Blue Flower

Jezus Christus de Rots

het fundament van een levende Tempel 




Inleiding

 

God roept uit de heidenen een volk: de Gemeente (Hand. 15 : 14). Dit is mogelijk geworden op grond van het vergoten bloed van de Heere Jezus Christus. Het is de Heilige Geest, Die door God is uitgezonden, om voor Gods Zoon een Bruid te zoeken. Het is de Heilige Geest Die mensen overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh. 16 : 8), en Die hen wijst op Jezus Christus. Het is de Geest Die mensen indoopt in het lichaam van de Heere Jezus (1 Kor. 12 : 13). En zo groeit de Bruid, de Gemeente, op het volbrachte werk van Jezus Christus.


    

De Gemeente: een heilige Tempel in de Heere

 

In Ef. 2 : 18 – 22 staat het volgende over de Gemeente geschreven: “Want door Hem hebben wij beiden de toegang door één Geest tot de Vader. Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods; gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; op Welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heere; op Welke ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest”.

  

In Efeze 2 lezen we dat zowel Jood als heiden (context: vers 1 – 17), toegang hebben door één Geest tot de Vader. En dat allemaal op grond van het volbrachte werk aan het kruis van Golgotha (vers 15 en 16). Wij zijn huisgenoten Gods geworden, en vormen, zegt vers 21, een “gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, dat opwast tot een heilige tempel in de Heere”. De Gemeente is dus een tempel van God. Zoals de Bijbel het lichaam van elke gelovige een tempel Gods, of ook wel: “tempel van de Heilige Geest” (1 Kor. 6 : 19), noemt, omdat Gods Geest in de gelovige woont (1 Kor. 3 : 16), zo vormen al die gelovigen samen “een heilige tempel in de Heere”.

  

En zoals we in een andere studie zagen: dat lichaam leeft in Hem! Het is geen organisatie, maar een organisme. Eén organisme, het Lichaam, dat bestaat uit verschillende levende leden: het groeit! Zoals in Ef. 2 : 21 staat, dat het “opwast”. Een organisme, een levend gebouw, dat ontstond op Golgotha, maar ging groeien met Pinksteren door de uitstorting van de Heilige Geest. Een levend gebouw… het is niet voor niets dat Gods Woord ook wel over “levende stenen” spreekt, zoals we kunnen vinden in 1 Petr. 2 : 2 – 6: “En, als nieuwgeboren kinderkens, weest zeer begerig naar de redelijke onvervalste melk, opdat gij daardoor moogt opwassen; indien gij althans gesmaakt hebt, dat de Heere goedertieren is. Tot Wie komende, als tot een levende Steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar; zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus. Daarom is ook vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uiterste Hoeksteen, Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden”.


Wat we gelezen hebben, kunnen we in feite met de hieronder staande figuur weergeven: 



We zien in de figuur dat de Gemeente gebouwd wordt op het fundament. We zien dat de Gemeente groeit. De pijl geeft de tijd aan van het begin van de Gemeente tot aan de Opname van de Gemeente. Door de tijd heen komen er steeds weer mensen tot geloof, tot wedergeboorte, waardoor de Gemeente in de tijd in omvang groeit.


          

Zijn kerken en zalen Godshuizen?

 

De Heere bouwt Zijn Lichaam, Zijn Gemeente, uit mensen die Hem hebben aangenomen. Wanneer we dan horen spreken dat kerkelijke organisaties gebouwen neerzetten en dat een Godshuis noemen, dan weten we dat dat totaal niet op Gods Woord gegrond is. In het Oude Testament komen we “Godshuizen” tegen in de vorm van de tabernakel en de tempel, maar in deze tijd, in de Gemeente-tijd, hebben we niet de opdracht om een huis van doek, hout of steen te bouwen, waar dan God Zijn intrek zal nemen. God woont namelijk in de gelovige, God woont in de Gemeente! Natuurlijk mogen mensen samenkomen in een gebouw, maar dat gebouw is geen “Godshuis”! Wij mogen overal Zijn Woord lezen, wij mogen overal in gebed gaan, wij mogen overal vertrouwen op het eens vergoten bloed van het Lam. Wij mogen als Gemeente altijd en overal in relatie zijn met de Vader, om zo als Lichaam ons Hoofd, Jezus Christus, aan de wereld te laten zien. En dat door de verkondiging van het Woord… Dat is het doel van de Gemeente! Want door deze verkondiging komen mensen tot geloof (Rom. 10 : 17; Ef. 1 : 13, 14) en worden gelovigen opgebouwd, waardoor zij groeien en standvastig worden en de gezonde leer van het Woord van God zullen blijven verdragen (2 Tim. 4 : 2 – 4; 2 Tim. 2 : 15).


    

De geestelijke steenrots Jezus Christus

 

In Ef. 2 staat geschreven dat Jezus Christus het fundament, de uiterste Hoeksteen is van de Gemeente. Het gebouw wordt op Hem gebouwd! In 1 Kor. 10 : 4 wordt de Heere Jezus de “geestelijke steenrots” genoemd. Dit staat in de context met een verwijzing naar nota bene het Oude Testament. Hoe kan dat? We zullen zien dat de Heere Jezus God de Rots is, en dat dat een stevig fundament geeft.

  

In de geschiedenis van Ex. 17 : 1 – 7 lezen we over één van de vele opstanden van het volk Israël tegen Mozes. En, zoals dit gedeelte laat blijken, niet alleen tegen Mozes, maar met name tegen de Heere! De Heere leidde hen uit Egypte (Ex. 12). En toen de Egyptenaars hen achterna kwamen, was het de Heere Die hen door de Rode Zee leidde (Ex. 14). Het was de Heere, Die bitter water zoet maakte voor het volk dat dorst had (Ex. 15 : 25). Hij gaf hen vlees en brood (Ex. 16). Hij zorgde voor Zijn volk! En dan gebeurde het dat het volk toch weer in opstand kwam, toen er geen water was om te drinken (Ex. 17). Maar Mozes mocht van God met zijn staf op de rotssteen slaan, en er kwam water uit de rots en het volk dronk.

  

Een soortgelijke geschiedenis doet zich voor in Numeri 20 : 1 – 13. Oppervlakkige lezers zullen misschien denken dat de Bijbel Zichzelf tegenspreekt. Dat is echter niet waar. Het feit dat de twee geschiedenissen op elkaar lijken, wil nog niet zeggen dat het dezelfde gebeurtenissen zijn. In Numeri 33 vindt u de legerplaatsen van het volk. In vers 14 leest u dan dat het volk in Rafidim kwam, en dat daar geen water was om te drinken. Dat is de geschiedenis van Ex. 17 (zie Ex. 17 : 1). Het volk legerde zich vervolgens in vele plaatsen, zie Num. 33 : 15 – 35, en vervolgens staat er dat het volk zich legerde in Kades (vers 36). Dit is de plaats waar opnieuw geen water was om te drinken, zoals blijkt uit de context. Want de verzen 37 – 39 gaan over de dood van Aäron bij de berg Hor, wat we vinden in Num. 20 : 22 – 29. Dus Kades van Num. 33 : 36, is het Kades van Num. 20 : 1. Opnieuw had het volk niet te drinken. Opnieuw kwam het volk in opstand!

  

Maar zien we de verschillen? De overeenkomst is, dat er water uit de rots kwam. Alleen, de eerste keer werd Mozes opgedragen om de rots te slaan (Ex. 17 : 6), terwijl Mozes de tweede keer de opdracht kreeg om tot de rots te spreken (Num. 20 : 8). Mozes luisterde niet naar God, en hij sloeg de rots tweemaal; en gaf zelfs God niet de eer, want hij zei: “zullen wij water voor u uit deze steenrots te voorschijn brengen?” (Num. 20 : 10). Alsof het Mozes en Aäron zelf waren, die het volk te drinken gaven! En daarmee ging het mis, en Mozes en Aäron mochten het volk het beloofde land niet inbrengen (Num. 20 : 12)!

  

Maar wat is nu de werkelijke reden dat Mozes en Aäron het land niet in mochten? Is het alleen de ongehoorzaamheid aan de opdracht? Of zit er meer achter? Waarom moest Mozes de eerste keer in Ex. 17 de rots slaan, en waarom moest hij de tweede keer in Num. 20 de rots toespreken? Het geheim vinden we in het Nieuwe Testament, en wel in 1 Kor. 10 : 1 – 4: “En ik wil niet, broeders, dat gij onwetende zijt, dat onze vaders allen onder de wolk waren, en allen door de zee doorgegaan zijn; En allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee; En allen dezelfde geestelijke spijs gegeten hebben; En allen dezelfde geestelijke drank gedronken hebben; want zij dronken uit de geestelijke steenrots, die volgde; en de steenrots was Christus”.

  

In dit gedeelte staat heel duidelijk dat de geschiedenis van Israël voor ons als voorbeeld is gegeven (1 Kor. 10 : 6). Het Oude Testament is ons als voorbeeld gegeven, en we hebben gezien dat vele dingen in het Oude Testament een voorafschaduwing, een (voor)beeld of type zijn van zaken uit het Nieuwe Testament, van wat toen nog toekomst was, en nu soms nog steeds toekomst is. En zo lezen we dat de steenrots, waar Mozes tegenaan sloeg en waar hij later alleen tegen mocht spreken, een beeld is van Jezus Christus. Maar wat was dan de fout van Mozes? In de eerste plaats ging hij heel gewoon tegen Gods directe opdracht in. Maar… uit het feit dat Jezus Christus de geestelijke steenrots was, blijkt dat de rots maar één keer geslagen mocht worden. In Jesaja 53 : 3 – 6 vinden we de profetie over het lijden van de Heiland: “Hij was veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een ieder was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht, en wij hebben Hem niet geacht. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, door God geslagen en verdrukt was. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een ieder naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheden op Hem doen aanlopen”. Hij is voor de mensheid aan het kruis geslagen, en dat is ‘slechts’ één keer gebeurd! Het volbrachte werk van de Heiland is permanent. Hebr. 10 : 10 zegt: “In welke wil wij geheiligd zijn, door de offerande van het lichaam van Jezus Christus, eenmaal geschied”. Jezus is eenmaal gestorven en opgestaan, en dat is voldoende! Vandaar dat de geestelijke steenrots slechts eenmaal door Mozes geslagen mocht worden! Toen hij het een tweede keer twee maal deed, ging hij in tegen Gods directe opdracht, maar ook tegen Gods Plan, en tegen Gods Woord, waarin de geslagen steenrots een voorafschaduwing van het volbrachte werk van Jezus Christus zou moeten zijn. Daarom moest God ingrijpen, en Mozes werd gestraft: hij mocht het beloofde land niet in.


    

De ongehoorzaamheid van de Roomse eucharistie-viering

 

Hiermee laat de Heere in het Oude Testament reeds zien, dat de Nieuwtestamentische offergave totaal anders is dan de Oudtestamentische! Daar waar in het Oude Testament iedere keer opnieuw offers gebracht werden tot vergeving, daar zal in de toekomst, zoals wij nu weten in deze Gemeente-bedeling, dat ene offer van de Heere Jezus genoeg zijn. En daar waar mensen op wat voor dag dan ook samenkomen, en vieren dat de Heiland Zijn vlees en bloed opnieuw geeft voor de mensen, daar zijn mensen in ongehoorzaamheid aan Gods Woord samen. De Rooms-katholieke eucharistie-viering leert dat brood en wijn veranderen in het lichaam en bloed van de Heere Jezus. Daarmee is de eucharistie-viering een voortgaande offering. En dat terwijl de Bijbel zegt dat het offer van Jezus “eenmaal geschied” is. En dat terwijl de Bijbel zegt dat het Avondmaal is “tot Mijn [= Jezus’] gedachtenis” (1 Kor. 11 : 24, 25). Het is een verkondiging van de dood van de Heere totdat Hij komt (1 Kor. 11 : 26), en dat is totaal wat anders dan een offer!


    

Het water uit de rots

 

Laten we, om het beeld compleet te maken, ook even stilstaan bij het water dat uit de rots, Jezus Christus, stroomt. Het water is een beeld van de Heilige Geest. In Joh. 7 : 37 – 39 vinden we: “En op de laatste dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien. (En dit zeide Hij van de Geest, Die ontvangen zouden, die in Hem geloven, want de Heilige Geest was nog niet, aangezien Jezus nog niet verheerlijkt was)”.


    

Jezus Christus is God de Rots!

 

Jezus Christus is dus de rots van Ex. 17 en Num. 20. Maar weten we dat de Heere God in het Oude Testament wel vaker Rots of Rotssteen wordt genoemd? In Deut. 32 : 4 vinden we in het lied van Mozes: “Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gericht. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij”. David zegt in 2 Sam. 22 : 1 – 3 het volgende: “En David sprak de woorden van dit lied tot de HEERE, ten dage toen de HEERE hem verlost had uit de hand van al zijn vijanden, en uit de hand van Saul. Hij zeide dan: De HEERE is mij mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper. God is mijn Rots, ik zal op Hem betrouwen; mijn Schild en de Hoorn mijns heils, mijn Hoog Vertrek en mijn Toevlucht, mijn Verlosser! Van geweld hebt Gij mij verlost!”. Ook in de Psalmen wordt God regelmatig “Rots” genoemd (Ps. 18 : 3, 32, 47; 28 : 1; 31 : 3, 4; 42 : 10; 62 : 3, 7, 8; 71 : 3; 78 : 35; 89 : 27; 92 : 16; 94 : 22), en Jes. 51 : 1 zegt: “Hoort naar Mij, gij, die de gerechtigheid najaagt, gij, die de HEERE zoekt! aanschouwt de rotssteen, waaruit gij gehouwen zijt, en de holligheid van de bornput, waaruit gij gegraven zijt”. Het feit dat het Nieuwe Testament Jezus Christus de Rots noemt, identificeert Hem als God Zelf. Jezus Christus was immers “God geopenbaard in het vlees” (1 Tim. 3 : 16).


    

De Rots geeft verfrissing en stevigheid

 

Maar wat betekent het dat God, dat Jezus Christus, de Rots is? Door tot de Rots te gaan, kregen de mensen te drinken. Midden in de woestijn kreeg het volk verfrissend water. En zo wil de Heere Zijn kinderen leiden. Het is Gods Geest die de wedergeborene leidt in al de waarheid (Joh. 16 : 13), en Die mensen wijst op Jezus Christus (Joh. 15 : 26). Hij geeft “verlichte ogen van uw verstand” (Ef. 1 : 18), en dat mag een echte verfrissing zijn te midden van een wereld vol van dwaalleer en afgoderij! Te midden van de woesternij drenkt God Zijn kinderen.

  

En dan vinden we in Psalm 61 : 3 en 4: “Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is, leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn. Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor de vijand”. Zo mogen we leren dat we Toevlucht tot onze Rots mogen zoeken. Hij is de sterke Toren Die ons beschermt. Ja, Hij doet de gelovige sterk staan! In Psalm 62 : 8 staat: “In God is mijn Heil en mijn Eer; de Rotssteen van mijn sterkte, mijn Toevlucht is in God”. En waarom is Hij mijn sterkte? Waarom kan ik bij Hem een Toevlucht vinden? Omdat een Rots een stevig fundament geeft! In Psalm 40 : 3 staat geschreven: “En Hij heeft mij uit een ruisende kuil, uit modderig slijk opgehaald, en heeft mijn voeten op een rotssteen gesteld, Hij heeft mijn gangen vastgemaakt”. De Heere stelt de voeten van de gelovige op een rotssteen, Hij maakt zijn gangen vast. De Heere is een Rots, een stevig fundament, zoals ook Psalm 31 : 3 en 4 zegt: “Neig Uw oor tot mij, red mij haastig; wees mij tot een sterke Rotssteen, tot een zeer vast Huis, om mij te behouden. Want Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burg; leid mij dan, en voer mij, om Uws naams wil”.

  

En dat brengt ons bij het onderwerp waar deze studie over gaat, namelijk dat de Gemeente van Jezus Christus een levende Tempel is, met als fundament Jezus Christus, de apostelen en de profeten (Ef. 2 : 20)! Jezus Christus behoort tot het fundament van de Gemeente. Hij is God de Rots, en dat geeft een stevig fundament, hebben we reeds gezien.


    

Een voorzichtig en een dwaas man

 

Jezus Christus is de Rots. Er zijn heel wat Bijbelgedeelten die gaan over “de rots”. Toch kunnen niet al die gedeelten klakkeloos op de Gemeente toegepast worden. Ook hier geldt weer dat de context en het recht verdelen van Gods Woord belangrijk zijn. Laten we een voorbeeld bekijken. Een gedeelte wat bij dit thema vaak gelezen wordt, is Matth. 7 : 24 – 29, over “een voorzichtig man”, “die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft”, en over “een dwaze man”, “die zijn huis op het zand gebouwd heeft”.

  

Vers 24 maakt duidelijk dat ook hier de Heere Jezus, dat Zijn Woord, de Steenrots is. En vaak wordt dit gedeelte dan ook klakkeloos toegepast op de Gemeente van Jezus Christus vandaag de dag. Maar waar gaat het in dit gedeelte om? Het gaat om bouwen op een fundament. Het bouwen doet men volgens dit gedeelte zelf. In feite staan hier dus de werken centraal. Echter, het gaat hier om twee soorten fundament. En dan komt het: Een wedergeborene kan niet bouwen op twee soorten fundament! Het kan hier dus ook nooit over twee gelovigen gaan. Hooguit kan het hier gaan om een gelovige, en om een ongelovige. Dat is dan ook de toepassing die er meestal in Evangelische en kerkelijke kring aan gegeven wordt. De gelovige is wijs, want hij bouwt zijn huis op Jezus de Rots. Dat huis kan niet instorten. De ongelovige bouwt zijn huis op het zand, dat is geen rots, en dus niet stevig, en dus valt het om. De ongelovige is dwaas. Maar ook deze uitleg gaat mank, want: Blijft hetgeen de gelovige bouwt, op het fundament Jezus Christus, ook altijd bestaan? In de brieven van Paulus vinden we daarover in 1 Kor. 3 : 9 – 15 het volgende geschreven: “Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij. Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een ieder zie toe, hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. En indien iemand op dit fundament bouwt: goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi, stoppels; Eens ieders werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, daar het door vuur geopenbaard wordt; en hoedanig eens ieders werk is, zal het vuur beproeven. Zo iemands werk blijft, dat hij daarop gebouwd heeft, die zal loon ontvangen. Zo iemands werk zal verbrand worden, die zal schade lijden; maar zelf zal hij behouden worden, doch alzo als door vuur”. Opnieuw blijkt dat ook in dit gedeelte Jezus Christus het fundament genoemd wordt (1 Kor. 3 : 11). En wanneer hier de Gemeente in haar geheel aangesproken wordt, want Paulus spreekt in meervoud over medearbeiders en Gods akkerwerk, dan wordt de Gemeente ook hier Gods gebouw genoemd (1 Kor. 3 : 9). Uit dit gedeelte blijkt tevens dat, hetgeen de gelovige bouwt, kan blijven, maar ook dat het kan verdwijnen! In ieder geval maakt dit gedeelte, wat aan de Gemeente van Jezus Christus geschreven is, duidelijk dat de gelovige zelf behouden is, ook al verbrandt zijn werk wat op het fundament gebouwd is (1 Kor. 3 : 15). Feit is dat, wat op het fundament gebouwd is, kan verdwijnen! Maar dat zou in tegenspraak zijn met wat in Matth. 7 geschreven is! Paulus zou dan in tegenspraak zijn met de woorden van Jezus zelf! Hoe kan dat?

  

Matth. 7 is niet in de eerste plaats gericht aan de Gemeente! En daar zit het geheim in! In de Evangeliën wordt het Evangelie van het Koninkrijk verkondigd. En we hebben gezien dat er een duidelijk inhoudelijk verschil is met de verkondiging van het Evangelie der genade Gods in de Gemeente-tijd. In het Evangelie van het Koninkrijk vinden we dat zachtmoedigen het aardrijk zullen beërven (Matth. 5 : 5). Maar dat vindt pas plaats als Jezus Christus Koning is op aarde, in het Duizendjarig Vrederijk. Dat is toekomst. Het “Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden” (Matth. 5 : 9) zal ook dan pas in vervulling gaan. In die toekomst zal Jezus samen met de zachtmoedigen heersen en de vrede in het Vrederijk handhaven! Zo vormt de Bergrede in feite de grondwet van het komende Koninkrijk van Jezus op aarde. Jezus zal Koning worden in Israël. Hij zal heersen vanaf de troon van Zijn vader David in Jeruzalem. In Matthëüs was Jezus’ publiek dan ook Joods! En in die context lezen we in Matth. 7 : 24 – 29 over de dwaze man en de wijze man, die een huis bouwen, de één op het zand, de ander op de steenrots. Deze mannen bouwen beiden een huis! Weet u hoe het volk van Israël vaak genoemd wordt? “Het huis Israëls” of “het huis van Jakob”. In Ex. 16 : 31, bij de Uittocht uit Egypte, lezen we al: “En het huis Israëls noemde zijn naam Man; en het was als korianderzaad, wit, en de smaak daarvan was als honingkoeken” (zie ook Ex. 19 : 3). Ook de profeten spreken over het huis Israëls. Jer. 33 : 17 bijvoorbeeld: “Want zo zegt de Heere: Aan David zal niet worden afgesneden een Man, Die op de troon van het huis Israëls zit”. Het is dit huis Israëls dat door de Heere in de Wet twee mogelijkheden had gekregen. Of Hem dienen met zegen als resultaat, of andere goden dienen met vloek als resultaat. In Deut. 30 : 16 – 19 vinden we hier een voorbeeld van: “Want ik gebied u heden, de Heere, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te wandelen, en te houden Zijn geboden, en Zijn inzettingen, en Zijn rechten, opdat gij leeft en vermenigvuldigt, en de Heere, uw God, u zegene in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven. Maar indien uw hart zich zal afwenden, en gij niet horen zult, en gij verleid zult worden, dat gij u voor andere goden buigt, en die dient; zo verkondig ik u heden, dat gij voorzeker zult omkomen; gij zult de dagen niet verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om daarin te komen, dat gij het erfelijk bezit. Ik neem heden tegen u tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek! Kiest dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad”. Het volk had dus een keuze… het volk ging echter achter de afgoden aan, en we weten dat het volk in ballingschap is geweest, ze waren verdreven uit het beloofde land. Jeremia verkondigt daarover onder andere het volgende tegen het koningshuis van Juda in Jer. 22 : 5 – 9: “Indien gij daarentegen deze woorden niet zult horen, zo heb Ik bij Mij gezworen, spreekt de Heere, dat dit huis tot een woestheid worden zal. Want zo zegt de Heere van het huis van de koning van Juda: Gij zijt Mij een Gilead, een hoogte van Libanon; maar zo Ik u niet zette als een woestijn en onbewoonde steden! Want Ik zal verdervers tegen u heiligen, elk met zijn gereedschap; die zullen uw uitgelezen cederen omhouwen, en in het vuur werpen. Dan zullen veel heidenen voorbij deze stad gaan, en  zullen zeggen, een ieder tot zijn naaste: Waarom heeft de Heere alzo gedaan aan deze grote stad? En zij zullen zeggen: Omdat zij het verbond van de Heere, hun God, hebben verlaten, en zich voor andere goden hebben neergebogen, en die gediend”. God bracht een deel van het volk terug, om de beloften van de beloofde Messias in vervulling te laten gaan. Maar het volk verwierp opnieuw de beloften van God, nu in de persoon van de Messias, en daarover lezen we dan in Matth. 23 : 37 en 38: “Jeruzalem! Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn! hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijk een hen haar kuikens bijeenvergadert onder de vleugels, en gij hebt niet gewild. Ziet, uw huis wordt u woest gelaten”.


    

Israël in de toekomst op de Steenrots gegrond

 

Wanneer Jezus Christus de Joden in Matth. 7 : 24 – 29 voorhoudt, dat een wijs man zijn huis bouwt op de rots, en dat het zal blijven staan wanneer er noodweer overheen gaat, terwijl het huis van een dwaas man, die het op het zand gebouwd heeft, ineenstort wanneer er noodweer overheengaat, dan is dit een oproep van de Messias Zelf aan Zijn volk om hun huis, “het huis Israëlsop Jezus de Messias te bouwen. Dan zijn zij wijs. Dan zal het huis blijven staan. Wanneer het Joodse volk Jezus Christus had aangenomen, had vanaf dat moment Jezus Zijn Koninkrijk kunnen vestigen. Wanneer zij een ander fundament kiezen, zijn zij dwaas. Het huis zal ineenstorten. Het volk verwierp Jezus en schreeuwde: “Wij hebben geen koning, dan de keizer” (Joh. 19 : 15). Met als gevolg dat Jeruzalem in 70 na Chr. opnieuw verwoest is, en dat het volk weer in de verstrooiing is gegaan. De Bijbel zegt dat het volk Israël uiteindelijk tot bekering zal komen (Deut. 30 : 1 – 6), en dat het zal zien in Wie zij gestoken hebben (Joh. 19 : 37; Zach. 12 : 10), zij zullen hun Messias alsnog aannemen. Dat is het moment waarop de Heere Jezus terugkomt naar de aarde, na de Grote Verdrukking, aan het begin van het Duizendjarig Vrederijk. Dat is het moment dat Hij Zijn Koninkrijk zal oprichten (Zach. 12 – Zach. 14). Dan zal de Heere met het huis Israëls een nieuw verbond maken! We lezen hier onder andere over in Hebr. 8 : 8: “Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten.” Dat Koninkrijk, wat er dan komt, zal tot in eeuwigheid duren! Een huis, gebouwd op de Rots – Israël gebouwd op Jezus Christus – zal eeuwig bestaan! De profeet Jesaja zegt daarover in Jes. 9 : 6: “Aan de grootheid van deze heerschappij en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver van de HEERE der heerscharen zal zulks doen”.


    

De Gemeente heeft geen keus in fundament

 

Het huis van Israël kon verdwijnen, door op het verkeerde fundament, op zand, te bouwen. Israël ging de afgoden van de omringende volken achterna, en werd verwoest door een door de Heere gestuurde overmacht. Wanneer het in de toekomst op Jezus de Rots bouwt, zal Evangelisatie niet meer nodig zijn, want van klein tot groot zullen ze Hem kennen (Hebr. 8 : 11 en 12). Het Koninkrijk Israël zal eeuwig bestaan. De wederom geboren gelovige heeft echter geen keus bij het bouwen op een fundament! De wederom geboren gelovige heeft gekozen voor Jezus Christus als zijn Redder! Hij is bij de wedergeboorte ingedoopt in het Lichaam van Jezus Christus. Zoals 1 Kor. 12 : 13 zegt: “Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt”. Wij zijn in Zijn lichaam gedoopt door de Geest. Daar hoeven wijzelf niets aan te doen. Die wederom geboren is, en dus in Christus is, is deel van Zijn lichaam, van Zijn Gemeente, en dat kan niet ongedaan gemaakt worden. Dat heeft tevens te maken met de status die de gelovige in Christus heeft gekregen. God ziet hem in Christus zonder zonde. 2 Kor. 5 : 21 zegt: “Want Hem, Die geen zonde gekend heeft [= Jezus Christus], heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem”. De wederom geboren gelovige is in Christus, en kan dan ook alleen maar bouwen op Jezus de Rots als fundament, en niet op zand! En ondanks dat het werk van de gelovige volgens 1 Kor. 3 : 15, zoals we hiervoor gelezen hebben, kan verdwijnen, spreekt Paulus de gelovigen samen aan als “Gods gebouw” (1 Kor. 3 : 9).  De gelovige vormt samen met alle wedergeborenen dat Gebouw, die Tempel. Die Tempel op dat Rotsvaste fundament, Jezus Christus. Dat Gebouw, dat ook wel “Gods huis” genoemd wordt in 1 Tim. 3 : 15: “Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de gemeente van de levende God, een pilaar en vastigheid der waarheid”. In de brieven aan de Gemeente wordt dus duidelijk dat een gebouw van steen o.i.d. in deze tijd nooit een “Godshuis” kan zijn. De Gemeente van de levende God is zelf het Godshuis in deze tijd!

  

Dit Godshuis, deze Tempel, stort niet in, maar wordt door de Heere Jezus Zelf Thuisgehaald als de tijd daar rijp voor is (1 Thess. 4 : 13 – 18). Daarna zal de gelovige voor de Rechterstoel van Christus moeten verschijnen (2 Kor. 5 : 10), en al verbranden dan al zijn werken, wat hij op het fundament gebouwd heeft, zelf is de gelovige behouden, zegt 1 Kor. 3 : 15. Het is dus niet zo dat hij dan opeens niet meer lid is van de Gemeente of iets dergelijks. Dus daarmee stort het (Gods)huis niet in! Wat de gelovige zelf bouwt, is dus niet van invloed op de Gemeente van Jezus Christus, in die zin dat het zou instorten. Wel is dit van invloed op loon of kroon, de persoonlijke beloning, in de eeuwigheid (1 Kor. 3 : 14)!


    

“Op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen”

 

Dan vinden we in Matth. 16 : 17 en 18 nog het volgende: “En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-Jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen”. Deze verzen worden door de Rooms-katholieke Kerk gebruikt om te bewijzen dat Petrus de apostel is, waarop de kerk gebouwd wordt. Ja, Petrus zou de eerste paus zijn! En dat terwijl de Schrift van Paulus zegt dat hij de apostel der heidenen is (Rom. 11 : 13; 1 Tim. 2 : 7; 2 Tim. 1 : 11), en van Petrus dat hij met name gezonden is aan de gelovigen uit de besnijdenis (Gal. 2 : 7 – 9). Over de invloed van Rome in de Nieuwe Bijbelvertaling kan niet getwist worden, wanneer we Matth. 16 : 18 in deze vertaling lezen. Dit vers luidt: “En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen”. We gaan nu niet in op het woord “dodenrijk” dat “hel” zou moeten zijn, maar uit dit vers blijkt opeens dat Petrus de rots is, waar de kerk op gebouwd wordt! Dit is helemaal conform de Rooms-katholieke theologie! De mensen, die altijd zo hoog opgeven over ‘de grondtekst’, en dat de Oude Vertaling zo slecht vertaald is, etc…, verdoezelen in deze tekstweergave iets. In de zogenaamde ‘grondtekst’ worden namelijk twee verschillende woorden gebruikt! Het ene woord is “Petros”, dat letterlijk “een stuk van de (steen)rots” betekent, of gewoon: “een steen”. Terwijl het andere woord “petra” letterlijk “rotsmassief” of “rots” betekent. Petrus is niet de rots! Mooie rots zou hij zijn, want in dezelfde context spreekt Jezus hem als volgt aan: “Ga weg achter Mij, satanas!” (Matth. 16 : 23).

  

Nu beweren veel Reformatorische en Evangelische uitleggers dat ‘deze petra’ slaat op het getuigenis dat Petrus in Matth. 16 : 16 gegeven heeft: “En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”. Volgens hen wordt de gemeente gebouwd op dat getuigenis. Echter dit getuigenis is nog niet het Evangelie der genade Gods, oftewel het Evangelie van het lijden, sterven en de Opstanding van Jezus Christus, dat geldt voor deze tijd, volgens de brieven aan de Gemeente! Dat Evangelie der genade Gods voor de Gemeente was in de dagen van Jezus’ rondwandeling op aarde nog een verborgenheid! Sterker nog: zelfs de duivelen belijden dit getuigenis van Petrus. Wanneer Jezus vele zieken geneest, komen er ook bezetenen bij Hem, waarvan bijvoorbeeld staat in Luk. 4 : 41: “En er voeren ook duivelen uit van velen, roepende en zeggende: Gij zijt de Christus, de Zoon van God! En hen bestraffende, liet Hij die niet spreken, omdat zij wisten, dat Hij de Christus was”. Ondanks dat Petrus van God Zelf geopenbaard krijgt Wie de Heere Jezus is, maakt het zijn getuigenis niet van dien aard dat daar de gemeente op gebouwd gaat worden! De duivelen getuigen immers hetzelfde! Maar wat zou dan “deze rots” zijn, waar Jezus Zijn gemeente op gaat bouwen? In Joh. 2 lezen we over de tempelreiniging, en terwijl de Heere Jezus daarmee bezig is, lezen we opeens dat Hij zegt in Joh. 2 : 19: “Breekt deze tempel, en in drie dagen zal Ik die oprichten”. Logisch dat de mensen denken dat Hij over de tempel in Jeruzalem spreekt (Joh. 2 : 20), maar Jezus spreekt met “deze tempel” over Zijn eigen lichaam (Joh. 2 : 21). Ditzelfde vinden we in Matth. 16. Wanneer Jezus tegen Petrus zegt: “Jij bent Petrus, en op deze Petra zal Ik…” Dan zegt Hij in feite: “Jij bent een steen, en op deze Rots zal Ik…” En dan verwijst Jezus met “deze petra” of “deze rotsnaar Zichzelf! Hij zal op Zichzelf als Rots, als fundament, Zijn gemeente bouwen! Petrus zelf overigens getuigt dat Jezus Christus de Rots is, in 1 Petr. 2 : 7: “U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar de ongehoorzamen wordt gezegd: De Steen, Die de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots, en een rots der ergernis.”


    

Een valse rots!

 

Daar waar mensen Petrus als rots voor de Gemeente volgen, volgen zij een verkeerde rots! Deut. 32 : 31 mag tot nadenken zetten: “Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen”.


    

Israël gebouwd op de Rots

 

Dan blijft er nog één ding over: Matthéüs was toch gericht aan de Joden onder de verkondiging van het Koninkrijksevangelie? Hoe kan het dan dat hier sprake is van: “Op deze Rots zal Ik Mijn gemeente bouwen”? De vraag is echter, wordt hier met gemeente ook het lichaam van de Heere Jezus bedoeld? We hebben al eerder gezien dat het woordgemeente’ komt van een Grieks woord dat ‘van tussen uit roepen’ betekent. We hebben gezien dat een verzameling mensen óók een gemeente kan zijn. En Israël wordt in Gods Woord ook gemeente genoemd! In Num. 14 : 5 lezen we bijv.: “Toen vielen Mozes en Aäron op hun aangezichten, voor het aangezicht van de ganse gemeente der vergadering van de kinderen Israëls”. En zo zijn er vele voorbeelden meer te vinden. Wanneer in Matth. 16 : 18 gezegd wordt dat Jezus Zijn gemeente op Zichzelf als Rots bouwt, dan gaat het erom dat het volk Israël als gemeente gebouwd wordt op Jezus Christus de Rots. En dat zal gebeuren. We hebben er uitgebreid bij stilgestaan! Het huis van het Koninkrijk Israëls zal tot in eeuwigheid bestaan!

  

Het bewijs vinden we in Matth. 16 : 18, waar staat dat “de poorten der hel zullen haar niet overweldigen”. Een vers dat vaak vergeestelijkt wordt, maar dat gewoon letterlijk gelezen kan worden! De Gemeente van Jezus Christus hoeft niet bang te zijn voor de hel! Zij heeft het eeuwige leven en zal met Hem worden verenigd. Echter Degene, Die de sleutels van de dood en de hel heeft, is Jezus Christus (Openb. 1 : 18). En Hij is afgedaald ter helle (Hand. 2 : 27, 31). Hij is in het Oudtestamentische Sheol, in het hart van de aarde geweest, heeft onze zonden daar in de hel (hades) achtergelaten en is door Abrahams Schoot (het Paradijs) gegaan, en heeft daar de Oudtestamentische heiligen meegenomen. Dit zijn de Oudtestamentische heiligen van het volk Israël, die in het Koninkrijk zullen aanzitten (Matth 8 : 11). Zij zijn opgestaan en met Jezus naar de hemel opgevaren (Matth. 27 : 52; Ef. 4 : 8 – 10). Dit is het Israël, dat samen met de, in de toekomst tot geloof gekomen, Joden, het aardse Koninkrijk Israël van Koning Jezus zal zijn, van waaruit Hij over de hele aarde zal heersen.

  

Kortom: de Gemeente, het Lichaam van Jezus, wordt gebouwd op de geestelijke Steenrots: Jezus Christus. Maar ook de gemeente van de vergadering van het huis Israëls wordt gebouwd op de Rots Jezus Christus! Het Koninkrijk zal tot in eeuwigheid voortduren!


    

Jezus Christus de Hoeksteen, er is ook een valse ‘hoeksteen’

 

Jezus is de Rots! Hij is de Rots waar Israël (= de gemeente van Matth. 16 : 18!) op gebouwd gaat worden, maar Hij is óók de Rots, het fundament, van de Gemeente van Jezus Christus, zoals blijkt uit de brieven van Paulus aan die Gemeente. Eén van die teksten is Ef. 2 : 20, 21: “Gebouwd op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus is de uiterste Hoeksteen; op Welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heere”. We zien echter dat de Heere Jezus Christus, Die de Rots is, hier ook “Hoeksteen” wordt genoemd. In principe is een hoeksteen een steen die twee zijden van een gebouw met elkaar verbindt. In Jes. 28 : 16 vinden we een profetie over Jezus Christus: “Daarom, alzo zegt de Heere Heere: Ziet, Ik leg een grondsteen in Sion, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen, die wel vast gegrondvest is; wie gelooft, die zal niet haasten”. Ook in de Psalmen vinden we de hoeksteen terug. In Psalm 118 : 22 staat geschreven: “De steen, die de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden”. Of zoals de Engelse King James 1611 zegt: tot een “head stone of the corner” (= “hoofdsteen van de hoek”) geworden. Dat deze teksten inderdaad profetisch gaan over Jezus Christus, blijkt uit het feit dat Petrus deze Oudtestamentische verzen citeert. In 1 Petr. 2 : 3 – 8 lezen we: “Indien gij althans gesmaakt hebt, dat de Heere goedertieren is. Tot Wie komende, als tot een levende Steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en dierbaar; Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus. Daarom is ook vervat in de Schrift: Ziet, Ik leg in Sion een uiterste Hoeksteen [een ‘head stone’ of ‘hoofd des hoeks’], Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. U dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar de ongehoorzamen wordt gezegd: De Steen, Die de bouwlieden verworpen hebben, Deze is geworden tot een hoofd des hoeks, en een steen des aanstoots, en een rots der ergernis; Hun namelijk, die zich aan het Woord stoten, ongehoorzaam zijnde, waartoe zij ook gezet zijn”.

  


Jezus Christus is de Hoeksteen. Hij is de uiterste fundering (1 Petr. 2 : 6) van de Gemeente. Hij is de uiterste fundering van het Koninkrijk Israël, dat in de toekomst door Hemzelf wordt opgericht.  Ook lezen we dat Hij de “Hoofdsteen” van de Hoek is! Maar dit maakt meteen iets duidelijk over het type gebouw, dat volgens de Bijbel gebouwd wordt. Er is namelijk maar één soort gebouw, waar de Hoeksteen tevens een Hoofdsteen kan zijn! Alle gebouwen hebben aan de bodem vier hoekstenen en bovenaan vier hoekstenen. Alleen een pyramide heeft vijf hoekstenen, waarvan er één een Hoofdsteen kan zijn (zie bovenstaande figuur)! In Jesaja wordt de Heere Jezus tevens de “Grondsteen” genoemd (zie tweede bovenstaande figuur). Wanneer u de eerste pyramide (zie figuren) omdraait, ontstaat de “Grondsteen” van de tweede figuur. En zo zien we dat een pyramide niet direct een occult symbool hoeft te zijn! Wel zien we dat juist deze figuur door de occulte wereld ‘gestolen’ is, en dat men er een ‘één-oog’, ook wel ‘alziend oog’ genoemd, boven heeft geplakt. Dit symbool is het symbool van de Nieuwe Wereldorde waar onze machthebbers naar streven, een symbool binnen de Vrijmetselarij (zie onderstaande figuur). En vele kerken hebben het overgenomen als christelijk symbool. In de Bijbel komen we een één-oog tegen! Het betreft dan echter de antichrist. In Zach. 11 : 17 wordt over deze persoon geprofeteerd: “Wee de nietige herder, de verlater der kudde! Het zwaard zal over zijn arm zijn, en over zijn rechteroog; zijn arm zal ten enenmale verdorren, en zijn rechteroog zal ten enenmale donker worden”. Openb. 13 : 3 bevestigt dat ‘het beest’ een dodelijke hoofdwond krijgt en daarvan geneest. Zacharia laat zien dat zijn oog donker zal blijven. De antichrist zal aan één oog blind worden! Het doel van de Nieuwe Wereldorde, waar de politiek naar streeft, is het oprichten van het antichristelijk rijk, het aan de macht helpen van één machtige leider: de antichrist. De duivel wil van oorsprong aan God gelijk zijn (Jes. 14 : 14). Hij wil god zijn! Hij zal zich laten vereren als god in de tempel zegt 2 Thess. 2 : 4. Hij wil de plaats van Jezus Christus als Hoofdsteen innemen! We kennen zijn toekomst… in de poel des vuurs (Openb. 20 : 10). 


Over die Hoeksteen staat in 1 Petr. 2 : 3 – 8 nog het één en ander geschreven. Onder andere dat de Hoeksteen bij God “uitverkoren en dierbaar” is, maar door de mensen “verworpen”. Tegen de Joden heeft de Heere Jezus gezegd: “Ik ben gekomen in de Naam van Mijn Vader, en gij neemt Mij niet aan; zo een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen” (Joh. 5 : 43). De Joden zullen in de Grote Verdrukking een verbond sluiten met de antichrist; zover zal het komen (Dan. 9 : 27)! Is het met de heidenen beter gesteld? Hebben zij allemaal de Heere Jezus aangenomen aan het einde van de Gemeente-bedeling? Absoluut niet! De Bijbel spreekt niet voor niets over de (grote) afval (2 Thess. 2 : 3) en over zware tijden in de laatste dagen (2 Tim. 3 : 1). De mensen verwerpen de Heere Jezus. Het is geprofeteerd! We zien het vandaag de dag steeds duidelijker om ons heen. Kerken lopen leeg, of worden zo lauw als Laodicea: Jezus Christus is uit, magie is in! Zoals mensen vroeger begeerden naar een exemplaar van het Woord van God, zo gaat men nu ‘uit het dak’ als men het eerste exemplaar van het nieuwe boek van de tovenaars leerling Harry Potter in handen heeft[1]!

  

Maar niet alleen voor God is de Hoeksteen “uitverkoren en dierbaar”, in 1 Petr. 2 : 7 staat: “U dan, die gelooft, is Hij dierbaar…”. Als we Hem hebben aangenomen, is Hij ons dierbaar. Dan weten we dat Hij onze Toevlucht is in deze donkere dagen. Dan weten we dat de Rots, de Hoeksteen, onze Sterkte is! Dan weten we dat de Rots ons het water van de Geest gegeven heeft, waardoor wij Gods Woorden verstaan en waardoor wij verkwikt worden te midden van de woestijnreis op deze aarde! Hij versterkt onze voeten, Hij maakt onze gangen vast.


    

De Steen des aanstoots en de Rots der ergernis

 

Maar daar staat wat anders tegenover. Diezelfde Rots, Die een Toevlucht en Sterkte is, is ook een “Steen des aanstoots” en een “Rots der ergernis” (1 Petr. 2 : 7). Dit is Hij voor de ongehoorzamen, zegt het vers in Gods Woord! Ook de Heere Jezus spreekt bij Zijn rondwandeling op aarde over de Hoeksteen in Matth. 21 : 42. Hij citeert dezelfde verzen uit het Oude Testament. En vervolgens staat er in Matth. 21 : 44 nog: “En wie op deze steen valt, die zal verpletterd worden [“shall be broken”, zegt de KJV 1611], en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen [“it will grind him to powder” (= “vermalen tot poeder”), zegt de KJV 1611]”. Dat zijn dus twee totaal andere eigenschappen van de Rots. Voor de ongehoorzamen is Hij dan ook een aanstoot en ergernis, zoals we in 1 Petrus gelezen hebben.

  

In Matth. 21 : 44 zien we de beide komsten van Jezus Christus. Bij Zijn Eerste Komst op aarde is Hij namelijk op niemand gevallen! Hij heeft de Romeinen niet vermorzeld, Hij heeft het Joodse volk niet vermalen. Wel zien we dat velen zich aan Hem ergerden, velen namen aanstoot aan Hem, als het ware vielen zij op of over Hem! Een voorbeeld vinden we in Joh. 6 : 60, wanneer de Heere Jezus net had uitgelegd dat Hij het Brood des Levens is (Joh. 6 : 48): “Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan haar horen”. Jezus zei tegen Zijn discipelen: “Ergert u dit?” (vers 61). En we zien dat alles draait om het Woord van Jezus. Vers 63 zegt nog: “…De woorden, die Ik tot u spreek zijn geest en leven”. Het gevolg was vers 66: “Van toen af gingen velen van Zijn discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem”! De woorden van Jezus gaven aanstoot, velen ergerden zich, en wandelden niet meer met Hem. Zoals 1 Petr. 2 : 8 over de ongehoorzamen zegt: “Hun namelijk, die zich aan het Woord stoten…”. Niet voor niets wordt de Heere Jezus in Gods Woord “Steen des aanstoots” en “Rots der ergernis” genoemd! Is het vandaag de dag anders? Velen noemen zich nog “Christen”, en daarmee in feite een “volgeling van Jezus Christus”. Maar wanneer we beginnen over het feit dat Jezus DE Weg, DE Waarheid en HET Leven is, dat niemand tot de Vader komt dan door Hem, dan haken velen af. Velen willen wel religieus zijn, maar als het erop aankomt heeft men de God van de Bijbel, de Vaste Rots Jezus Christus, ingewisseld voor de geesten van de magie, zoals het volk Israël de afgoden van de omringende volken achterna liep!

  

Zo is het heel modern in de “Christelijke/Evangelische wereld” om te spreken over het verspreiden van “de goede geur van Christus” (2 Kor. 2 : 15). Men zegt dan dat de mensen aan ons moeten merken dat we Christen zijn, en op die manier zouden wij het Evangelie moeten uitstralen, zodat het aantrekkelijk is. Dan, zegt men, worden andere mensen op die manier ook Christen. Men vergeet dat de woorden van Jezus een ergernis zijn voor de wereld, en dat de goede reuk van Christus voor de wereld een reuk ten dode is (2 Kor. 2 : 16)! We moeten gewaarschuwd zijn tegen het valse evangelie dat deze dagen verkondigd wordt. We moeten de Bijbel in de context lezen, en geen halve waarheden verkondigen. Dat doet de duivel namelijk ook.


    

De Steen zonder handen afgehouwen

 

Jezus Christus is nog steeds op niemand gevallen! Echter Matth. 21 : 44 zegt ook: “…en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen [“it will grind him to powder” (= “vermalen tot poeder”), zegt de KJV1611]”. Dit is een profetische tekst, en is ook nu nog toekomst. Dit zal dus nog gebeuren. Waar verwijst dit naar? Het verwijst naar de Tweede Komst op aarde. Ook de profeet Daniël profeteerde hierover. In Daniël 2 kunt u lezen over de droom die koning Nebukadnézar had. Daniël mag hem die droom vertellen en uitleggen. Het ging over een beeld, waarvan het hoofd van goud was, de borst en de armen van zilver, de buik en de dijen van koper, de benen van ijzer en de tien tenen van ijzer vermengd met leem (Dan. 2 : 31 – 33). Vervolgens staat in Dan. 2 : 34 dat er een steen zonder handen werd afgehouwen, die de verschillende delen van het beeld vermaalde. Het werd vermorzeld tot kaf, dat door de wind werd meegenomen (zie de figuren van de pyramides, de Grondsteen, die zal vermorzelen). En de steen, die het beeld vermorzeld heeft, werd tot een grote berg die de hele aarde vulde (Dan. 2 : 35). Volgens de uitleg, die God aan Daniël gaf, zijn de verschillende delen van het beeld verschillende koninkrijken (Dan. 2 : 38, 39). Het beeld blijkt een opeenvolging te zijn van verschillende wereldrijken. Zo beschrijft Daniël de komst van het antichristelijk rijk, waar ook Openbaring over spreekt (zie tevens Dan. 7). Maar uiteindelijk worden al die wereldse rijken vermaald tot kaf, dat door de wind meegenomen wordt. En dat is waar Matth. 21 : 44 over spreekt. Jezus Christus, de Steenrots, valt op het antichristelijke rijk, en al de aardse koninkrijken verdwijnen! Zijn Rijk wordt opgericht en zal in eeuwigheid bestaan! Dan. 2 : 44 en 45 zeggen daar het volgende over: “Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in eeuwigheid niet zal verstoord worden, en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan. Daarom hebt gij gezien, dat uit de berg een steen zonder handen afgehouwen is geworden, die het ijzer, koper, leem, zilver en goud vermaalde; de grote God heeft de koning bekend gemaakt, wat hierna geschieden zal; de droom nu is gewis, en zijn uitlegging is zeker”.

  

Jezus Christus is “de steen zonder handen afgehouwen”. Het schitterende is dat de Bijbel aangeeft dat Zijn Koninkrijk ontstaat door een steen die zonder handen afgehouwen is! Dat is absoluut geen mensenwerk. Alleen God weet het tijdstip. En daar waar mensen bouwen aan een aards Koninkrijk, weten we dat zij bouwen aan het bolwerk van de boze. Hoever dit gaat? Heel ver! Na de ramp van 11 september 2001 publiceerde het Nederlands Dagblad het artikel “Bush straalt Christelijk geloof uit”[2]. In dat artikel stond o.a. te lezen: “Hij straalt niet alleen moed uit, maar ook christelijk geloof (…), Door Zijn kracht kunnen we volharden, ook in apocalyptische omstandigheden. (…) De secretaris-generaal (directeur) van de Europese Evangelische Alliantie, Gordon Showell-Rogers, stuurde aangesloten allianties ‘de dag die alles veranderde!’ Showell Rogers benadrukte dat er een andere dag was, die het wereldtoneel veranderde en die ook vebonden was met het Midden-Oosten. Die dag van kruis en opstanding kan als baken van hoop dienen bij de verschrikkelijke 11e september. De dood van die Onschuldige had kosmische gevolgen; zijn Koninkrijk zal onwrikbaar bestaan.” Alsof deze wereld, onder leiding van Bush en co., het Koninkrijk van Jezus Christus is! Maar dat is wel wat men gelooft! Men verwerpt dat Jezus Christus Koning wordt op aarde. Men stoot zich aan het Woord, men stoot zich aan Jezus Christus, en Jezus Christus zal hen vermalen!

  

Ondertussen zijn we een tijdje verder (2007), en de (terroristische) rampen gaan steeds verder de wereld over, en onze leiders grijpen de gelegenheid aan om steeds verder een politie-staat in het leven te roepen. De weg voor de valse messias wordt bereid.


Maar wij weten dat wanneer Jezus terugkomt, en wij met Hem, dat de vijand zal vallen en vernietigd zal worden. In Openb. 19 : 19 – 21 lezen we: “En ik zag het beest, en de koningen der aarde, en hun heerlegers vergaderd, om krijg te voeren tegen Hem, Die op het paard zat, en tegen Zijn heerleger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die de tekenen in de tegenwoordigheid van hem gedaan had, waardoor hij verleid had, die het merkteken van het beest ontvangen hadden, en die zijn beeld aanbaden. Deze twee zijn levend geworpen in de poel des vuurs, die met sulfer brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem, Die op het paard zat, dat uit Zijn mond ging; en al de vogels werden verzadigd van hun vlees”. En vervolgens lezen we in Openb. 20 dat Zijn Koninkrijk gevestigd wordt, eerst voor duizend jaar, maar dat het daarna tot in eeuwigheid zal duren.



[1] NOS Journaal, zaterdag 16 juli 2005.

[2] Door www.oneway.nl op internet gepubliceerd op 14-09-2001.