Blue Flower

Geen hyper-dispensationalisme! 

 

 


Verschillende dopen

 

Er zijn verschillende oordelen, er zijn verschillende opstandingen, er zijn ook verschillende dopen! In Matthéüs 28 : 19 zegt de Heere: “Gaat dan heen, onderwijst al de volken, hen dopende in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.” Alhoewel er in de Bijbel drie Personen genoemd worden, staat er toch: ‘In de Naam des…’ God heeft ÉÉN ‘NAAM’! En die Naam is HEERE. HEERE God, HEERE Jezus en ook de Heilige Geest wordt HEERE genoemd (vergelijk bijvoorbeeld Jesaja 6 : 8 en Hand. 28 : 25).

  

We hebben gezien dat de doop in Handelingen 2 : 38 een Joodse waterdoop is! De hele context van Handelingen 2 is Joods! En nu staat er in Handelingen 2 : 38 het volgende: “Bekeert u, en een ieder van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gaven des Heiligen Geestes ontvangen.” Deze doop komt overeen met de doop van Johannes, die de doop der vergeving der zonden predikte (Matth. 3 : 6). Nu is het typisch dat er bij deze doop staat ‘in de Naam van Jezus Christus.’ De opdracht was immers Matthéüs 28 : 19: ‘in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest’. Dat heeft te maken met het feit dat de doop in Handelingen 2 de Joodse waterdoop is. In Handelingen 10 : 48, bij de doop van Cornelius (een heiden), lezen we: “En hij beval, dat zij zouden gedoopt worden in de Naam des Heeren. Toen baden zij hem, dat hij enige dagen bij hen wilde blijven.” Hier staat in de Naam des Heeren, oftewel: ‘in de Naam des Vaders, en des Zoons en des Heiligen Geestes’, overeenkomstig Matthéüs 28 : 19, en niet in de Naam van één van de drie van de Godheid! Nu, de nieuwe vertalingen halen dit onderscheid weg! En zeggen in vers 48: ‘in de Naam van Jezus’. De nieuwe vertalingen hebben de doop van de Pinksterdag, waar Petrus het Joodse volk toesprak, doorgetrokken tot de gelovigen uit de heidenen in Handelingen 10. Hierin zien we dat de nieuwe vertalers alles over één kam scheren, terwijl Gods Woord ons leert, om Zijn Woord te verdelen (2 Tim. 2 : 15). De Oude Vertaling van de Reformatie heeft het weer bij het rechte eind.

  

Er zijn dus verschillende waterdopen! Ten eerste hebben we reeds gezien dat er een Joodse waterdoop is, maar tevens de waterdoop voor de heidenen die tot geloof komen! De Bijbel laat nog andere dopen zien, onder andere nog een waterdoop: “En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; en allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee” (1 Kor. 10 : 1 – 2). Tevens is er bijvoorbeeld een doop met vuur, wat oordeel inhoudt (Matth. 3 : 11 – 12). Maar hoe zit dat dan met die tekst in Éfeze 4 : 5? “Eén Heere, één geloof, één doop”. Eén doop? En we hebben net dus al vier verschillende dopen gezien? Hoe zit dat? Wanneer we naar de context van vers 5 kijken, dan moet er een lichtje gaan branden. Vers 4 zegt bijvoorbeeld: “Eén Lichaam is het, en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt tot één hoop uwer roeping.” U ziet dat het hier gaat om de eenheid tussen de wederom geboren Christenen in HET LICHAAM. Een eenheid door de Geest! Deze tekst verwijst naar die ENE DOOP, die ons allen in het Lichaam van Christus heeft gebracht: dat is de doop van de Heilige Geest, de verzegeling (Ef. 1 : 13, 4 : 30), en het feit dat de mensen door de wedergeboorte ingedoopt worden in het Lichaam van Christus door die Geest. Dat staat in 1 Korinthe 12 : 13: “Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij allen zijn tot één Geest gedrenkt.” Dat is dus die ENE DOOP: de wedergeboorte. Daar komt geen water aan te pas! Die ene doop bracht Paulus (‘wij allen’, 1 Kor. 12 : 13), maar ook de gelovigen te Éfeze en te Korinthe in het Lichaam van Christus. Die ene doop bracht de twaalf discipelen (Hand. 1 : 5) in het lichaam van Christus, maar tevens de gelovigen aan wie Paulus schrijft in de brief aan de Romeinen (Rom. 6 : 1 – 3; 16 : 7). De wedergeboorte is dus de doop met de Heilige Geest (Matth. 3 : 11). De doop met de Heilige Geest is dus géén waterdoop (door onderdompeling), maar is de wedergeboorte (Ef. 1 : 13). Er is slechts één doop tot behoud en dat is de doop met de Heilige Geest: de wedergeboorte!

 

   

Zijn wij hyper-dispensationalisten?

 

Maar wij zijn geen hyper-dispensationalisten, die beweren dat daarom de waterdoop niet meer nodig zou zijn. De Bijbel laat niet voor niets zien dat er andere dopen zijn, naast DIE ENE DOOP TOT BEHOUD. De waterdoop is een BEELD van wat er geestelijk is gebeurd (1 Petr. 3 : 21). DIE ENE DOOP TOT BEHOUD doet dus niet de waterdoop te niet. Ondanks dat Paulus in de brief aan de Korinthiërs zegt dat hij niet gezonden is om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen (1 Kor. 1 : 17), zien we dat Paulus wel degelijk mensen doopt na hun bekering. In Handelingen 16 : 32 – 33 zien we dat Paulus de gevangenbewaarder doopt met water: “En zij spraken tot hem het woord des Heeren, en tot allen, die in zijn huis waren. En hij nam hen tot zich in dat uur des nachts, en waste hun de striemen; en hij werd terstond gedoopt, en al de zijnen.” In Handelingen 18 : 8 zien we dat Paulus vele Korinthiërs doopt. Ook Krispus en Gajus en het huisgezin van Stéfanas zijn volgens 1 Korinthe 1 : 14 – 16 door Paulus gedoopt! DIE ENE DOOP TOT BEHOUD (EN DAAR IS ER MAAR ÉÉN VAN), DOET DE WATERDOOP BIJ HET TOT GELOOF KOMEN NIET TE NIET!

  

Hierboven kwam al even het woord ‘hyper-dispensationalisten’ voor. Wat is nu precies hyper-dispensationalisme? ‘Dispensationalisme’ is een moeilijk woord voor de leer van de bedelingen. De bedelingenleer is een Bijbelse leer! Echter hier staat iets voor, namelijk ‘hyper’! ‘Hyper’ betekent ‘ultra’ of ‘overdreven’. Het woord ‘Hyper-dispensationalisme’ wil dus eigenlijk in de letterlijke betekenis een stroming aangeven die de bedelingenleer te sterk benadrukt, of overdrijft! Nu, God leert in Zijn Woord, dat wij Zijn Woord recht moeten snijden of verdelen (2 Tim. 2 : 15). Wanneer wij dat inderdaad op een rechte wijze doen, kunnen wij daar in principe niet te ver mee gaan! Hyper-dispensationalisme in de praktijk, houdt dan ook niet direct een te sterke (ultra) benadrukking in van de bedelingenleer, maar men doet niet aan RECHT verdelen. Eén voorbeeld daarvan heeft u reeds in de vorige alinea kunnen lezen. De mensen, waar het hyper-dispensationalisme zijn oorsprong heeft, zijn onder andere:

 

-          Ethelbert Bullinger, de samensteller van de ‘Companion Bible’.  

-          J.C. O’Hare. Zijn leer verschilt enigszins met die van Bullinger. 

-          Baker. 

-          en Cornelius Stam.

  

De manier waarop we het beste kunnen zien wat hyper-dispensationalisme inhoudt, en waarom dat binnen de context van de Schrift(gedeelten) on-Bijbelse leer is, is door te kijken naar voorbeelden van wat zij leren. Eén voorbeeld over de doop heeft u reeds gezien. Een kenmerk van hyper-dispensationalisten is, dat zij tegen de waterdoop zijn. Bijbels gezien is dit standpunt dus niet vast te houden, zeker niet wanneer wij weten, wanneer het Lichaam van Christus, de Gemeente, ontstond. Een ander voorbeeld, dat de hyper-dispensationalisten leren, is namelijk dat volgens hen de Gemeente ergens in Handelingen 18 of Handelingen 28 is ontstaan. Maar dit is onjuist; het Lichaam van Christus wordt namelijk gevormd door allen die daar door de Geest zijn ingedoopt, zoals we reeds gezien hebben in 1 Korinthe 12 : 13. En dat ‘indopen’ gebeurt op het moment dat men tot geloof komt (Ef. 1 : 13). Nu, Paulus zegt in Romeinen 16 : 7: “Groet Androníkus en Júnias, mijn verwanten, en mijn medegevangenen, die vermaard zijn onder de apostelen, die ook VÓÓR MIJ IN CHRISTUS geweest zijn.” Is de Bijbel niet heerlijk. De Heere Zelf laat zien dat Zijn Lichaam reeds bestond voordat Paulus nog maar tot geloof was gekomen (Hand. 9!!!). Het Lichaam van Christus ontstond bij de kruisdood van de Heere Jezus (Matth. 27), want door Zijn kruisdood is ons verzoening geworden (Ef. 2 : 16). Maar dat Lichaam werd pas effectief, het begon zich pas uit te breiden, toen de Heilige Geest met Pinksteren de discipelen vervulde, en van toen af in al de gelovigen aanwezig was door de wedergeboorte (Joh. 3 : 6)! Met andere woorden, daar waar de hyper-dispensationalisten beweren dat de Gemeente, het Lichaam, pas in Handelingen 18 of 28 begint, verdelen zij Gods Woord NIET RECHT, om bijvoorbeeld van de waterdoop af te komen! Hier hebben we een voorbeeld hoe men de Bijbeluitleg aanpast aan de eigen leer. Men heeft niet op de Bijbelse context gelet, en komt uiteindelijk op on-Bijbelse wegen en on-Bijbelse praktijken uit! WIJ NEMEN DUS AFSTAND VAN HET HYPER-DISPENSATIONALISME, EN WAARSCHUWEN U DAARVOOR! MENSEN DIE BEWEREN DAT WIJ HYPER-DISPENSATIONALISTEN ZIJN, WETEN NIET WAAR ZE HET OVER HEBBEN.

 

   

Waar het recht verdelen van Gods Woord niet toe leidt

 

Velen denken, dat wanneer wij het woord ‘snijden’ of ‘verdelen’ aanhalen, dat wij hele stukken uit de Bijbel wegsnijden en slechts bepaalde delen overhouden. Ook dat is echter niet waar. Door te letten op de bedelingen, door het Woord te verdelen, krijgt elk stukje in de Bijbel zijn plaats, waardoor we Gods Plan mogen ontdekken. We leren dan dat de LEERSTELLIGE betekenis van verzen heel specifiek voor iemand, een groep, kan zijn: Jood, Gemeente of heiden. Op deze manier valt een groot deel van het Oude Testament, met betrekking tot het volk Israël, onder de Wet. Hebben de verhalen in het Oude Testament ons dan niets te vertellen? Jazeker wel! In 1 Korinthe 10 wordt de geschiedenis van het volk Israël als voorbeeld aangehaald, en wat zegt Paulus dan in 1 Korinthe 10 : 6 en 11? “En deze dingen zijn geschied ons tot voorbeelden, opdat wij geen lust tot het kwaad zouden hebben, zoals zij lust gehad hebben. (…) En al deze dingen zijn hun overkomen tot voorbeelden; en zijn beschreven tot waarschuwing van ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn.” Moeten wij het Oude Testament dus afschaffen, omdat het over andere bedelingen gaat? Zeker niet! Het is ons onder andere tot voorbeeld en waarschuwing gegeven. Tevens gaan we, door het Oude Testament te lezen, Gods Plan in het geheel begrijpen. Zo hebben we dan ook in ‘Hoe de Bijbel te bestuderen?’ gezien, dat de meeste Bijbelverzen naast ten eerste een LEERSTELLIGE betekenis, ook een HISTORISCHE en een GEESTELIJKE betekenis hebben.

  

Hebreeën is leerstellig gezien, gericht aan de Joden in de Grote Verdrukking. Dat hebben we in het vorige hoofdstuk gezien. Toch kan een tekst als Hebreeën 9 : 22, waarin onder andere staat: “…en zonder bloedstorting geschiedt geen vergeving”, wel degelijk ook van waarde zijn voor de Gemeente. Deze tekst is dan ook door vele predikers gedurende de Gemeente-bedeling gebruikt. Deze tekst werd dan echter gebruikt, om te laten zien dat niemand vergeving van zonden kan ontvangen, zonder dat Christus Zijn bloed heeft vergoten. Alhoewel Hebreeën 9 in het geheel het offer van Christus belicht, in vergelijking met de Oudtestamentische offers, gaat de directe context van Hebreeën 9 : 22 echter over de offers van dieren (Hebr. 9 : 20 – 21). Hebreeën 9 : 22 is dan ook direct van toepassing op vergoten dierenbloed! Vergeving van zonden wordt door het hele Oude Testament alreeds gevonden, vóór dat Jezus Christus Zijn bloed vergoot (Ex. 34 : 7; Ps. 51 : 1 – 11; Ps. 78 : 38)! Iedere prediker die Hebreeën 9 : 22 direct op de Gemeente toepast, haalt de tekst feitelijk uit de context. En toch gebruikt God dergelijke ‘onjuistheden’ om mensen tot geloof te doen komen. Klaarblijkelijk is de Bijbelse boodschap van het ‘recht snijden/verdelen van het Woord der waarheid’  veel meer, dan alleen maar het in delen ‘snijden’ van het boek Handelingen, of het aan de kant zetten van Hebreeën en Jakobus voor de Christen in deze tijd. Wat Jakobus bijvoorbeeld in Jakobus 3 over het misbruik van de tong schrijft, heeft wel degelijk ook een boodschap en waarschuwing in zich voor de wederom geboren Christen van de Gemeente-bedeling! Maar waarom dan steeds wijzen op de LEERSTELLIGE betekenis van een Bijbelboek of -gedeelte? Omdat de Schrift in de eerste plaats is gegeven tot lering (2 Tim. 3 : 16). Het probleem van deze tijd, is dat mensen alleen nog maar open staan voor ‘geestelijke lessen’, op de leerstellige waarheid van Gods Woord wordt niet of nauwelijks gewezen. Dit heeft er wel toe geleid dat mensen bepaalde geestelijke lessen uit bijvoorbeeld Matthéüs of Hebreeën als leerstellige waarheid zijn gaan zien voor de Gemeente! Met andere woorden, daar waar Hebreeën en Matthéüs bijvoorbeeld schrijven over ‘volharden tot het einde’, geloven velen vandaag de dag dat ze niet zeker kunnen zijn van hun behoud. Anderen, die hun zekerheid niet willen laten afpakken, kunnen met dergelijke passages geen kant meer op, en gaan ze vergeestelijken, of men probeert via de grondtekst een andere invulling aan het gedeelte te geven. Men probeert dan (bepaalde delen van) de Bijbel, Gods Woord, aan te passen aan de leer voor de Gemeente! Maar dan is men wel bezig met het veranderen van Gods Woord, het toevoegen aan en het afdoen van Gods Woord! Iets waar de Heere tegen waarschuwt in Zijn Woord.

  

Zo wordt de bedeling van de Gemeente (de Gemeente-bedeling) door velen ook wel aangeduid als Genade-tijd of Genade-bedeling. Deze laatste termen zijn gekozen, omdat eigenlijk alleen voor de Gemeente-bedeling geldt: ‘behoud door genade uit geloof’; in alle andere bedelingen zien we dat werken op de één of andere manier toch een rol spelen. Toch is het gebruik van de term Genade-bedeling, in plaats van de term Gemeente-bedeling, in principe echter on-Bijbels. Wanneer we de term Genade-bedeling namelijk voor de Gemeente reserveren, zou dat praktisch inhouden dat God met andere mensen in andere bedelingen geen genade heeft! DAT IS ONZIN! Alhoewel het woord genade in de Bijbel een speciale plaats inneemt bij de bedeling van de Gemeente (Ef. 3 : 1 – 2) heeft de Heere ook met andere mensen in andere bedelingen genade! David, in het Oude Testament onder de Wet, pleegde moord en overspel (2 Sam. 12 : 9). Eigenlijk had David ter dood gebracht moeten worden (Lev. 20 : 10, Num. 35 : 31). David is niet ter dood gebracht. Dat is een voorbeeld van GENADE ONDER DE WET VAN MOZES. Laten we naar Simson kijken. Het leven van Simson wordt gekenmerkt door overspel (Richt. 14 – 16) en hij vermoordt mensen om alleen aan kleren te komen (Richt. 14 : 19). Toch staat Simson in de rij van geloofsgetuigen in Hebreeën 11 : 32. Genade van God! In Matthéüs 10 : 5 en Romeinen 15 : 8 lezen we dat Jezus’ dienst op aarde gericht was aan Israël. De gebeurtenissen in de Evangeliën vinden dan ook nog plaats onder de Wet. Toch zien we dat de Heere Jezus in Matthéüs 15 : 22 – 28 een Kananese vrouw helpt. Opnieuw: Genade! Genade onder de Wet. Alhoewel genade een speciale betekenis heeft voor de Gemeente, zien we dat de Heere ook in andere bedelingen genade heeft met mensen! Het Woord verdelen en zeggen dat God alleen genade heeft met de Gemeente, is NIET het Woord RECHT snijden/verdelen, maar  het Woord VERKEERD snijden/verdelen! Laten we daarom voor de Gemeente-tijd, het woord ‘Gemeente-bedeling’ gebruiken.

 

   

Gods Woord recht snijden of verdelen is géén hyper-dispensationalisme!


Bijbelse Bedelingen-leer is géén HYPER-dispensationalisme. Daar waar de Bijbel onderscheid aanbrengt in bepaalde zaken, moeten wij dat onderscheid niet gaan weghalen. Het is niet voor niets dat de Bijbel oproept met 2 Timótheüs 2 : 15, om het Woord recht te snijden of te verdelen! En daar kunnen we niet ver genoeg mee gaan, mits het maar op de RECHTE wijze gebeurt! Dan versnijden of versnipperen wij Gods Woord niet, maar laten we de Jood toekomen wat de Jood toekomt, laten we de heiden toekomen wat de heiden toekomt, en laten we de Gemeente toekomen wat de Gemeente toekomt, en dat is exact Gods bedoeling. Tevens weten we dat bijvoorbeeld het Oude Testament als voorbeeld en waarschuwing is gegeven aan ons die in de Gemeente-bedeling leven. Met andere woorden ook uit het Oude Testament kunnen wij lessen leren, evenals wij lessen kunnen leren uit de brieven Hebreeën en Jakobus, die leerstellig gezien aan de Joden in de Grote Verdrukking gericht zijn! Er wordt dus helemaal niets geschrapt uit Gods Woord, wanneer wij de bedelingen toepassen. En dat is ook logisch, want de bedelingen-leer is een studiemethode van Gods Woord, die de Heere ons Zelf heeft gegeven (2 Tim. 2 : 15). Wanneer gaan we versnijden of versnipperen? Wanneer we Gods Woord willekeurig gaan snijden met een blinddoek op (en dat doen de hyper-dispensationalisten, zoals uit de genoemde voorbeelden heeft mogen blijken). Wanneer we letten op de Bijbelse CONTEXT en inderdaad een ieder geven waar die recht op heeft, dan kan men ons daarvan niet beschuldigen! Wanneer wij de studiemethoden, die de Bijbel Zelf geeft, gebruiken, die dus de Heilige Geest Zelf gegeven heeft, zullen wij inzicht krijgen in het Woord van God!