGT en de NBV bijvoorbeeld, zij het dat het bij de laatste nog wel in een voetnoot staat (in plaats van de bekende twijfelhaken in de NBG-’51). Waarom zou deze tekst in Roomse ‘Bijbels’ missen? Kijk eens goed naar de tekst in de Statenvertaling. Wie zou nu graag willen dat dit vers niet in de Bijbel zou komen? Hier hebben we te maken met een zaak waarin bepaalde personen iemand anders willen beschermen tegen een bepaalde openbaring van Gods Woord. Wie in deze wereld zegt er nu lange gebeden voor een “weduwe”, en verkrijgt daarbij haar bezit? U begrijpt dat de context, waarin dit vers door de Heilige Geest geschreven is, gaat over een religieuze leider die zich “Vader” laat noemen! Lees maar in Matth. 23 : 9. Ziet u het? Het feit dat dit vers geschrapt wordt, is niet per ongeluk, of het resultaat van wetenschappelijk onderzoek, en zelfs niet van een objectieve benadering. Het is een Roomse verwijdering, die ondersteund wordt door de Griekse filosofen in Alexandrië, Egypte (de wetenschappers die ten grondslag liggen aan onze nieuwe vertalingen). Het is verwijderd, of tussen twijfel-haken gezet, om dezelfde reden waarom Handelingen 8 : 37 verwijderd is! (In de NBG-’51 is deze tekst tussen twijfelhaken geplaatst, en in de Nieuwe Bijbelvertaling is deze tekst uit de Bijbeltekst verwijderd en in een voetnoot terecht gekomen, in de BGT ontbreekt het vers gewoon). Deze verwijdering is een verdediging van het Rooms-katholieke geloofssysteem!

 

 

Markus 1 : 2, 3.

AV. 1611:

As it is written in the prophets, Behold, I send my messenger before thy face, which shall prepare thy way before thee. The voice of one crying in the wilderness, Prepare ye the way of the Lord, make his paths straight.

St.Vert.:

Gelijk geschreven is in de profeten: Ziet, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. De stem des roependen in de woestijn: Bereidt de weg des Heeren, maakt Zijn paden recht.


NBG-’51:

Gelijk geschreven staat bij de profeet Jesaja: Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht uit, die uw weg bereiden zal; de stem van een, die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden,

GrootN.:

Het begon zoals het bij de profeet Jesaja staat beschreven: Hier is mijn gezant, zegt God; ik stuur hem voor u uit om voor u de weg te effenen. Hoor! Iemand roept in de woestijn: Baan een weg voor de Heere, zorg dat hij over rechte paden kan gaan.

NBV:

Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’

BGT:

In het boek Jesaja staan deze woorden van God: «Ik stuur mijn boodschapper vooruit. Hij moet de weg vrijmaken. Hij roept in de woestijn: Opzij voor de Heer! Maak de weg klaar voor de Heer!»

Willibr.(RK):

Zoals er geschreven staat bij de profeet Jesaja: Zie ik zend mijn bode voor u uit, die voor u de weg zal banen; een stem van iemand die roept in de woestijn: Bereidt de weg van de heer, maakt zijn paden recht,

Toelichting: Aan de hand van de zogenaamd ‘betrouwbare oudste’ handschriften Vaticanus en Sinaïticus hebben de ‘geleerden’ aangenomen dat deze teksten een citaat zijn van de profeet Jesaja. Zowel in de Latijnse Vulgaat van Hiëronymus als in de Griekse tekst van Westcott en Hort is de tekst aangepast naar een verwijzing naar Jesaja. Hoewel de oude Reformatie-Bijbels verwijzen naar ‘de profeten’ (gebaseerd op de Textus Receptus en de Byzantijnse meerderheidstekst) hebben onze nieuwe vertalingen zich aangepast aan het werk van Origenes en zijn aanhangers uit Alexandrië. De nieuwe vertalingen verwijzen dan ook niet naar ‘de profeten’ maar naar ‘de profeet Jesaja’. Dat de Reformatie-Bijbels (Statenvertaling en King James 1611) het bij het rechte eind hebben, blijkt uit het feit dat de profeet Maleáchi spreekt over de bode die vooruit gezonden wordt (Mal. 3 : 1). Mark. 1 : 3 verwijst namelijk naar Jesaja 40 : 3 en vers 2 naar Maleáchi 3 : 1. Zoek deze verwijzingen eens op! Er wordt in dit gedeelte dus verwezen naar twee profeten (meervoud!). Waarom moest de verwijzing naar meerdere profeten wegvallen, met in dit geval het resultaat dat mensen niet zouden uitkomen bij Maleáchi 3 : 1? Maleáchi zegt namelijk: “Ziet, Ik zend Mijn engel, die voor Mijn aangezicht…” We zien hier duidelijk dat God spreekt over Zijn aangezicht, het aangezicht van de Heere God Jehovah van het Oude Testament, wat vervolgens inhoudt dat Jezus Christus Jehovah God is, gemanifesteerd in het vlees! Ziet u hoe men de verwijzingen naar de Godheid van Jezus Christus probeert weg te werken in de nieuwe vertalingen?

 

Markus 6 : 11.

AV. 1611:

And whosoever shall not receive you, nor hear you, when ye depart thence, shake off the dust under your feet for a testimony against them. Verily I say unto you, It shall be more tolerable for Sodom and Gomorrha in the day of judgment, than for that city.

St.Vert.:

En zo wie u niet zullen ontvangen, noch u horen, vertrekkende van daar, schudt het stof af, dat onder aan uw voeten is, hun tot een getuigenis. Voorwaar zeg Ik u: Het zal Sódom en Gomórra verdragelijker zijn in de dag des oordeels dan die stad.

 

NBG-’51:

En indien een plaats u niet ontvangt en zij niet naar u luisteren, gaat daarvandaan en schudt het stof af, dat aan uw voeten is, hun tot een getuigenis.

GrootN.:

Kom je in een plaats waar ze je niet willen ontvangen en waar ze weigeren naar je te luisteren, ga dan weg en sla het stof van je voeten, als een waarschuwing aan hun adres.’

NBV:

Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden, ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.

BGT:

Maar als mensen je niet binnenlaten en niet naar je luisteren, dan moet je meteen verder reizen. Je moet op die plaats het stof van je voeten vegen. Zo laat je zien dat die mensen de verkeerde keus gemaakt hebben.’

Willibr.(RK):

En er is een plaats waar men u niet ontvangt en niet naar u luistert, gaat dan weg en schudt het stof van uw voeten als een getuigenis tegen hen.’

 

 

Markus 9 : 44.

AV. 1611:

Where their worm dieth not, and the fire is not quenched.

St.Vert.:

Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.

 

NBG-’51:

[waar hun worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust.]

Opmerking: twijfelhaken!

GrootN.:

[Daar blijven de wormen knagen en gaat het vuur nooit uit.]

NBV:

--

Opmerking: tekst geschrapt; echter in een voetnoot staat: ‘Andere handschriften hebben een extra

vers: [44] waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft.’

BGT:

--

Opmerking: vers 43 en 44 zijn in de BGT feitelijk samengevoegd. Maar het is in principe vers 44 dat mist.

Willibr.(RK):

--

Opmerking: tekst geschrapt!

 

Toelichting: Vele nieuwe vertalingen zetten deze tekst tussen twijfelhaken, schrappen het gewoon, of plaatsen het in een voetnoot. De Grieks Alexandrijnse filosofen en wetenschappers vonden deze tekst zo verwerpelijk dat ze hem opnieuw verwijderd hebben uit Mark. 9 : 46. Dit is door o.a. de heren Westcott en Hort (1881) en Tischendorf (1872) in hun ‘nieuwe’ Griekse tekst weggelaten, door gebruik te maken van de Alexandrijnse handschriften Vaticanus en Sinaïticus. Zowel de Byzantijnse meerderheidstekst als de Textus Receptus bevatten deze verzen gewoon. De lezers van de nieuwe vertalingen hoeven zich schijnbaar niet zo’n zorgen te maken over het onuitblusbare vuur en ook niet over hun worm die niet sterft, en dat dankzij mannen als Origenes, Westcott en Hort! De wetenschappers schijnen echter vergeten te zijn dat de bron, waar dit citaat uit komt, de profeet Jesaja is (Jes. 66 : 24). De context van Jesaja 66 : 24 is die van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde! Jezus benadrukt hier dus wat het einde is van hen die Hem niet aangenomen hebben, en dat einde is serieus genoeg om daar eens goed over na te denken. Ook hier hebben de Reformatie-Bijbels het weer bij het rechte eind.

 

 

Markus 13 : 14.

AV. 1611:

But when ye shall see the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet, standing where it ought not, (let him that readeth understand,) then let them that be in Judaea flee to the mountains:

St.Vert.:

Wanneer gij dan zult zien de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, staande waar het niet behoort, (die het leest, die merke daarop!) alsdan, die in Judéa zijn, dat zij vluchten op de bergen.

 

NBG-’51:

Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting ziet staan, waar hij niet behoort (die het leest, geve er acht op) laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.

GrootN.:

Wanneer je ‘de verschrikking van de verwoesting’ ziet staan op de plaats waar het niet mag – lezer, probeer het te begrijpen – laten de bewoners van Judea dan de bergen invluchten.

NBV:

Wanneer jullie de “verwoestende gruwel” zien staan waar hij niet hoort (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten.

BGT:

Jezus zei tegen de leerlingen: ‘Op een dag zullen jullie iets verschrikkelijks zien: de Grote Verwoester, die zal staan waar hij niet mag staan. (Lezer, probeer te begrijpen wat dat betekent!) Dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten.

Willibr.(RK):

Wanneer gij nu de gruwel der verwoesting zult zien staan waar het niet mag – wie het leest, begrijpe het – laten dan de mensen in Judea naar de bergen vluchten.

Toelichting: Soms is Bijbelstudie makkelijker dan mensen denken. De Bijbel legt Zichzelf namelijk uit! Hier zien we hoe de Bijbel Zelf deze passage uitlegt door te verwijzen naar de profeet Daniël. Wat doen de Rooms-katholieke ‘bijbel’ en onze nieuwe vertalingen? Zij halen de verwijzing naar de profeet Daniël weg! Schrappen maar! Maken deze vertalers van de nieuwe vertalingen Bijbelstudie nu makkelijker, zoals zij beweren? Nee, juist moeilijker. Geestelijke verwarring is het gevolg. Zoals we zien wijst ook hier de Protestantse Reformatie-Bijbel de juiste weg!

 

 

Lukas 2 : 14.

AV. 1611:

Glory to God in the highest, and on earth peace, good will toward men.

St.Vert.:

Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.

 

NBG-’51:

Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens.

GrootN.:

‘Eer komt toe aan God in de hoge hemel en vrede op aarde aan de mensen die in Gods gunst staan!’

NBV:

‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

BGT:

‘Alle eer aan God in de hemel. En vrede op aarde voor de mensen van wie God houdt.’

Willibr.(RK):

‘Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.’

Toelichting: Lukas 2 : 14 luidt in de Statenvertaling, het geïnspireerde Woord van God: “Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.” De NBG-’51, één van de nieuwe vertalingen, maakt hier van: “… vrede op aarde bij mensen des welbehagens”, of zoals de nieuwe Engelse vertalingen vermelden: “…bij mensen van goede wil (welwillendheid, welbehagen)”, of zoals de Willibrordvertaling zegt: “… in mensen in wie God een behagen heeft.” Al deze ‘bijbel’vertalingen slaan de plank mis, want Gods geïnspireerde Woord Zelf weerlegt deze dubieuze vertalingen! Al zijn wij mensen nog zo vol van een goede wil, nog kunnen onze wegen eindigen in de dood, de hel (Spreuken 14 : 12). Verder weten we dat de Schrift ons leert, dat wij mensen van nature niets goeds bezitten (Ps. 14 : 3, 53 : 4 en Rom. 3 : 10b). Juist dat was de reden dat Jezus Christus op aarde moest komen om voor onze zonden te sterven èn op te staan uit de dood! Hier zien we dus de menselijke invloed in Lukas 2 : 14 in de nieuwe vertalingen. De mens accepteert immers niet dat er totaal niets goeds in hem zit. Dit blijkt uit de hele menselijke wetenschap van filosofie en psychologie. Het belangrijkste in het leven was volgens de (wereldse) filosofen Socrates (471 – 399 v. Chr.), Plato (422 – 347 v. Chr.) en Aristoteles (384 – 322 v. Chr.) het bezit van ‘een goede wil’, of ‘welbehagen’. De ene Griekse filosoof benadrukte het meer dan de ander. Een ‘goede wil’ lost niet 1/5 van de wereldproblemen op. De meeste moorden worden zogenaamd oprecht gepleegd, omdat men denkt dat het de meeste mensen ten goede zal komen. Het klinkt hard, maar het is waar: de weg naar de hel is gezaaid met goede bedoelingen. De slechtheid van de mens wordt in noodsituaties altijd weer duidelijk; denk hierbij aan etnische zuiveringen (oftewel: volkerenmoord), verkrachtingen en andere martelingen ten tijde van oorlog. Gods Woord heeft gelijk: de mens bezit niets goeds. Toen Origenes en zijn metgezellen en opvolgers met de manuscripten en met de vertalingen bezig gingen, brachten zij op deze manier een stuk heidense, Griekse filosofie in de Bijbel. Hier blijkt weer de betrouwbaarheid van de Statenvertaling, de betrouwbaarheid van het geïnspireerde Woord van God Zelf! Het is de Heere Die vrede op aarde kan geven, en zal geven (Die vrede komt in Duizendjarig Vrederijk! Iedereen die God liefheeft, heeft volgens de NBV en de BGT vrede op aarde(!); maar wonen er nu in Irak, in Syrië, in Indonesië, in Oekraïne, of noem maar een andere brandhaard in de wereld op, geen kinderen van God dan? Daar komt bij dat God alle mensen liefhad, en Zijn Zoon gaf uit liefde voor die mensen; maar NIET overal op aarde is vrede! De vertaling van deze tekst in de NBV en de BGT is on-Bijbels! De voetnoot bij deze tekst in de NBV is nog erger: ‘Andere handschriften lezen: en vrede op aarde; hij vindt vreugde in de mensen’. De Bijbel zegt dat er van de mensen NIET één goed is! De NBV en de BGT deugen gewoon niet)! Het is de Heere Die vrede in het hart van de gelovige geeft. Het is de Heere die het goede in de wedergeboren mens legt, Hij immers verandert de mens door het tot geloof komen (de wedergeboorte) in een nieuwe schepping! De Heere schept in de wedergeboren mens, via de kruisdood en de opstanding van Zijn Zoon, vrede en daardoor een goede wil, een welwillendheid, een welbehagen. De Heere geeft genade! Maar Hij geeft geen vrede aan mensen van het welbehagen, want die mensen bestaan niet! Een ieder heeft Zijn Genade nodig. “Ere zij God in de hoogste hemelen!”

 

 

Lukas 2 : 22.

AV. 1611:

And when the days of her purification according to the law of Moses were accomplished, they brought him to Jerusalem, to present him to the Lord;

St.Vert.:

En toen de dagen van haar reiniging vervuld waren, naar de wet van Mozes, brachten zij Hem te Jeruzalem, opdat zij Hem de Heere voorstelden;

 

NBG-’51:

En toen de dagen hunner reiniging naar de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Here voor te stellen,

GrootN.:

Toen kwam voor Maria en het kind de tijd voor de reiniging zoals de wet van Mozes die voorschrijft. Jozef en Maria brachten het naar Jeruzalem om het aan de Heer op te dragen

NBV:

Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden,

BGT:

Jozef en Maria namen Jezus mee naar de tempel in Jeruzalem. Het was veertig dagen na de bevalling. Want zo lang duurt het voordat een vrouw na een bevalling weer rein is. Dat staat in de wet van Mozes. Jozef en Maria brachten Jezus naar de tempel om hem aan God te laten zien.

Willibr.(RK):

Toen de tijd aanbrak, waarop zij volgens de Wet van Mozes gereinigd moesten worden, brachten zij het Kind naar Jeruzalem om het aan de Heer op te dragen,

Toelichting: Hier is niet zo zeer iets weggelaten of toegevoegd, maar Rome en de nieuwe vertalingen hebben een woord veranderd. De woorden ‘van haar’ zijn ‘van hun’ geworden! De NBV zegt: ‘ze zich (…) rein moesten laten verklaren’. Met andere woorden, volgens de nieuwe vertalingen had de Heere Jezus reiniging nodig. De Heere Jezus was Mens, maar tevens volkomen God! Jezus Christus was zonder zonden, en had geen reiniging nodig (2 Kor. 5 : 21; Hebr. 4 : 15; 1 Petr. 2 : 22; 1 Joh. 3 : 5)! Deze tekst is een aantasting van de Godheid van Jezus Christus! De BGT spreekt alleen over de reiniging van Maria, maar aan de lengte van het vers is te zien dat er wel zeer vrij vertaald is.

 

 

Lukas 2 : 33.

AV. 1611:

And Joseph and his mother marvelled at those things which were spoken of him.

St.Vert.:

En Jozef en Zijn moeder verwonderden zich over hetgeen van Hem gezegd werd.

 

NBG-’51:

En zijn vader en zijn moeder stonden verwonderd over hetgeen van Hem gezegd werd.

GrootN.:

Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hun kind gezegd werd.

NBV:

Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd.

Opmerking: in een voetnoot staat: “Andere handschriften lezen: Jozef en zijn moeder…”

BGT:

Die dingen zei Simeon over Jezus. Jozef en Maria waren erg verbaasd.

Willibr.(RK):

Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd.

Toelichting: Het geïnspireerde Woord van God zegt duidelijk ‘Jozef en Zijn moeder’. Maar de meeste nieuwe vertalingen willen u laten denken dat een arts (dr. Lukas) geloofde dat Jozef de echte vader van de Heere Jezus was! Hetzelfde gebeurt in Luk. 2 : 43. De Bijbel leert ons dat de Heere God Zelf de Vader is van de Heere Jezus. Maria is namelijk zwanger geworden doordat de Heilige Geest over haar gekomen is, en de kracht van de Allerhoogste haar overschaduwd heeft (Luk. 1 : 29 – 35)! “Maar…,” zeggen dan vele Bijbelonderwijzers en Christenen, “in Lukas 2 : 48 staat toch duidelijk dat Maria uitspreekt: ‘Uw vader en ik…’?” Dat klopt, daar staat inderdaad het woord ‘vader’, waar het over Jozef gaat. Ziet u dan geen enkel verschil tussen de teksten? In Lukas 2 : 48 laat de Heere God een mens aan het woord: Maria! Lukas 2 : 33 geeft echter een beschrijving die niet door een bepaald mens uitgesproken wordt. Daar spreekt de Heilige Geest door Lukas tot ons. God Zelf is in Lukas 2 : 33 aan het woord en daarom staat er in de Statenvertaling en de King James 1611, de Reformatie-tekst, dan ook ‘Jozef en Zijn moeder’.

 

 

Lukas 4 : 4.

AV. 1611:

And Jesus answered him, saying, It is written, That man shall not live by bread alone, but by every word of God.

St.Vert.:

En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

 

NBG-’51:

En Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven.

GrootN.:

Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: Een mens leeft niet van brood alleen.’

NBV:

Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen”.’

Opmerking: in een voetnoot staat: “Andere handschriften lezen: ‘De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat komt van God’”

BGT:

Maar Jezus antwoordde: ‘In de heilige boeken staat: «Alleen van brood kan een mens niet leven.»

Willibr.(RK):

Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Er staat geschreven: De mens leeft niet van brood alleen.’

Toelichting: De Heere Jezus citeert hier Deuteronomium 8 : 3. Wanneer u dat opzoekt, dan zult u zien dat het gedeelte ‘maar bij alle woord Gods’ er wel degelijk bij hoort. De nieuwe vertalingen en Rome laten het echter gewoon weg. In de NBV staat het alsnog in een voetnoot, het geeft echter aan dat de NBV deze woorden niet tot de meest betrouwbare tekst rekent. Opnieuw heeft de Reformatie-tekst het bij het rechte eind, en daar zijn we achter gekomen door Schrift met Schrift te vergelijken.

 

 

Lukas 4 : 8.

AV. 1611:

And Jesus answered and said unto him, Get thee behind me, Satan: for it is written, Thou shalt worship the Lord thy God, and him only shalt thou serve.

St.Vert.:

En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Ga weg van Mij, satan, want er is geschreven: Gij zult de Heere, uw God, aanbidden, en Hem alleen dienen.

 

NBG-’51:

En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Er staat geschreven: Gij zult de Here uw God, aanbidden en Hem alleen dienen.

GrootN.:

Jezus antwoordde hem: ‘Er staat geschreven: Aanbid de Heer, uw God, en vereer hem alleen.’

NBV:

Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem”.’

BGT:

Maar Jezus antwoordde: ‘In de heilige boeken staat: «Kniel alleen voor de Heer, je God, en vereer alleen hem.»’

Willibr.(RK):

Toen antwoordde Jezus hem: ‘Er staat geschreven: De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.’

 

 

Lukas 9 : 55, 56.

AV. 1611:

But he turned, and rebuked them, and said, Ye know not what manner of spirit ye are of. For the Son of man is not come to destroy men's lives, but to save them. And they went to another village.

St.Vert.:

Maar Zich omkerende, bestrafte Hij hen, en zeide: Gij weet niet van hoedanige geest gij zijt. Want de Zoon des mensen is niet gekomen om de zielen der mensen te verderven, maar om te behouden. En zij gingen naar een ander vlek.

 

NBG-’51:

Doch Hij keerde Zich om en bestrafte hen. En zij gingen naar een ander dorp.

GrootN.:

Maar hij keerde zich om en bestrafte hen. En ze vervolgden hun weg naar een ander dorp.

NBV:

Maar hij draaide zich naar hen om en wees hen streng terecht. Ze gingen verder naar een ander dorp.

BGT:

Maar Jezus draaide zich om en verbood ze om zo te praten. Daarna gingen ze verder naar een ander dorp.

Willibr.(RK):

Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht. Daarop vertrokken zijn naar een ander dorp.

 

 

Lukas 23 : 42.

AV. 1611:

And he said unto Jesus, Lord, remember me when thou comest into thy kingdom.

St.Vert.:

En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mij, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.

 

NBG-’51:

En hij zeide: Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.

GrootN.:

En tegen Jezus zei hij: ‘Jezus, denk aan mij, wanneer u komt in uw koninkrijk.’

NBV:

En hij zei: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’

BGT:

En tegen Jezus zei hij: ‘Wilt u aan mij denken wanneer u koning bent in de hemel?’

Willibr.(RK):

Daarop zei hij: ‘Jezus, denk aan mij, wanneer Gij in uw Koninkrijk gekomen zijt.’

Toelichting: Dit is een tekst, waarin we op duidelijke wijze zien dat de Godheid van de Heere Jezus aangevallen wordt. Er gaat een leer rond, die stelt dat Jezus Christus aan het kruis slechts mens was en geen God. Terwijl de Bijbel leert dat Hij Gods Zoon was, Eén van de Drie-eenheid, Die Zijn Goddelijke bloed voor ons zondige mensen vergoten heeft! Het bloed van het smetteloos Lam voor ons vergoten! God gaf Zijn (aardse) lichaam (de Heere Jezus) voor ons ten offer; Zijn ziel (de Vader) en Zijn Geest (de Heilige Geest) stierven niet! Waarom kon de Heere Jezus tegen deze man, deze kwaaddoener, in vers 43 zeggen dat hij met Hem in het Paradijs zou zijn? Omdat deze man zijn zonden had ingezien en tot geloof was gekomen: hij beleed dat Jezus Christus de Heere is! Laten wij die Bijbelse leer vasthouden, laten wij daartoe ook de oude vertaling gebruiken.

 

 

Johannes 3 : 13.

AV. 1611:

And no man hath ascended up to heaven, but he that came down from heaven, even the Son of man which is in heaven.

St.Vert.:

En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit den hemel neergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is.

 

NBG-’51:

En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen.

GrootN.:

Er is nog nooit iemand naar de hemel opgestegen, alleen hij die van de hemel is neergedaald: de Mensenzoon.’

NBV:

Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon?

Opmerking: in een voetnoot staat: “Andere handschriften lezen: ‘de Mensenzoon, die in de hemel is’.”

BGT:

Nog nooit is er iemand van de aarde omhooggegaan naar de hemel. Alleen de Mensenzoon, die eerst vanuit de hemel naar de aarde kwam.

Willibr.(RK):

Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald, de Zoon des mensen.

Toelichting: De Reformatie-Bijbel benadrukt hier dat de Heere Jezus in de hemel is. De vertalers van de nieuwe vertalingen beperken Zijn aanwezigheid in deze tekst liever tot de aarde, in de vrees dat mensen de Heere Jezus met God de Vader zullen identificeren. De NBV weet het niet, en plaatst het laatste deel, bij wijze van twijfelhaken, in een voetnoot. Vandaar ook de aanvallen op de Godheid van de Heere Jezus in zoveel andere teksten in de nieuwe vertalingen. Het laatste gedeelte, waarin staat dat de Heere Jezus in de hemel is, wordt weggelaten in de Griekse manuscripten van de ‘kerkvaders’ uit Alexandrië (Origenes, etc), en dus is het via Tischendorf, Westcott en Hort e.a., in onze nieuwe vertalingen weggelaten. Men kan niet begrijpen dat indien Jezus Christus op aarde is, Hij ook in de hemel is. Dat dit moeilijk te begrijpen is, geeft ons niet het recht om van het Woord van God af te doen. Het wedergeboren kind van God zal de tekstverwijzing naar Ef. 2 : 1 – 7 hiermee echter in verband brengen (Schrift met Schrift uitleggen!): wij zijn als wedergeborenen IN Christus een nieuwe schepping, Jezus Christus is in de hemel, en zo zijn wij met Hem gezeten in de hemel! Terwijl wij als mens op aarde zijn, zijn wij met Christus in de hemel. Vandaar ook dat Filip. 3 : 20 zegt dat onze wandel in de hemelen is! Hier zien we dus opnieuw een poging om de Schrift te verdraaien; dat is dan wel tot hun eigen verderf zegt Gods Woord (2 Petr. 3 : 16).

 

 

Johannes 4 : 24.

AV. 1611:

God is a Spirit: and they that worship him must worship him in spirit and in truth.

St.Vert.:

God is een Geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.

 

NBG-’51:

God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.

GrootN.:

God is geest, en wie hem aanbidden, moeten hem aanbidden in geest en in waarheid.’

NBV:

want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’

BGT:

God hoort bij de hemelse wereld. Alleen door de heilige Geest kun je God echt leren kennen. En alleen dan kun je hem op de juiste manier vereren.’

Willibr.(RK):

God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.’

Toelichting: We zien hier dat slechts het kleine woordje ‘een’ weggelaten wordt in de nieuwe vertalingen. Een kleine weglating, met grote gevolgen… Ondanks dat de wetenschappers beweren te werken vanuit de oorspronkelijke Griekse tekst (die helemaal niet bestaat!), is deze weglating on-Bijbels! We zien ook hier weer dat de Statenvertaling en de King James 1611 (de Reformatie-Bijbels) gelijk hebben, wanneer zij zeggen: “God is een Geest.” De Bijbel leert ons namelijk dat de duivel geest is (Ef. 2 : 2), dat engelen geest zijn (Hebr. 1 : 14), en dat duivelen geest zijn (1 Tim. 4 : 1, 2). God is niet ‘geest’, maar ‘een Geest’ ten onderscheid van andere geesten. We hebben het bewijs gevonden door tekst met tekst te vergelijken, door de Heilige Geest Zelf Gods Woord te laten uitleggen. Overigens de BGT laat hier helemaal weg dat God "een Geest" is! En dan de zin: "Alleen door de heilige Geest kun je God echt leren kennen"... De Heilige Geest is inderdaad onmisbaar. Wij hebben Gods Geest niet voor niets gekregen door de wedergeboorte. Echter God heeft ons ook Zijn Woord gegeven. De Heilige Geest werkt door Gods Woord heen, en wil ons Gods Woord doen begrijpen (Joh. 14 : 26 bijv.). Wist u dat er over de woorden van de Heere Jezus geschreven staat dat deze "geest en leven" zijn (Joh. 6 : 63)? Deze BGT-tekst gaat volledig aan Gods Woord voorbij, en dan te bedenken dat dit vers niet eens een vertaling is! Dit is op zijn hoogst een parafrase, een gedachte-voor-gedachte weergave. Deze tekst gaat in Gods Woord niet over het leren kennen van God, maar over bidden "in geest en waarheid"! De BGT is dus niet Gods Woord... En dan hebben we het nog niet eens over de vage uitdrukking "God hoort bij de hemelse wereld" gehad.

 


Johannes 9 : 35.

AV. 1611:

Jesus heard that they had cast him out; and when he had found him, he said unto him, Dost thou believe on the Son of God?

St. Vert.:

Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en hem vindende, zeide Hij tot hem: Gelooft gij in de Zoon van God?

 

NBG-’51:

Jezus hoorde, dat zij hem uitgeworpen hadden, en Hij zeide, toen Hij hem aantrof: Gelooft gij in de Zoon des mensen?

GrootN.:

Jezus hoorde dat ze hem de synagoge hadden uitgezet. Toen hij hem gevonden had, vroeg hij hem: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’

NBV:

Jezus hoorde dat en zocht hem op. Hij vroeg: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’

BGT:

Jezus hoorde wat er met de man gebeurd was. Toen hij hem zag, zei hij: ‘Geloof je in de Mensenzoon?’

Willibr.(RK):

Jezus vernam dat men hem buiten geworpen had en toen Hij hem aantrof, zei Hij: ‘Gelooft ge in de Mensenzoon?’

Toelichting: Hier geldt dat er Katholieke ‘bijbels’ zijn, die de waarheid handhaven (zoals de Latijnse Vulgaat van Hiëronymus dat in dit geval ook doet), zoals deze gevonden wordt in de King James 1611 en de Statenvertaling. Echter hier volgt de Willibrordvertaling letterlijk de wijzigingen, aangebracht door Origenes in de Alexandrijnse handschriften Vaticanus en Sinaïticus. Het resultaat van de vervalsing is via de Griekse teksten van bijvoorbeeld Westcott en Hort, Tischendorf, Nestle en Aland in de nieuwe vertalingen terecht gekomen. Al onze nieuwe vertalingen doen dat! ‘Zoon van God’ is vervangen door ‘Zoon des mensen’. De term ‘Mensenzoon’ of ‘Zoon des mensen’ komt inderdaad in andere Schriftplaatsen voor, maar waarom deze Schriftplaatsen wijzigen en de titel ‘Zoon van God’ veranderen? Overal waar Jezus Christus mensen vraagt om in Hem te geloven, noemt Hij Zichzelf Gods Zoon, of de Zoon van de Vader (Zie Joh. 3 : 16, 3 : 36, 5 : 24, 3 : 17, 3 : 35, 6 : 40, 8 : 36, 11 : 4, 17 : 1, etc.). Zeker ook in het Evangelie naar Johannes! Mensen kunnen het niet laten om de Schriften te verdraaien.

 

 

Handelingen 1 : 3.

AV. 1611:

To whom also he shewed himself alive after his passion by many infallible proofs, being seen of them forty days, and speaking of the things pertaining to the kingdom of God:

St.Vert.:

Aan wie Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelf levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.


NBG-’51:

Aan wie Hij Zich ook na zijn lijden met vele kentekenen levend heeft vertoond, veertig dagen lang hun verschijnende en tot hen sprekende over al wat het Koninkrijk Gods betreft.

GrootN.:

Aan hen ook had hij zich na zijn dood vele malen laten zien. Hij verscheen hun veertig dagen lang, bewees hun overtuigend dat hij leefde en sprak met hen over het koninkrijk van God.

NBV:

Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God.

BGT:

De apostelen hebben gezien dat Jezus na zijn dood weer leefde. Hij heeft hun dat op allerlei manieren bewezen, veertig dagen lang. Hij kwam vaak bij hen, en dan sprak hij met hen over Gods nieuwe wereld.

Willibr.(RK):

Na zijn sterven toonde Hij hun met vele bewijzen dat Hij in leven was. Hij verscheen hun gedurende veertig dagen en sprak met hen over het Rijk Gods.

Toelichting: Het woordje dat hier weggelaten is in de nieuwe vertalingen, is het woordje ‘gewisse’, of ‘onfeilbare’. Het feit doet zich voor dat dit woordje in alle Griekse manuscripten voorkomt (dus ook in de Alexandrijnse, en dus ook in de Griekse teksten die daarvan afgeleid zijn, zoals bijvoorbeeld die van Tischendorf (1872) en Westcott en Hort (1881))! De vertalers van de nieuwe vertalingen weigeren het echter te vertalen. We moeten beseffen dat we in de wetenschap te maken hebben met wetenschappers die in relatieve waarheden geloven. Wat voor jou waar is, hoeft nog niet (helemaal) waar te zijn voor mij. Dit geldt zeer zeker ook voor vele zogenaamde ‘Christelijke’ wetenschappers. Het woord ‘onfeilbaar’ of ‘gewis’ is een te sterke uitdrukking voor deze wetenschappers. Men laat het bij ‘vele malen’ of ‘vele kentekenen’. Ondertussen heeft men weer een Bijbeltekst verdraaid om mensen maar niet te snel te overtuigen van de overwinning over de dood door Jezus Christus. En zie hoe in de BGT het "Koninkrijk Gods" verworden is tot "Gods nieuwe wereld". "Gods nieuwe wereld" slaat in de BGT op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde van Openb. 21 en 22 (zie bijv. 2 Petr. 3 : 10 - 13 en Openb. 3 : 12 in de BGT). Dat zou betekenen dat de Heere Jezus met de discipelen over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde sprak, terwijl daarvóór reeds Zijn Koninkrijk op aarde aanbreekt, het Duizendjarig Vrederijk van Openb. 20! Daar komt bij dat het Koninkrijk Gods, een geestelijk Koninkrijk, reeds in de Gemeente van Jezus Christus aanwezig is (Rom. 14 : 17; 1 Kor. 4 : 20), en dus ook nu! De mogelijkheid dat de Heere Jezus dus met de discipelen over de periode van Zijn afwezigheid op aarde sprak, wordt door de BGT volkomen weggenomen. Maar daarover heeft Hij met hen wél gesproken (zie bijv. Hand. 1 : 8, Luk. 24 : 47 - 49). De BGT heeft hier niet vertaald, maar uitgelegd. Maar de uitlegging strookt niet met Gods Woord, en is dus een "eigen uitlegging", iets waar Gods Woord tegen waarschuwt (2 Petr. 1 : 20).

 

 

Handelingen 2 : 30.

AV. 1611:

Therefore being a prophet, and knowing that God had sworn with an oath to him, that of the fruit of his loins, according to the flesh, he would raise up Christ to sit on his throne;

St.Vert.:

Alzo hij dan een profeet was, en wist, dat God hem met ede gezworen had, dat hij uit de vrucht zijner lendenen, zoveel het vlees aangaat, de Christus verwekken zou, om Hem op zijn troon te zetten;

 

NBG-’51:

Daar hij nu een profeet was en wist, dat God hem onder ede gezworen had een uit de vrucht zijner lendenen op zijn troon te doen zitten,

GrootN.:

Hij was een profeet en wist dat God hem had gezworen dat een direkte afstammeling van hem zijn troon zou bestijgen.

NBV.:

Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen,

BGT:

David was een profeet, hij wist wat er zou gaan gebeuren. God had hem plechtig beloofd: ‘De messias zal uit jouw familie komen.’

Willibr.(RK):

Welnu, omdat hij een profeet was en wist, dat God hem een eed gezworen had, dat Hij een van zijn nakomelingen op zijn troon zou doen zetelen,

 

 

Handelingen 17 : 26.

AV. 1611:

And hath made of one blood all nations of men for to dwell on all the face of the earth, and hath determined the times before appointed, and the bounds of their habitation;

St.Vert.:

En heeft uit één bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op de gehele aardbodem te wonen, bepaald hebbende de tijden te voren verordineerd, en de grenzen van hun woning;


NBG-’51:

Hij heeft uit een enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald,

GrootN.:

Het was zijn werk dat het hele mensdom uit één mens voortkwam en overal op aarde ging wonen. Hij stelde de tijdperken vast en de grenzen van hun woongebied,

NBV.:

Uit één mens heeft hij de hele mensheid gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft hij een tijdperk vastgesteld en hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald.

BGT:

God heeft uit één mens alle volken gemaakt. En hij gaf de mensen de hele aarde om op te leven. Hij bepaalde waar ze moesten gaan wonen, en voor hoe lang.

Willibr.(RK):

Heel het mensengeslacht deed Hij uit één ontstaan, om de gehele oppervlakte van de aarde te bewonen, waarbij Hij de seizoenen vaststelde en de grenzen van hun woongebied,

 

 

Romeinen 11 : 5, 6.

AV. 1611:

Even so then at this present time also there is a remnant according to the election of grace. And if by grace, then is it no more of works: otherwise grace is no more grace. But if it be of works, then is it no more grace: otherwise work is no more work.

St.Vert.:

Alzo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade. En indien het door genade is, zo is het niet meer uit de werken; anders is de genade geen genade meer; en indien het is uit de werken, zo is het geen genade meer; anders is het werk geen werk meer.

 

NBG-’51:

Zo is er dan ook in de tegenwoordige tijd een overblijfsel gelaten naar de verkiezing der genade. Indien het nu door genade is, dan is het niet meer uit werken; anders is de genade geen genade meer.

GrootN.:

In deze tijd is het niet anders. Ook nu een kleine rest waarop God in zijn goedheid zijn keuze heeft laten vallen. Zijn keuze is gebaseerd op zijn goedheid, niet op de prestaties van mensen. Was dat wel het geval, dan was de goedheid van God geen goedheid meer.

NBV:

Zo is ook nu een klein deel over dat God uit genade uitgekozen heeft. Maar wanneer ze uit genade zijn uitgekozen, dan is dat niet omdat ze de wet naleven, want in dat geval zou de genade geen genade meer zijn.

BGT:

Ook nu zorgt God ervoor dat een deel van de Joden trouw aan hem blijft. God heeft die mensen zelf uitgekozen. Niet omdat zij zich zo goed aan de wet houden, maar omdat God goed voor hen wil zijn. Want het is alleen te danken aan Gods goedheid dat mensen gered kunnen worden.

Willibr.(RK):

Zo is het ook in deze tijd. Een rest is overgebleven, dank zij een genadige uitverkiezing. Is het echter uit genade, dan niet om verdienstelijke werken; anders zou de genade geen genade meer zijn.

 

 

Romeinen 13 : 9.

AV. 1611:

For this, Thou shalt not commit adultery, Thou shalt not kill, Thou shalt not steal, Thou shalt not bear false witness, Thou shalt not covet; and if there be any other commandment, it is briefly comprehended in this saying, namely, Thou shalt love thy neighbour as thyself.

St.Vert.:

Want dit: Gij zult geen overspel doen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult geen valse getuigenis geven, gij zult niet begeren; en zo er enig ander gebod is, wordt in dit woord als in een hoofdsom begrepen, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

 

NBG-’51:

Want de geboden: gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.

GrootN.:

Want de verboden: Pleeg geen overspel, bega geen moord, steel niet, begeer niet wat van een ander is, deze en alle andere worden samengevat in dit éne gebod: Heb uw naaste lief als uzelf.

NBV:

Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

BGT:

In de wet staat: «Vermoord niemand. Ga niet vreemd. Steel niet. Verlang niet naar iets dat van een ander is.» Deze en alle andere regels kunnen in één zin gezegd worden: «Van de mensen om je heen moet je evenveel houden als van jezelf.»

Willibr.(RK):

Want de geboden: gij zult niet echtbreken, niet doden, niet stelen, niet begeren, en alle andere kan men samenvatten in dit ene woord: Bemin uw naaste als uzelf.

 

 

Romeinen 14 : 10.

AV. 1611:

But why dost thou judge thy brother? or why dost thou set at nought thy brother? for we shall all stand before the judgment seat of Christ.

St.Vert.:

Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van Christus gesteld worden.

 

NBG-’51:

Gij echter, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat minacht gij uw broeder? Want wij zullen allen gesteld worden voor de rechterstoel Gods.

GrootN.:

U die plantaardig eet, waarom veroordeelt u uw broeder? En u die alles eet, waarom kijkt u neer op uw broeder? Want we moeten allemaal voor de rechtbank van God verschijnen.

NBV:

Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij zullen allen voor Gods rechterstoel komen te staan.

BGT:

Zeg nooit over andere gelovigen: ‘Wat zij doen, is verkeerd!’ En denk ook niet dat je beter bent dan andere gelovigen. Want op een dag staan we allemaal voor Gods troon. En dan zal God over ons rechtspreken.

Willibr.(RK):

Met welk recht veroordeelt gij uw broeder? En gij, waarom kleineert gij uw broeder? Allen zullen wij verschijnen voor de rechterstoel van God.

 

Toelichting: Helaas wordt in de nieuwe vertalingen de ‘rechterstoel van Christus’ weggehaald. God zal inderdaad oordelen volgens Openb. 21 : 11 – 15. Maar dat is het oordeel van de Grote Witte Troon. Daar zullen alle ongelovigen geoordeeld worden, en doorgestuurd worden naar de poel des vuurs. Daar zal hun ziel branden. Daar oordeelt God op Zijn Troon, na het Duizendjarig Vrederijk. Dit is niet het oordeel waar de gelovigen, die Jezus Christus hebben aangenomen, terecht komen! Als de Opname van de Gemeente (het Lichaam van de Heere Jezus Christus) geweest is, zullen de gelovigen verschijnen voor de Rechterstoel van Christus! Hier (be)oordeelt Jezus op Zijn Rechterstoel, vóór het Duizendjarig Vrederijk (tijdens de Grote Verdrukking). Daar zullen niet zijzelf, de gelovigen, branden, maar hun werken zullen door vuur beproefd worden. Al naar gelang zij werken hebben gedaan, die door het vuur behouden blijven, zullen zij kronen ontvangen. Eén ding hebben al deze gelovigen gemeen: zij zijn behouden door het bloed van Jezus Christus, zij zullen nooit verloren gaan, zijzelf branden dan ook niet (1 Kor. 3 : 11 – 15)! De verwijzing naar deze oordeelsvorm wordt hier in de nieuwe vertalingen dus geschrapt. De vertalers van de nieuwe vertalingen willen niet dat u de overeenkomst van deze tekst gaat zien met 2 Kor. 5 : 10 en 1 Kor. 3 : 11 – 15. Zij proberen u in verwarring te brengen, uw zekerheid in het geloof weg te nemen! De passage, de context, van Rom. 14 : 10 gaat over gelovigen, over broeders, en gelovigen in het bloed van Jezus Christus zullen verschijnen voor de Rechterstoel van Christus! De Statenvertaling en de King James 1611 spreken hier opnieuw de Waarheid. Gods Woord is de Waarheid.

En dan komen we in de NBV nog een extraatje tegen! Daar staat in plaats van ‘broeder’ namelijk ‘broeder of zuster’ (de BGT maakt er "gelovigen" van). Dit is echter een duidelijke toevoeging aan de (‘grond’)tekst, want geen enkele Griekse tekst heeft de toevoeging ‘of zuster’. Denkt u dat de oude vertaling (Statenvertaling en de King James 1611), dat God Zelf, Die Zijn Woord inspireerde, het verschil tussen ‘broeders’ en ‘zusters’ niet wist? O jawel hoor. Kijk maar in Joh. 11 : 3. Daar staat: “Zijn zusters dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, die Gij liefhebt, is krank”. Het Griekse woord voor ‘zusters’ (‘a’delphe’) is duidelijk een ander dan het Griekse woord voor ‘broeders’ (‘adelphos’). Het verschil wordt ook erg duidelijk in een tekst waar zowel zusters als broeders voorkomen (ook in de Griekse teksten dus): Mark. 10 : 29. Ja, God kent het verschil tussen man(nelijk) en vrouw(elijk)! Eén van de doelstellingen van de NBV was: brontekstgetrouwheid! Men kan er een interessante discussie aan wagen dat de bronnen van de NBV (net zoals bij de andere nieuwe vertalingen) geen brontekst zijn (het zijn namelijk de vervalste handschriften uit Alexandrië, die gebruikt zijn voor de totstandkoming van de bronnen die aan de NBV ten grondslag liggen, o.a.: E. Nestle en K. Aland: ‘Novum Testamentum Graece’, Stuttgart 2001, en: A. Ralphs en W. Kappler, e.a.: ‘Septuaginta, Vetus Testamentum Graecum Auctoritate Academiae Scientiarum Gottingensis editum’, Göttingen 1931; zie de verantwoording achterin de NBV, blz. XXIII), iets wat deze site onder de aandacht probeert te brengen. Maar men is zelfs niet trouw aan de eigen gekozen bronnen! En zo gaat het vervalsen van de Schrift gewoon door. Omdat onze huidige wereld feministisch is en politieke correctheid vereist, staat er in de NBV opeens ‘broeder of zuster’ in deze tekst, en dit is absoluut niet de enige plaats waar men aan het toevoegen of verdraaien is gegaan, vanuit een feministische ‘geest’. Een voorbeeld van het verdraaien van de tekst, vinden we daar waar in de NBV in Hand. 11 : 1 het woord ‘broeders’ vervangen is door het woord ‘gemeenteleden’. En in Hand. 7 : 25 staat ‘volksgenoten’ in plaats van ‘broeders’. In Hand. 4 : 4 is sprake van 5.000 ‘mannen’, die tot geloof kwamen. De NBV maakt hier 5.000 ‘gelovigen’ van! Wanneer er 5.000 mannen tot geloof kwamen, zoals Gods Woord zegt, dan is het aantal gelovigen nog veel groter geweest dan 5.000! De NBV maakt de opwekking die toen plaatsvond aanzienlijk kleiner van omvang! Men doet af aan Gods Woord. En dit zijn maar enkele voorbeelden. De NBV brontekstgetrouw? Een farce! Een leugen!


 

1 Korinthe 11 : 24.

AV. 1611:

And when he had given thanks, he brake it, and said, Take, eat: this is my body, which is broken for you: this do in remembrance of me.

St.Vert.:

En toen Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.

 

NBG-’51:

de dankzegging uitsprak, het brak en zeide: Dit is m ijn lichaam voor u, doet dit tot mijn gedachtenis.

GrootN.:

en na God gedankt te hebben, brak hij het in stukken en zei: Dit is mijn lichaam voor u. Doe dat om mij te gedenken.

NBV:

sprak het dankgebed uit, brak het brood, en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’

Opmerking: in een voetnoot staat: “Andere handschriften lezen: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam dat voor jullie gebroken wordt’.”

BGT:

Hij dankte God, en hij brak het brood in stukken. En hij zei tegen zijn leerlingen: ‘Kijk, dit is mijn lichaam. Ik zal sterven voor jullie. Herhaal deze maaltijd steeds opnieuw om aan mij te blijven denken.’

Willibr.(RK):

en na gedankt te hebben, het brak en zeide: ‘Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis.’

Toelichting: Wat de nieuwe vertalingen in overeenkomst met Rome achterwege laten (of betwijfelen!) is het feit dat wij het brood moeten breken tot Zijn gedachtenis. In de nieuwe vertalingen wordt de indruk gewekt dat het alleen gaat om het nemen van het brood tot Zijn gedachtenis. Maar het herdenken van het lijden en sterven van de Heere Jezus zit met name in het breken van het brood.

 

1 Korinthe 11 : 29.

AV. 1611:

For he that eateth and drinketh unworthily, eateth and drinketh damnation to himself, not discerning the Lord's body.

St.Vert.:

Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

 

NBG-’51:

Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt.

GrootN.:

Want wie eet en drinkt zonder te beseffen dat het gaat om het lichaam van de Heer, veroordeeld al etend en drinkend zichzelf.

NBV:

want wie eet en drinkt maar niet beseft dat het om het lichaam van de Heer gaat, roept zijn veroordeling af over zichzelf.

BGT:

Want mensen die tijdens de maaltijd geen enkel respect voor andere gelovigen hebben, worden door God gestraft.

Willibr.(RK):

Wie eet en drinkt zonder het lichaam te onderkennen, eet en drinkt zijn eigen vonnis.

 

 

1 Korinthe 15 : 47.

AV. 1611:

The first man is of the earth, earthy: the second man is the Lord from heaven.

St.Vert.:

De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit de Hemel.

 

NBG-’51:

De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel.

GrootN.:

De eerste mens heeft een aardse oorsprong en is van stof; de tweede mens is van hemelse oorsprong.

NBV:

De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels.

BGT:

God maakte de eerste mens van aarde. Maar aan Jezus Christus, de nieuwe mens, heeft hij een hemels lichaam gegeven.

Willibr.(RK):

De eerste mens, uit de aarde genomen, is aards; de tweede is uit de hemel.

 

 

Galaten 3 : 1.

AV. 1611:

O foolish Galatians, who hath bewitched you, that ye should not obey the truth, before whose eyes Jesus Christ hath been evidently set forth, crucified among you?

St.Vert.:

O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij de waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; voor wier ogen Jezus Christus tevoren geschilderd is geweest, onder u gekruisigd zijnde?

 

NBG-’51:

O, onverstandige Galaten, wie heeft u betoverd, wie Jezus Christus toch als gekruisigde voor de ogen geschilderd is?

GrootN.:

Dwaze Galaten! Wie heeft u betoverd? Ik heb Jezus Christus toch duidelijk als de gekruisigde voor u uitgetekend.

NBV:

Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt?

BGT:

O, wat zijn jullie dom! Wat is er toch met jullie gebeurd, daar in Galatië? Ik heb jullie precies uitgelegd waarom Jezus Christus aan het kruis gestorven is. Waarom luisteren jullie dan nu naar anderen?

Willibr.(RK):

O domme Galaten, wie heeft jullie behekst? Jezus Christus was u toch openlijk en duidelijk verkondigd als gekruisigd!

 

 

Kolossensen 1 : 19.

AV. 1611:

For it pleased the Father that in him should all fulness dwell;

St.Vert.:

Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou;

 

NBG-’51:

Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken,

GrootN.:

Want God wilde bij hem volledig zijn intrek nemen,

NBV:

in hem heeft de volheid willen wonen.

BGT:

God zelf wilde aanwezig zijn in Christus.

Willibr.(RK):

Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid,

Toelichting: U ziet hoe deze tekst in de NBG-’51 en de NBV vervaagd wordt! Het was namelijk niet het welbehagen van de ganse volheid om in Jezus Christus woning te maken. Het was het welbehagen van de Vader dat in Jezus Christus de ganse volheid zou wonen, dat alles in Jezus Christus vervuld zou worden (zie ook Ef. 1 : 22, 23). Ziet u dat Groot Nieuws, de Willibrord en de BGT nog verder gaan in de afvalligheid? Zij stellen dat God bij Jezus Christus Zijn intrek wilde nemen! Uiteindelijk is dit ook wat de vertalers van de NBG-’51 en de NBV bedoelen te zeggen. Zij omschrijven God op een voor de New Age aanvaardbare wijze als ‘de ganse volheid’ of ‘de volheid’. Het is pure Godslastering! De Bijbel openbaart ons Jezus Christus als de Zoon van God, ja, als God Zelf. God de Vader (ziel), God de Zoon (lichaam) en God de Heilige Geest (geest) zijn één! Jezus Christus is God, en dus hoefde God niet nog eens een keer Zijn intrek bij Hem te nemen. Laten we Gods Woord bewaren en ons houden aan de Reformatie-tekst, het geïnspireerde Woord van God!

 

Jakobus 5 : 16.

AV. 1611:

Confess your faults one to another, and pray one for another, that ye may be healed. The effectual fervent prayer of a righteous man availeth much.

St.Vert.:

Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed van de rechtvaardige vermag veel.

 

NBG-’51:

Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.

GrootN.:

Beken dus aan elkander uw zonden en bid voor elkaar. Dan zult u genezen. Want het gebed van iemand die de wil van God doet, bezit een krachtige uitwerking.

NBV:

Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen. Want het gebed van een rechtvaardige is krachtig en mist zijn uitwerking niet.

BGT:

Vertel elkaar wat je verkeerd gedaan hebt. En bid voor elkaar. Dan zullen jullie gered worden. Want als goede en eerlijke mensen tot God bidden en hem om iets vragen, zullen ze het zeker krijgen.

Willibr.(RK):

Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkaar, opdat gij genezing moogt vinden. Het vurig gebed van een rechtvaardige vermag veel.

Toelichting: Dit is de passage die door de Katholieke priester gebruikt wordt om te bewijzen dat de biecht een ‘Christelijke’ instelling is. De nieuwe vertalingen volgen hier duidelijk de Rooms-katholieke leer! Het is de bedoeling van de Heere dat wij elkaar vergeving vragen wanneer wij elkaar verkeerd behandelen. Maar de Heere vraagt zeker niet van ons dat wij onze zonden maar aan elkaar moeten vertellen. Met onze zonden gaan we in gebed tot onze Heere, Die Zijn bloed voor ons vergoten heeft. Een aflaat helpt niet (overigens weer zeer actueel!). Ziet u dat de BGT zegt dat we gered worden wanneer we elkaar vertellen wat we verkeerd hebben gedaan? Onze redding is daar helemaal niet in gelegen. Onze redding is teweeggebracht door het volbrachte Werk van onze Heiland. Als we daar in geloven, ontvangen we het eeuwige leven (Joh. 3 : 16). De BGT wil ons iets anders laten geloven, dan dat het Woord van God ons vertelt!


 

1 Petrus 2 : 2.

AV. 1611:

As newborn babes, desire the sincere milk of the word, that ye may grow thereby:

St.Vert.:

En, als nieuwgeboren kinderkens, weest zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen;

 

NBG-’51:

en verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen tot zaligheid,

GrootN.:

Verlang als pasgeboren kinderen naar pure, geestelijke melk. U zult erdoor groeien en worden gered,

NBV:

en verlang als pasgeboren zuigelingen naar de zuivere melk van het woord, opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt.

BGT:

Pasgeboren baby’s verlangen naar melk. Net zo moeten jullie ernaar verlangen om de woorden van God te horen. Dan kan jullie geloof groeien, en dan worden jullie gered.

Willibr.(RK):

Weest als pasgeboren kinderen begerig naar geestelijke, onvervalste melk, die u wasdom zal schenken ter zaligheid.

Toelichting: In alle bewijsteksten hebben we tot nu toe de overeenkomst gezien tussen de Engelse Statenvertaling (King James 1611) en de Nederlandse Statenvertaling. Geen wonder, want beide Bijbels zijn Reformatie-Bijbels. Ze komen van dezelfde Bijbelse bron. In deze tekst, en dat is er één van de weinige, zien we een klein verschil. Helaas missen de woorden ‘van het woord’ na het woord ‘melk’ in onze Nederlandse Statenvertaling. Dit laat nog eens de superioriteit zien van de Engelse King James 1611. De Heere God heeft zijn Woord voor ons bewaard in de universele taal van de eindtijd waarin wij leven: het Engels. Maar… wanneer u deze tekst in een Statenvertaling met kanttekeningen opzoekt dan ziet u bij deze tekst bij het woordje ‘melk’ een toelichting staan, dat het hier weldegelijk gaat om het Woord van God! (weer een zogenaamde tegenstrijdigheid tussen twee Reformatie-Bijbels opgelost!). Wat veel erger is, is dat we in de nieuwe vertalingen en de Roomse ‘bijbel’ een toevoeging vinden in dit vers. In de nieuwe vertalingen leert dit vers opeens dat wij gered kunnen worden door werken (zie ook 1 Petr. 2 : 1)! De NBV zegt dat wij moeten groeien tot wij onze redding bereiken. Dat is totaal on-Bijbels. Laten wij daarom blijven bij de tekst van de Reformatie.

 

 

Openbaring 14 : 5.

AV. 1611:

And in their mouth was found no guile: for they are without fault before the throne of God.

St.Vert.:

En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor de troon van God.

 

NBG-’51:

En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk.

GrootN.:

Geen leugen komt over hun lippen; ze zijn vlekkeloos.

NBV:

Geen leugen komt over hun lippen, er valt niets op hen aan te merken.

BGT:

Ze hebben nooit gelogen, niets aan hen is verkeerd. Ze zijn bevrijd van hun schuld. En ze zijn uitgekozen om als geschenk aan God en het lam gegeven te worden.

Willibr.(RK):

En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn zonder smet.

 

 

Openbaring 21 : 24.

AV. 1611:

And the nations of them which are saved shall walk in the light of it: and the kings of the earth do bring their glory and honour into it.

St.Vert.:

En de volken, die zalig worden, zullen in haar licht wandelen; en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid en eer in haar.

 

NBG-’51:

En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar;

GrootN.:

De volken zullen, aangetrokken door haar licht, naar haar toekomen, en de koningen der aarde zullen er hun rijkdommen binnen brengen.

NBV:

De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof.

BGT:

De volken op aarde zullen leven in dat licht. En de koningen van de wereld zullen geschenken naar de stad brengen.

Willibr.(RK):

En de volken wandelen bij haar licht, en de koningen der aarde brengen haar hun rijkdom.

Toelichting: De juiste tekst zegt in de Statenvertaling: “de volken, die zalig worden” zullen wandelen in het licht van het Nieuwe Jeruzalem. Origenes, Westcott en Hort, en de vertalers van de nieuwe vertalingen denken een stuk makkelijker over gered worden dan de Heere Zelf, zij laten dus het gedeelte ‘die zalig worden’ rustig uit de tekst! Jezus Christus Zelf heeft geleerd dat de volken geoordeeld zullen worden, en dat niet alle volken behouden zijn (dit is overigens een ander oordeel, dan het oordeel over de ongelovigen voor de Grote Witte Troon). Er zullen dus volken verloren gaan, en er zijn volken die zalig worden (Matth. 25 : 32, 41; zie ook Zach. 14 : 2 en Zef. 3 : 8). Dit is aan het begin van het Duizendjarig Vrederijk. Zo zullen er ook mensen bij de Grote Witte Troon behouden zijn (Openb. 11 : 18). Dat is ná het Duizendjarig Vrederijk. Deze mensen zullen de volken vormen op de nieuwe aarde, en zullen in het licht van het Nieuwe Jeruzalem wandelen. De verwarring komt doordat velen geloven dat God klaar is met Israël en dat zij het geestelijk Israël zijn. Daarom geloven zij niet in een herstelde staat Israël, waarin de Heere Jezus Christus straks voor een periode van duizend jaar Zijn letterlijke Koninkrijk hier op aarde zal stichten. Dit Koninkrijk zal er wel degelijk komen volgens het Woord van God. De volken van Openbaring 21 : 24, zijn de volken die uit de Grote Verdrukking komen (Daniëls 70e jaarweek), en het Duizendjarig Vrederijk; niet de volken tijdens de bedeling van de Gemeente. We zien hier dus opnieuw dat de Reformatie-Bijbel, de Engelse King James 1611 en onze Statenvertaling, de waarheid spreekt. Gods Woord is de Waarheid!

 

Ook in het Oude Testament vinden we vervalsingen:

 

 

Genesis 47 : 31.

AV. 1611:

And he said, Swear unto me. And he sware unto him. And Israel bowed himself upon the bed's head.

St.Vert.:

En hij zeide: Zweer mij! en hij zwoer hem. En Israël boog zich aan het hoofd van het bed.

 

NBG-’51:

Daarop zeide hij: Zweer het mij dan. En hij zwoer het hem. En Israël boog zich aanbiddend neder aan het hoofdeinde van het bed.

GrootN.:

‘Zweer het me,’ zei Jakob. En Jozef legde een plechtige eed af. Toen boog Jakob zich in aanbidding neer aan het hoofdeinde van zijn bed.

NBV:

‘Zweer het mij,’ zei Israël. Jozef zwoer het hem, en daarna knielde Israël neer op het hoofdeinde van zijn bed.

BGT:

Jakob zei: ‘Je moet het me plechtig beloven.’ En Jozef beloofde het. Toen maakte Jakob vanaf zijn bed een buiging.

Willibr.(RK):

Hij drong aan: ‘Zweer het mij.’ Hij zwoer het hem en Israël boog zich neer aan het hoofdeinde van het bed.

Toelichting: Allereerst is het goed om op te merken dat het hier gaat om een tekst die door onze nieuwe vertalingen nog meer geweld is aangedaan dan door Rome! Behalve de NBV en de BGT. Hieruit blijkt dat de NBV en de BGT heel braaf de Roomse teksten volgen! Deze tekst is in de zin van de Bijbelse leer, voor ons geloofsleven, niet direct van belang. Toch blijft het hier gaan om knoeien aan Gods Woord. Het leuke van dit voorbeeld is, dat we aan deze tekst kunnen zien dat de zogenaamde ‘Christelijke’ wetenschappers en de vertalers van onze nieuwe vertalingen inderdaad hebben zitten knoeien aan Gods Woord. We hebben hier namelijk te maken met een toevoeging aan Gods Woord. Maar deze toevoeging is verkeerd gezet! Men wilde dus bewijzen dat er al in de tijd van Jezus en de apostelen een Septuaginta, een vertaling van het Oude Testament in het Grieks, bestond. Nu, Hebreeën 11 : 21 spreekt over de stervende Jakob die aanbeden heeft op het opperste van zijn staf. Wat heeft men nu gedaan? Men heeft dit ‘aanbidden’ overgenomen in Genesis 47 : 31. Daar is het immers toegevoegd! Maar de corrupte Schriftgeleerde die deze toevoeging gemaakt heeft, is het ontgaan dat de context van Hebreeën 11 : 21 (de stervende Jakob die de zonen van Jozef zegent) niet de context was van Genesis 47. De context van de stervende Jakob, die de zonen van Jozef zegent, vinden we namelijk niet in Genesis 47, maar wel in Genesis 48 : 13! U ziet dat deze tekstvervalsing een poging is geweest om ons te laten geloven dat de schrijver van Hebreeën een tekst uit de Septuaginta heeft aangehaald. De Septuaginta heeft nooit voor of in de tijd van Jezus Christus en de apostelen bestaan! De schrijver van de na-apostolische Septuaginta (Origenes en zijn Hexapla!, de vijfde kolom) heeft de schrijver van de Hebreeën-brief in een tegenstrijdigheid gedwongen (in de nieuwe vertalingen), die deze schrijver van de Hebreeën-brief nooit gemaakt heeft toen hij de woorden opschreef onder inspiratie van de Heilige Geest. Wij hebben Gods geïnspireerde Woord nog steeds in de Statenvertaling en de King James 1611, de Reformatie-tekst!

 

 

Exodus 12 : 5.

AV. 1611:

Your lamb shall be without blemish, a male of the first year: ye shall take it out from the sheep, or from the goats:

St.Vert.:

Gij zult een volkomen lam hebben, een mannetje, een jaar oud; van de schapen of van de geitenbokken zult gij het nemen.

 

NBG-’51:

Een gaaf, mannelijk, eenjarig stuk kleinvee moet gij nemen; gij kunt dit nemen van de schapen of van de geiten.

GrootN.:

Je kunt een schaap of een geit nemen, als het maar een mannelijk, éénjarig dier is, zonder enig gebrek.

NBV:

Het mag een jong van een schaap zijn, of het jong van een geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek.

BGT:

Het dier mag een schaap of een geit zijn. Maar het moet een mannelijk dier zijn van één jaar oud. Het dier moet gezond zijn en mag geen gebreken hebben.

Willibr.(RK):

Het lam moet gaaf zijn, van het mannelijk geslacht en eenjarig. Ge kunt er een schaap of een geit voor nemen.

Toelichting: Het woord lam is hier belangrijk! Het Pascha in het Oude Testament is namelijk een voorafschaduwing van het volbrachte werk van Jezus Christus aan het kruis van Golgotha. Jezus Christus is het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt, aldus Johannes 1 : 29. U ziet, in dit geval, dat onze nieuwe vertalingen afdwalen van Gods Woord, terwijl Rome hier juist vertaalt (met de NBV ook niet meer)!

 

 

Psalm 8 : 6.

AV. 1611:

For thou hast made him a little lower than the angels, and hast crowned him with glory and honour.

St.Vert.:

En hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen, en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond?

 

NBG-’51:

Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond.

GrootN.:

U hebt hem weinig minder dan een god gemaakt, hem met glorie en eer gekroond.

NBV:

U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie.

BGT:

U hebt de mensen veel macht gegeven, ze zijn bijna zo machtig als goden!

Willibr.(RK):

En nochtans gaaft Ge hem een haast goddelijke staat; met waardigheid hebt Gij, met schoonheid gekroond,

Toelichting: Naast dat de Godheid van Jezus Christus wordt aangevallen in de nieuwe vertalingen, wordt de mens een status hoger verleend. De mens is volgens de nieuwe vertalers niet ‘een weinig minder dan de engelen’, maar ‘bijna goddelijk’ of ‘bijna een god’. Dit is een zin in de nieuwe vertalingen die voor totaal andere uitleg vatbaar is, en die de oude natuur van de mens streelt.

 

 

Psalm 12 : 7, 8.

AV. 1611:

The words of the LORD are pure words: as silver tried in a furnace of earth, purified seven times. Thou shalt keep them, O LORD, thou shalt preserve them from this generation for ever.

St.Vert.:

De redenen des HEEREN zijn reine redenen, zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal. Gij, HEERE, zult hen bewaren; Gij zult hen behoeden voor dit geslacht, tot in eeuwigheid.

 

NBG-’51:

De woorden des Heren zijn zuivere woorden, gedegen zilver, in een smeltoven in de aarde zevenvoudig gelouterd. Gij, Here, zult ze gestand doen, ons altoos beschermen tegen dit geslacht;

GrootN.:

Op wat de Heer zegt, kun je aan. Zijn woorden zijn zuiver als zilver, als zilver in de oven gelouterd, tot zevenmaal toe. Neem ons onder uw hoede, Heer, bescherm ons tegen zulke mensen, bescherm ons voor altijd.

NBV:

De woorden van de Heer zijn zuiver als zilver, gesmolten in de smeltkuil, gelouterd tot zevenmaal toe. (regel wit) Behoud hen, Heer, bescherm hen steeds tegen dat volk.

BGT:

De Heer doet wat hij belooft. Op hem kun je vertrouwen, dat is zeker! Heer, help mensen die onderdrukt worden, bescherm hen tegen leugenaars.

Willibr.(RK):

Taal des Heren, stralende taal, als zilver, puur uit de smeltkroes, gezuiverd tot zeven maal toe. En Gij handelt, Heer, naar uw woord; tegen dit verworden geslacht blijft eeuwig Gij onzer beschermer:

Toelichting: Ziet u hoe de moderne vertalers (vanaf 1880 n. Chr.) hun handelen met betrekking tot het Woord van God rechtvaardigen? In deze tekst komt dat heel mooi tot uitdrukking. Ziet u hoe het woordje ‘hen’ in de nieuwe vertalingen veranderd is in ‘ons’? Het woordje ‘hen’ verwijst naar de ‘redenen des Heeren’, naar de ‘woorden des Heeren’ (King James 1611). De Heere belooft ons in Zijn Woord dat Hij Zijn Woord tegen ons mensen bewaart. Hij zal er Zelf voor zorg dragen dat de mensen kunnen lezen wat God ons te zeggen heeft. Juist deze belofte wordt door de nieuwe vertalers veranderd. Ze hebben er maar van gemaakt dat God ons mensen bewaart! In de NBV staat weliswaar ‘hen’, maar tussen vers 7 en 8 is een regel wit aangebracht. Vers 8 behoort opeens tot een nieuw couplet, en daarmee kan ‘hen’ in de NBV óók op mensen slaan! In de BGT staat al helemaal niets meer over de redenen van de Heere, Gods Woord. Het is gewoon weggelaten! Zoals men het getuigenis weghaalt dat de Heere Zijn Woord bewaart, zo haalt men in 2 Petr. 1 : 19 weg dat het Profetische Woord zeer vast is. In de Statenvertaling staat in het eerste gedeelte van dat vers: “En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is,…” De NBV heeft daarvan gemaakt: “Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen,…”. In de BGT gebeurt iets dergelijks in dit vers. Het getuigenis dat het Profetische Woord ZEER VAST is, is verdwenen, en volgens de NBV hangt alles af van ONS toegenomen vertrouwen. En in de BGT gaat het over "hun boeken" [van de profeten], in plaats van over Gods Woord. Opeens staat de mens centraal… Daar waar Gods Woord ons (in de oude vertalingen) openbaart, dat HIJ Zijn Woord voor ons bewaart, het Woord dat ZEER VAST is. De Heere heeft voor ons Zijn Woord bewaard in de King James 1611 en de Statenvertaling, we hebben de sporen van vervalsing in de nieuwe vertalingen ontdekt, laten wij dan bij dat geïnspireerde en bewaarde Woord van God blijven!

 

Micha 5 : 1.

AV. 1611:

But thou, Bethlehem Ephratah, though thou be little among the thousands of Judah, yet out of thee shall he come forth unto me that is to be ruler in Israel; whose goings forth have been from of old, from everlasting.

St.Vert.:

En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

 

NBG-’51:

En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid.

GrootN.:

‘Maar jij, Betlehem in Efrata, al heb je in Juda niet veel te betekenen, toch zul jij,’ zegt de Heer, ‘iemand voortbrengen die namens mij over Israël heersen zal. In het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervlogen dagen.’

NBV:

Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer.

BGT:

De Heer zegt: ‘Luister, Betlehem in Efrata. Jij bent één van de kleinste steden van Juda. Toch zal er uit Betlehem iemand komen die namens mij leider zal zijn van Israël. Hij zal afstammen van een heel oude familie.’

Willibr.(RK):

Gij echter, Betlehem in Efrata, al zijt gij klein onder Juda’s geslachten, toch zal er, zeg Ik, iemand uit u komen die over Israël gaat heersen. In het verre verleden ligt zijn oorsprong, in lang vervlogen dagen.

Toelichting: Ziet u wat men hier heeft gedaan? Zij hebben Jezus Christus, over Wie deze profetie gaat, een oorsprong gegeven, oftewel een begin! Zij stellen dat Christus in lang vervlogen dagen een oorsprong had, terwijl de Bijbel, Gods Woord, ons leert dat Jezus Christus eeuwig is! Jezus Christus is God, God is eeuwig! Zo zien we dat de Reformatie-tekst van de Statenvertaling en de King James 1611 opnieuw het Ware Woord van God bevat. Niet alleen een boodschap, maar de Woorden van God!

 

 

Zacharía 9 : 9.

AV. 1611:

Rejoice greatly, O daughter of Zion; shout, O daughter of Jerusalem: behold, thy King cometh unto thee: he is just, and having salvation; lowly, and riding upon an ass, and upon a colt the foal of an ass.

St.Vert.:

Verheug u zeer, gij dochter Sions! juich, gij dochter Jeruzalems! Ziet, uw Koning zal u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland; arm, en rijdende op een ezel, en op een veulen, een jong der ezelinnen.

 

NBG-’51:

Jubel luide, gij dochter van Sion; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong.

GrootN.:

Juich, inwoners van Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde, stad op de Sion. Kijk! Daar komt je koning, hij komt naar je toe. Hij is rechtvaardig en brengt bevrijding. Hij is eenvoudig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.

NBV:

Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

BGT:

Dit zegt de Heer: ‘Op de berg Sion moet iedereen juichen! In Jeruzalem moet iedereen vrolijk zijn! Want jullie koning komt eraan. Hij is rechtvaardig, en hij overwint zijn vijanden. Hij is vriendelijk. En hij rijdt op een ezel, op een jonge ezel.

Willibr.(RK):

Jubel luidt, gij dochter Sion, juich, gij dochter Jeruzalem! Zie, uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend; hij is deemoedig, hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin.

 

 

Zacharía 13 : 6.

AV. 1611:

And one shall say unto him, What are these wounds in thine hands? Then he shall answer, Those with which I was wounded in the house of my friends.

St.Vert.:

En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmee ik geslagen ben, in het huis van mijn liefhebbers.

 

NBG-’51:

En als men tot hem zegt: Wat zijn dat voor wonden tussen uw armen? dan zal hij zeggen: Daarmee ben ik geslagen in het huis van mijn vrienden.

GrootN.:

En als iemand hem vraagt: Maar wat zijn dat dan voor littekens op je rug, zal hij antwoorden: Die heb ik bij een vechtpartij met mijn vrienden opgelopen.’

NBV:

En wanneer zo iemand gevraagd wordt: ‘Hoe kom je dan aan die striemen op je rug?’, dan zal hij antwoorden: ‘Die heb ik opgelopen in het huis van mijn meesters.’

BGT:

En als ze blauwe plekken op hun rug hebben, zullen de mensen vragen: ‘Hoe kom je daaraan?’ Dan zullen ze antwoorden: ‘Ik heb gevochten met mijn vrienden.’’

Willibr.(RK):

En wanneer iemand hem vraagt: ‘Waar komen dan de wonden in uw borst vandaan?’ zal hij antwoorden: ‘Die zijn mij toegebracht in het huis van mijn minnaars.’

Toelichting: Een profetie over de Heere Jezus Christus wordt in de nieuwe vertalingen geheel ‘bedekt’. U kunt niet meer zien dat het om de Heere Jezus gaat! Wat waren nu de kenmerkende wonden van de Heere Jezus? De wonden in Zijn handen en in Zijn zij, denk daarbij aan de plaatsen, die Thomas wilde aanraken, om te geloven dat Jezus Christus was opgestaan. Eventueel kunt u de striemen op Zijn rug noemen, maar ziet u wat voor een Godslasterlijk eind de tekst in Groot Nieuws heeft? Alsof de Heere Jezus een robbertje gevochten heeft met de Joden! Ook de NBV voegt er een nieuwe mogelijkheid aan toe, misschien was Jezus Zelf niet de Meester, maar waren de Joden Zijn meesters! En in de BGT wordt het antwoord niet door één gegeven, maar door "ze", meervoud! Opnieuw heeft de Reformatie-tekst van de Statenvertaling en de King James 1611 de juiste weergave van het Woord van God, dat kan elke Bijbel-gelovige direct zien!

 

 

De NBV gaat nog verder…

Jawel, we hebben gezien dat de NBG-’51 en Groot Nieuws, maar ook andere nieuwe vertalingen, in feite al Roomse ‘bijbels’ geworden waren, wanneer je de ‘bijbel’tekst bekijkt. Echter de NBV is volledig Rooms-katholiek geworden, deze nieuwe vertaling volgt namelijk ook nog eens de versnummering van de Roomse ‘bijbels’ als bijvoorbeeld de Willibrordvertaling. Enkele voorbeelden: In onder andere Exodus 6, 7, 8, 21 en 22, Leviticus 5 en 6, Numeri 16, 17, 29 en 30, Deuteronomium 22, 23, 28 en 29, Job 40 en 41, Jeremia 8 en 9, Ezechiël 20 en 21, Daniël 3 en 4, Hoséa 1 en 2, Jona 1 en 2 loopt de versnummering in de NBV anders, soms zelfs totaal anders, dan in de Protestantse vertalingen tot nu toe (dus zowel de Statenvertaling, als de nieuwere NBG-’51, Groot Nieuws en Het Boek, etc. (voor zover deze laatsten ‘Protestants’ waren, maar dat hier even in het midden gelaten)). Joël heeft door verschuiving van verzen een hoofdstuk extra gekregen, en Maleáchi vanwege dezelfde oorzaak een hoofdstuk minder!

 

 

De BGT gaat nog verder...

Even los van de bron van deze "vertaling", de BGT is gepresenteerd als een echte vertaling. Echter dit is niet waar! De BGT is eerder een parafrase, zoals reeds uit enkele verzen in dit artikel gebleken is. Zie bijvoorbeeld de Toelichting bij Hand. 1 : 3 hierboven. Men heeft de "vertaling" zo "duidelijk" willen maken voor mensen, dat men uitleggend is gaan vertalen. Dit heeft er echter toe geleid dat er nu nog grotere onjuistheden in de tekst staan. Soms zijn kerkelijke tradities de tekst in gekomen (zie bijv. Openb. 1 : 10 in de BGT). De BGT is eerder een parafrase, een gedachte-voor-gedachte weergave, dan een vertaling. Dit heeft geleid tot een vertaling met "eigen uitlegging", iets waar het Woord van God juist tegen waarschuwt (1 Petr. 1 : 20).

 

 

We leven in de eindtijd en zien dat Rome de ‘Bijbel’strijd ‘gewonnen’ heeft. De Reformatie brak door middel van de Reformatie-Bijbel duidelijk met Rome, haar valse (afgoden)leer en haar valse ‘bijbel’ (de Latijnse Vulgaat van Jerome). Echter door de zogenaamde ‘vernieuwing’ van 1880 na Chr. (de ‘herontdekking’ van de Alexandrijnse geschriften door de Protestanten!) werden de nieuwe vertalingen steeds Roomser, en nu zijn de Protestanten met de NBV haast verplicht om deze nieuwe vertaling aan te schaffen en te gebruiken, daar waar hun voorgangers deze NBV (gaan) gebruiken. Waarom? Omdat de versnummering in behoorlijk wat gedeelten van het Oude Testament anders niet meer overeenkomt. En dat terwijl de Rooms-katholieken bij hun eigen vertaling kunnen blijven! De ‘Protestantse Theologie’ heeft definitief gebroken met haar eigen wortels in de Reformatie-tekst. Is dit vreemd? Nee, we leven in de eindtijd, en weten dat Openbaring 17 en 18 beschrijven dat er een religieuze eenheid moet ontstaan, die zich in naam van het geloof verzet tegen God en tegen het WARE Woord van God en Zijn volgelingen. De moeder der hoererijen, de grote hoer van Babylon is dronken van het bloed der heiligen (Openb. 17 : 6), en wordt duidelijk getypeerd door Rome (de zeven bergen waar de stad op gebouwd is (Openb. 17 : 9), de gouden drinkbeker en de versiering met purper en scharlaken, met kostbare stenen, goud en paarlen (Openb. 17 : 4), de Roomse moeder-kind verering, die haar oorsprong vind in het Babel van Nimrod (Gen. 10 : 9, 10 en Gen. 11 : 1 – 9).) De BGT gaat nog verder... Mensen zijn door de Schriftkritiek van hun voorgangers zo gewend aan het feit dat de Bijbelteksten op verschillende manieren te vertalen uit te leggen zouden zijn, dat men nu een parafrase als vertaling accepteert! Deze ontwikkeling hoort bij de eindtijd, we kunnen haar niet tegen houden. Rome LIJKT te winnen, echter wij mogen weten:

 

Want alle vlees is als gras, en alle heerlijkheid des mensenis als een bloem van het gras.Het gras is verdord, en zijn bloem is afgevallen;maar het Woord des Heeren blijft in eeuwigheid;en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is

(1 Petr. 1 : 24, 25).

 

…Amen. Ja, kom, Heere Jezus!(Openb. 22 : 20b).