Blue Flower

Pascha of Paasfeest

of: het belang van de context

('probleemtekst' Hand. 12 : 4) 


 


 

Inleiding

 

Gods Woord moet verdeeld worden (2 Tim. 2 : 15). We moeten een ieder laten toekomen wat hem toekomt (Jood, heiden, Gemeente), zodat we niet alles maar klakkeloos op onszelf toepassen. Doen we dat wel, dan komen we onherroepelijk in verwarring. Het is niet voor niets dat we zo vaak horen dat Gods Woord in tegenspraak is. Een grotere onwaarheid als dit laatste is er echter niet. Gods Woord is GETROUW en WAARACHTIG. Het spreekt Zichzelf nooit tegen! Om niet op zijsporen te belanden, moeten we het Woord niet alleen verdelen, maar moeten we dat verdelen ook op EEN RECHTE MANIER doen. De CONTEXT van een Bijbelgedeelte is enorm belangrijk, maar ook de CONTEXT van de gehele Bijbel! In deze studie, “Pascha of Paasfeest?”, willen we daar een voorbeeld van bekijken. En dat naar aanleiding van het Bijbelgedeelte Handelingen 12 : 1 – 4.

  

In Hand. 12 : 1 – 4 lezen we een heel klein gedeelte uit de geschiedenis van het begin van de Gemeente, over de eerste Christenen, zoals de gelovigen op dat moment nog maar net genoemd werden (Hand. 11 : 26). En ze hebben het niet makkelijk. Koning Heródes laat sommigen gevangen nemen en vermoorden. In vers 2 lezen we over de dood van Jakobus. Zo wordt ook Petrus gevangen genomen, en in bewaring gehouden om hem vervolgens voor het volk te brengen. Een makkelijke manier voor Heródes om bij de Joden in een goed daglicht te komen. Maar daar willen we niet bij stilstaan. Het gaat om wat erin vers 4 staat: “Die hij ook gegrepen hebbende, in de gavangenis zette, en gaf hem over aan vier wachten, elk van vier krijgsknechten, om hem te bewaken, daar hij hem na het PAASFEEST wilde voorbrengen voor het volk”. En dan gaat het met name om het woord “paasfeest”.

 

   

Verschillende vertalingen

 

Deze tekst is voor de geleerden, de ‘Christelijke’ wetenschappers, namelijk een zogenaamde bewijstekst om aan te tonen dat de oude vertalingen (onze Statenvertaling en de Engelse King James 1611) namelijk gedateerd zijn, en dat zij fouten bevatten. Daarom zou het hoog nodig zijn om nieuwe vertalingen op de markt te brengen. Op deze site kunt u echter uitgebreid lezen over de verschillende oorsprongen, van aan de ene kant de oude vertalingen (de King James 1611 en onze Statenvertaling) en aan de andere kant de nieuwe vertalingen. De nieuwe vertalingen zijn ontstaan aan de hand van handschriften die hun oorsprong vinden in Alexandrië, in Egypte, een stad waar afvallige Joden aan de Schrift hebben geknoeid. Daar was een vroege universiteit waar Joden er naar streefden om filosofie met de Schrift te vermengen, terwijl de Bijbel waarschuwt tegen filosofie (Kol. 2 : 8). God had de Joden zelfs verboden om terug te gaan naar Egypte (Jer. 44 : 25 – 26; Jer. 42 : 13 – 22 bijv.)! En nu is het de wetenschap die juist de bronnen uit Alexandrië de voorkeur heeft gegeven. Vandaar dat we vandaag de dag veel nieuwe vertalingen hebben met best wel veel (ook diepgaande) veranderingen. De Bijbelse lijn van verspreiding is van Jeruzalem naar Antiochië naar Klein-Azië.

  

In veel van de nieuwe Engelse vertalingen is het woord paasfeest in Hand. 12 : 4 namelijk vervangen door pascha (Engelse woord: passover). Het Griekse woord dat er staat is namelijk het woord voor pascha/passover. En in alle andere teksten in de Schrift, en dan wel 26 x(!), is het dan ook daadwerkelijk vertaald met pascha (zie bijv. Matth. 26 : 2; 26 : 17; 26 : 18, etc…). John Gill zegt in zijn naslagwerk dat het in Hand. 12 : 4 eigenlijk om het woord ‘pascha’ gaat (John Gill’s Expositor), hetzelfde komen we tegen in de Scofield studiebijbel (Scofield Refence Bible Notes, 1917). Veel van de Nederlandse nieuwe vertalingen laten echter gewoon ‘paasfeest’ staan. Behalve de Herziene Voorhoeve-vertaling (TELOS-uitgave, Medema, 1982), die heeft: “die hij ook, na hem te hebben gegrepen, in de gevangenis zette en overleverde aan vier viertallen soldaten om hem te bewaken, daar hij hem na het pascha voor het volk wilde brengen.” Maar waarom dan ‘paasfeest’ laten staan? Het “Handboek bij de Bijbel” geeft als commentaar op de ongezuurde broden van Hand. 12 : 3: ‘het zeven dagen durende feest, dat volgde op het Pascha en dat als onderdeel van dat feest werd beschouwd’.  Zo staat in de Strong’s bij de Online Bible als extra toelichting bij pascha: ‘het paasfeest, dat gevierd werd van de 14de tot de 20ste dag van de maand’.

  

Hoe zit dat nu met dat Pascha of Paasfeest? We gaan op zoek in Gods Woord.

 

   

De geschiedenis van het Pascha


Het woord Pascha verwijst naar het Hebreeuwse Pesach-feest, en dat verwijst weer naar de geschiedenis dat Mozes het volk Israël uit Egypte mocht leiden. In Ex. 11 en 12 vind je de geschiedenis dat de Israëlieten per huis een volkomen, een gaaf lam moesten nemen (Ex. 12 : 3). En op de veertiende dag moesten die lammeren geslacht worden (Ex. 12 : 6). Van het bloed van het lam moest men nemen, en het aan de zijposten en de bovendorpel aan de huizen strijken (Ex. 12 : 7). Dit lam werd diezelfde nacht gegeten samen met ongezuurde broden en bittere saus (Ex. 12 : 8). Deze maaltijd op de avond van de 14de werd genoemd: “des Heeren pascha” (Ex. 12 : 11). Al de eerstgeborenen van Egypte zouden sterven, maar daar waar het bloed aan de deurpost was aangebracht (de huizen van Israël) zou de Heere voorbijgaan. In vers 13 lezen we: “En dat bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen, waarin gij zijt; wanneer Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan; en er zal geen plaag onder u ten verderve zijn; wanneer Ik Egypteland slaan zal”. En dan gaat vers 14 verder: “En deze dag zal u wezen ter gedachtenis, en gij zult hem de Heere tot een feest vieren; gij zult hem vieren onder uw geslachten tot een eeuwige inzetting”.

 

   

Een volkomen lam: de Nieuwtestamentische toepassing


Een volkomen lam werd geslacht! Bloed van een volkomen lam werd vergoten tot redding van Gods volk Israël. En dat is wat er met het slachten van het lam op de 14de van de maand Nisan herdacht werd. Zo vinden we in 1 Kor. 5 : 7 het volgende: “Zuivert dan de oude zuurdesem uit, opdat gij een nieuw deeg zijn moogt, gelijk gij ongezuurd zijt. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht”. Het zuurdesem is in de Bijbel een beeld van de zonde (zie bijvoorbeeld vers 1, 2 en 8). En een klein beetje daarvan laat Gods Woord zien, maakt het hele deeg zuur (1 Kor. 5 : 6). Met andere woorden: een klein beetje zonde, maakt ons geheel zondig! Nu laat vers 7 zien dat wij, wederom geboren gelovigen, ongezuurd zijn. Met andere woorden: wij zijn zonder zonden. Niet uit onszelf, maar IN CHRISTUS! Want vers 7 gaat verder: “Want ook ons Pascha is voor ons geslacht”. In Jezus Christus zijn wij geestelijk besneden (Kol. 2 : 11 en 12), en staan wij rein, gerechtvaardigd voor Gods aangezicht. Hij was het Lam Gods (Joh. 1 : 29), Hij was volkomen, Hij was zonder zonde, Hij kon de zondestraf voor ons dragen! Hij heeft Zijn bloed dan ook voor ons vergoten. Hij was ons Pascha. Het tekstgedeelte in 1 Kor. 5 roept ons vervolgens op om daar ook naar te leven, om ons niet te vermengen met wereldse praktijken binnen de gemeente, en met hen die dat liefhebben (1 Kor. 5 : 11). Dan mogen wij feestvieren, niet in het oude zuurdeeg, maar in de ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. Dat is een stukje levenswandel met Hem.

 

   

Het Pascha en de dagen der ongezuurde broden: twee feesten!


Dan komen we terug bij Ex. 12. en dan zien we in vers 15 dat daar bijna in één adam de zeven dagen van het feest der ongezuurde broden genoemd worden. Er staat: “Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten; maar op de eerste dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen…”. Vers 16 gaat verder: “En op de eerste dag zal er een heilige verzameling zijn; ook zult gij een heilige verzameling hebben op de zevende dag…”. En vervolgens vers 17: “Zo onderhoudt dan de ongezuurde broden, omdat Ik juist op deze dag uw legers uit Egypteland geleid zal hebben; daarom zult gij deze dag houden, onder uw geslachten, tot een eeuwige inzetting”. Ondanks dat alles in één adem doorgenoemd wordt lezen we in dit gedeelte TWEE MAAL een “zo onderhoudt!” Eenmaal na het Pascha in vers 13 en 14, omdat de Heere het volk door het bloed beschermd heeft, en er geen verderf is geweest; en eenmaal na de zeven dagen van de ongezuurde broden in vers 17, omdat de Heere hen uit Egypteland geleid heeft! Het gaat om twee aparte vieringen, die weliswaar met elkaar verband houden, maar die wel afzonderlijke vieringen zijn. Het Pascha wordt ’s avonds op de 14de gehouden, en daarna breken de zeven dagen van het feest der ongezuurde broden aan. Dat is de Bijbelse volgorde. 


Dat het om twee gebeurtenissen gaat, blijkt ook uit andere Schriftgedeelten. We vinden bijvoorbeeld in Num. 28 : 16 – 18 het volgende: “En in de eerste maand, op de veertiende dag van de maand, is het pascha voor de Heere. En op de vijftiende dag van die maand is het feest; zeven dagen zullen ongezuurde broden gegeten worden. Op de eerste dag zal een heilige samenroeping zijn; geen dienstwerk zult gij doen”. En in vers 25 zie je dan dat het feest afgesloten wordt met opnieuw een heilige samenroeping. Op de 14de dag is het pascha, ieder in zijn eigen huis heeft zijn eigen geslachte lam, en vervolgens begint op 15de het zeven dagen durende feest met een heilige samenroeping. Dit duurt dan tot de 21ste! Zo zie je, dat wanneer je er één feest van maakt, zoals de Strong’s op de Online Bible uitleggen, je verkeerd uitkomt. Zij laten het feest eindigen op de 20ste (zie het eerder aangehaalde citaat). Nog een bewijs, dat het niet om één feest gaat, vinden we in Ezra 6 : 19 en 22, waar staat: “Ook hielden de kinderen der gevangenschap het pascha, op de veertiende van de eerste maand. (…) Én zij hielden het feest der ongezuurde broden zeven dagen, met blijdschap…”. Zij hielden én het Pascha, én het feest der ongezuurde broden! Met andere woorden: ‘Paasfeest’ laten staan in Hand. 12 : 4, omdat zowel pascha als de dagen der ongezuurde broden één feest is (zoals zowel het “Handboek bij de Bijbel” als de Strong’s bij de Online Bible zeggen), is on-Bijbels!

 

   

De context maakt veel duidelijk!


Moet het dan toch ‘Pascha’ zijn in Hand. 12 : 4, zoals de meeste studie-Bijbels zeggen? Wanneer het Pascha zou moeten zijn, levert de context problemen op. Laten we vers 3 en 4 van Hand. 12 nog eens lezen: “En toen hij zag, dat het de Joden behaagde, voer hij voort, om ook Petrus te vangen (en het waren de dagen der ongezuurde broden); die hij ook gegrepen hebbende, in de gavangenis zette, en gaf hem over aan vier wachten, elk van vier krijgsknechten, om hem te bewaken, daar hij hem na het PAASFEEST wilde voorbrengen voor het volk”. In vers 3 lezen we dat Petrus gevangen werd tijdens de dagen van de ongezuurde broden. Met alles wat we in het Oude Testament gezien hebben, weten we nu dat dat NA HET PASCHA is! Met andere woorden Heródes hoefde Petrus helemaal niet gevangen te zetten om tot na het Pascha te wachten met hem voor het volk te brengen. Het Pascha was namelijk al geweest! Met andere woorden: in Hand. 12 : 4 moet dus absoluut geen Pascha staan!

 

   

Paasfeest: een heidens lentefeest


Maar hoe zit dat dan met het woordje PAASFEEST? Alhoewel de Companion Bible aangeeft dat hier eigenlijk Pascha moet staan, en ons dus op het verkeerde spoor zet, kunnen we toch iets met het commentaar dat bij het vers gegeven is. Zij zeggen namelijk dat het Pascha moet zijn, omdat: ‘Paasfeest (Easter) een heidense term is(!), dat afgeleid is van de godin Astarte, oftewel Venus, die in het Oude Testament ook wel Astoreth genoemd wordt’. Paasfeest is een heidense term! De volken vierden vroeger óók Paasfeest, zij vierden het lentefeest, zij vierden het vruchtbaarheidsfeest: het feit dat de zon terugkeerde, en dat er weer nieuw leven kwam. Daarmee samen gaan alle vruchtbaarheidssymbolen die wij vandaag de dag nog kennen, en die gebruikt worden bij de viering van Pasen. De Paashaas! Het Paasvuur! Op deze twee voorbeelden zullen we hier niet verder op ingaan. Maar zo kennen we ook het Paasei! Eieren blijken bij de Oude Babyloniërs al een heilig symbool. In de mythologie is het verhaal bekend dat er een reusachtig ei vanuit de hemel in de Eufraat viel. Hieruit werd volgens de mythe de godin Venus (of Astarte/Ishtar) geboren. Zo kenden de oude Druïden een ei als heilig embleem. In China verfde men eieren bij heilige feesten, en ook in Noord-Europa werden gekleurde eieren gebruikt als symbool van de lente. Zo is er in de oude religies een vasten-tijd terug te vinden, die de Rooms-katholieken tegenwoordig houden na Carnaval. Zo worden er met Pasen bij zonsopkomst wel samenkomsten georganiseerd. Maar ook dit stamt uit de oude religies. We komen het nergens in de Bijbel tegen om de Heere Jezus speciaal bij zonsopkomst toe te zingen, wel vinden we het volk Israël in afgoderij met het gezicht naar het oosten (Easter/Ostern=Pasen): in het oosten komt de zon op! In Ez. 8 : 14 – 16 lezen we: “En Hij bracht mij tot de deur van de poort van het huis des Heeren, die naar het noorden is, en ziet, daar zaten vrouwen, bewenende de Thammuz. En Hij zeide tot mij: Hebt gij, mensenkind, dat gezien? Gij zult nog weer grotere gruwelen zien dan deze. En Hij bracht mij tot het binnenste voorhof van het huis des Heeren; en ziet, aan de deur van de tempel des Heeren, tussen het voorhuis en tussen het altaar, waren omtrent vijf en twintig mannen, hun achterste delen waren naar de tempel des Heeren, en hun aangezichten NAAR HET OOSTEN, en dezen bogen zich neer naar het oosten voor de zon”. Zonaanbidding naar het oosten, voor de opgaande zon! We komen hier ook de naam Thammuz tegen. De mythologie vertelt dat Thammuz gedood werd en in de onderwereld afdaalde. Maar door het wenen van zijn ‘moeder’ Ishtar, kwam hij in de lente op mystieke wijze tot leven. Ieder jaar werd met het vasten geweend om Thammuz en vervolgens werd het lentefeest gevierd, omdat Thammuz tot leven was gekomen. Zo zien we de heidense betekenis van HET PAASFEEST, en hoe het Christendom heidense rituelen, die niets met de Bijbel en het geloof in Jezus Christus te maken hebben, heeft overgenomen!

 

   

Hand. 12 : 4, Heródes wacht tot na het heidense paasfeest!


En wanneer werd dat heidense paasfeest gevierd? Juist: IN APRIL! Maar dan snappen we Hand. 12 : 3 en 4! Heródes zelf had niets met het Joodse Pascha, noch met het Joodse feest der ongezuurde broden. Heródes was een Romeins, heidens heerser. Heródes vereerde de Romeinse goden. Heródes vierde het lentefeest, het paasfeest! In de tekst in Hand. 12 vinden we dat Heródes Petrus gevangen neemt tijdens het feest der ongezuurde broden, dat is ná het Pascha. En vervolgens wil hij hem gevangen houden tot na het paasfeest, oftewel het lentefeest zoals de heidenen het vierden, wat klaarblijkelijk iets later in april viel dan de Joodse feesten.

 

   

Kortom: de King James 1611 (en de Statenvertaling) is correct!


Met andere woorden: de tekst zoals de Heere die voor ons bewaard heeft in de oude vertaling, of het nu het Nederlandse paasfeest betreft of het Engelse Easter (of het Duitse Ostern), is niet fout, maar klopt. Dat laat de context van de Schrift ons zien: de context in Hand. 12 : 3, met de kennis van het Oude Testament. [De context van het geheel!]. Ook in dit geval is er gewoon geen nieuwe vertaling nodig. Zo mogen we de kritiek van de ‘(Schrift)geleerden’ op Gods Woord naast ons neerleggen, en mogen wij leren van Zijn Woord Zelf.


 

   

Gebruikte bronnen:

 

The Answer Book, A Helpbook for Christians’, Samuel C. Gipp, Bible & Literature Missionary Foundation, Shelbyville, TN, USA, 2001. Question 2.

 

De Mysterie Godsdienst van Babylon, verleden en heden’, R. Woodrow, Stichting Moria, Hilversum, 1991.

 

The Two Babylons’, Rev. Alexander Hislop, Loizeaux Brothers, Neptune, New Jersey, USA, 1959.

 

Online Bible’, Stichting Importantia, Dordrecht, mei 2000; waarop o.a. geraadpleegd: ‘Handboek bij de Bijbel’ en ‘John Gill’s Expositor’, en Strong’s Lexicon’.

 

The Scofield Study Bible’, Rev. C. I. Scofield e.a., Oxford University Press, New York, 1917.