Blue Flower

Slaaf of dienstknecht?
Strong's Concordance zet aan tot Schriftkritiek!



Inleiding

Onder andere in de studies over de BGT en de “NBV Studiebijbel” hebben we gezien dat de Schriftkritiek leidt tot ongeloof en afgoderij, ja tot de onderbouwing van de te vormen één-weredreligie. Tegelijkertijd zagen we dat de nieuwe vertalingen het bewijs vormen van één van de tekenen van de tijd: de afval van het geloof (2 Thess. 2 : 3). Dat is iets waar we midden in leven. Mensen willen wel religieus zijn en in de “levende God” geloven, maar dat Gods Woord Waarheid is… Nou ja, de boodschap die de Kerk ervan gemaakt heeft…., daar kan men soms nog wel wat in zien (En die is voor iedereen anders…!). Maar geloven dat Gods Woord Waarheid is… Van Alfa tot Omega, van A tot Z, van kaft tot kaft… Nee, dat is onmogelijk, aldus de mens in 2015! Toch hebben we ook gezien hoe een aantal vertalingen, die gevonden zijn en terug gaan tot ca. 700 en ca. 300 na Chr. en nog eerder, laten zien dat de tekst die wij hebben in de Statenvertaling en de King James 1611 toch echt wel de tekst van de eerste  Christenen is. En dan hebben we het over de Angelsaksische en de Gotische Bijbel. God heeft Zijn Woord voor ons door de eeuwen heen bewaard, exact zoals Hij beloofd heeft in Zijn Woord. In deze studie willen we, in het kader van de hiervoor genoemde studies, stilstaan bij het thema “Slaaf of dienstknecht”. We gaan zien wat Gods Woord over dit onderwerp zegt, en we gaan zien wat er gebeurt als we vervolgens de Hebreeuwse of Griekse Lexicons gaan raadplegen… En wat zegt dat over deze Lexicons? Opnieuw zullen we zien dat we Gods Woord vinden in de Statenvertaling (en de King James 1611).


Nieuwe vertalingen spreken over “slaven van Christus”

In Rom. 6 : 16 – 18 lezen we in de Statenvertaling over dienstknechten van de zonde en over dienstknechten van de gerechtigheid, of ook wel over dienstknechten van God (zie bijv. Rom. 6 : 22). In veel nieuwe vertalingen worden beide vaak weergegeven door het woord “slaaf”. In de BGT lezen we bijvoorbeeld in Rom. 6 : 18 het volgende: “We zijn bevrijd uit de macht van de zonde. We zijn nu slaven van de God die ons wil redden”. En dat zien we op meer plaatsen gebeuren. Zo lezen we in Ef. 6 : 6 in het Woord van God het volgende: “Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende de wil van God van harte”. In de NBV wordt hiervan gemaakt: “niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil”. En in de BGT lezen we: “Wees niet schijnheilig, en gehoorzaam je meester niet alleen als hij je ziet. Maar gedraag je als een slaaf van Christus. En doe met heel je hart wat God van je vraagt”. Hier zien we dus hoe men ons “slaven van Christus” noemt.


Er is een verschil tussen slaven en dienstknechten…

Maar deze verandering, dat gelovigen “slaven van Christus” zouden zijn, is in feite een hele droevige verandering. Want het woord slaaf laat niet zien dat wij uit vrije wil in Hem zijn gaan geloven. Een slaaf is gevangen genomen, en wordt gedwongen, vaak onder hele wrede omstandigheden, om arbeid te verrichten. En dat terwijl wij, zoals we zojuist in Ef. 6 : 6 gezien hebben “dienstknechten van Christus” zijn, “doende de wil van God van harte” (de King James 1611 zegt: “from the heart” =  vanuit het hart). En de Heere Jezus heeft in Joh. 8 : 36 uitgesproken: “Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn”. Een slaaf doet zijn werk niet uit vrije wil, niet vanuit het hart, maar omdat hij daartoe gedwongen wordt.

Dit verschil is zelfs zichtbaar in een woordenboek. In Wolters’ handwoordenboek lezen we bij “dienstknecht”:

“ondergeschikte, trouwe dienaar van God en betrachter Zijner geboden” [1].

En bij het woord “dienaar” lezen we:

“iem. die een ander dient tegen loon: de dienaren der kroon, ministers; iem. die een ander vrijwillig en nederig diensten en hulde bewijst” [2].

Terwijl we bij “slaaf” vinden:

“lijfeigene, die geen persoonlijke rechten heeft; iem. wiens vrijheden sterk beknot zijn, die aan een vreemde overheerser is onderworpen, die in harde dienstbaarheid verkeert” [3].


Slaven: dienstknechten onder het juk

Het probleem zit er natuurlijk in dat hetzelfde Griekse woord voor dienstknecht, “doulos”, soms ook gebruikt zou kunnen worden voor “slaaf”. In 1 Tim. 6 : 1 lezen we bijvoorbeeld: “De dienstknechten, zovelen als er onder het juk zijn, zullen hun heren alle eer waardig achten, opdat de Naam van God, en de leer niet gelasterd worde”. Ik heb juist deze tekst uitgekozen, omdat hier heel duidelijk gesproken wordt over “onder het juk” zijn. Dat duidt niet op vrije wil. Zo spreekt Rom. 6 : 16 over de “dienstknechten van de zonde” (Rom. 6 : 16). En als dienstknechten van de zonde zijn de ongelovigen overgeleverd aan de “overste van de macht der lucht”, waardoor zij “de wil des vleses” doen. In Ef. 2 : 1 – 3 lezen we: “En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden, in welke gij eertijds gewandeld hebt naar de eeuw dezer wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, onder welke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden van ons vlees, doende de wil des vleses en der gedachten, en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen”. Mensen zijn van nature dus overgeleverd aan de wil van het vlees, doordat zij leven onder heerschappij van “de god dezer eeuw”. Hij, de duivel, heeft hen namelijk verblind (2 Kor. 4 : 4). Van nature is de duivel dan ook hun vader (Joh. 8 : 44). Zo lezen we in Rom. 8 : 7 en 8 het volgende: “Daarom dat het bedenken van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich aan de wet Gods niet; want het kan ook niet. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen”. Of de mensen dit nu willen of niet, door de zondeval is dit de realiteit. En daardoor zijn de mensen “dienstknechten der zonde”. En dit zou je dan ook eventueel “slavernij” kunnen noemen.


Over (ver)lossing

Maar… Uit de slavernij is ook de term “vrijkopen” bekend. Een slaaf kon “vrijgekocht” worden. Ook de Bijbel kent dit principe, en dan hebben we het over “verlossing”. Het betekent in feite “iets terug kopen” of “bevrijding uit de macht van een ander, door betaling van een losprijs”. Voorbeelden hiervan vinden we al in het Oude Testament. Zie bijvoorbeeld Lev. 25 : 24 – 25 waar staat: “Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten. Wanneer uw broeder verarmd zal zijn, en iets van zijn bezitting verkocht zal hebben, zo zal zijn losser, die zijn nabestaande is, komen, en zal het verkochte van zijn broeder lossen”. In de verzen 51 en 52 van hetzelfde hoofdstuk lezen we nog: “Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal zal hij tot zijn lossing van het geld, waarvoor hij gekocht is, teruggeven. En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing teruggeven”. We zien dus dat lossing inhoudt, dat men iets terug koopt wat ooit al eigendom is geweest. In het Oude Testament was dat principe al in de Wet verwerkt! We zien ook dat er sprake kan zijn van een Losser! Een losser die iets of iemand terugkoopt, of die nageslacht voor een broer verwekt (Deut. 25 : 5, 6). We zien dat onder andere bij de geschiedenis van Ruth. Naomi, die met haar man en zoons naar Moab trekt, vanwege de hongersnood in Bethlehem. In Moab komen haar man en zoons om het leven, en Naomi keert met haar Moabitische schoondochters terug naar Bethlehem. Althans, de ene schoondochter keert alsnog om naar Moab, maar Ruth gaat met Naomi mee. In Bethlehem lost Boaz de bezittingen van de man van Naomi, en huwt Ruth, zodat door lossing er toch nageslacht is voor Elimelech, de man van Naomi (zie het Bijbelboek Ruth).


De Heere Jezus heeft ons vrijgekocht!

En omdat de mens van nature “een dienstknecht der zonde” is, en overgeleverd is aan de “overste van de macht der lucht”, is de Heere Jezus gekomen en heeft Zijn bloed voor ons vergoten aan het kruis van Golgotha. In 1 Tim. 2 : 5 en 6 lezen we: “Want er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus; Die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, zijnde de getuigenis te zijner tijd”. Of zoals 1 Kor. 7 : 23 zegt: “Gij zijt duur gekocht, wordt geen dienstknechten van mensen”. Een vrijgekochte slaaf is vrij, en is geen slaaf meer! Daarom lezen we in 1 Kor. 7 : 22 het volgende: “Want die in de Heere geroepen is, een dienstknecht zijnde, die is een vrijgelatene des Heeren; evenzo ook, die vrij zijnde geroepen is, die is een dienstknecht van Christus”. Ook hier spreken zowel NBV als BGT over “slaven in Christus”! Wat dus helemaal niet kan, want een vrijgelatene is geen slaaf!


Een vrijgelaten dienstknecht…

Maar een vrijgelatene kan wel een dienstknecht zijn! Iemand, die vrij is, kan in dienst zijn van iemand anders. Vaak is dat dan voor loon. In ieder geval hebben we in Ef. 6 : 6 gezien dat we dan als dienstknechten “doende de wil van God van harte”. En daar is het verschil. Uit vrije wil willen we Hem dienen! Ook in Rom. 6 : 17 hebben we dat gelezen: “Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten van de zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, waartoe gij overgegeven zijt”.


De gelovige is vrij in het dienen

Wij zijn weliswaar gekocht door de Heere Jezus, maar wij zijn wel vrij. De ongelovige is gebonden aan de zonde, en kan de Heere niet behagen. En hier hebben we een verschil met de gelovige. De gelovige is in zijn leven vrij om een keus te maken in het dienen van de Heere. In Gal. 5, het gedeelte dat gaat over de werken van het vlees en de vruchten van de Geest, lezen we in vers 16: “En ik zeg: Wandelt door de Geest en volbrengt de begeerlijkheid van het vlees niet”. En vers 25 zegt: “Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelen”. Hieruit blijkt dus dat wij een keuze hebben. Omdat wij wederom geboren zijn (door de Geest leven), hebben wij de mogelijkheid om ons dienstbaar te onderwerpen aan de Heere en naar Zijn Geest te wandelen. Dan zullen we ook vrucht dragen (Gal. 5 : 22). Natuurlijk stelt de Heere consequenties. We ontvangen loon en kroon als we Hem dienen (zie bijv. 1 Kor. 3 : 14), we zullen schade lijden als we naar ons vlees leven (1 Kor. 3 : 15), maar behouden zijn we, want we zijn Zijn kinderen. We hebben dus wel wat te verliezen. Maar wij zijn vrijgemaakt van de zonde, en hoeven de zonde niet meer te gehoorzamen. Daarom roept de Heere ons als volgt op: “Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden van dat lichaam; En stelt ook uw leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid, maar stelt uzelf Gode, als uit de doden levend geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid” (Rom. 6 : 12 en 13). Die consequenties, die zijn duidelijk in Zijn Woord, maar de keuze hoe we daarmee omgaan, hoe we leven, is wel aan onszelf! En zo wordt duidelijk dat wij, hoewel, hopelijk, van harte dienstbaar aan de Heere (Ef. 6 : 6), weldegelijk waarlijk vrij zijn. In Joh. 8 : 36 hebben we al eerder gezien: “Indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk vrij zijn”.


Het Griekse woord “doulos”

Al zou het Griekse woord voor “dienstknecht”, “doulos”, soms “slaaf” kunnen betekenen (als dat al zo is, want de Heere spreekt in 1 Tim. 6 : 1 niet voor niets over “dienstknechten … onder het juk” ; slaven zijn altijd “onder het juk”; maar dat laten we nu buiten beschouwing), voor de gelovige in relatie tot de Heere gaat dit zeker niet op! Het woord “doulos” kan dus meerdere betekenissen hebben. Het Oude Testament, weliswaar niet vanuit het Grieks, maar vanuit het Hebreeuws, geeft hier een mooi voorbeeld van. In 1 Kon. 9 : 22 lezen we: “Doch van de kinderen Israëls maakte Salomo geen slaaf [Hebr.: ebed]; maar zij waren krijgslieden, en zijn knechten [Hebr.: ebed], en zijn vorsten, en zijn hoofdlieden, en de oversten van zijn wagens, en van zijn ruiters”. We zien hier dat in het eerste deel van de zin “geen slaaf” staat. In het deel van de zin, dat beschrijft wat de kinderen Israëls wel werden, staat hetzelfde Hebreeuwse woord. Aangezien zij dat niet werden, moet ditzelfde woord hier een andere betekenis hebben. En daar hebben we dan het verschil tussen “slaaf” en “dienstknecht” geïllustreerd. Overigens ook in onze taal weten we dat één woord soms meerdere betekenissen kan hebben. U zou kunnen denken aan de zin: “De vorst [= koning] loopt over de door vorst [= vriezen] bevroren vijver”. Dit soort woorden worden homoniemen genoemd, en zijn ook in onze taal een bekend verschijnsel. Wanneer men kritiek op de Statenvertaling en de King James 1611 heeft, lijkt men dit te “vergeten”…

We hebben gezien hoe het kind van God waarlijk vrij is. Dat betekent dat de nieuwe vertalingen dus niet correct vertalen, wanneer zij het er over hebben dat gelovigen “slaven van God” en/of “slaven van Christus” zouden zijn.


Gods Woord door de eeuwen heen bewaard!

En dan is het wel leuk om even te zien dat ook hier de tekst van de KJV1611 en de Statenvertaling de Gotische en de Angelsaksische tekst van de Bijbel blijken te volgen! Dat gaat dus terug tot in ieder geval 350 na Chr.




Als voorbeeld: 1 Kor. 7 : 22 in de Gotische Bijbel luidt [4]:




Nu gaat het in deze tekst om het woord “skalks”. Vragen we daar de betekenis van op, dan krijgen we [5]:




Ook hier is de betekenis weer “dienstknecht” of “servant” in het Engels! En ook alle oude Engelse vertalingen spreken over “servant”, oftewel: “dienstknecht”.

Zo zien we opnieuw hoe de Statenvertaling (en de King James 1611) het door de eeuwen heen bewaarde Woord van God geven.


Volgens de New Age zijn Christenen slaven van God!

En het wordt nog schrijnender wanneer we beseffen dat men in de New Age-beweging Christenen omschrijft als slaven van hun God! In het werk van Helena Blavatsky, een bekend occultiste in New Age kringen, lezen we bijvoorbeeld:

“Het is het geloof in God en Goden dat tweederde van de mensheid slaven maakt van een handjevol die hen verleiden onder de valse claim hen te redden” [6].

Zij heeft ook het volgende uitgesproken:

“Ik wil nog geen slaaf van God Zelf zijn, laat staan van mensen” [7].

Dit zijn slechts enkele uitspraken van een occultiste en haar New Age organisatie, die geloven dat satan de werkelijke god is! Zo was er bij een politie-onderzoek in California naar Satanische groepscriminaliteit en het ritueel doden het één en ander in beslag genomen. Daarbij waren ook notities, waarin het volgende te lezen was:

“Alle gelovigen in god zullen slaven worden van hun nieuwe meester. Omdat zij slaven zijn, is Christus de Koning van de slaven. (…) Christus’ toekomst is de verwachting van het koude staal dat hem zal onthoofden, voor de ogen van al zijn huiverende volgelingen, allen die in zijn naam goed hebben gedaan. Satan zit op de troon van God, hij heft zijn met bloed gekleurde zwaard op en roept zichzelf uit als nieuwe heerser van het universum” [8].

Kortom: In de New Age-beweging ziet men Christenen als slaven van hun God. En nu verschijnt er in de nieuwe vertalingen steeds vaker dat wij “slaven van Christus” zouden zijn! De nieuwe vertalingen worden klaarblijkelijk aangepast aan de leer van de New Age! En aangezien de meeste Bijbelgenootschappen (waaronder het NBG) aansturen op de aanpassing van Gods Woord aan de één-wereldreligie, zoals we in andere studies gezien hebben, hoeft ons dit niet te verbazen.


Dhr. Strong (“Strong’s Concordance”) en de Schriftkritiek

Deze verandering van “dienstknecht” naar “slaaf” is natuurlijk ook een verandering die ingegeven is door de Schriftkritiek. En dat wordt heel duidelijk wanneer we de Hebreeuwse/Griekse Lexicons gaan bekijken.

Heel vaak neemt men aan, dat als men de Statenvertaling en de King James 1611 als uitgangspunt neemt, dat men dan rustig Strong’s of een andere Hebreeuwse/Griekse Lexicon kan raadplegen, om zo een beter inzicht in de Schrift te krijgen. Echter deze Lexicons zijn voor het overgrote deel gemaakt door mannen die ook hun aandeel hebben in de Schriftkritiek en de nieuwe vertalingen! En dat betekent vaak dat men via de Lexicon zogenaamd de grondtekst denkt te raadplegen, maar via de Schriftcriticus, die daar de auteur van is, als nog terecht komt bij het woordgebruik van de nieuwe vertalingen. Het Griekse Woord “doulos” is daar een mooi voorbeeld van.

Dhr. Strong was onderdeel van de revisie commitees van zowel de Engelse “Revised Version” van 1881 na Chr., als van de Amerikaanse “American Standard Version” van 1901 na Chr.[9]. Dit waren de eerste nieuwe vertalingen, na het verschijnen van de nieuwe Griekse tekst van Westcott en Hort op basis van de Alexandrijnse handschriften. Van deze meneer Strong is de bekende “Strong’s Concordance”, die door velen geraadpleegd wordt, en welke bijvoorbeeld ook als Lexicon verwerkt zit in de “Online Bible” van stichting Importantia.


Strong geeft eigen betekenissen!

Strong vertelt in het Voorwoord (Preface) van zijn “Strong’s Concordance” het volgende. Na het Griekse woord en de uitspraak daarvan:

“dan volgt het spoor van de etymologie, de radicale betekenis, en het toegepaste belang van het woord, juist maar kort geanalyseerd en uitgedrukt (…). Uiteindelijk worden alle verschillende vertalingen van het woord genoemd, zoals ze in de King James Version te vinden zijn, in alfabetische volgorde (…)” [10].

Eigenlijk geeft de heer Strong hier aan dat hij eerst zijn eigen analyse van het woord geeft, zijn eigen betekenis (die volgens hem juist is!), en daarna pas de woorden zoals de vertalers van de King James Version 1611 die vertaald hebben. En dan moeten we er hier dus bij bedenken dat dit één van de herzieners is, één van de Schriftcritici. Wanneer we dan het Griekse woord “doulos” opzoeken in “Strong’s Concordance”, dan krijgen we het volgende [11]:

 

 

Het bewijs dat een Griekse Lexicon gebaseerd is op Schriftkritiek

Iemand die “Strong’s Concordance” zou gebruiken om de Statenvertaling of de King James 1611 te begrijpen, zou dus denken dat de tekst beter te begrijpen is met het woord “slave” (wat “slaaf” betekent), want dat is de eerste betekenis die gegeven wordt, en volgens Strong dus de juiste! Maar wij hebben juist gezien hoe door Schrift met Schrift vergelijken “dienstknecht” beter op zijn plaats is, omdat dat woord meer recht doet aan het Verlossingswerk van de Heere Jezus! We hebben hier een praktisch voorbeeld hoe Hebreeuwse/Griekse Lexicons gebaseerd zijn op Schriftkritiek, en ons de mening van een Schriftcriticus geven, die vaak niet gebaseerd is op Gods Woord! (In een volgende studie zullen we meer voorbeelden zien).

Dit onderstreept onze waarschuwing tegen het gevaar van de moderne woordstudies en van het belang van Schrift met Schrift vergelijken, omdat we alleen dan ontdekken wat de Heere ons Zelf over een bepaald onderwerp te vertellen heeft.

En de HSV? Dit voorbeeld toont aan dat ook de HSV blootgesteld is aan de Schriftkritiek. In Ef. 6 : 6 hebben wij gelezen: “Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende de wil van God van harte”. De HSV heef hier echter van gemaakt: “niet met ogendienst, als mensenbehagers, maar als slaven van Christus; doe zo van harte de wil van God”. Ook de HSV geeft hier de Schriftkritische leer van de New Age! Zoals we al eerder gezien hebben: de HSV is geen Statenvertaling, de HSV is niet het door de Heere bewaarde Woord van God!


Dienaren van de kroon

Wij zijn geen slaven, maar vrijgekochten van de Heere. En wij mogen Hem van harte dienen, wat ons ook nog eens loon en kroon in het eeuwige leven geeft. En één van de betekenissen die nota bene een gewoon woordenboek bij “dienaar” geeft, is, zoals we eerder zagen:

“iem. die een ander dient tegen loon: de dienaren der kroon, ministers” [12].

Is dat niet mooi? Want wat laat de Heere van Zijn dienstknechten zien in Zijn Woord? Zij zullen, als de Heere Jezus Zijn Koninkrijk opricht, met Hem heersen in Zijn Koninkrijk, zij zijn dan dienaren van de Kroon! Daar zijn meerdere teksten over aan te halen. Als voorbeeld lezen we in Openb. 20 : 6 het volgende: “Zalig en heilig is hij, die deel heeft in de eerste opstanding; over deze heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen met Hem als koningen heersen duizend jaren”.

Wij zullen dienaren van de Kroon zijn!



[1]  ‘Verklarend handwoordenboek der Nerlandse taal’, M.J. Koenen e.a., Wolters-Noordhoff, Groningen, 27e druk, 1985, zie onder ‘dienstknecht’.
[2]  ‘Verklarend handwoordenboek der Nerlandse taal’, M.J. Koenen e.a., Wolters-Noordhoff, Groningen, 27e druk, 1985, zie onder ‘dienaar’.
[3]  ‘Verklarend handwoordenboek der Nerlandse taal’, M.J. Koenen e.a., Wolters-Noordhoff, Groningen, 27e druk, 1985, zie onder ‘slaaf’.
[4]  ‘Browse the Gothic Bible’, bron: http://www.wulfila.be/gothic/browse/#TOC.
[5]  ‘Browse the Gothic Bible’, bron: http://www.wulfila.be/gothic/browse/#TOC.
[6]  ‘Unity of the World’s Religions’, Blavatsky Theosophy Group UK, The Teachings of H.P. Blavatsky & The Masters , http://blavatskytheosophy.com/unity-of-the-worlds-religions/.
[7]  ‘Theosophy: A Historical Analysis and Refutation’, James Skeen, Quodlibet Journal, Volume 4 Number 2-3, Summer 2002, bron: http://www.quodlibet.net/articles/skeen-theosophy.shtml#_ednref21 .
[8]  ‘Demon Possession: 1986’, Paul Ries, Passport Magazine, Oct./Nov. 1986, pp. 12/13. Geciteerd in: ‘New Age Bible Versions’, G.A. Riplinger, A.V. Publications Corporation, Ararat, USA, 1993, 1999, blz. 222.
[9]  ‘James Strong (theologian)’, Wikipedia, The Free Encyclopedia, bron: http://en.wikipedia.org/wiki/James_Strong_%28theologian%29.
[10] ‘A Concise Dictionary of the Words in the Greek/New Testament’, in: ‘Strong’s New Exhaustive Concordance of the Bible’, James Strong, World Bible Publishers Inc., Iowa Falls, Iowa, 1890, 1994, blz. (niet genummerd, achterin).
[11] ‘A Concise Dictionary of the Words in the Greek/New Testament’, in: ‘Strong’s New Exhaustive Concordance of the Bible’, James Strong, World Bible Publishers Inc., Iowa Falls, Iowa, 1890, 1994, achterin blz. 29.
[12] ‘Verklarend handwoordenboek der Nerlandse taal’, M.J. Koenen e.a., Wolters-Noordhoff, Groningen, 27e druk, 1985, zie onder ‘dienaar’.