Blue Flower

De Jongerenbijbel: van fictie tot legende! Over literaire genres

 

 

 

Inspiratie van de Schrift?

 

We zagen reeds dat de Jongerenbijbel oproept om Gods Woord te durven geloven, en om te luisteren naar Paulus’ woorden. Ondertussen zagen we dat de auteurs van de Jongerenbijbel zich verschuilen achter cultuur en zelfverzonnen fabels om vervolgens datzelfde Woord van God naast zich neer te leggen. Men geeft dus de schijn Bijbelvast te zijn, maar ondertussen brengt de Jongerenbijbel je steeds verder bij dat Woord van God vandaan.

 

De Schrift laat zien dat God Zelf Zijn Woord heeft geschreven, door leiding van Zijn Geest! Daar hebben we in het eerste deel uitgebreid bij stilgestaan. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de woorden van Paulus niet in de eerste plaats woorden van Paulus zijn, maar woorden van de Heere Zelf. Paulus heeft zijn boodschap door openbaring van Jezus Christus ontvangen (Gal. 1 : 12). God heeft Zijn Woord geïnspireerd! Echter wat houdt die inspiratie volgens de Jongerenbijbel in? In 2 Tim. 3 : 16 staat het volgende in de Statenvertaling: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot weerlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is”. Gods Woord is van A tot Z ingegeven door Zijn Geest. Gods Woord draagt dus ook gezag. Het is niet voor niets dat we worden opgeroepen, alles wat mensen te zeggen hebben, te toetsen aan Gods Woord (Hand. 17 : 11). De Jongerenbijbel heeft bij 2 Tim. 3 : 16 een kader “Aan de slag”, waarin we het volgende geschreven vinden:

 

De bijbel (het gaat hier uiteraard over het Oude Testament) is in zijn geheel doorademd door God. Daarom heeft de bijbel gezag. Het is geen studieboek, maar een boek dat je leven kan vernieuwen. De bijbel laat zien hoe je voluit als mens met God kunt leven. Hoe laat jij je beïnvloeden door de bijbel?” [1].

 

 

Literaire genres

 

Volgens de Jongerenbijbel is het Oude Testament geheel doorademd door God. En het Nieuwe Testament dan? Als we dit zo lezen, heeft het Oude Testament gezag, en het Nieuwe Testament niet! En dat terwijl we in Openb. 22 : 18 en 19 lezen dat we niet moeten toevoegen aan en afdoen van Gods Woord! Daar sluit het Nieuwe Testament mee af. Echter, ondanks dat men beweert dat het Oude Testament doorademd is en gezag heeft, ontkent men dat Mozes de Wet geschreven heeft, ontkent men min of meer dat Salomo Hooglied geschreven heeft, en ga zo maar door! Wat houdt gezag nog in? De Bijbel is geen studieboek, zegt men! Daarmee geeft men eigenlijk aan dat je de Bijbel niet moet lezen vanwege de feiten. Immers, de Bijbel is geen geschiedenisboek, wordt ook wel gezegd. Nee, in de Bijbel staan verschillende literaire genres. Hier volgt een citaat uit het hoofdstuk “Hoe lees je de bijbel?”:

 

In de bijbel komen verschillende literatuursoorten voor die elk op een eigen manier gelezen en begrepen moeten worden. Dat is niet vreemd. We vatten een persoonlijke brief van iemand nu eenmaal anders op dan een door hem of haar geschreven lied, een roman lezen we anders dan een geschiedenisboek en we kijken heel anders naar een historisch verslag dan naar een sprookje. Zo benader je ook in de bijbel een kroniek anders dan een profetische tekst, met een allegorie ga je niet hetzelfde om als met een gelijkenis en een evangelie lees je anders dan het boek Openbaring” [2].

 

Een roman is in de literatuur overwegend een fictief verhaal. Een verzonnen verhaal. Soms met waar gebeurde elementen erin. Een novelle is in de literatuur in feite een korte roman [3]. Het boek Ruth wordt in de Jongerenbijbel een novelle genoemd. In de inleiding bij het boek Ruth lezen we:

 

Het boek Ruth wordt wel een novelle (korte roman) genoemd. Niet alleen vanwege het kleine aantal pagina’s, maar vooral omdat het boek een knap staaltje van Hebreeuwse vertelkunst laat zien” [4].

 

Maar het boek Ruth is niet alleen een goed verhaal, het boek Ruth schrijft een stuk geschiedenis. Het boek Ruth geeft feiten! Het is nota bene Ruth die in het geslachtsregister van de Heere Jezus is opgenomen (Matth. 1 : 5). Wil men het geslachtsregister van de Heere Jezus baseren op een grotendeels fictief verhaal? Zo komen we in de Jongerenbijbel kaders tegen waarin men spreekt over mythen en fabels [5]. Zo stelt men Gods Woord op één lijn met de Griekse mythologie!

 

 

Van fictie tot legende

 

Over het geslachtsregister van de Heere Jezus gesproken... In oktober 2008 is ook de NBV Studiebijbel uitgebracht. Een studiebijbel, die gepresenteerd wordt als interconfessioneel en waarin de laatste stand van wetenschap verwerkt is [6]. In het kaderartikel “Geboorteverhalen” lezen we onder andere in deze studiebijbel:

 

Bij een bijzonder mens hoort een bijzondere geboorte. Van veel belangrijke personen worden geboorteverhalen verteld, bijvoorbeeld van Krisjna, Boedhha, Zoroaster, Mohammed, Mozes en Jezus. Zulke legendes geven vaak een kenmerkend beeld van de latere grote persoonlijkheid” [7].

 

Hier zien we hoe de Heere Jezus op één lijn geschoven wordt met “grote” personen uit de andere religies, en hoe Zijn geboorte daarmee tot een legende bestempeld wordt! Dat is waar de wetenschappelijke benadering van Gods Woord op uit komt: ongeloof en afgoderij!

 

De Jongerenbijbel wil professioneel overkomen. Twintig verschillende auteurs hebben eraan meegewerkt. Echter in het “Woord van dank” vinden we het volgende:

 

In 2005 merkten we dat de projectgroep niet voldoende theologische kennis bezat. (...) De afdeling Vertalen van het NBG heeft alle teksten doorgenomen en van commentaar voorzien. (...) Daarnaast vonden we het belangrijk de aanvullende teksten te laten lezen door theologen” [8].

 

Daarbij heeft men erop toegezien of er niet te veel vanuit een bepaalde hoek geschreven is [9]. Met andere woorden: Wat in de Jongerenbijbel staat, is goed onderbouwd! Dat is wat men wil aangeven. Maar is dit ook werkelijk zo? Is het zo, dat als alle stukken theologisch goed verantwoord zijn, dat ze dan ook Bijbels zijn? Het is datzelfde NBG dat, in samenwerking met de KBS, de NBV Studiebijbel heeft samengesteld! En dan gaan we opeens begrijpen waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt in de Jongerenbijbel.

 

Daar waar de Jongerenbijbel de geboorte van de Heere Jezus nog net geen legende noemt, daar doet de NBV Studiebijbel dat wel! Maar in de Jongerenbijbel zijn de sporen daarvan reeds aanwezig. In Jes. 7 : 14 staat geschreven: “Daarom zal de Heere Zelf u een teken geven; ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam Immanuël heten”. Temidden van de oorlogsdreiging in Juda (Jes. 7 : 1), geeft de Heere een teken van de komende Messias, Die eeuwig Koning zal zijn op de troon van David (Luk. 1 : 33). Echter wat lezen we in het kader bij dit vers in de Jongerenbijbel:

 

Het zijn roerige tijden. Juda en Jeruzalem worden bedreigd door Aram en het noordelijke rijk Israël. God belooft koning Achaz bescherming. Achaz moet God ter bevestiging wel om een teken vragen, maar hij wil de HEER niet op de proef stellen. Dan geeft God zelf hem een teken: de vrouw van koning Achaz zal een zoon baren die zij Immanuël zal noemen. 7 : 14 wordt bijna letterlijk geciteerd in Matteüs 1 : 23 met het oog op de geboorte van Jezus” [10].


Weliswaar wordt de geboorte van Jezus genoemd, maar het feit dat dit vers een Messiaanse profetie is, lezen we niet. Nee, volgens de Jongerenbijbel gaat dit vers in de eerste plaats over een zoon van koning Achaz. De vrouw van koning Achaz was geen maagd meer, maar dat is geen probleem voor de wetenschappers. Het woord “maagd” in Jes. 7 : 14 vinden we dan ook niet in de NBV, daar staat “jonge vrouw”! En in plaats dat het vers op het moment van schrijven nog toekomst is, is het in de NBV tegenwoordige tijd. In Matth. 1 wordt gesproken over de geboorte van de Heere Jezus. Daar wordt Hij aangekondigd als de Emmanuël(!) (Matth. 1 : 23). In de context wordt uitgelegd dat de Heere Jezus uit een maagd geboren wordt, omdat Maria zwanger was uit de Heilige Geest (Matth. 1 : 18). En daarmee, geeft Matth. 1 : 22 aan, is VERVULD hetgeen door de Heere gezegd is, door de profeet. Daarmee wordt duidelijk dat de profeten optraden als “mond van God”, en dat zij Gods Woord doorgaven! Hiermee wordt tevens duidelijk dat Jes. 7 : 14 inderdaad profetisch betrekking heeft op de geboorte van de Heere Jezus, en niet op een vermeende zoon van koning Achaz. Echter ook hier heeft de Jongerenbijbel een antwoord op. In de inleiding op het boek Jesaja lezen we:

 

In het Nieuwe Testament herkenden de volgelingen van Jezus, hun meester in deze koning” [11].

 

In de Bijbel lezen we dus, volgens de Jongerenbijbel(!), hoe ménsen Jezus zagen! Of we lezen op de thema-pagina bij het boek Jesaja:

 

Dat is ook de betekenis van de naam Christus. Jezus kreeg die naam omdat zijn volgelingen hem zagen als de koning die door Jesaja en andere profeten was aangekondigd” [12].

 

We zien dus hoe de boodschap van Gods Woord langzaam maar zeker verandert in een visie van mensen! In plaats dat men laat zien dat Gods Woord in het Oude Testament in vervulling is gegaan met de komst van de Messias, is men de nadruk anders gaan leggen: “zo zag men het toen...”. Dit zijn sporen in de Jongerenbijbel, die in de NBV Studiebijbel echter ten volle tot uiting komen. De heer Scholten van de GBS schrijft daar het volgende over:

 

In het kaderartikel over ‘Messiasverwachting in het Oude Testament’ (458) wordt de gedachte dat het Oude Testament met de Messiasprediking zou heenwijzen naar ‘een toekomstige messiasfiguur’, ‘een zelfstandige figuur die zal komen om de wereld te redden’, uitdrukkelijk afgewezen. De vertaling en verklaring van bekende Christusprofetieën als Gen. 3 : 15, 22 : 18 en Jes. 7 : 14 in de NBV is dienovereenkomstig. De profetieën van de komst van de Vredevorst uit de afgehouwen tronk van Isaï, Jes. 9 en 11, de Heerser uit Bethlehem, Micha 5 : 1, de Rechtvaardige Spruit, Jer. 23 : 5, de enige Herder, Ez. 34 : 23, 37 : 24, de Koning-Heiland, Zach. 9 : 9, zien dus niet op Christus! Men moet toch wel haast verblind zijn, wanneer men al deze profetieën van een heilstijd onder Davids komende grote Zoon hun Messiaanse karakter ontzegt” [13].

 

De Jongerenbijbel gaat zover niet. De Heere Jezus wordt weldegelijk de Zoon van God genoemd [14], en er wordt verteld dat Hij gestorven is voor de schuld van de hele mensheid [15], en dat de Weg, die Jezus voor mensen is gegaan, uniek is, en andere heilswegen afsluit [16]. Maar we zien de sporen van ontkenning reeds in de Jongerenbijbel aanwezig. Denk aan het voorbeeld van Jes. 7 : 14.

 

Terug naar het onderwerp: de literaire genre. Er staan in de Bijbel bijvoorbeeld gelijkenissen, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament. Een “gelijkenis” is een Bijbels woord! Maar ook dit grijpt men aan om Gods Woord van gezag te ontdoen, door te stellen dat gelijkenissen meestal maar één kernpunt hebben waar ze over gaan. Echter het feit dat deze gelijkenissen vaak geen geschiedenis zijn, wil niet zeggen dat ze alleen maar een kernwaarheid of moraliserende les bevatten. Vaak gaan ze over toekomstige gebeurtenissen. Ondanks dat men anders beweert [17], heeft elk detail in een gelijkenis een specifieke betekenis. Een voorbeeld vinden we in bijv. Matth. 13 : 24 – 30: de gelijkenis van het onkruid. In Matth. 13 : 36 – 43 legt de Heere Jezus in feite elk detail van de gelijkenis uit. Hierdoor krijgt de gelijkenis een hele specifieke toekomstige betekenis. Er is niet alleen een kernwaarheid, maar de gelijkenis heeft een hele duidelijke betekenis, en elk element daarin heeft een duidelijke betekenis!

 

 

Eindpunt: ongeloof!

 

Zo blijkt de literatuurvorm één van de redenen te zijn, waarmee men de Bijbel Zijn zeggingskracht en gezag ontneemt. Door aan te geven dat bijvoorbeeld het boek Ruth een novelle is, geeft men aan dat het eigenlijk een verzonnen verhaal is! Een verzonnen verhaal dat terugkomt in het geslachtsregister van Jezus Christus. We zien dat Gods Woord verworden is tot een verzameling geschriften, waarin de diverse menselijke auteurs Jezus zagen als... En we zien waar dat eindigt in de NBV Studiebijbel: ongeloof! Hemelvaart, Opstanding en de zogenaamde natuurwonderen worden in deze studiebijbel letterlijk ontkend en toegeschreven aan legendevorming [18]. Dezelfde mensen, die hier aan gewerkt hebben, hebben hun ‘corrigerende’ blik laten gaan over de toelichtingen in de Jongerenbijbel. En dat mag duidelijk zijn...

 

In 1 Tim. 4 : 5 – 7 lezen we: “Want het wordt geheiligd door het Woord van God, en door het gebed. Als gij deze dingen de broeders voorstelt, zo zult gij een goed dienaar van Jezus Christus zijn, opgevoed in de woorden des geloofs en der goede leer, welke gij nagevolgd hebt. Maar verwerp de ongoddelijke en oudwijfse fabels; en oefen uzelf tot godzaligheid”. Gods Woord stelt fabels tegenover Zichzelf. In Gods Woord moeten we ons oefenen, de fabels moeten we verwerpen! Iets wat ook heel duidelijk blijkt uit 2 Petr. 1 : 16: “Want wij zijn geen kunstig verdichte fabels nagevolgd, toen wij u bekend gemaakt hebben de kracht en toekomst van onze Heere Jezus Christus, maar wij zijn aanschouwers geweest van Zijn majesteit”. Tegenwoordig is men Gods Woord fabels gaan noemen! En omdat daardoor alle houvast weg is, gaat men tegenwoordig ook in fabels geloven. 2 Tim. 4 : 3 en 4 zeggen: “Want er zal een tijd zijn, wanneer zij de gezonde leer niet zullen verdragen; maar kittelachtig zijnde van gehoor, zullen zij zichzelf leraars vergaderen, naar hun eigen begeerlijkheden; en zullen hun gehoor van de waarheid afwenden, en zullen zich keren tot fabels”. We leven in de eindtijd. Men verdraagt Gods Woord, de gezonde leer, niet. Men heeft de theologie zo ontwikkeld dat men allerlei redenen heeft om Gods Woord naast zich neer te leggen: cultuur, literaire genre, etc. Men kietelt daarmee het eigen gehoor, en wil niet meer naar de waarheid luisteren. Dat is er gaande vandaag de dag. Dat is er gaande door de Jongerenbijbel heen. Dat is er gaande door de NBV Studiebijbel heen. Aan de andere kant zien we dat gelovigen zich wenden tot echte fabels! Een goed voorbeeld daarvan is de openheid binnen brede “christelijke” kring voor contemplatief gebed, dat gebaseerd is op de Oosterse leer van Zen-meditatie. Een geestelijk gevaarlijke bezigheid! 

 

Moraliserende lessen wil men wel uit de Bijbel trekken: wees goed voor elkaar! Maar de Bijbel is veel meer dan een verzameling moraliserende verhalen. De Bijbel gaat over de geschiedenis en over de toekomst. De Bijbel is het Profetische Woord van God! In 2 Petr. 1 : 19 staat geschreven: “En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is...”, en in vers 20 staat: “Dit eerst wetende dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging”. De Bijbel is geen fictie, maar de Bijbel is Waarheid! Joh. 17 : 17 zegt: “....Uw Woord is de waarheid”.

 

De Jongerenbijbel zegt dat de Bijbel geen studieboek is...[19]. Maar in 2 Tim. 2 : 15 staat geschreven: “Benaarstig u, om uzelf Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt”. Hier staat dat een arbeider in het Woord van God niet beschaamd wordt wanneer hij het recht snijdt. De tekst spreekt over een arbeider in het Woord... Door je ijverig met die arbeid bezig te houden, is het de bedoeling dat je beproefd voor God komt... Dat lijkt toch behoorlijk op een oproep om Gods Woord te bestuderen. De Engelse King James zegt hier dan ook: “Study to shew thyself approved unto God”. Het eerste woord is “Study”! “Bestudeer”!

 

De Jongerenbijbel was bedoeld om Gods Woord te verduidelijken. Maar de boodschap in de Jongerenbijbel klinkt heel anders dan Gods Woord Zelf... Laat u niet blinddoeken door de Jongerenbijbel! En wees gewaarschuwd.

 

 

[1] ‘Jongerenbijbel, met de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling’, Nederlands Bijbelgenootschap en Evangelische Omroep, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. (NT)332.

[2] Idem, blz. V20.

[3] ‘roman’ en ‘novelle’, bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/

[4] ‘Jongerenbijbel, met de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling’, Nederlands Bijbelgenootschap en Evangelische Omroep, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. (OT)326.

[5] Idem, blz. (OT)249, (OT)1044, (OT)1062.

[6] Bron: http://www.nbvstudiebijbel.eu/

[7] ‘Geboorteverhalen’, ‘NBV Studiebijbel’, geciteerd in: “De NBV Studiebijbel treffend teken des tijds”, L.M.P. Scholten, Standvastig, 44e jaargang, nummer 2, juni 2009, blz. 14, 15.

[8] ‘Jongerenbijbel, met de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling’, Nederlands Bijbelgenootschap en Evangelische Omroep, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. V13.

[9] Idem, blz. N3.

[10] Idem, blz. (OT)863.

[11] Idem, blz. (OT)852.

[12] Idem, blz. (OT)854.

[13] ‘De NBV Studiebijbel treffend teken des tijds’, L.M.P. Scholten, Standvastig, 44e jaargang, nummer 2, juni 2009, blz. 15.

[14] ‘Jongerenbijbel, met de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling’, Nederlands Bijbelgenootschap en Evangelische Omroep, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. (NT)128.

[15] Idem, blz. (NT)130.

[16] Idem, blz. (NT)301.

[17] Idem, blz. V21.

[18] ‘De NBV Studiebijbel treffend teken des tijds’, L.M.P. Scholten, Standvastig, 44e jaargang, nummer 2, juni 2009, blz. 15, 16.

[19] ‘Jongerenbijbel, met de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling’, Nederlands Bijbelgenootschap en Evangelische Omroep, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. (NT)332.