Blue Flower

De gelijkenis van het zuurdeeg



Inleiding

Dit is het vijfde deel in een serie Bijbelstudies over de gelijkenissen van Matthéüs 13. We hebben reeds gezien dat de gelijkenissen in Matth. 13 betrekking hebben op het Koninkrijk der hemelen, het Duizendjarig Vrederijk. En dan wel: deze gelijkenissen geven de redenen waarom het Koninkrijk Israël onder leiding van de Heere Jezus er nog niet is. Er is als het ware een soort van vertraging. Het Koninkrijk op aarde, het Duizendjarig Vrederijk zal zeker plaatsvinden, maar nu is het nog toekomst. Ook de belofte, dat het Koninkrijk komt, vinden we terug in deze gelijkenissen.


Theologie tegen Gods Woord?

In de voorgaande studie hebben we stilgestaan bij de gelijkenis van het mosterdzaad. We zagen dat men veelal de gelijkenis een hele andere betekenis toedicht, dan de Heere Zelf uitlegt in Zijn Woord. En dat terwijl we opgeroepen worden in 2 Petr. 1 : 20: “Dit eerst wetende, dat geen profetie der Schrift is van eigen uitlegging”. Toch zien we dat elke keer weer gebeuren. Zo ook in de gelijkenis van deze studie, die we vinden in Matth. 13 : 33. Op de één of andere manier wordt de Theologie “Christendom-breed” gestuurd, op een dusdanige manier, dat mensen Gods Woord niet zullen verstaan! Als we dan bedenken dat de Bijbel ons leert dat “...wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers van deze wereld, tegen de geestelijke boosheden in de lucht” (Ef. 6 : 12), dan weten we door wie de Theologie de verkeerde kant op gestuurd wordt. We zijn dus gewaarschuwd tegen onze “geestelijke elite”!

Bewijs? Een naslagwerk, dat binnen verschillende kerken als gezaghebbend gezien wordt, “Matthew Henry’s Commentaar op de Bijbel”, schrijft het volgende naar aanleiding van Matth. 13 : 33:

“Hare strekking is ongeveer gelijk aan die der voorgaande, n.l. aan te tonen, dat het Evangelie trapsgewijze overmogen en voorspoedig zal zijn, op stille, onmerkbare wijze. De prediking des Evangelies is als zuurdesem en werkt als zuurdesem in het hart van hen, die het aannemen” [1].

Matthew Henry vergelijkt het zuurdesem dus met het Evangelie! De strekking is dat het Evangelie langzaam maar zeker de gehele wereld doordringt, totdat het Koninkrijk van Christus zichtbaar is. Maar dit staat in schril contrast met wat de Bijbel over de eindtijd laat zien. De Bijbel laat namelijk zien dat, voordat de dag van Christus aanbreekt, eerst de grote afval van het geloof zal plaatsvinden. In 2 Thess. 2 : 3 staat geschreven: “Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs”. De uitleg die aan de gelijkenis gegeven wordt, klopt niet met de context van het gehele Woord van God. Dat betekent dus dat er iets mis is met de uitleg van het gebruikte beeld.


Is zuurdeeg een beeld van het Evangelie?

Wanneer we in Gods Woord op zoek gaan, dan zien we dat zuurdeeg NOOIT een beeld kan zijn van het Evangelie! De eerste keer dat we zuurdesem tegenkomen, is in Ex. 12 : 15 en 19, bij de Uittocht van het volk Israël uit Egypte: “Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, maar op de eerste dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van de eerste dag af tot op de zevende dag, die ziel zal uitgeroeid worden uit Israël. (...) Dat er zeven dagen lang geen zuurdesem in uw huizen gevonden worde, want al wie het gedesemde eten zal, die ziel zal uit de vergadering van Israël uitgeroeid worden, hij zij een vreemdeling of een ingeborene des lands”. Het Evangelie is een boodschap die verspreid moet worden, maar zuurdesem is iets wat, tijdens het feest van het Pascha, verwijderd moet worden. Het Nieuwe Testament maakt hier een vergelijking mee in 1 Kor. 5 : 6 – 8: “Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt? Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus. Zo dan laat ons feest houden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid”. We zien dus dat het oude zuurdesem verwijderd moet worden, ook zien we dat er niet nieuw zuurdesem aan het deeg toegevoegd wordt. Het zuurdeeg wordt verwijderd, en het gaat vervolgens om een ongezuurd brood! En dan zien we dus dat zuurdeeg vergeleken wordt met zonde, met kwaadheid en met boosheid!


Zuurdeeg is een beeld van zonde!

Dat is wat de Bijbel laat zien over zuurdeeg! En niet alleen op deze plaatsen, maar ook op andere. In Matth. 16 : 11 en 12 waarschuwt de Heere Jezus de discipelen voor het zuurdesem van de Farizeeën en de Sadduceeën. Hierbij blijkt het te gaan om hun valse leer: “Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, toen Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën? Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had dat zij zich wachten zouden van de zuurdesem van het brood, maar van de leer van de Farizeeën en Sadduceeën”.

Eén conclusie mag duidelijk zijn: zuurdesem is niet het Evangelie! Zuurdesem is eerder iets wat het Woord van God vervalst! Iets wat zich voorgeeft van God te zijn, maar het niet is! Misschien zeggen sommigen dan: “Maar dit voorbeeld is van Matthew Henry, dat leren ze in de gevestigde kerken, maar in de Evangelische kringen is dat wel anders!” Dat is het dus niet. Ik heb verschillende predikers, die van Evangelische huize komen, gehoord en ook deze predikers volgen in deze zaken de “standaard Theologie”. In de Jongerenbijbel, een uitgave van weliswaar het NBG, maar in samenwerking met de EO, vinden we het volgende over deze gelijkenis geschreven:

“Hij vergelijkt het koninkrijk ook met zuurdesem. Dat is een soort gist dat in brooddeeg zit, waardoor het brood gaat rijzen (13:33). In het begin is het brooddeeg nog klein en compact, maar door het zuurdesem zal het steeds groter worden. Jezus bedoelt hiermee dat het koninkrijk al in deze wereld aanwezig is, net als een plant in een zaadje en als zuurdesem in brooddeeg. Uiteindelijk zal het koninkrijk ‘uitgroeien’ en ‘rijzen’ tot iets groots” [2].

Hier vinden we gewoon de standaard kerkelijke uitleg, die tegen het Woord van God ingaat! Daarbij stelt men hier dat het koninkrijk reeds in de wereld is, en dat het steeds groter wordt. We zagen reeds dat dit laatste haaks staat op Gods Woord, omdat de Heere voor de eindtijd spreekt over de grote afval van het geloof. Maar er is nog iets waarin het haaks staat op Gods Woord. Wanneer de Heere door de profeet Daniël zicht geeft op de koninkrijken der wereld, dan zien we dat de aardse koninkrijken verdwijnen, en dat, zonder toedoen van mensen, het Koninkrijk van de Heere gevestigd wordt. In Dan. 2 : 44 en 45 lezen we: “Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan. Daarom hebt gij gezien, dat uit de berg een steen zonder handen afgehouwen is geworden, die het ijzer, koper, leem, zilver en goud vermaalde; de grote God heeft de koning bekend gemaakt, wat hierna geschieden zal; de droom nu is gewis, en zijn uitlegging is zeker”. Toen de Heere Jezus op aarde was, en daarna, is er, tot op heden, geen einde gekomen aan alle aardse koninkrijken! Dit is dus een profetie die nog steeds in vervulling zal gaan. En dat zal gebeuren wanneer de Heere Jezus Zijn Duizendjarig Vrederijk op aarde opricht, zoals het Nieuwe Testament in Openbaring bevestigt. Het Koninkrijk van de Heere Jezus is niet reeds aanwezig! En zo zien we hoe de Theologische en breed-kerkelijke uitleg haaks staat op Gods Woord. We mogen gewaarschuwd zijn!


Zuurdeeg en valse leer

De gelijkenis van het zuurdeeg heeft dus betrekking op het Koninkrijk der hemelen, zoals we in Matth. 13 : 33 hebben kunnen lezen. Het heeft dus betrekking op het Duizendjarig Vrederijk, en het geeft dan met name de redenen van de vertraging waarmee dat Koninkrijk baanbreekt. Eén van die redenen is dus het zuurdeeg! We zagen reeds dat de Heere Jezus waarschuwde tegen het zuurdeeg van de Farizeeën en de Sadduceeën, en dat Hij daarmee hun leer bedoelde (Matth. 16 : 11 en 12). In Gods Woord komen we op verschillende plaatsen tegen dat de Heere Jezus de Schriftgeleerden berispt. Zo berispt Hij hen, omdat zij zich “vader” laten noemen. In Matth. 23 : 9 lezen we: “En gij zult niemand uw vader noemen op de aarde; want Eén is uw Vader, namelijk Die in de hemelen is”. In Matth. 23 : 14 zien we dat de Farizeeën leren dat er lange gebeden gedaan moeten worden voor een overledene: “Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij eet de huizen der weduwen op, en dat onder de schijn van lang te bidden; daarom zult gij te zwaarder oordeel ontvangen”. Zij leren om lange gewaden te dragen. In Matth. 23 : 5 lezen we: “En al hun werken doen zij, om door de mensen gezien te worden; want zij maken hun gedenkcedels breed, en maken de zomen van hun klederen groot” (zie ook Mark. 12 : 38). De Heere Jezus berispt de Farizeeën om dat zij hun eigen regeltjes, de inzettingen der mensen, belangrijker vinden dan Gods Woord (Mark. 7 : 6 – 13). Zo lezen we in Mark. 7 : 9 het volgende: “En Hij zeide tot hen: Gij doet zeker Gods gebod wel te niet, opdat gij uw inzettingen zoudt onderhouden”. En zo zien we hoe de Sadduceeën het bestaan van de Opstanding en het bestaan van engelen loochenen (Hand. 23 : 8).

De Heere Jezus laat nog een ander aspect van het zuurdesem van de Farizeeën zien. In Luk. 12 : 1 lezen we daarover: “Ondertussen, toen vele duizenden van de schare bijeenvergaderd waren, zodat zij elkander vertraden, begon Hij te zeggen tot Zijn discipelen: Vooreerst wacht uzelf voor de zuurdesem der Farizeeën, welke is geveinsdheid”. Geveinsdheid is zoveel als hypocrisie of huichelarij. Men doet zich dus anders voor dan men werkelijk is. Men stelt regeltjes voor het volk op, maar houdt zich er zelf niet aan! Vandaar ook dat de Heere Jezus hen als volgt beschrijft: “Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden, want gij zijt aan de witgepleisterde graven gelijk, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen zijn zij vol doodsbeenderen en ongerechtigheid” (Matth. 23 : 27). Ook hier waarschuwt de Heere Jezus tegen.


Het zuurdeeg van Hérodes: vermenging

In feite hebben we nu twee groepen dwaalleer gezien. De eerste (van de Farizeeën) vindt de eigen regeltjes belangrijker dan Gods Woord, en is daarbij nog eens hypocriet ook. De tweede (van de Sadduceeën) gelooft Gods Woord niet letterlijk.  Maar dan noemt de Bijbel nog een derde dwaalleer. In Mark. 8 : 15 staat geschreven: “En Hij gebood hun, zeggende: Ziet toe, wacht u van de zuurdesem van Hérodes”. Hérodes had blijkbaar ook volgelingen die samen met de andere Schriftgeleerden optrokken om Jezus te vangen, zoals onder andere blijkt uit Matth. 22 : 16: “En zij (de Farizeeën, vers 15) zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! Wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en de weg Gods in waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet de persoon der mensen niet aan”. Hierin zien we de wereldgelijkvormigheid van een groep Joden die hun heil heeft gezocht bij de Romeinse staat. Vermenging van “kerk” en “geloof of religie” en "de staat" leidt tot een vermenging met het heidendom en vervolgens tot afgoderij, zoals we ook gezien hebben in de “Kerk”geschiedenis (Openb. 2 : 12 – 17).


Een weinig zuurdesem...

In de gelijkenis van het onkruid hebben we reeds gezien dat valse leiders, die op de stoel van Mozes zaten, eraan bij hebben gedragen dat hun volgelingen twee keer zo erg werden als zij, waardoor velen De Heere Jezus en Zijn Koninkrijk verwierpen. Deze gelijkenis laat zien hoe zij dat deden: door valse leer. Wanneer het brood een beeld is van Gods Woord, denk hierbij aan het feit dat de Heere Jezus, het vleesgeworden Woord (Joh. 1 : 14), Zichzelf “het Brood des Levens” (Joh. 6 : 48) noemt, dan wordt het brood verontreinigd door het zuurdeeg dat er in het geheel doorheen trekt. En de Bijbel laat zien “dat een weinig zuudesem het gehele deeg zuur maakt” (1 Kor. 5 : 6). Valse leer vermengen met Gods Woord heeft desastreuze gevolgen. De drie vermengingen die plaatsvonden bij het Joodse volk hebben we gezien in het zuurdesem der Farizeeën, der Sadduceeën en der Herodianen.

De valse leer van de Farizeeën, de Sadduceeën en de Herodianen heeft ertoe geleid dat het volk Israël de Heere Jezus verworpen heeft. En met de Koning verwierpen zij het Koninkrijk! Maar: het Koninkrijk wordt niet te niet gedaan, maar uitgesteld, want de Heere laat in Zijn Woord zien dat Israël uiteindelijk tot bekering zal komen.


"Een vrouw" en de "moeder der hoererijen"

De valse leer werd met het Woord vermengd door een vrouw (Matth. 13 : 33). In de Theologie wordt vaak verhaald hoe de kerk het Evangelie in de wereld brengt... De vrouw zou dus symbool zijn voor de Gemeente! Ook dit berust op een on-Bijbelse (eigen) uitleg. De Gemeente wordt in de Bijbel nooit vergeleken met “een vrouw”. De Gemeente wordt “een reine maagd” (2 Kor. 11 : 2), “de bruid” (Openb. 21 : 9), of “de Vrouw des Lams” (Openb. 21 : 9) genoemd. De Bijbel spreekt over de Gemeente dus nooit als over “een vrouw”. Daarentegen wordt de term “een vrouw” (en dus niet “de vrouw van”, “de bruid”, “een maagd” o.i.d.), als het om geestelijke zaken gaat, nogal eens toegepast om het kwaad weer te geven. Het heeft er allemaal mee te maken dat een vrouw niet hoort te leren, wanneer het aankomt op het doorgeven van het Woord van God (1 Tim. 2 : 12). Zo lezen we in Zach. 5 : 7 en 8: “En ziet, een plaat van lood werd opgeheven, en er was een vrouw, zittende in het midden van de efa. En Hij zeide: Deze is de goddeloosheid; en Hij wierp ze in het midden van de efa; en Hij wierp het loden gewicht op de mond ervan”. Vervolgens lezen we in Zach. 5 : 10 en 11 het volgende: “Toen zeide ik tot de Engel, Die met mij sprak: Waarheen brengen zij deze efa? En Hij zeide tot mij: Om voor haar een huis te bouwen in het land Sinear; dat zij daar gevestigd en gesteld wordt op haar grondvest”. Het land Sinear is het land van Babel! En dat doet ons vervolgens denken aan Openb. 17, waar gesproken wordt over “de grote hoer” (Openb. 17 : 1). In Openb. 17 : 5 lezen we: “En op haar voorhoofd was een naam geschreven, namelijk: Verborgenheid; het grote Babylon, de moeder der hoererijen en der gruwelen der aarde”. Dit is een verwijzing naar de eindtijdskerk met Rome aan het hoofd: alle geloven mogen, vandaar de hoererij! Zeg niet dat er maar één Weg is! Waarom de verwijzing naar Rome? Kijk maar naar de verwijzingen dat de vrouw een stad is (Openb. 17 : 18), op zeven heuvelen (Openb. 17 : 9) zit, en haar symbolen zijn een gouden drinkbeker en kleren van purper en scharlaken (Openb. 17 : 4). In de studies over de “Kerk”geschiedenis kunt u lezen dat Rome, met haar moeder-kind verering, een kopie, een tak is van het aloude Babylonische afgodensysteem. Met andere woorden: Profetisch mag de “moeder der hoererijen” verwijzen naar Rome, maar in de geschiedenis is zij al heel lang, al voor Rome bestond, bezig om mensen van de waarheid af te houden!


Subtieler dan afgoderij

Zo ook bij Israël! Reeds in het Oude Testament lezen we dat het volk de “Melécheth des hemels” (= “de koningin des hemels”) vereert (Jer. 7 : 18). Een babylonische afgodendienst! Maar wanneer de Heere Jezus op aarde is, waarschuwt Hij ervoor dat het nu op een subtielere manier gaat! Het Woord wordt zogenaamd wel “verkondigd”, maar er wordt zuurdeeg doorheen gedaan, waar maar heel weinig van nodig is, om het het geheel te doorzuren. Gods Woord is dus Gods Woord niet meer! En mensen worden van de Waarheid afgehouden. Dat is exact wat de Schriftgeleerden volgens de Heere Jezus deden. In Matth. 23 : 13 staat geschreven: “Maar wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeeën, gij geveinsden! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen, aangezien gij daar niet ingaat, noch hen, die ingaan zouden, laat ingaan”.


Niet alleen op Israël, maar ook op de Gemeente van toepassing

Nu is deze gelijkenis ook op het Koninkrijk Gods van toepassing, het geestelijke Koninkrijk, dat vandaag de dag in de Gemeente aanwezig is. In Luk. 13 : 20 en 21 lezen we namelijk: “En Hij zeide weer: Waarbij zal Ik het Koninkrijk Gods vergelijken? Het is gelijk aan een zuurdesem, dat een vrouw nam, en verborg die in drie maten meel, totdat het geheel gezuurd was”.

Ook vandaag de dag zien we hoe men het Woord van God met allerlei zaken vermengt. Allereerst hebben we de nieuwe vertalingen, waarin Gods Woord vermengd is met (heidense) filosofie vanuit Alexandrië! Er is een leer ontstaan, die tegenwoordig vrij breed gedragen wordt, dat we de Bijbel niet al te letterlijk moeten nemen. Met als gevolg dat men allerlei eigen interpretaties maakt die totaal on-Bijbels zijn. Ook in deze studie hebben we daarvan weer voorbeelden gezien: zuurdeeg wordt het Evangelie genoemd, wat geheel on-Bijbels is. Zuurdeeg wordt door de Heere nota bene als beeld van zonde en valse leer gebruikt! De vrouw in de gelijkenis wordt door de diverse stromingen “de kerk” genoemd, maar zij is de “moeder der hoererijen” van Babylon en Rome! De leer van “de (meeste) kerken” staat haaks op Gods Woord! Vandaag de dag zijn er geen letterlijke Farizeeën, Sadduceeën en Herodianen; maar we hebben wel de grote overkoepelende driedeling van het Christendom: de Rooms-katholieken, de Grieks Orthodoxen en de Protestanten met ieder hun "geestelijken". Deze drie groepen zijn door het zuurdeeg geheel verzuurd!

En waar dat allemaal toe leidt, zien we vandaag de dag om ons heen gebeuren. De diverse stromingen zoeken steeds meer toenadering en samenwerking met elkaar en met Rome. Allemaal ten koste van de Waarheid! Dit onderstreept dat we in de eindtijd van de grote afval van het geloof leven! Dit onderstreept de valsheid van het gros van de hedendaagse Theologie. Dit onderstreept de Waarheid van Gods Woord Zelf!


[1] 'Matthew Henry’s Commentaar op de Bijbel
', Bron: CD-ROM Online Bible, bij Matth. 13 : 25.
[2] ‘Jongerenbijbel, met de tekst van de Nieuwe Bijbelvertaling’, Uitgeverij NBG, Heerenveen, 2006, blz. (NT) 4.