Blue Flower

De Bron van onze kennis



Het "Kerstverhaal": Een sprookje?

Het is vast wel bekend dat het “Kerstverhaal” zoals wij dat nu kennen, eigenlijk een groot sprookje geworden is. En dan heb ik het natuurlijk niet over de Boodschap van de Bijbel dat de Heere Jezus naar de aarde is gekomen om voor onze zonden aan het kruis te sterven. Nee, als we het over een sprookje hebben, dan kunt u denken aan het feit dat we met Kerst vaak zingen: “d’ Herders op de velde hoorden een nieuw lied” [1], want ja, we zingen toch ook: “Hoor de engelen zingen d'eer van de nieuwgeboren Heer”? In de Bijbel staat echter dat de engelen niet zongen, maar spraken (Luk. 2 : 13, 14)! Zo nemen we over het algemeen aan dat de Heere Jezus in een stal geboren is. Maar ook dat staat nergens geschreven! Wat in de Bijbel staat, dat is dat er geen plaats in de herberg was, en dat Hij daarom in een kribbe neergelegd werd. Maar wáár die kribbe stond, dat staat niet in de Bijbel (Luk. 2 : 7)! De huizen in die dagen bestonden veelal uit één vertrek, waar plaats was voor mens en dier, gescheiden door de kribben [2]! Dus een stal, zoals wij een stal kennen, hoeft het niet geweest te zijn. En zo zien we in diverse afbeeldingen van de Wijzen uit het Oosten eigenlijk altijd drie wijzen afgebeeld. En ook dat staat niet in Gods Woord! Gods Woord spreekt over “enige wijzen van het Oosten” (Matth. 2 : 1). Het zijn er dus meer dan één, maar hoeveel, daar spreekt Gods Woord niet over! Waarschijnlijk is dit afgeleid van de geschenken: “goud en wierook, en mirre” (Matth. 2 : 11). Drie geschenken… maar die drie geschenken kunnen ook door twee, vier of vijf wijzen gegeven zijn! En zo zijn er nog meer voorbeelden te geven.


Wijzen of magiërs?

In Matth. 2 : 1 staat geschreven: “Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van de koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen”. In de filmklassieker “The Greatest Story Ever Told” uit 1965 horen we Herodes zeggen, wanneer hij de wijzen aanspreekt: “Magi”… oftewel: Magiërs. Dat is ook wat we in één van de nieuwe vertalingen, de NBV, vinden: “Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan”. Weliswaar is de Griekse term voor “wijzen” “Magoi”, en dus te vertalen met “magiërs”. Maar de “magiërs” in het Oosten waren vaak de wijzen aan het hof. En dat gold eigenlijk voor alle andere koninkrijken buiten Israël. Zo lezen we over de Faraö van Egypte, toen hij gedroomd had, het volgende: “En het geschiedde in de morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; …” (Gen. 41 : 8). Het zelfde zien we, daadwerkelijk in het Oosten, bij Daniël in Babel, gebeuren. In Dan. 2 : 2 lezen we: “Toen zeide de koning, dat men roepen zou de tovenaars, en de sterrekijkers, en de wichelaars, en de Chaldeeën, om de koning zijn dromen te kennen te geven;…”. En dan lezen we in vers 12: “Daarom werd de koning toornig en zeer verbolgen, en zeide, dat men al de wijzen te Babel zou ombrengen”. We hebben dus weldegelijk met wijzen te maken!


Hebben de sterren een antwoord?

Toch is het typerend dat we juist nu, in een tijd dat er veel aandacht is voor magie, het woord “magiërs” in de vertaling vinden! Natuurlijk kan dat een mooie Boodschap opleveren omdat zelfs magiërs de Heere Jezus vinden. Men zou dan kunnen verwijzen naar Hand. 19 : 19 waar velen te Efeze tot geloof komen, en dat er onder hen velen waren die zich bezig hielden met ijdele kunsten, oftewel: tovenarij. Toen zij tot geloof kwamen verbrandden zij al hun boeken! Maar het punt is dat de gedachtegang vaak anders is. We vinden het eigenlijk al in de genoemde film. Er is een scene waarin Herodes zegt: “Als u dit kind vindt, hoe weet u dan dat hij de ware is?” Waarop de wijzen (in de film) antwoorden: “Door de nauwkeurigheid van de sterren”. Waarop Herodes zegt: “Dus u zou het alleen door de ster weten?” Waarop weer het antwoord van de wijzen is: “Wat zou ons beter naar het kind kunnen leiden dan een ster?” En hier zien we waar het naartoe gaat: De sterren hebben kennis, die wij als mensen kunnen vinden…!


De Heere God over Babel en over “in de sterren kijken”

En dat terwijl de Heere in Zijn Woord onder andere zegt, nota bene tegen het Oosten, tegen Babel, in Jes. 47 : 11 – 15: “Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult de dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, dat gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal schielijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult. Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid van uw toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken. Gij zijt moede geworden in de veelheid van uw raadslagen; laat nu opstaan, die de hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die volgens de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen. Ziet, zij zullen zijn als stoppels, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelf niet kunnen rukken uit de macht van de vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neer te zitten. Alzo zullen zij u zijn, met wie gij gearbeid hebt, uw handelaars van uw jeugd aan, elk zal zijns weegs dwalen, niemand zal u verlossen”. Met andere woorden: de sterren kunnen helemaal niets! Zij zijn onderdeel van de schepping van de Schepper! Het was God Die het uitspansel uitspande (Gen. 1 : 7), en daar stelde Hij de sterren in om licht te geven in de nacht (Gen. 1 : 16, 17). Rom. 1 : 25 zegt dan ook: “Die de waarheid Gods veranderd hebben in de leugen, en het schepsel geëerd en gediend hebben boven de Schepper, Die te prijzen is in eeuwigheid, amen”.


Moderne theologische uitleg en de sterren…

Maar dan zegt u misschien: “Ja, hallo, het gaat hier om een film in Hollywood gemaakt. Logisch dat daar zulke dingen in zitten!” De film mag dan in Hollywood gemaakt zijn, maar het geeft aardig weer wat theologen ons willen laten geloven! Een moderner voorbeeld, dat deze lijn helemaal volgt, is de Jongerenbijbel van de EO en het NBG. De Jongerenbijbel heeft als commentaar op Matth. 2 : 1 en 2 het volgende:

“Mogen niet-Joden meedoen in de gemeente? Daarover werd in de begintijd van de kerk veel gediscussieerd. Bij Matteüs lezen we dat magiërs uit het Oosten aan de sterren zien waar ze Jezus kunnen vinden. Niet-Joden doen dus al mee bij Jezus’ geboorte! En ze horen het goede nieuws op een manier die bij hen past, namelijk via de sterren” [3].

De Jongerenbijbel geeft dus aan dat magiërs de Blijde Boodschap via de sterren te horen krijgen! En dat terwijl de Heere in Zijn Woord laat zien dat Babel met zijn wijzen, die het in de sterren zoeken, ten onder gaat! Dat hebben we zojuist gelezen!

Maar de wijzen volgden toch een ster? In Matth. 2 : 2 staat toch geschreven: “Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? Want wij hebben Zijn ster gezien in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden”? Ja, dat klopt allemaal, want dat staat geschreven! De vraag is echter: Hebben de sterren de wijzen verteld dat er een Koning der Joden geboren is? Hebben zij die kennis, die wijsheid, via de sterren? Het antwoord is nee!


God werkt niet door tovenaars en sterrenkijkers!

Eerst een paar voorbeelden. We haalden eerder in deze studie al het voorbeeld aan van de Faraö in Egypte. Toen de Heere Hem dingen duidelijk wilde maken, kreeg hij toen antwoord van de tovenaars en wijzen van Egypte? Nee. In Gen. 41 : 8 lezen we: “En het geschiedde in de morgenstond, dat zijn geest verslagen was, en hij zond heen, en riep al de tovenaars van Egypte, en al de wijzen, die daarin waren; en Faraö vertelde hun zijn droom; maar er was niemand, die ze aan Faraö uitlegde”. De tovenaars en wijzen konden geen duidelijkheid geven over Gods zaken. Daarvoor had God Jozef naar Egypte gestuurd, een man die in God geloofde (Gen. 41 : 16). Bij Daniël gebeurde hetzelfde. Zoals we gelezen hebben in Daniël 2, werd de koning boos op de wijzen, de tovenaars, en de sterrenkijkers, en de wichelaars, en de Chaldeeën, van Babel. En dat werd hij, omdat zij hem niet konden uitleggen wat de Heere hem had laten zien. In Dan. 2 : 10 lezen we: “De Chaldeeën antwoordden voor de koning, en zeiden: Er is geen mens op de aardbodem, die het woord van de koning zou kunnen te kennen geven;…”. Opnieuw konden de wijzen, de tovenaars en sterrenkijkers, geen antwoord geven! Daniël, die God zoekt in gebed en in Zijn Woord, mag de koning wel antwoord geven (Dan. 2 : 18, 19, zie ook Dan. 4 : 7, 24)! Dus hoe zouden de wijzen van het Oosten via de sterren bij de Heere Jezus komen? Dat is onmogelijk!


Gods Woord in het Oosten

Met Daniël en de andere Joden die in ballingschap naar Babel gebracht waren, waren ook de Joodse geschriften, het Woord van God, meegekomen naar Babel. Zo lezen we in Dan. 9 : 2 dat Daniël in Babel de profeten bestudeerde: “In het eerste jaar van zijn regering, merkte ik, Daniël, in de boeken, dat het getal der jaren, waarvan het woord des Heeren tot de profeet Jeremia geschied was, in het vervullen der verwoestingen van Jeruzalem zeventig jaren was” (zie ook Dan. 10 : 21). Met andere woorden: de wijzen van het Oosten hadden de beschikking over het Woord van God! En daarin konden zij lezen hoe uit Jakob een ster zal voortgaan. In Num. 24 : 17 lezen we de volgende profetie: “Ik zal hem zien, maar nu niet; ik zal hem aanschouwen, maar niet nabij. Er zal een ster voortgaan uit Jakob, en er zal een scepter uit Israël opkomen; die zal de grenzen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren”. Heel duidelijk is dus het voortgaan/komen van een Ster uit Jakob verbonden is aan een Koning die zal komen!

Ook konden de wijzen van het Oosten lezen hoe de profeet Daniël van de Heere mocht aangeven wanneer de Messias zou komen. In Dan. 9 : 25 lezen we: “Weet dan, en versta: van dat het woord uitging, om te doen weerkeren, en om Jeruzalem te bouwen, tot op Messias, de Vorst, zijn zeven weken, en twee en zestig weken; de straten, en de grachten zullen weer gebouwd worden, doch in benauwdheid der tijden”. In Dan. 9 lezen we over een profetie met weken. Er wordt ook wel over jaarweken gesproken. In deze studie werken we dit niet helemaal uit. In de studie over de zeventigste jaarweek kunt u hier meer over vinden. Het komt erop neer dat één week staat voor zeven jaar (n.a.v. Num. 14 : 34). 69 weken staat dan voor 483 jaar. Wanneer we beseffen dat de opdracht om Jeruzalem te bouwen in 454 v. Chr. gegeven werd, dan is het stervensjaar van de Heere Jezus 30 na Chr. Daarmee was voor de wijzen uit het Oosten ongeveer bekend wanneer de Messias op het wereldtoneel zou verschijnen.


Wereldse wijsheid tegenover Gods Wijsheid

De wijzen haalden hun kennis absoluut niet uit de sterren. Hun bron was het Woord van God! Daarover hadden zij in het Oosten de beschikking! Zoals de Heere in Zijn Woord duidelijk maakt, brengen magie, tovenarij en sterrenkijken u niet bij God en niet bij Jezus. De wereldse wijsheid staat namelijk haaks op Gods wijsheid! In 1 Kor. 1 : 20 en 21 lezen we: “Waar is de wijze? Waar is de schriftgeleerde? Waar is de onderzoeker dezer eeuw? Heeft God de wijsheid van deze wereld niet dwaas gemaakt? Want aangezien in de wijsheid Gods, de wereld God niet heeft gekend door de wijsheid, zo heeft het Gode behaagd, door de dwaasheid der prediking, zalig te maken, die geloven”. Voor de wereld is de prediking van de Bijbelse Boodschap dus dwaasheid. Maar God geeft aan dat dat Zijn wijsheid is! In 1 Kor. 2 : 6 – 7 lezen we dan nog: “En wij spreken wijsheid onder de volmaakten; doch een wijsheid, niet van deze wereld, noch van de oversten van deze wereld, die te niet worden; Maar wij spreken de wijsheid Gods, bestaande in verborgenheid, die bedekt was, welke God te voren verordineerd heeft tot heerlijkheid van ons, eer de wereld was”.

De wijzen waren dus geen wijzen omdat zij zochten naar informatie in de sterren! De wijzen waren echt wijs, omdat zij zochten in Gods Woord! En daarom vonden zij Jezus!


De “moderne uitleg” gaat naar de verkeerde bron

Hoe droevig is het dan te lezen dat de moderne theologie, of dat nu de Jongerenbijbel of een andere uitgave of verkondiger is, zegt dat God de wijzen bereikte op een manier die bij hen paste: via de sterren! Dat staat namelijk haaks op Gods Woord. God laat zien dat dat nooit kan! Integendeel, Hij vraagt ons er verre van te blijven. In de Wet, in Deut. 18 : 10 en 11 zegt God reeds tegen het volk Israël: “Onder u zal niet gevonden worden, die zijn zoon of zijn dochter door het vuur doet doorgaan, die met waarzeggerijen omgaat, een wichelaar (toekomstvoorspellingen), of die op vogelgeschrei acht geeft (communiceren met geesten), of tovenaar. Of een bezweerder, die met bezwering omgaat, of die een waarzeggende geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt. Want al wie dat doet, is de Heere een gruwel…”.

Dat de moderne uitleg van de wijzen, en de moderne theologie daarover, invloed heeft op de verkondiging, blijkt ook uit andere bronnen. In de studie “Pinksteren –  verworden tot een heidens feest?!” zagen we dat het Pinksterfeest in de “Christelijke” wereld in feite verworden is tot een mystiek afgodenfeest! We zagen voorbeelden uit een site van de EO, over wat zij de spirituele talen noemen. Zo sprak Menno Helmus in een filmpje over “God liefhebben in de traditie”, onder andere het volgende:

“De spirituele taal van de traditie. Oftewel: God liefhebben in rituelen en symbolen. Hier is een voorbeeld van een bekend persoon die deze taal spreekt. Zou er nog iemand in Nederland zijn, die niet "The Lord of the Rings" heeft gezien? (...) Hij [Tolkien] was al vroeg in zijn jeugd een weeskind, maar hij werkte zich uiteindelijk op tot een bekend taalkundige. Hij trouwde jong met een ander weeskind: Edith. En zo lukt het hen samen om het kwaad van het gemis te overwinnen. Maar toen moest hij vechten in de hel van de Eerste Wereldoorlog, en hij verloor daar bijna al zijn vrienden. Hij ging door een periode van diepe depressie, en hij besefte dat hij de rest van zijn leven cynisch kon blijven, maar hij vond uiteindelijk een uitweg in het vertellen van sprookjes. Hij overwon zo zijn pijn, door een boek te schrijven dat de populairste roman ooit werd: "The Lord of the Rings". Maar waar vond hij zijn inspiratie? Waar vond hij de levenslust om door te kunnen gaan? Tolkien vond die in een ver verleden, in de oude Germaanse en Keltische heldenverhalen. Hij besefte dat daar een diepe wijsheid in schuilgaat. Hij laat de tovenaar Gandalf dan ook zeggen: "Heb je nooit geluisterd naar de verhalen bij het haardvuur? Er zijn kinderen in jouw land, die in die verhalen het antwoord op jouw vragen kunnen vinden. We hebben oude liederen die hier over gaan, maar we zijn ze vergeten. We leren ze alleen nog gewoontegetrouw aan onze kinderen aan." (...) Dit is precies Tolkien. In het verleden vind je antwoorden voor de toekomst.  Je wordt een gezonder mens als je je verbonden weet aan de mensen die je zijn voorgegaan. (...)” [4].

Men gebruikt oude Germaanse en Keltische heldenverhalen als bron! Men haalt wijsheid uit wat een tovenaar zegt! De Heere zegt hier in Zijn Woord hele duidelijke dingen over: “Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Terecht heeft Jesaja, van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij. Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden zijn der mensen; Want, nalatende het gebod Gods, houdt gij de inzettingen der mensen, …” (Mark. 7 : 6 - 8).

Hier zien we dus hoe de hedendaagse verkondiging inderdaad verworden is tot het zoeken van wijsheid in wat bij je past! God zegt echter in Zijn Woord dat men op deze manier nooit de Heere Jezus zal vinden.

De wijzen waren ECHT wijs. Zij zochten in Gods Woord en vonden Jezus!


Betrouwbaarheid van Gods Woord

Maar hiermee is opnieuw de betrouwbaarheid van de Oude Statenvertaling bewezen. Daar waar commentaren en de NBV spreken over magiërs, spreekt de Statenvertaling over wijzen! Want zij zochten in de Schriften en zij vonden! De enige betrouwbare gids voor ons leven is Gods Woord, zoals Hij dat voor ons bewaard heeft in de Reformatietekst!



[1] Uit: “Nu zijt wellekome” (Joh. De Heer, nr. 610).
[2] ‘Bijbelse Encyclopedie’, Prof. Dr. W. H. Gispen et al., Uitgeversmaatschappij J. H. Kok, Kampen, 1975.
[3] ‘Jongerenbijbel – Met de tekst van De Nieuwe Bijbelvertaling’, Nederlands Bijbelgenootschap en Evangelische Omroep, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. 7.
[4] Bron: http://www.eo.nl/blogs/jouwspiritualiteit/#/video/voorbeelden/Traditie.