Blue Flower

De gelijkenissen van Matthéüs 13 - een inleiding



De Heere Jezus openbaarde verborgenheden. Maar aan wie?

Terwijl de Heere Jezus op aarde was, sprak Hij geregeld in gelijkenissen. Dit is reeds in het Oude Testament van Hem geprofeteerd. In Psalm 78 : 2 lezen we: “Ik zal mijn mond opendoen met spreuken; ik zal verborgenheden overvloedig uitstorten, van ouds her”. Dat dit een profetie is over de woorden, die de Heere Jezus op aarde sprak, blijkt uit Matth. 13 : 34 en 35: “Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet. Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door de profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld”. Door middel van de gelijkenissen sprak de Heere Jezus verborgenheden! Hij openbaarde ze. Hij sprak dingen “die verborgen waren van de grondlegging der wereld”. Dat is exact wat we er ook geschreven staat in Matth. 13 : 11, over de reden waarom de Heere Jezus gelijkenissen gebruikte: “...Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten, maar hun is het niet gegeven”. Door de gelijkenissen openbaarde de Heere Jezus verborgenheden aan Zijn volgelingen. Maar Hij gebruikte de gelijkenissen ook, zodat de anderen "ziende niet zien, en horende niet horen, noch ook verstaan" (Matth. 13 : 13)!

Nu horen we nog wel eens zeggen dat de Heere Jezus gelijkenissen gebruikte, wat voorbeelden waren uit het toenmalige dagelijks leven, zodat mensen Hem begrepen. Dit is mijns inziens de algemene gedachte binnen het "Christendom" bij gelijkenissen. Hier heb ik diverse naslagwerken op nageslagen, maar velen behandelen toch wel het feit dat Jezus de gelijkenissen gebruikte, zodat het volk niet doorhad waar Hij het over had, omdat ze Hem in feite al verworpen hadden. Maar waarom spreekt men in preken dan veelal over het feit dat Jezus de gelijkenissen gebruikte, met beelden uit het dagelijks leven, zodat mensen Hem zouden begrijpen? Waarschijnlijk preekt dit beter: de boodschap wordt aangepast aan het gehoor. Iets wat goed past binnen de gemeenteperiode van de eindtijd. Dat dit beeld wel klopt, dat men zo naar de gelijkenissen kijkt, blijkt uit wat een predikant in een blog "Televisiedominees preken te simpel" schrijft:

"Ds.Goedvree (...) schrijft:  “Onze televisiedominees geven hun eigen inhoud aan het begrip ‘simplicitas’.” (N.B.voor de eenvoudige lezer: simplicitas is het latijnse woord voor eenvoud.) De dominee bedoelt: die televisiedominees zeggen het allemaal te simpel. Hij schrijft: ‘alles in het leven mag ingewikkeld zijn, maar godsdienst moet vooral simpel zijn.’ (...)  Ik ben het daarmee grondig oneens. Wat mij wel drijft, is de opdracht het evangelie zo uit te leggen dat iedereen het begrijpt. Mensen van binnen maar ook mensen van buiten de kerk. Ik weet me altijd geïnspireerd door de wijze, waarop de Here Jezus sprak. Hij sprak in gelijkenissen. Een herder moet de voerbak wel zo hoog hangen dat de schapen er bij kunnen……." [1].

Deze predikant geeft dus heel duidelijk, in tegenspraak met Gods Woord, te kennen dat de Heere Jezus gelijkenissen gebruikte, zodat de mensen (ook de mensen van buiten!) het kunnen begrijpen! Tegelijkertijd wijst deze predikant daarmee met een beschuldigende vinger naar de Heere Jezus Zelf, wanneer mensen Zijn Woord niet hebben aangenomen: dan had de Herder de voerbak maar wat lager moeten hangen! Of zouden wij ons moeten afvragen of de Heere daar misschien een bedoeling mee had? Feit is, dat de Heere ons oproept om Zijn Woord te bewaren, en er niet zelf maar iets van te maken! Zo wordt op een andere site van een theologe de volgende definitie van een gelijkenis gegeven:

"Een gelijkenis is manier van spreken waarbij een vergelijking of contrast tussen Gods koninkrijk (en Gods karakter, handelen of verwachtingen van mensen) en iets in deze wereld (echt of ingebeeld) wordt gemaakt, met het doel de hoorder te overtuigen en over te halen" [2].

Het doel is dus de hoorder te overtuigen en over te halen, volgens dit citaat. En dat terwijl de Heere Jezus Zelf hele andere dingen zegt. Overigens, in die naslagwerken, die nog wel melding maken van de woorden van Jezus, dat Hij gelijkenissen gebruikte zodat de scharen Hem niet konden begrijpen, kunt u zien, dat ook daar de moderne gedachte over gelijkenissen al lang is doorgedrongen. Ondanks dat bijvoorbeeld Matthew Henry Matth. 13 : 10 - 17 een duidelijke plaats geeft in de uitleg, zonder de tekst te veranderen, zien we toch dat bij de beschrijving van de gelijkenissen, de volgende woorden gebruikt worden:

"Ene gelijkenis betekent soms het een of ander wijs, belangrijk gezegde, dat leerrijk is; maar in de Evangeliën betekent het over het algemeen ene voortgezette vergelijking, waardoor geestelijke of hemelse dingen beschreven worden in bewoordingen, die aan het dagelijks leven zijn ontleend. Van die manier van onderwijzen werd zeer veel gebruik gemaakt, niet slechts door de Joodse rabbijnen, maar ook door de Arabieren en andere Oosterse wijzen, en zij werd zeer nuttig en doelmatig bevonden, te meer omdat zij ook zo aangenaam was. Onze Heiland maakte er veel gebruik van, en daarmee verwaardigde Hij zich Zijne rede in te richten naar hun bevatting. God had reeds voorlang door Zijne dienstknechten, de profeten, in gelijkenissen gesproken, Hoséa 12:11, doch met weinig vrucht; thans spreekt Hij in gelijkenissen door Zij n Zoon. Voorzeker zullen zij eerbied hebben voor Hem, die van den hemel is en over hemelse dingen spreekt, maar in uitdrukkingen, ontleend aan aardse dingen" [3].

Matthew Henry schrijft dat een gelijkenis is "in bewoordingen, die aan het dagelijks leven zijn ontleend" en "daarmee verwaardigde Hij zich Zijne rede in te richten naar hun bevatting", oftewel, men zegt: Jezus sprak in gelijkenissen met woorden uit het dagelijks leven, zodat men het kon begrijpen! We zien de verwarring die er over gelijkenissen bestaat. Maar Matth. 13 : 10 - 17 maakt heel duidelijk dat de mensen Hem helemaal niet begrepen. Alleen de discipelen begrepen Hem. En juist daarom sprak de Heere Jezus in gelijkenissen! De mensen die Hem niet wilden volgen, kregen geen zicht op de verborgenheden van het Koninkrijk, de mensen die Hem wel volgden kregen dat inzicht wel. In Matth. 13 : 12 staat geschreven: “Want wie heeft, die zal gegeven worden; en hij zal overvloedig hebben; maar wie niet heeft, van hem zal genomen worden, ook wat hij heeft”. En dat dit met een keuze van de mensen zelf te maken heeft, blijkt uit vers 15: “Want het hart van dit volk is dik geworden, en zij hebben met de oren zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen geneze”. In tegenstelling tot wat er algemeen beweerd wordt, sprak de Heere Jezus dus in gelijkenissen zodat de mensen, waaronder "de scharen", die tegen Hem waren, Hem dus NIET begrepen. Dat zegt Gods Woord!


De acht gelijkenissen van Matthéüs 13

In Matth. 13 staan acht gelijkenissen. Vier daarvan sprak de Heere Jezus buitenshuis tegen de scharen (Matth. 13 : 1). In Matth. 13 : 34 staat geschreven: “Al deze dingen heeft Jezus tot de scharen gesproken door gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet”. De discipelen kwamen apart bij Hem voor uitleg, zij begrepen het (Matth. 13 : 11), maar de scharen was het niet gegeven (Matth. 13 : 11). De volgende vier gelijkenissen sprak Hij binnenshuis tegen de discipelen (Matth. 13 : 36). In Matth. 13 : 51 lezen we: “En Jezus zeide tot hen: Hebt gij dit alles verstaan? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heere!”.


Het Koninkrijk der hemelen en het Koninkrijk Gods

Deze gelijkenissen gaan over het Koninkrijk der hemelen (Matth. 13 : 11, 24, 31, 44, 45, 47, 52). Om deze gelijkenissen te kunnen begrijpen, moeten we dus weten wat het Koninkrijk der hemelen is. Het verwarrende is, dat de Bijbel onder andere in de Evangeliën ook spreekt over het Koninkrijk Gods. In Matth. 10 : 7 zien we bijvoorbeeld dat Jezus de discipelen uitzond met de volgende opdracht: “En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen”. Terwijl we in Luk. 9 : 2 over de uitzending van de twaalf discipelen geschreven vinden: “En Hij zond hen heen, om te prediken het Koninkrijk Gods, en de kranken gezond te maken”. Het gaat om twee verschillende uitdrukkingen in Gods Woord, waarvan de uitdrukking het “Koninkrijk der hemelen” met name in Matthéüs voorkomt. Om de zaak nog verwarrender te maken, gaan we naar Hand. 20 : 25 om te zien dat ook Paulus het Koninkrijk Gods predikte! “En nu ziet, ik weet, dat gij allen, waar ik doorgegaan ben, predikende het Koninkrijk Gods, mijn aangezicht niet meer zien zult” (zie ook Hand. 28 : 31). Hoe kan dat nu? De Heere Jezus was toch gezonden naar het huis Israëls? In Matth. 15 : 24 staat geschreven: “Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israëls” (zie ook Joh. 1 : 31). Het was toch tijdens de Evangeliën dat men leefde onder de verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk? In Matth. 4 : 17 en 23 lezen we: “Van toen aan heeft Jezus begonnen te prediken en te zeggen: Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen (…) En Jezus ging geheel Galiléa rond, lerende in hun synagogen en predikende het Evangelie van het Koninkrijk, en genezende alle ziekte en alle kwaal onder het volk”. Wij leven toch onder de verkondiging van het Evangelie der genade Gods? In Hand. 20 : 24 lezen we: “Maar ik acht op geen ding, noch houd mijn leven dierbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en de dienst, welke ik van de Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods” (zie ook Ef. 3 : 1 – 3; Gal. 1 : 12; Rom. 11 : 13). Hoe kan het dat Paulus het Koninkrijk Gods predikte?


Een geestelijk Koninkrijk

Als we de Bijbel er op naslaan, zal blijken dat beide Koninkrijken verschillend zijn. Het zijn niet enkel twee verschillende begrippen, het zijn twee verschillende Koninkrijken: Een geestelijk Koninkrijk en een fysiek (tastbaar) Koninkrijk. In Rom. 14 : 17, vinden we een definitie van het Koninkrijk van God: “Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door de Heilige Geest.” Dit is dus een definitie die Gods Woord Zelf geeft. Hieruit blijkt dat het Koninkrijk van God een geestelijk Koninkrijk is! Het Koninkrijk van God is daar waar ook de Heilige Geest Zijn werk doet. Zo vinden we in 1 Kor. 4 : 20 het volgende: “Want het Koninkrijk Gods is niet gelegen in woorden, maar in kracht”. Al weer zo’n tekst waaruit blijkt dat het Koninkrijk Gods geestelijk is. Nog een andere tekst, die aantoont dat we het Koninkrijk Gods niet in uiterlijk vertoon, of een letterlijk, fysiek en zichtbaar Koninkrijk op aarde moeten zoeken, luidt: “En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen u” (Luk. 17 : 21). Het Koninkrijk Gods is geestelijk van aard, dat zeggen niet alleen de brieven aan de Gemeente van Jezus Christus, maar ook de Evangeliën onder de verkondiging van het Evangelie van het Koninkrijk!


Het letterlijke, fysieke Koninkrijk op aarde

Daarnaast spreekt met name Matthéüs over het Koninkrijk der hemelen. Wat is dat dan voor een Koninkrijk? Er zijn velen, binnen verschillende Christelijke groeperingen, die zeggen dat dit hetzelfde Koninkrijk is als het Koninkrijk Gods (zie het uitgebreide voorbeeld waar deze studie mee afsluit). Maar dit is absoluut niet het geval. Het Koninkrijk der hemelen is het letterlijke, zichtbare, fysieke Koninkrijk van Jezus Christus op aarde. In het Oude Testament vinden we in de profetieën dat het nageslacht van David voor eeuwig op de troon zal zitten. In 2 Sam. 7 : 16 staat dat de profeet Nathan namens God tegen David zegt: “Doch uw huis zal bestendig zijn, en uw koninkrijk tot in eeuwigheid, voor uw aangezicht; uw stoel zal vast zijn tot in eeuwigheid”. Vanuit de profeten weten we dat de Messias zal komen en Koning zal zijn op de troon van David. Dit houdt in dat de Heere in het Oude Testament een letterlijk, fysiek en zichtbaar Koninkrijk op aarde belooft! Het Koninkrijk Israël met Koning Jezus! Dit is het Koninkrijk wat bij de geboorte van Jezus in Lukas bevestigd wordt: “En zie, gij zult bevrucht worden, en een Zoon baren, en zult Zijn naam noemen JEZUS. Deze zal groot zijn, en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden; en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in eeuwigheid, en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde zijn” (Luk. 1 : 31 – 33). De troon van David heeft op deze aarde gestaan, in Jeruzalem. Dit is absoluut geen ‘hemelse troon’. Staat vandaag de dag (het jaar 2012) Jezus’ troon in Jeruzalem? Nee! Jezus is nu geen Koning in Israël. Heeft Jezus geregeerd op aarde? Nee, bij Zijn eerste komst op aarde is de enige kroon, die Hij gedragen heeft, een doornenkroon. Dit Koninkrijk zal dus nog moeten plaatsvinden, die profetieën zullen dus nog vervuld moeten worden! Wanneer we dan zien dat mensen nu reeds het Koninkrijk Gods binnengaan door de wedergeboorte, zoals bijvoorbeeld staat in Joh. 3 : 3: “Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien”, betekent dit dat het letterlijke, tastbare Koninkrijk van Jezus op aarde “het Koninkrijk der hemelen” moet zijn.

Een andere manier, waarop dit verduidelijkt kan worden, is als volgt. God is Geest (Joh. 4 : 24; 2 Kor. 3 : 17), het Koninkrijk van God is dus een geestelijk Koninkrijk. Zo zijn de hemelen de schepping van Zijn hand (Gen. 1 : 1; Job 37 : 18; Ps. 33 : 6; Ps. 96 : 5). De schepping is fysiek en dus tastbaar. Zo zal het Koninkrijk der hemelen een fysiek, letterlijk en tastbaar Koninkrijk zijn. Een Koninkrijk dat, volgens de Bijbel, op aarde gevestigd gaat worden (zie Openb. 19 en 20).


Het Koninkrijk is nabij...

Sommigen beweren dat, omdat Jezus God is, Hij vanzelf ook eeuwig Koning is (Ps. 10 : 16). Maar het feit blijft staan dat de Heere Jezus een letterlijk Koninkrijk krijgt op aarde. Dat is al in het Oude Testament geprofeteerd! Tevens zien we in de brieven aan de Gemeente dat Jezus’ relatie tot de Gemeente, niet een relatie van Koning en onderdanen is, maar een relatie van Hoofd en leden (Ef. 5 : 23, Kol. 1 : 18)! Dan gaan we ook begrijpen waarom in Matthéüs 3 : 2 Johannes uitroept: “Bekeert u; want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen”. Wanneer de Joden Jezus Christus hadden aangenomen, dan was het Koninkrijk Israëls onder leiding van Messias Jezus destijds al gestart tot een zegen voor alle volken! Maar we begrijpen ook waarom diezelfde Johannes in Markus 1 : 15 kon uitroepen: “De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen; bekeert u, en gelooft het Evangelie.” Alle mensen, die in het volbrachte werk van Jezus Christus zouden gaan geloven, zouden door de Geest ingedoopt worden in Zijn lichaam, zouden de Heilige Geest als verzegeling ontvangen (Ef. 1 : 13), en zouden op die manier door de wedergeboorte een onderdeel worden van het Koninkrijk Gods, van het geestelijke Koninkrijk! Vandaar dat Paulus in zijn boodschap van de genade ook aandacht besteedt aan, en spreekt over, het Koninkrijk Gods (Rom. 14 : 17; Hand. 20 : 25; Kol. 4 : 11). Het Koninkrijk der hemelen heeft in zijn brieven geen plaats. Probeer maar een passage te vinden om het tegendeel te bewijzen. Het zal niet lukken! Het is namelijk niet voor de Gemeente, maar voor Israël. Zo zien we dat er wel degelijk verschil is tussen het Koninkrijk der hemelen en het Koninkrijk Gods. Het Koninkrijk der hemelen, is het letterlijke, fysieke en zichtbare Koninkrijk van Jezus Christus op aarde, terwijl het Koninkrijk Gods een geestelijk Koninkrijk is, waar de Gemeente vandaag de dag een onderdeel van is!


De geschiedenis van de Koninkrijken in het kort

In het kort loopt de geschiedenis van de Koninkrijken als volgt: Bij de schepping zijn beide Koninkrijken aanwezig. Zowel de kroon van het geestelijke Koninkrijk (de mens kon in gehoorzaamheid aan God eeuwig leven in het paradijs) als de kroon van het letterlijke Koninkrijk (de mens werd door God aangesteld om te heersen over Zijn schepping) zijn aanwezig. Na de val van Adam verdween de kroon van het Koninkrijk Gods, want de mens stierf in geestelijk opzicht. Wel bleef de mens de opdracht van God houden om zich te vermenigvuldigen en te heersen. Het Koninkrijk der hemelen bleef dus. De kroon van het Koninkrijk der hemelen bleef aanwezig door de aartsvaders en de koningen heen, maar door ongehoorzaamheid van het Joodse volk verdween ook die kroon. Johannes kondigde beide Koninkrijken opnieuw aan, omdat de Messias Jezus kwam, Die rechtmatig heerser zal worden, en tevens Gods rechtvaardigheid draagt. Het volk verwierp Hem, waardoor de kroon van het Koninkrijk der hemelen weer verdween. Maar het Koninkrijk Gods bleef door de wedergeboorte in de Gemeente aanwezig! Tijdens de Grote Verdrukking zal ook dit Koninkrijk weer verdwenen zijn, maar met Jezus’ Tweede Komst zullen beide Koninkrijken weer aanwezig zijn. Het letterlijke Koninkrijk zal er zijn in het Duizendjarig Vrederijk op aarde, en Koninkrijk Gods zal aanwezig zijn doordat Gods gerechtigheid en vrede zullen heersen.



Jezus' Eerste en Tweede Komst

Wanneer we weten dat de Heere Jezus in de eerste plaats gekomen was voor het volk Israël, wanneer we weten dat het Koninkrijk der hemelen betrekking heeft op het komende Koninkrijk op aarde, het Duizendjarig Vrederijk, dan weten we dat de gelijkenissen in Matthéüs geen directe betrekking hebben op de Gemeente van Jezus Christus. In het Oude Testament is de eerste komst van de Heere Jezus eigenlijk altijd nauw verbonden met Zijn Tweede Komst. In Jes. 9 : 5 en 6 staan geboorte en heerschappij bij elkaar genoemd: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst; Aan de grootheid van deze heerschappij en van de vrede zal geen einde zijn op de troon van David en in zijn koninkrijk, om dat te bevestigen, en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid toe. De ijver van de HEERE der heerscharen zal zulks doen”. Een ander gedeelte waar dat uit blijkt is bijvoorbeeld Jes. 61 : 1 en verder. In Jes. 61 : 1 en 2 lezen we: “De Geest van de Heere HEERE is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen de zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om de gevangenen vrijheid uit te roepen, en de gebondenen opening der gevangenis; Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEEREN, en de dag der wraak van onze God; om alle treurigen te troosten;”, en vervolgens gaat Jesaja 61 onder andere over de herbouw van het land en over de gerechtigheid die voor al de volken zal uitspruiten. Kortom: Jesaja 61 begint met Jezus’ werk op aarde bij Zijn Eerste Komst, en gaat verder met de beschrijving van Zijn Vrederijk bij Zijn Tweede Komst. Vandaar ook dat de Joden verwachtten dat de Heere Jezus Koning zou worden, en zou afrekenen met de Romeinen. Maar de Heere Jezus gaf Zelf reeds aan dat Zijn Eerste Komst en Tweede Komst gescheiden zijn. In Lukas 4 : 18 en 19 lezen we dat de Heere Jezus in de synagoge uit de profeet Jesaja voorleest. Het betreft het gedeelte wat we net gelezen hebben: “De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; Om de gevangenen te prediken loslating, en de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren”. Dit is in feite midden in vers 2 van Jesaja 61. En dan lezen we in Lukas 4 : 20 dat Hij het boek Jesaja dichtgedaan had, en dat Hij zei, in vers 21: “...Heden is deze Schrift in uw oren vervuld”. De Heere Jezus stopte halverwege een tekst in Jesaja, en zegt dat het gelezen gedeelte vervuld is. De Heere Jezus heeft de zieken genezen, Hij heeft wonderen en tekenen gedaan. Daarmee bewees Hij, dat Hij de Messias was. In Matth 8 : 16 en 17 staat geschreven: “En toen het laat geworden was, hebben zij velen, door de duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met het woord, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren; Opdat vervuld zou worden, wat gesproken was door Jesaja, de profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen”. De Heere Jezus heeft het Evangelie van het Koninkrijk, het aangename jaar des Heeren, gepredikt. Dat was vervuld. De rest uit Jesaja 61 is op dat moment, en ook nu nog, toekomst. De Heere Jezus geeft hier een voorbeeld van het toepassen van de bedelingen! Bij Zijn eerste komst is Hij geen Koning geweest, dat komt in de toekomst nog, bij Zijn Tweede Komst!


De periode van vertraging in de vervulling van de profetieën

De gelijkenissen uit Matth. 13 gaan over het Koninkrijk der hemelen, over het Duizendjarig Vrederijk. De Heere Jezus wist dat Hijzelf, Zijn Volbrachte Werk en Zijn Koninkrijk door het volk Israël zouden worden verworpen. Hij wist dat het Koninkrijk niet direct zou baanbreken, dat er een soort van vertraging zou komen. De periode van die vertraging, weten wij nu, is de Gemeentebedeling. De Heere Jezus behandelt in de gelijkenissen de redenen voor die vertraging van het baanbreken van het Koninkrijk. Tevens geeft Hij met de gelijkenissen de verzekering dat het Koninkrijk er zeer zeker zal komen, overeenkomstig de beloften aan Abraham en David gedaan.


Wat is de betekenis van de gelijkenissen voor ons?

Betekent dit dat de gelijkenissen ons niets te vertellen hebben? Nee, dat betekent het absoluut niet. In de eerste plaats leren wij over de toekomst, wat Gods plan met Israël en de volken is. In de tweede plaats kunnen er naast de letterlijke boodschap, ook geestelijke lessen in zitten. In de derde plaats blijkt dat drie van de gelijkenissen ook van toepassing zijn op het Koninkrijk Gods: de gelijkenis van het zaad (Mark. 4 : 11), de gelijkenis van het mosterdzaad (Luk. 13 : 18, 19), en de gelijkenis van het zuurdeeg (Luk. 13 : 20, 21). Deze gelijkenissen hebben dus ook een directe betekenis voor het geestelijke Koninkrijk, dat vandaag de dag reeds in de Gemeente aanwezig is!


Elke gelijkenis een hele specifieke betekenis!

Dan willen we nog bij één ding stilstaan. Vaak wordt er van de gelijkenissen gezegd dat ze een centrale waarheid bevatten, vaak een morele les, die door beelden omschreven worden. Zo wordt vaak ontkend dat de gelijkenissen Bijbelse leer bevatten. Hierdoor zou de betekenis van de gelijkenissen op verschillende manieren uitgelegd kunnen worden. Maar... De Heere Jezus legt Zelf twee gelijkenissen uit: de gelijkenis van het zaad (Matth. 13 : 18 – 23), en de gelijkenis van het onkruid (Matth. 13 : 36 – 43). In beide gelijkenissen geeft de Heere Jezus voor elk beeld een duidelijke uitleg. In het geval van de gelijkenis van het onkruid lezen we dat de zaaier van het goede zaad de Zoon des mensen is (Matth. 13 : 37), dat de akker de wereld is (Matth. 13 : 38), dat het goede zaad de kinderen van het Koninkrijk zijn (Matth. 13 : 38), dat het onkruid de kinderen van de boze zijn (Matth. 13 : 38), dat de vijand de duivel is (Matth. 13 : 39), dat de oogst de voleinding der wereld is (Matth. 13 : 39) en dat de maaiers de engelen zijn (Matth. 13 : 39). Niets uit de gelijkenis blijft onzeker. Alles heeft een duidelijke betekenis. En aangezien de gelijkenissen betrekking hebben op de vertraging en de oprichting van het Koninkrijk der hemelen, het Duizendjarig Vrederijk, blijkt dat de gelijkenissen weldegelijk Bijbelse leer bevatten. In het vervolg van de serie studies over de gelijkenissen, zullen diverse gelijkenissen afzonderlijk bekeken worden. We zullen zien, door Schrift met Schrift te vergelijken, dat elke gelijkenis een hele specifieke betekenis heeft!


Wanneer men 'theologische leer' of traditie stelt boven Gods Woord...

Maar voordat we de gelijkenissen afzonderlijk gaan bekijken, volgt hier eerst nog een voorbeeld, dat laat zien waar men uitkomt als men Gods Woord niet letterlijk neemt, en men geen rekening houdt met de verschillen die de Heere Zelf in Zijn Woord geeft. We zagen reeds de verschillen die de Heere geeft tussen het Koninkrijk Gods en het Koninkrijk der hemelen. Ondanks hetgeen Gods Woord duidelijk laat zien, is het echter vrij "algemene" Christelijke leer dat het Koninkrijk der hemelen hetzelfde is als het Koninkrijk van God. Een voorbeeld vinden we in de "Jongerenbijbel". In de woordenlijst achterin staat het volgende commentaar bij "Koninkrijk van God":

“Een uitdrukking in het Nieuwe Testament. Door Jezus’ optreden wordt duidelijk hoe God koning is en regeert over het leven van mensen. De uitdrukking ‘koninkrijk van de hemel’ wordt gebruikt om het noemen van Gods naam te vermijden” [4].

Natuurlijk is God eeuwig Koning (Ps. 10 : 16). Maar de Bijbel leert dat Jezus letterlijk Koning zal worden op aarde! En dat is heel wat anders. Daar komt bij dat er momenteel een andere vorst op aarde heerst, die voor Jezus Christus’ Tweede Komst ook nog letterlijk koning zal worden in de persoon van de antichrist: de duivel. In 2 Kor. 4 : 4 staat: “In wie de god dezer eeuw de zinnen verblind heeft, namelijk der ongelovigen, opdat hen niet bestrale de verlichting van het Evangelie der heerlijkheid van Christus, Die het Beeld Gods is”. Wie “de god dezer eeuw” is mag duidelijk zijn, dat is de duivel. De King James zegt hier “de god van deze wereld”. De mensen worden geleid door “de overste van de macht der lucht” (Ef. 2 : 2). De gelovige(!) wordt in deze tijd geleid door Gods Geest! Maar dat nu terzijde. Het tweede deel van de uitleg komt nog vreemder over: “De uitdrukking ‘koninkrijk van de hemel’ wordt gebruikt om het noemen van Gods naam te vermijden”. Gods Naam vermijden in Gods Woord!????? Vreemder kan toch haast niet? Waar baseert men dat op? Bij het Bijbelboek Matthéüs is een themapagina over "Het koninkrijk van de hemel". En die pagina verduidelijkt dit. Men zegt:

“Dat heeft ermee te maken dat Mattéüs graag typisch Joodse taal gebruikt. Joden mogen de naam van God niet uitspreken, en daarom zeggen ze ‘koninkrijk van de hemel’ in plaats van ‘koninkrijk van God’, maar het betekent hetzelfde” [5].

Hier zien we hoe men naar redenen zoekt om het Koninkrijk der hemelen hetzelfde te laten zijn als het Koninkrijk van God. Men zoekt naar redenen, en zegt vervolgens maar wat. Markus, Lukas en Johannes waren net zulke Joden als Matthéüs! Waren zij dan in overtreding door de Naam van God te noemen? Als deze reden waar zou zijn, dan zou men ‘Gd’, ‘G’d’ of ‘G-d’ schrijven, en ‘Heere’ uitgesproken hebben, net zoals de Joden JHWH schreven in plaats van Jahweh, en ‘Heere’ (Adonai) uitspraken! Men hanteert hier de Joodse regeltjes van de traditie, regeltjes buiten Gods Woord om, iets waar de Heere Jezus juist tegen ageerde! Het gevolg van deze uitleg: Op grond van de Joods traditie gaat een apostel, door de Heilige Geest geïnspireerd(?!), de Naam van God in Gods Woord vermijden... Een nog meer on-Bijbelse reden is haast niet mogelijk! Dit is iets wat we in de Jongerenbijbel vaker zien gebeuren. Men verwijst naar de oude cultuur, en roept een tegenstelling in het leven tussen toen en nu, om een waarheid van Gods Woord te ontkrachten. Op grond van Gods Woord kunnen wij stellen dat deze reden ONZIN is! Aan de hand van Gods Woord hebben we gezien dat beide Koninkrijken weldegelijk verschillend zijn.


Het Koninkrijk groeit als zuurdeeg?

De Jongerenbijbel geeft nog meer "uitleg":

“Jezus gebruikt verschillende beelden om duidelijk te maken hoe het precies zit met dat koninkrijk. (...) Hij vergelijkt het koninkrijk ook met zuurdesem. Dat is een soort gist dat in brooddeeg zit, waardoor het brood gaat rijzen. In het begin is het brooddeeg nog klein en compact, maar door het zuurdesem zal het steeds groter worden. Jezus bedoelt hiermee dat het koninkrijk al in deze wereld aanwezig is, net (...) als zuurdesem in brooddeeg. Uiteindelijk zal het koninkrijk ‘uitgroeien’ en ‘rijzen’ tot iets groots” [6].

We gaan hier nu niet uitgebreid op in, maar wanneer we beseffen dat de Bijbel zuurdesem beschrijft als "zonde" (1 Kor. 5 : 6 – 8), en dat bij het Pascha alle zuurdesem uit de huizen weg moest zijn (Ex. 12 : 19), en dat men ongezuurde broden moest eten (Ex. 12 : 20), dan klopt de vergelijking niet meer. In 1 Kor. 5 : 8 staat bijvoorbeeld: “Zo dan laat ons feest houden, niet in de oude zuurdesem, noch in de zuurdesem der kwaadheid en der boosheid, maar in [de nieuwe zuurdesem... Nee, dat staat er niet, er staat:] de ongezuurde broden der oprechtheid en der waarheid”. Wanneer Gods Koninkrijk baanbreekt, dan is dat niet op basis van zonde! Er is dus brood zonder zuurdesem! Het koninkrijk dat rijst, rijst dus door de zuurdesem der zonde, maar daar zullen we later nog op terug komen. Tevens is het koninkrijk, wanneer het gaat om het letterlijke, fysieke Koninkrijk, niet reeds in de wereld aanwezig! Daniël beschrijft in Dan. 2, wanneer het gaat om de opeenvolging van de koninkrijken der wereld, hoe een steen, die zonder handen afgehouwen wordt, de koninkrijken der wereld vermaalt, en vervolgens worden ze weggenomen door de wind. Vervolgens groeit de steen, die zonder handen afgehouwen is, uit tot het eeuwige Koninkrijk van de Heere! In Dan. 2 : 35 staat geschreven: “Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor hen gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een grote berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde”. In Dan. 2 : 44 en 45 lezen we vervolgens: “Doch in de dagen van die koningen zal de God des hemels een Koninkrijk verwekken, dat in eeuwigheid niet zal verstoord worden; en dat Koninkrijk zal aan geen ander volk overgelaten worden; het zal al die koninkrijken vermalen, en te niet doen, maar zelf zal het in alle eeuwigheid bestaan. Daarom hebt gij gezien, dat uit de berg een steen zonder handen afgehouwen is geworden, die het ijzer, koper, leem, zilver en goud vermaalde; de grote God heeft de koning bekend gemaakt, wat hierna geschieden zal; de droom nu is gewis, en zijn uitlegging is zeker”. Het Koninkrijk van de Heere is niet reeds aanwezig in de wereld! Wanneer Jezus Christus terugkomt, en afrekent met de aardse koningen en hun koninkrijken, dan zal Hij Zelf Zijn Koninkrijk oprichten!


Gods Woord niet letterlijk nemen leidt tot een verkeerde verwachting

De Jongerenbijbel beschrijft hoe de hoop op de komst van het koninkrijk vervloog door Jezus’ sterven. De Jongerenbijbel gaat verder met:

“De boodschap van de opstanding van Jezus bracht het koninkrijk weer dichterbij. Toch weten wij nu, zo’n tweeduizend jaar later, dat het nog niet helemaal werkelijkheid is geworden. (...) Het geloof in de komst van het koninkrijk hangt samen met het geloof in de wederkomst van Jezus: als hij terugkomt, zal Gods rijk wereldwijd doorbreken en zal er vrede zijn. De hemel op aarde zou je kunnen zeggen. Maar zover is het nog niet. De verhalen die je leest in het Nieuwe Testament zijn voortekenen van dat koninkrijk. Aan de ene kant is het koninkrijk er dus al door de komst van Jezus en door de uitstorting van de heilige Geest. Maar nog niet iedere zieke wordt genezen en nog steeds zijn er oorlogen en hebben er mensen honger. Als Jezus terugkomt naar deze wereld, pas dan zal het koninkrijk helemaal realiteit zijn” [7].

Het is waar dat het koninkrijk aanwezig is. In de zin van het Koninkrijk Gods, de vrede en gerechtigheid van God, die in de gelovige woont. Hiervan is echter niets tastbaar in de maatschappij. Het tastbare koninkrijk is niet reeds aanwezig! Toen de Joden Jezus na de Opstanding opnieuw verwierpen (Hand. 7), is het Koninkrijk uitgesteld, en is de boodschap van het Evangelie door Paulus eerst tot de heidenen gegaan (Hand. 9 : 15; Hand. 13 : 46). Weliswaar vinden we in de Evangeliën, en dan met name in Matthéüs, de basis voor het Koninkrijk, maar in de brieven van Paulus vinden we de boodschap aan de Gemeente, het Evangelie der genade Gods, en niet het Evangelie van het Koninkrijk (der hemelen).

Door beide koninkrijken hetzelfde te maken, zien we dat men ook hele delen uit Gods Woord weglaat. Men gaat de Tweede Komst van de Heere Jezus verwachten, en men is gericht op het baanbreken van het volledige Koninkrijk. Echter de Bijbel laat zien dat de Gemeente-tijd eindigt in afval van het geloof (2 Thess. 2 : 3). Er komt een valse koning, de antichrist, die zichzelf God zal noemen (2 Thess. 2 : 4), maar voor die tijd zal de Gemeente opgenomen worden. Wij zullen de Heere tegemoet gaan in de lucht, en vanaf dat moment zullen wij altijd met de Heere zijn. 1 Thess. 4 : 17 zegt: “Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet, in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere zijn”. Ja, wij zullen met Hem terugkomen, wanneer Jezus Zijn Koninkrijk op aarde opricht. Onze verwachting is dan ook niet het baanbreken van het Koninkrijk of het baanbreken van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, onze verwachting is dat wij onze Verlosser zullen zien in de lucht, om voor altijd met Hem te zijn. Eigenlijk is dit reeds wat de Heere Jezus Zijn volgelingen voorhield, toen het moment naderbij kwam waarop Hij naar de Vader ging. In Joh. 14  : 2 en 3 zegt Hij: “In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden. En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weer en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben”.


Voltooiing van deze wereld?

Ondanks dat de Jongerenbijbel weldegelijk over een Duizendjarig Vrederijk spreekt, ook al wil men niets over de duizend jaren zeggen, men noemt het een lange periode [8], heeft men een meesterlijke combinatie gemaakt van de kerkelijke theologie en datgene wat de Bijbel zegt. Uiteindelijk zien we de kerkelijke leer, dat het Koninkrijk van Christus zich langzaam uitbreidt over de aarde, totdat het in volledigheid aanwezig zal zijn, door de Jongerenbijbel heen verweven. Het blijkt ook uit de slotopmerking van de Themapagina over het "koninkrijk der hemelen", en hier zien we direkt ook weer hoe de vertaling van de NBV afwijkt van Gods Woord! We zien hoe vertalers en theologen er voor hebben gezorgd dat de NBV een vertaling is geworden die aansluit bij kerkelijke theologie:

“Als Jezus terugkomt naar deze wereld, pas dan zal het koninkrijk helemaal realiteit zijn. En tot die tijd gelden de woorden van Jezus aan het einde van het evangelie van Mattéüs: ‘En houd dit voor ogen: ik ben met jullie tot aan de voltooiing van deze wereld’ (28 : 20)” [9].

Daar waar de NBV spreekt over “voltooiing van deze wereld”, spreekt Gods Woord in de Statenvertaling als volgt:

“En ziet, Ik ben met u al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen”.

En in de King James 1611 staat geschreven:

“...I am with you alway, even unto the end of the world. Amen”.

De Heere Jezus zal altijd met Zijn volgelingen zijn, tot aan het einde van deze wereld. Even afgezien van het feit wanneer nu precies het einde is, en wat dat betekent voor Zijn volgelingen, en of dat nu ook voor de Gemeente geldt, Gods Woord spreekt niet over de “voltooiing van deze wereld”, maar over het “einde van deze wereld”! Het Koninkrijk van Jezus Christus is namelijk het begin van het einde van deze wereld! Deze wereld wordt niet voltooid, maar er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde! Na het Duizendjarig Vrederijk zullen de aarde en de hemelen door vuur vergaan. In 2 Petr. 3 : 10 staat geschreven: “Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in de nacht, in welke de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden”. De laatste opstand van de duivel en de mensen na het Duizendjarig Vrederijk wordt dan ook alsvolgt omschreven in Openb. 20 : 9: “En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neer van God uit de hemel, en heeft hen verslonden”. En vervolgens wordt duidelijk hoe in Openb. 21 en 22 de nieuwe hemel en de nieuwe aarde ontstaan!

Zo zien we hoe men door eigen theologische regels, het uitgaan van traditie in plaats van Gods Woord en door het vervalsen van Gods Woord steeds verder van de waarheid van Gods Woord af komt te staan. De Jongerenbijbel met de NBV vertaling is daar een heel goed voorbeeld van!


De twee Bijbelse Koninkrijken

We hebben gezien, aan de hand van Gods Woord, dat het Koninkrijk Gods een geestelijk Koninkrijk is van vrede en gerechtigheid, dat nu reeds gedeeltelijk aanwezig is in de Gemeente van Jezus Christus. We hebben aan de hand van Datzelfde Woord van God gezien dat het Koninkrijk der hemelen het beloofde letterlijke, tastbare Koninkrijk van Jezus Christus op de aarde  is. Van Jezus Christus is niet voor niets door God, door de profeten heen, gezegd dat Hij Koning zal zijn op de troon van David! Het Koninkrijk der hemelen is in de eerste plaats het Duizendjarig Vrederijk, wat zal uitmonden in het Koninkrijk van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Het zijn twee verschillende Koninkrijken (het geestelijke en het letterlijke), die in de periode van het Koninkrijk beide aanwezig zullen zijn, want Zijn Rijk zal een Rijk van vrede en gerechtigheid zijn.


Bestaat "het verborgen Koninkrijk"?

Nu zijn er mensen die wel degelijk onderscheid maken tussen het Koninkrijk Gods en het Koninkrijk der hemelen. Alleen via omwegen komt men dan toch weer bij de Gemeente van de tegenwoordige tijd uit wanneer het gaat om de gelijkenissen van Matthéüs 13 (het Koninkrijk der hemelen). In het eerste gedeelte van deze studie stonden we reeds stil bij Matth. 13 : 35, waar staat: “Opdat vervuld zou worden, wat gesproken is door de profeet, zeggende: Ik zal Mijn mond opendoen door gelijkenissen; Ik zal voortbrengen dingen, die verborgen waren van de grondlegging der wereld”. Clarence Larkin schrijft daarover in zijn boek:

“Met de Koning verworpen, was het onmogelijk om het Koninkrijk op te zetten, en dus nam het Koninkrijk een andere vorm aan: het verborgen Koninkrijk. (...) Dit verborgen Koninkrijk wordt beschreven in de gelijkenissen van het Koninkrijk der hemelen, die alleen in Matthéüs gevonden worden. Wanneer we het karakter van deze periode willen weten, wat de tijd beslaat tussen de Hemelvaart van Christus, en de Opname van de Gemeente, moeten we deze gelijkenissen bestuderen. (...) Hij antwoordde - “Omdat het u gegeven is, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te weten...”. Daarom kunnen de gelijkenissen van het Koninkrijk der hemelen niet het Messiaanse of het Duizendjarig Koninkrijk beschrijven, want het was geen geheim voor de Oudtestamentische profeten. Zij beschreven ook geen geestelijk Koninkrijk, want de beelden die zij gebruiken, hebben alle met de aarde te maken. Daarom moeten de gelijkenissen het aardse karakter van de huidige bedeling beschrijven, gedurende de afwezigheid van de Koning” [10].

Inderdaad was de Gemeentebedeling een verborgenheid (Ef. 3 : 1 – 3). Inderdaad was de komst van het Koninkrijk in het Oude Testament bekend! Daarvan hebben we reeds voorbeelden gezien (Jes. 9 : 5 en 6; Jes. 61). Maar dat maakt het Koninkrijk nog geen Gemeente! Clarence Larkin bedenkt een nieuwe naam voor de Gemeente – het verborgen Koninkrijk – wat absoluut geen onderbouwing in de Bijbel vindt! En voor het Duizendjarig Vrederijk bedenkt hij opnieuw een nieuwe naam, die we niet in de Bijbel vinden: “Koninkrijk in Manifestatie” [11]. Ondanks dat Clarence Larkin dicht bij de Bijbel bleef, en best goed werk verricht heeft met o.a. zijn boek, zien we dat ook hij hier begint met het ontwikkelen van eigen theologie. Laat dit opnieuw een waarschuwing zijn voor ons, om bij Gods Woord te blijven!


De verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen

Ondanks dat bekend was, door de Oudtestamentische profeten, dat de Messias Zijn Koninkrijk zou oprichten, had ook het Koninkrijk schijnbaar verborgenheden (Matth. 13 : 11), en de discipelen mochten die leren begrijpen. De profeten verbonden de eerste komst van de Messias direct met Zijn Koningschap (Jes. 9 : 5 en 6, Jes. 61). De Heere Jezus gaf in Luk. 4 : 18 en 19 aan dat Gods Woord verdeeld moest worden! Weliswaar was Zijn Eerste Komst in vervulling gegaan, maar Zijn Koningschap was nog niet in vervulling gegaan. En het Nieuwe Testament verklaart dat dat pas zal gebeuren met Zijn Tweede Komst op aarde (Openb. 19 en 20). Wat waren dan de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen? Het Koninkrijk is uitgesteld. In feite gaf de Heere Jezus dit reeds aan in Luk. 4 : 18 en 19. Na Zijn Eerste Komst op aarde, zou eerst een andere tijdsperiode ingevoegd worden: de Gemeente, en pas daarna zou het Koninkrijk baanbreken. Er waren allerlei redenen, bijvoorbeeld het zuurdeeg, de zonde, waar we al even bij stilstonden, die er toe leiden dat het Koninkrijk niet direct werd opgericht! En die redenen, die verborgenheden van de uitstel van het Koninkrijk, die behandelde de Heere Jezus hier in de gelijkenissen van Matthéüs 13, en daar gaan we dan in volgende studies mee verder.


[1]  'Televisiedominees preken te simpel', ds. Arie van der Veer, 17 december 2008, bron: http://www.eo.nl/blogs/arievanderveer/2008/12/17/televisiedominees-preken-te-simpel/.
[2]  'Gelijkenissen 2. definitie', Ilonka Terlouw, bron: http://www.ilonkaterlouw.nl/bijbelstudies-gelijkenissen-2.
[3]  'Matthew Henry's Commentaar op de Bijbel', meegeleverd bij de ‘Online Bijbel DeLuxe 2001’, Stichting Importantia, 2000. Zie commentaar bij Matth. 13 : 1.
[4]  ‘Jongerenbijbel, Met de tekst van De Nieuwe Bijbelvertaling’, NBG, EO, 2004, 2006, N30.
[5]  Idem, Het Nieuwe Testament, blz. 4.
[6]  Idem.
[7]  Idem, blz. 5.
[8]  Idem, blz. 433.
[9]  Idem, blz. 5.
[10]  ‘Dispensational Truth or God’s Plan and Purpose in the Ages’, Clarence Larkin, Rev. Clarence Larkin Est. Glenside, Pa, USA, 1918, blz. 88.
[11] Idem, schema ‘The Kingdom’, tussen blz. 85 en 86.